Vrijdag 26 juli - Saint-Jean-de-Maurienne - Tignes (126,5 km)

Na de 208 km lange rit naar Valloire volgen twee etappes van slechts 126,5 km (vrijdag) en 130 km (zaterdag). Samen 256,5 km: voor een kortere afstand van twee opeenvolgende bergritten moet je al teruggaan naar 1989, toen de renners finishten in Villard de Lans en Aix-les-Bains, na 91,5 en 125 km.

Zo probeert Christian Prudhomme, na de ook al 117,5 km korte rit richting de Tourmalet, het spektakel op te vijzelen. Met mini-etappes waarin véél geklommen moet worden. In deze rit zelfs 80 km.

Weliswaar niet altijd even steil: tot aan de voet van de col de l'Iseran overbruggen de renners 1206 hoogtemeters in 72 km, met onderweg drie korte, 'lopende' beklimmingen.

De echte finale is daardoor slechts 51 km lang. Een gemiste kans. Met een steilere col in het begin - er liggen er genoeg in de buurt - had je (nog) meer vuurwerk kunnen creëren.

Nu zal Deceuninck-Quick.Step van geletruidrager Julian Alaphilippe eerst een grote vluchtersgroep laten gaan, om daarna alles proberen te controleren tot de Iseran.

Dat zou moeten lukken, tenzij Movistar al een vroeg offensief zou ontketenen, met Nairo Quintana, Mikel Landa en Alejandro Valverde. Die staan nu zevende, achtste en tiende in het klassement, op respectievelijk, vier, vijf en zes minuten. Zij zullen dus weer all-in gaan. Als ze er tenminste in slagen om de ploegtactiek juist af te stemmen. Dat was - ondanks de ritzege van de in de ploeg geïsoleerde Quintana - immers een zootje richting Valloire.

De vraag is: wacht het Movistartrio tot de Iseran en sturen ze ploegmaats voorop? Of gaan ze zélf al vroeger?

Eerste klimtijdrit

Die col d'Iseran wordt pas voor de achtste keer in de Tour beklommen, maar heeft toch een mythische status. De eerste renner die er, in 1938, de top rondde, een jaar nadat de bergpas geopend werd, was de Belg Félicien Vervaecke.

Een jaar later vond over de Iseran de allereerste klimtijdrit in de Tour plaats, richting Bourg-Saint-Maurice. Een hel, maar een ijskoude, want boven op de 2764 meter hoge top vroor het tot min vier graden, inclusief hevige sneeuwval. Het deerde geletruidrager Sylvère Maes weinig, hij won met vier minuten voorsprong.

In 1959 was de Iseran, in een etappe waarin voor het eerst livehelikopterbeelden uitgezonden werden, ook het decor van het definitieve afscheid van de Tour van drievoudig winnaar Louison Bobet.

Net voorbij de top stapte hij half onderkoeld van de fiets. Terwijl Gino Bartali, analist voor de Italiaanse pers, ontroerd zijn fiets vasthield, onderzocht Tourdokter Pierre Dumas de Bretoen.

Verder rijden bleek onmogelijk, zelfs op Quatorze Juillet. Toch had Bobet doorgezet tot de top, omdat hij per se de voor hem onbekende col wilde ontdekken.

De raid van Claudio

33 jaar later, in 1992, was de Iseran het lanceerplatform van Claudio Chiappucci richting dé dag van zijn carrière. Hij sprong er weg uit een vluchtersgroepje en finishte 125 km later, na ook nog de col du Mont Cenis, solo op de slotklim naar Sestriere.

Vier jaar erna stond de Alpencol weer op het programma, maar werd hij, net als de Galibier, geschrapt wegens een sneeuwstorm. Restte nog een minirit van 46 km, waarin Bjarne Riis, met bloed zo dik als stroop, de concurrentie vermorzelde.

Vreemd genoeg lag de Iseran erna nog slechts één keer op het Tourparcours: in 2007, als opener van de etappe met start in Val d'Isère. Jaroslav Popovitsj kwam er als eerste boven, Juan Mauricio Soler won later in Briançon.

Toen werd, net als in 1992, de noordkant beklommen, deze keer vertrekken de renners vanuit het zuiden, in Bonneval-sur-Arc. De moeilijkste zijde ook: 12,9 km aan 7,5% (met een voorlaatste kilometer aan 10,2%).

Een klim zoals Alpe d'Huez maar met een begin op 1791 meter hoogte, richting de top gelegen op 2764 meter - en niet 2770 meter (zoals de infografiek van ASO vermeldt). Toch is de Iseran de hoogste geasfalteerde bergpas in Europa, nog iets hoger dan de Stelvio (2758 meter).

Opvolger voor Rasmussen

Enkele kilometers voor die hoge top aanvallen. Je vervolgens in de bochtige, 15 km lange afzink naar Val d'Isère gooien. In het even lange, licht dalende tussenstuk tot de voet van de slotklim, langs het lac du Chevril, gebruikmaken van een eerder vooruitgestuurde ploeggenoot. En dan de 7,5 km lange weg naar het mondaine skistation Tignes (gemiddeld 7%) vol naar boven vlammen.

Het kan een recept zijn voor Egan Bernal als hij Julian Alaphilippe wil onttronen als geletruidrager.

De vraag is of Geraint Thomas deze keer wel in het wiel van de andere klassementsrenners zal blijven en een eventuele aanval van zijn ploegmaat zal beschermen. Zelf was hij op de Galibier niet in staat om zijn aanval door te trekken.

© BELGAIMAGE

Bij Team INEOS moeten ze dringend een keuze maken wie de leider is. En de sterkste is momenteel Bernal, die in de drie laatste bergritten telkens de betere was van Thomas. Dat deze etappe weer op grote hoogte gereden wordt, zal opnieuw in zijn voordeel spelen.

Sowieso zal Team INEOS moeten aanvallen, want de kloof met geletruidrager Alaphilippe blijft nog altijd 1'30'' (op Bernal) en 1'35'' (op Thomas).

In deze etappe zal de Fransman een eventuele kloof wel niet kunnen dichten in een afdaling richting de finish, zoals hij zo magistraal deed in de afzink van de Galibier.

Ook Thibaut Pinot (op 1'50'' van Alaphilippe) kan zich niet meer permitteren om passief toe te kijken. Zijn voordeel: hij kent Tignes als zijn broekzak. Elke winter huurt hij er een appartement voor een skivakantie. En hij ging er al geregeld op hoogtestage.

Mogelijk extra piment: er wordt weer onweer voorspeld. Na de rit op donderdag barstte het onweer pas los na de rit. Als de hagel deze keer tijdens de etappe uit de lucht valt...

Mooiere winnaar?

Christian Prudhomme zal alleszins hopen op een minder aangebrande winnaar dan Michael Rasmussen, de laatste renner die in de Tour, in 2007, triomfeerde in Tignes. De Deen greep na een lange vlucht het geel, maar werd later in die editie door zijn Rabobankploeg uit koers gezet.

Misschien vindt het Franse toptalent David Gaudu (nu ploegmaat van Pinot) wel inspiratie uit zijn ritzege in de Tour de l'Avenir van 2016, ook in Tignes. Harm Vanhoucke werd toen derde.

En wie eindigde toen als negende?

Ene Egan Bernal...