Woensdag 10 juli - Saint-Dié-des-Vosges - Colmar (175,5 km)

Drie maanden lang, tot de dag van de presentatie van het Tourparcours, had David Valence, de burgemeester van Saint-Dié-des-Vosges, het kunnen stilhouden dat op 10 juli 2019 La Grande Boucle in zijn gemeente zou starten, voor de allereerste keer. Zelfs voor zijn vader, een groot wielerfan, had hij het verzwegen.

Valence wilde immers zijn sérieux tonen aan Christian Prudhomme, van wie hij in de zomer, in een brasserie in Parijs, het goede nieuws had vernomen.

Dat de foorkramers van de jaarlijkse kermis in Saint-Dié-des-Vosges (gepland voor het daaropvolgende weekend) klagen omdat ze pas 's avonds na de Tourrit hun vehikels kunnen parkeren, neemt Valence er graag bij.

Zoals hij ook graag 70.000 euro uit de gemeentekas haalt om de start van deze rit, van op de Pont de la République over de Meurthe-rivier, te mogen organiseren.

Laagterecord

Opvallend: Saint-Dié-des-Vosges is, naast Binche (rit 3) en de Pont du Gard (rit 17), slechts één van de drie nieuwe villes étapes in deze Tour, op een totaal van 34 - de beklimming van Prat d'Albis in rit 15, boven Foix, niet meegerekend. Een laagterecord in de 21e eeuw, en ruim onder het gemiddelde sinds 2000 (net geen tien villes/sites inédits).

Christian Prudhomme, de man die de start- en finishplaatsen kiest - Thierry Gouvenou stippelt het parcours ertussen uit - heeft nochtans 250 aanvragen in zijn mailbox van steden en gemeentes die de Tour willen ontvangen.

Prudhomme kan echter niet iedereen tevreden stellen, al blijft het frappant dat steden als Caen, Clermont-Ferrand, Dijon, Laval, Poitiers, Nantes of Straatsburg de laatste tien jaar, en sommigen zelfs sinds 2000, de Tour niet meer hebben mogen verwelkomen.

De raid van Haussler

Colmar, de aankomstlocatie van deze rit, ziet wel voor de tweede keer sinds de eeuwwisseling de karavaan neerstrijken. Laurent Jalabert veroverde er in 2001 zijn tweede ritzege in vier dagen (na Verdun), voor de tweede keer in zijn carrière ook op Quatorze Juillet (na Mende in 1995). In 2009 soleerde Heinrich Haussler in Colmar, in zijn wonderbaarlijk boerenjaar, met liefst vier minuten voorsprong op zijn medevluchters.

Niet toevallig op 30 km van zijn huis in Freiburg - al in januari had hij de rit met stip aangeduid - en niet toevallig op een uitgeregende, kille dag. Omstandigheden waarin de Duitse ijsbeer, die zelfs bij vriesweer zonder handschoenen fietst, zich graag uitleeft. Door de kou was hij, ondanks de aanwezigheid van sterke medevluchters als Sylvain Chavanel, Juan-Manuel Garate en Jens Voigt, honderd procent zeker dat hij zou winnen.

Meteen knallen

Het parcours richting Colmar is dit jaar wel minder zwaar dan in 2009 (toen met de Col de la Schlucht, Platzerwasel en Firstplan), al telt deze rit toch ook ruim 2300 hoogtemeters.

Aangezien de start en finish amper 50 km van elkaar liggen, wordt een 175,5 km lange noordelijke lus gemaakt door de departementen Bas-Rhin (waar de roots van Christian Prudhommes moeder liggen) en Haut-Rhin.

Meteen na de start gaat het langzaam omhoog op de Col de Saales. Dat wordt ongetwijfeld een razende start. Met barourdeurs die hun kans ruiken, want mogelijk houdt in deze rit de vluchtersgroep stand tot de finish (mede door de lichte rugwind in het tweede deel van de etappe).

Niet toevallig gingen Thomas De Gendt en Greg Van Avermaet voor de Tour het parcours al verkennen. De Gendt moet dan natuurlijk wel wegraken, want meer dan ooit rijden zijn collega's op het wiel van de Belgische ontsnappingskoning. Voordeel voor de Oost-Vlaming: de start licht bergop. Dan telt meer de pure kracht en conditie dan het juiste moment kiezen om weg te rijden.

Nog meer renners zullen echter deze etappe aangekruist hebben, onder meer ook zijn Lotto-Soudalploegmaat Tim Wellens die al aangaf zijn bolletjestrui te willen verdedigen. Of Xandro Meurisse (Wanty-Goubert) die ook aast op dat shirt.

Mogelijk duurt het dus een hele tijd eer er een groepje zich kan losrukken van het peloton. Met daarin mogelijk ook vertrouwde namen als Alessandro De Marchi, Jesus Herrada, Lilian Calmejane, eventueel Max Schachmann... (als die mag van kopman Peter Sagan).

Vooral sterke renners die ver genoeg staan in het klassement, en geen bedreiging vormen voor de gele trui van Julian Alaphilippe. Deceunick-Quick-Step zal het geel immers niet zomaar uit handen geven.

Zware finale

Na een vlakker tussengedeelte (waar ook de tussensprint van de dag ligt) wachten de vluchters in de laatste 70 km nog enkele zeer pittige beklimmingen (die lastiger zijn dan wat het officiële roadbook aangeeft).

Als eerste de côte du Haut-Koenigsbourg, bekend om zijn wondermooi gerestaureerd 12e-eeuws bergfort. De klim is 5,9 km lang aan gemiddeld 'slechts' 5,9 %, maar wel zeer onregelmatig, met drie stukken tot 15% à 16% (aan de voet) en 12% (richting de top). Ook de afdaling, in het bos, op een slecht wegdek, is verraderlijk.

Dieper in de finale volgt nog de côte des Trois Epis in Turckheim (5 km aan 6,7%), al even onregelmatig als de côte du Haut-Koenigsbourg, met pieken tot 11 à 13%.

Op goed 15 km voor de finish ligt de laatste hindernis: de côte des Cinq Châteaux: 4,6 km aan 6,1%. Met evenwel een lange uitloper na de 'officiële' top, daarna een verraderlijk steile afdaling en dan nog 7 vlakke kilometers richting Colmar. De betere klimmers uit de vluchtersgroep zullen dus de rappere finishers op de laatste of voorlaatste klim overboord moeten gooien.

In Colmar ligt de finishlijn op de Route de Strasbourg, net als in 2001, toen Jalabert er cocorico kraaide. Een voorteken voor een nieuwe zege van een Franse aanvaller? Of wordt het toch een Belg?

Of rekent een ploeg (BORA-hansgrohe van Peter Sagan, Sunweb van Michael Matthews?) de vluchtersgroep toch weer in, met oog op een spurt zonder de snelste mannen (Elia Viviani, Dylan Groenewegen en Caleb Ewan)?

Sunweb probeerde dat al richting Nancy, door te versnellen op de côte de Maron, maar dat was niet voldoende om Viviani en co te lossen. Nu krijgen zij een geschikter en zwaarder terrein om dat plan uit te voeren.

Gezien de rugwind, het zware parcours in de finale schatten wij de kans op slagen van de vluchtersgroep echter groter.