Donderdag 11 juli - Mulhouse - La Planche des Belles Filles (160,5 km)

Niet alleen de start in Brussel, ook de rest van de Tour staat bol van de linken met Eddy Merckx. Zo was Mulhouse, de startplaats van deze rit, het vertrekpunt van de etappe in 1969, met aankomst op de Ballon d'Alsace.

Daar vloog de Brusselaar met een fenomenale klim richting zijn allereerste ritzege, en had hij dan al, na de zevende dag, het geel bijna definitief op zak.

In datzelfde Mulhouse won Merckx met Molteni ook de openingsploegentijdrit van de Tour 1971, en was hij zelf de snelste in de tweede etappe die startte in de stad uit de Elzas.

Razend begin

In deze rit wordt het ongetwijfeld weer een razende start, van renners die hopen op ritwinst via een vlucht, van renners die punten willen sprokkelen voor de bolletjestrui (44 punten te verdienen) - Warren Barguil is hiervoor dé kandidaat - en zelfs van sprinters die na 29 kilometer, na al een stevige strook bergop, aan de tussensprint punten willen rapen voor de groene trui.

Aan die tussensprint zijn we al op weg naar de Grand Ballon, de allereerste Tourcol waar de 22-jarige debutant Lucien Van Impe in 1969 als koploper bovenkwam. Hij wordt nu wel vanuit een andere zijde beklommen, via Le Markstein.

Daarna volgt de col du Hundsruck (5,3 km aan 6,9%) en dan de Ballon d'Alsace (11 km aan 5,8%), vaak bestempeld als de eerste Tourcol (plus 1000 meter) ooit, in 1905, maar die eer gaat evenwel naar de col de la Republique, in de allereerste editie van 1903. Opmerkelijk: het is al van 2005 geleden dat de Tour nog eens de Ballon d'Alsace bezocht.

Vervolgens, vanaf 41 km voor de finish, exact hetzelfde parcours als in de etappe van de Tour 2014, ook tussen Mulhouse en La Planche des Belles Filles: achtereenvolgens de col des Croix, de col des Chevrères en de slotklim.

De voorlaatste hindernis, waar ook 8, 5 en 2 bonusseconden te verdienen zijn, zal veel renners naar adem doen happen, met een gemiddeld stijgingspercentage van 9,5% over 3,5 km, en een piek tot 18%.

Al wordt de héle rit, met in totaal 3944 hoogtemeters, bijzonder lastig, als eerste grote test in deze Tour. Opmerkelijk vroeg, op de zesde dag: sinds 2000 lag alleen in de editie van 2017 de eerste aankomst bergop nog vroeger: ook La Planche des Belles Filles, in de vijfde rit. In 2008 was de klim naar Superbesse, in de zesde etappe, de eerste scherprechter.

In 2012 en 2014, de eerste keren dat de renners op de plank van de mooie meisjes sprongen, lag deze eerste belangrijke afspraak bergop in de zevende en de tiende rit.

Superplanche

Het grote verschil met de vorige drie beklimmingen naar het skistation in de Haut-Saône: toen lag de eindstreep op 1035 meter hoogte, nu op 1140 meter (tot bijna het hoogste punt van de bergflank).

L'Equipe gaf de 'nieuwe' klim zelfs al de bijnamen Super Planche of Super Belles Filles. Na de eerste 5,9 km aan 8,9%, met een laatste piek tot 20% (net voor de vroegere finish op een in 2012 aangelegd parkeerterrein), volgt nu immers nog 1,1 km aan gemiddeld 9,5%.

Een voormalig wandelpad bedekt met witte gravel, waarvan alleen het steilste stuk van ruim 24% (!), net voor de aankomst, extra verhard werd - de renners zouden er op een wegfiets anders te veel patineren.

Veelzeggend: Romain Bardet haalde er in april tijdens een verkenning amper 6 à 7 km per uur, met een maximaal wattage van 477 watt - zie zijn Strava-account.

Voor wie een beter beeld van de onverharde weg wil: zie het filmpje dat het Britse weekblad Cycling Weekly op zijn website postte:

Pinot topfavoriet

Opvallend: telkens, ook in 2017, was de geletruidrager op La Planche des Belles Filles toen al de man die in Parijs op het hoogste podiumtrapje stond: respectievelijk Bradley Wiggins, Vincenzo Nibali en Chris Froome.

Sowieso zullen de krachtsverhoudingen, ook met de andere favorieten, al voor het eerst afgelijnd worden. Eén renner heeft geen extra motivatie nodig: Thibaut Pinot, die op amper 15 km van de slotklim woont (waar hij in 2014 al tweede werd), en wiens vader Régis al sinds 2014 burgemeester is van Mélisey, ook een dorpje in de buurt.

De Fransman toonde tot dusver al zijn blakende conditie, in Epernay kwam hij zelfs als eerste van de favorieten over de eindstreep. De steile klim moet hem bovendien perfect liggen.

Maar dat geldt ook voor lichtgewichten als Dan Martin, Adam Yates, Mikel Landa en Egan Bernal. Als hij het leiderschap wil afdwingen bij Team INEOS moet de Colombiaan hier zijn slag slaan. En dan is de vraag hoeveel tijd zijn ploegmaat Geraint Thomas (8 kg zwaarder dan Bernal) eventueel verliest.

Team INEOS zal allicht, zoals altijd, de hele etappe controleren, om Bernal en/of Thomas af te schieten op de Super Planche.

Genoeg om nu al een deken van superioriteit over de Tour te leggen? Of steekt Pinot daar op zíjn klim een stokje voor?