Vrijdag 12 juli - Belfort - Chalon-sur-Saône (230 km)

Tijdens de 231 km lange, oersaaie etappe tussen Fougères en Chartres, in de Tour van 2018, verscheen op de Twitteraccount van Quick-Step een quote van Hank Chinaski, het alter ego van de Amerikaanse schrijver Charles Bukowski: "There is a loneliness in this stage so great that you can see it in the slow movement of the hands of a clock."

Over de trage beweging van de wijzers van de klok, en de eenzaamheid van Yoann Offredo die in zijn eentje minuten voor het peloton reed, later afgewisseld door nog een eenzame vluchter, Laurent Pichon.

Alleen een kort waaierintermezzo van enkele kilometers haalde de tv-kijker even uit zijn slaap. Na de etappe, gewonnen door Dylan Groenewegen, werd zelfs geopperd dat de kijker de prijs van de strijdlust had moeten krijgen.

De volgende dag werden de wielerfans niet uit hun lijden verlost, want in het begin van de etappe had geen enkele renner zin om zich in een vergeefs offensief te storten. Pas na 22 km trokken Marco Minnaard, Fabien Grellier en Laurens ten Dam op pad, maar die laatste moest zich weer laten inlopen. Nutteloze energie, vonden ze bij Team Sunweb, beter te gebruiken in dienst van Tom Dumoulin.

De grote belangen van de klassementsrenners of sprinters bij veel teams, bovendien voor het eerst gereduceerd tot acht (in plaats van negen) renners, leidde zo in de eerste week tot het Grote Niets. Alleen de procontinentale ploegen probeerden publiciteit te rapen met een aanval.

Meer dan 200 km

Renners van procontinentale teams (met name Wanty-Gobert) zullen allicht ook in deze veel te lange rit urenlang het scherm vullen. Nochtans vindt parcoursbouwer Thierry Gouvenou dat pure horror, die door hem omschreven '4x4-etappes', waarin vier coureurs na vier kilometer ontsnappen, vier minuten voorsprong nemen en gegrepen worden op vier kilometer van de finish.

En toch tovert hij ze telkens weer tevoorschijn. Al worden de zeven sprintersritten wel gespreid over de hele Tour - alleen in Albi en Toulouse krijgen we mogelijk twee opeenvolgende massasprinten.

Opvallend: ondanks vrij veel korte ritten staan er toch weer zes van meer dan 200 km op het programma, goed voor in totaal 3480 km over 21 etappes, 131 km meer dan vorig jaar. Zonder de twee tijdritten een gemiddelde afstand van 180 km.

Dat valt, in vergelijking met de jongste Giro, wel mee: daar bedroeg het gemiddelde (exclusief drie chronoraces) 194 km, met liefst negen etappes van meer dan 200 km (het meeste sinds 1997).

Een totaal ander beeld in de Vuelta van 2019, die geen enkele dergelijke lange tocht telt, zoals in de edities van 2000 en 2003. In de Giro en Tour is dat echter nog nooit gebeurd.

Weer een sprint

Sowieso wordt het dus weer schaapjes tellen, tussen de start in Belfort - waar dit jaar een fietspad van 31 km, genoemd naar François Mitterand, tot de top van de nabijgelegen Ballon d'Alsace aangelegd werd - en de finish in Chalon-sur-Saône.

Onderweg, tot aan kilometer 150, wel een golvend parcours, met drie hellinkjes van 2,7 km tot 4,5 km die het aantal hoogtemeters in deze rit tot 2367 meter doen stijgen - allerminst vlak dus.

Voor halfweg passeren de renners ook in Ornans, de plaats waar in 1819, 200 jaar geleden, de Franse realistische schilder Gustave Courbet werd geboren.

Na een vlakkere laatste 80 km en ook nog een tussensprint 34 km voor de finish volgt dan in Chalon-sur-Saône, op de Quai Saint Cosme langs de rivier de Saône, ongetwijfeld een massasprint.

Met de vertrouwde namen als grootste kandidaat-ritwinnaars: Elia Viviani, die al triomfeerde in Nancy, en Caleb Ewan/Dylan Groenewegen, belust op een eerste etappezege.

Chalon-sur-Saône heeft alleszins een traditie als sprintersstad: in de Tour van 1975 was Rik Van Linden er de snelste in een massasprint, en in Parijs-Nice van 2017 troefde Sam Bennett (de nieuwste transfer van Deceuninck-Quick-Step) hier Alexander Kristoff en John Degenkolb af.

In het verleden waren aanvallers wel niet kansloos in Chalon: zestig jaar geleden, in 1959, soleerde Brian Robinson er richting de eerste Britse ritzege ooit in de Tour, met een voorsprong van liefst 20 minuten.

En misschien kan de laatste Tourfinish in Chalon, in 1988, ook aanvallers inspiratie geven, want toen knalde Thierry Marie op 500 meter van de finish weg uit het peloton, om twee seconden over te houden op Jean-Paul Van Poppel.

Een herhaling van zo'n Willy Teirlinck-aanval is dezer dagen echter zeer zeldzaam.

De laatste die zo'n stunt, in een vlakke Tourrit, realiseerde: Fabian Cancellara in 2007 in Compiègne.

Na een rit van 236 km...