Mathieu van der Poel: 26 jaar, Wout van Aert: 26 jaar, Julian Alaphilippe en Jasper Stuyven: 28 jaar. Op vlak van leeftijd lijken de zogenaamde 'Grote Drie' en de kersverse winnaar van de Primavera al vrij oud in het hedendaagse peloton. Met die nuance dat MvdP en WvA pas in 2019 echt doorbraken op de weg, nadat ze als jonge twintigers al in het veld hadden geschitterd met tal van 'jongste ooit'-records. Ook Alaphilippe showde al vroeg zijn megatalent, door in 2015, op zijn pas 22e, als tweede te finishen in de Waalse Pijl én Luik-Bastenaken-Luik. En Stuyven werd al wereldkampioen bij de junioren.
...

Mathieu van der Poel: 26 jaar, Wout van Aert: 26 jaar, Julian Alaphilippe en Jasper Stuyven: 28 jaar. Op vlak van leeftijd lijken de zogenaamde 'Grote Drie' en de kersverse winnaar van de Primavera al vrij oud in het hedendaagse peloton. Met die nuance dat MvdP en WvA pas in 2019 echt doorbraken op de weg, nadat ze als jonge twintigers al in het veld hadden geschitterd met tal van 'jongste ooit'-records. Ook Alaphilippe showde al vroeg zijn megatalent, door in 2015, op zijn pas 22e, als tweede te finishen in de Waalse Pijl én Luik-Bastenaken-Luik. En Stuyven werd al wereldkampioen bij de junioren. Wat zeer goed is, komt snel, zo bewezen ook Tadej Pogacar en Egan Bernal door op hun 21e en 22e de Rondes van Frankrijk van 2019 en 2020 op hun erelijst te zetten, als de twee jongste naoorlogse Tourwinnaars. En wat Remco Evenepoel al voor zijn 21e heeft gepresteerd, is intussen genoegzaam bekend. In hun spoor hebben ook veel andere youngsters al hoge ogen gegooid, zoals Filippo Ganna (24), Jai Hindley (24), Pavel Sivakov (23), Sergio Higuita (23), Jasper Philipsen (23), Marc Hirschi (22), João Almeida (22), Stefan Bissegger (22), Tom Pidcock (21), Mauri Vansevenant (21)...' Du jamais vu', werd die toevloed van jongeren vlug bestempeld. Een duik in de statistieken van grote rondes en monumenten ontkracht dat echter. Al in de jaren zestig/zeventig en begin jaren tachtig was er sprake van een (zelfs nog grotere) golf. Die pas nadien, vooral tussen 1990 en 2010, ging liggen. Zie hier bijvoorbeeld het gemiddeld aantal renners van 23 jaar en jonger dat in de laatste zes decennia, en in de jongste twee jaar, in de top tien van de Tour de France eindigde: 1960-1969 (0,7), 1970-1979 (1,4), 1980-1969 (0,8), 1990-1999 (0,3), 2000-2010 (0,1) en 2010-2018 (0,55) en 2019-2020 (1). Van 1960 tot begin jaren tachtig wonnen zelfs zeven renners de Tour of de Giro nog voor hun 24e verjaardag: Franco Balmanion, Felice Gimondi, Gianni Motta, Eddy Merckx, Beppe Saronni, Bernard Hinault en Laurent Fignon. In de klassiekers ongeveer dezelfde tendens, met vooral van halfweg jaren zestig tot eind jaren zeventig een opstoot van jong bloed. Merckx zegevierde al op zijn 20e in Milaan-Sanremo, maar ook Roger De Vlaeminck, Walter Godefroot, Eric Leman, Jean-Pierre Monseré, Tom Simpson, Motta, Gimondi, Francesco Moser, Gianbattista Baronchelli, Jan Raas en Hinault wonnen voor hun 25e verjaardag hun eerste monument, inclusief meerdere podiumplaatsen. In Luik-Bastenaken-Luik waren zelfs zéven van de acht verschillende winnaars tussen 1963 en 1970 23 jaar of jonger. Veel andere sterren van toen stonden bovendien al op hun 21e of 22e op het podium van een monument, zoals Herman Vanspringel of Freddy Maertens. Opvallend, zeker in vergelijking met de jaren negentig en het eerste decennium van de 21e eeuw. Toen domineerden immers de latere twintigers en dertigers - al dan niet gelinkt aan bloeddoping (epo). Tussen 1990 en 2010 eindigden bijvoorbeeld amper twee U23-renners in de top vijf van de Tour: Peter Luttenberger in 1996, als vijfde, op zijn 22e, en leeftijdsgenoot Jan Ullrich in datzelfde jaar als tweede, waarna hij in 1997 de eindzege pakte - als grote uitzondering. Ook in de Giro geen enkele renner van 23 jaar of jonger in de top vijf tussen 1992 en 2002. In een klassieker als de Ronde van Vlaanderen strekt die reeks zich zelfs uit van 1990 tot 2011. Conclusie: wat Pogacar, Bernal, Evenepoel en co dezer dagen presteren, dankzij hun toptalent, betere trainingsmethodes/begeleiding én een cleaner peloton, steekt schril af met tien tot dertig jaar geleden. Maar in de hele wielergeschiedenis is het allerminst uniek.