In 1955 introduceerde organisator Georges Matthys de Kemmelberg in Gent-Wevelgem, om de wedstrijd selectiever te maken. De renners klauterden toen langs de Franse begraafplaats op de westelijke flank van de 156 meter hoge helling naar boven.

Niet alleen de steilste zijde - ook de Kemmelmuur genoemd - maar in die periode ook nog onverhard. Pas twee jaar later werd de weg langs beide kanten met kasseien bedekt.

Daarna groeide de Kemmelberg uit tot het symbool van Gent-Wevelgem. Tot het gemeentebestuur van Heuvelland in 1991 besliste om geen volgwagens meer over de helling te laten passeren. Die had de overheidsdienst van Monumenten en Landschappen immers uitgeroepen tot een beschermd monument.

De organisatie Gent-Wevelgem stond voor een dilemma: de volgwagens aan de voet van de Kemmel afleiden, of de doortocht over de hoogste bult van West-Vlaanderen schrappen. Dat laatste was aanvankelijk geen optie, maar een afleiding voor de ploegleiders was dat ook niet voor vier Franse teams.

En dus liet men liet men, voor het eerst sinds 1955, de blikvanger links liggen.

Abdou-gewijs

De Goeberg, de Suikerberg en de Kraaiberg werden flauwe surrogaten. En leidden ook niet tot afscheiding: na een weinig geanimeerde koers, en late vergeefse aanvallen van Peter Pieters, Nico Verhoeven en Jelle Nijdam, sprintten uiteindelijk 81 renners om de zege in de Vanackerestraat in Wevelgem.

Daar klopte de Oezbeek Djamolidine Abdousjaparov de Italiaan Mario Cipollini, weliswaar door Adbou-gewijs van zijn lijn af te wijken. Liefst 173 van de 190 renners reden, mede door het prachtige lenteweer, Gent-Wevelgem toen uit, of 91 procent - alleen in 2008 was het finishpercentage nog hoger (93 procent).

Fel protest

Onder druk van de wielerfans - "Gent-Wevelgem zonder Kemmelberg is als Parijs-Roubaix zonder kasseien" - en de lokale horeca werd de helling een jaar later toch weer opgenomen in het parcours. Onder toezicht van de rijkswacht (de toenmalige politie) mochten de volgwagens onder strike voorwaarden opnieuw in het spoor van de renners over de Kemmel fietsen.

Weliswaar zonder impact op het wedstrijdverloop, want ook die editie eindigde op een grote groepssprint, deze keer met Cipollini voor het eerst als triomfator.

In 1955 introduceerde organisator Georges Matthys de Kemmelberg in Gent-Wevelgem, om de wedstrijd selectiever te maken. De renners klauterden toen langs de Franse begraafplaats op de westelijke flank van de 156 meter hoge helling naar boven. Niet alleen de steilste zijde - ook de Kemmelmuur genoemd - maar in die periode ook nog onverhard. Pas twee jaar later werd de weg langs beide kanten met kasseien bedekt.Daarna groeide de Kemmelberg uit tot het symbool van Gent-Wevelgem. Tot het gemeentebestuur van Heuvelland in 1991 besliste om geen volgwagens meer over de helling te laten passeren. Die had de overheidsdienst van Monumenten en Landschappen immers uitgeroepen tot een beschermd monument. De organisatie Gent-Wevelgem stond voor een dilemma: de volgwagens aan de voet van de Kemmel afleiden, of de doortocht over de hoogste bult van West-Vlaanderen schrappen. Dat laatste was aanvankelijk geen optie, maar een afleiding voor de ploegleiders was dat ook niet voor vier Franse teams.En dus liet men liet men, voor het eerst sinds 1955, de blikvanger links liggen. De Goeberg, de Suikerberg en de Kraaiberg werden flauwe surrogaten. En leidden ook niet tot afscheiding: na een weinig geanimeerde koers, en late vergeefse aanvallen van Peter Pieters, Nico Verhoeven en Jelle Nijdam, sprintten uiteindelijk 81 renners om de zege in de Vanackerestraat in Wevelgem.Daar klopte de Oezbeek Djamolidine Abdousjaparov de Italiaan Mario Cipollini, weliswaar door Adbou-gewijs van zijn lijn af te wijken. Liefst 173 van de 190 renners reden, mede door het prachtige lenteweer, Gent-Wevelgem toen uit, of 91 procent - alleen in 2008 was het finishpercentage nog hoger (93 procent).Onder druk van de wielerfans - "Gent-Wevelgem zonder Kemmelberg is als Parijs-Roubaix zonder kasseien" - en de lokale horeca werd de helling een jaar later toch weer opgenomen in het parcours. Onder toezicht van de rijkswacht (de toenmalige politie) mochten de volgwagens onder strike voorwaarden opnieuw in het spoor van de renners over de Kemmel fietsen.Weliswaar zonder impact op het wedstrijdverloop, want ook die editie eindigde op een grote groepssprint, deze keer met Cipollini voor het eerst als triomfator.