1. Twee crossers overklassen iedereen

20 van de 21 klassementscrossen (plus EK) werden gewonnen door het duo Mathieu van der Poel/Wout van Aert. De Nederlander nam er maar liefst 16 voor zijn rekening, de Belg 4. Alleen Lars van der Haar kon in Ronse profiteren van hun onderlinge rivaliteit.
...

20 van de 21 klassementscrossen (plus EK) werden gewonnen door het duo Mathieu van der Poel/Wout van Aert. De Nederlander nam er maar liefst 16 voor zijn rekening, de Belg 4. Alleen Lars van der Haar kon in Ronse profiteren van hun onderlinge rivaliteit.20 op 21, dat is 95,24 procent, sinds de oprichting van de Wereldbeker in het seizoen 1993/94 het hoogste winstpercentage in de klassementscrossen voor een duo. Van die 20 zeges eindigde Van der Poel 9 keer op de 1e plaats, met Van Aert als 2e. Slechts één keer won de Kempenaar voor de Nederlandse kampioen (in Zeven, nadat Van der Poel kettingproblemen had gehad).Ter vergelijking: vorig seizoen wonnen Van der Poel/Van Aert 24 van de 27 klassementscrossen (plus BK/NK, EK en WK), of 88,89 procent. Toen was dat al de grootste dominantie van twee crossers sinds 1993/94.21 klassementswedstrijden (plus EK) werden gewonnen met een gemiddelde voorsprong van 30,48 seconden. Ook dat is (voorlopig) een record sinds 1993/94. In 2004/05, toen Sven Nys en Bart Wellens elk om beurt triomfeerden, bedroeg de gemiddelde voorsprong 27,39 seconden. Toen Nys in 2006/07 alles overheerste was de gemiddelde voorsprong 28,07 seconden.Van der Poel behaalde zijn (in totaal) 22 overwinningen tot nu toe met 26,82 seconden voorsprong op het nummer twee. Van Aert zegevierde 7 maal en bolde in die crossen zelfs met gemiddeld 45 seconden voorsprong over de finish.Nog opvallender is het verschil met het nummer 3 in de 10 klassementscrossen waarin de Belg en de Nederlander als eerste en tweede eindigden: liefst 54,20 seconden, een eeuwigheid in veldritland.Ter vergelijking: in 2008/09, toen Sven Nys, Niels Albert, Zdenek Stybar en Lars Boom elkaar bekampten, kwam de winnaar in de klassementswedstrijden (plus het WK) met een gemiddelde voorsprong van slechts 11,56 seconden over de eindstreep, op dat vlak het meest competitieve seizoen van de laatste 25 jaar.Als Van der Poel en Van Aert winnen doen ze dat bijna altijd na een lange solo. In de 22 crossen die hij op zak stak, zei de Nederlander 10 keer de tegenstand al adieu in het 1e kwartier, 7 maal in het 2e kwartier en 3 keer in het 3e kwartier. Amper 2 zeges boekte Van der Poel door een versnelling in de slotronde: op de Koppenberg (voor Toon Aerts) en in Antwerpen (voor Van Aert).Ook de wereldkampioen begon aan 6 van zijn 7 zegetochten in het eerste halfuur van de race. Alleen in Gavere reed Van Aert naar de overwinning in de slotronde, en dan nog omdat Van der Poel er mechanische pech had.