1. Een (klassements)renner moet competitieritme hebben

8 maanden en 23 dagen. Zo veel tijd zit er tussen 15 augustus 2020, de dag waarop Remco Evenepoel in Il Lombardia over de brug dook, en de Grande Partenza in Turijn, komende zaterdag. Een periode waarin de Vlaams-Brabander geen enkele koers reed. Na een noodgedwongen, nieuwe rustperiode in december/januari kon hij zelfs pas vanaf 8 februari weer beginnen te fietsen en met zijn echte voorbereiding op de Giro starten.
...

8 maanden en 23 dagen. Zo veel tijd zit er tussen 15 augustus 2020, de dag waarop Remco Evenepoel in Il Lombardia over de brug dook, en de Grande Partenza in Turijn, komende zaterdag. Een periode waarin de Vlaams-Brabander geen enkele koers reed. Na een noodgedwongen, nieuwe rustperiode in december/januari kon hij zelfs pas vanaf 8 februari weer beginnen te fietsen en met zijn echte voorbereiding op de Giro starten.Met nul competitiekilometers een grote ronde aanvatten is sowieso hoogst uitzonderlijk. Zeker voor renners die mikken op het eindpodium. De cijfers spreken voor zich: gemiddeld hadden de Girowinnaars sinds 2000 21,5 competitiedagen op de teller toen ze aan de ronde begonnen. Na gemiddeld 15,5 dagen niet te hebben gekoerst tussen hun laatste wedstrijd en het begin van de Giro. Voor de laatste tien winnaars, sinds 2011, zijn dat respectievelijk 23 competitiedagen en 18 dagen zonder een race. Bij Evenepoel? 0 en 266 dagen.Meer zelfs: sinds de Tweede Wereldoorlog won geen enkele renner de Ronde van Italië zonder dat hij de maanden ervoor (van dat desbetreffende seizoen) een rugnummer had opgespeld.In de Tour de France, die pas eind juni/juli start, logischerwijs ook niet. En in de Vuelta, die tot 1994 in april/mei plaatsvond, is na 1945 daar slechts één renner in geslaagd. In 1987, toen de 26-jarige Colombiaan Luis Herrera zijn enige grote ronde op zijn naam schreef (ons bevestigd door Matt Rendell, de Britse journalist die zich specialiseert in het Zuid-Amerikaanse wielrennen). Herrera had bij de start van de Vuelta in 1987 toen zeven maanden en zeventien dagen niet gekoerst, na zijn opgave op het WK in Colorado Springs in 1986.Extra nadeel van dat gebrek aan competitieritme voor Remco Evenepoel: hij zal de eerste dagen weer gewoon moeten worden aan het rijden in een peloton. In een Giro met vaak chaotische ritten en verraderlijke parcoursen - deze keer met zelfs een heuse Strade Bianche-etappe - geen sinecure en dus mogelijk leidend tot tijdsverlies. Al heeft hij met Iljo Keisse wel een uitstekende gids, in en naast de koers.In de eerste negen dagen eindigen bovendien er al vier etappes bergop. Niet de allerzwaarste bergritten die Evenepoel door zijn frisheid, na mogelijk al een topnotering in de openingstijdrit, allicht wel zal aankunnen.Dé vraag is echter wat hij, ondanks een groot recuperatievermogen, nog in de benen heeft in de traditioneel bijzonder zware derde Giroweek. Is een trainingsbasis van drie maandenmet de fiets, nadat hij van half december tot begin februari zijn conditie met alternatieve trainingsvormen (onder meer zwemmen) moest onderhouden, dan stevig genoeg? Daar hebben zijn ploegleiders en trainers bij Deceuninck - Quick-Step ook het raden naar, zeggen ze.Waar ze wél zicht op hebben, maar waar ze niet over communiceren: zijn wattages in de tot nu toe afgelegde trainingen op Tenerife en de Sierra Nevada. En die zijn méér dan in orde, klinkt het in de wandelgangen. Met een gerichte en specifieke trainingsopbouw kunnen (sommige) renners zich tegenwoordig heel goed klaarstomen, ook zonder competitie. Zeker een hypergedreven supertalent als Evenepoel. Voldoende echter om de Giro te winnen?Zeven. Zoveel ritten telde tot dusver de langste rittenkoers die Remco Evenepoel al heeft gereden: de Ronde van San Juan in 2019 en 2020, inclusief een rustdag na drie etappes. Op WorldTourniveau fietste de renner van Deceuninck-Quick-Step al eens zes dagen na elkaar in de Ronde van Turkije en de Ronde van Romandië in 2019, en vijf dagen op rij in de Ronde van Polen in 2020. Maar dus nog nooit een grote ronde.In het moderne wielrennen heeft geen enkele renner bij zijn debuut al zo'n rittenkoers van drie weken gewonnen. In de Giro moet je daarvoor al teruggaan naar 1950 en 1940, toen respectievelijk Hugo Koblet en Fausto Coppi op hun 25e en hun 20e hun eerste Grand Tour op hun palmares bijschreven.In de Vuelta mochten Bernard Hinault (1978) en Rudi Altig (1962) als de twee laatste debutanten in een grote ronde de leiderstrui aantrekken na drie weken koersen. In de Tour zijn dat Jacques Anquetil (1957) en Jean Robic (1947). Allemaal renners uit andere tijdperken dus.Zelfs een podiumplaats behalen is bij een debuut in een grote ronde vrij uitzonderlijk, zeker de jongste twintig jaar. Slechts drie renners konden dat realiseren: Tadej Pogacar werd derde in de Vuelta van 2019, Andy Schleck eindigde als tweede in de Giro van 2007 en José Rujano als derde in de Giro van 2005.Alle drie hadden zij de maanden ervoor echter al verschillende rittenkoersen in de benen, en waren ze gerodeerd aan de start verschenen. Niet met nul competitiekilometers dus, zoals Evenepoel.Die zal ook de kunst van het doseren in een grote ronde moeten leren ontdekken. Zelfs als hij weer over superbenen zou beschikken, kan hij niet in elke zware etappe ver voor de finish aanvallen.Zeker in de Giro, waar veel minder gecontroleerd gekoerst wordt dan in de Tour, is het tactisch overzicht bewaren bijzonder belangrijk. En dan moet hij ook nog rekening houden met João Almeida, de kopman (op papier) bij Deceuninck-Quick-Step. Hoe zal die verstandhouding verlopen? Ook in de wetenschap dat de Portugees allicht vertrekt bij de ploeg van Patrick Lefevere en Evenepoel wél heeft bijgetekend, tot 2026. Pittig detail: op de voorlopige startlijst van de Giro staat de naam van Remco Evenepoel naast het nummer 91, Almeida naast het nummer 92... Bergritten met verschillende zware cols, Evenepoel heeft ze bij de profs nog niet gereden in competitie. Zeker niet boven de 2000 meter, zoals er in de komende Giro in de slotweek vijf op het menu staan. Drie in de 16e etappe: Passo di Fedaia (2057 meter), Passo di Pordoi (2239 meter, Passo di Giau (2233 meter). Twee in de voorlaatste rit: Passo del San Bernardino (2065 meter), Splügenpass (2115 meter).De Schepdalenaar bewees in de Ronde van Algarve en in de Ronde van Burgos vorig jaar dat hij bergop wereldtoppers los uit het wiel kan rijden. Weliswaar in ritten met één zware beklimming, als eindpunt van de etappe: de Alto da Fóia, in de Ronde van Algarve (7,4 km aan 6%, 884 meter hoog) en de Picòn Blanco in de Ronde van Burgos (8,5 km aan 8,9%, 1507 meter hoog).In competitie rondde Evenepoel slechts twee keer de kaap van de 2000 meter: telkens op de 2624 meter hoge Alto Colorado, in de Ronde San Juan in 2019 en 2020. Toen finishte hij respectievelijk als 24e, op anderhalve minuut van Winner Anacona - na weliswaar veel werk te hebben opgeknapt voor Julian Alaphilippe - en als vijfde, op vijf seconden van Miguel Florez. Met die nuance dat de Alto Colorado een zogenaamde 'loper' is: 18,9 km aan 'slechts' 4,4%.Extra nadeel voor Evenepoel: met zeven aankomsten bergop, vijf 'plus-tweeduizenders' en bijna 47000 hoogtemeters is dit een Giro voor de pure klimmers. Niet omdat het menu in het hooggebergte zoveel copieuzer is in vergelijking met andere edities. Wel door het beperkte aantal tijdritkilometers: 38,9 km, verdeeld over de openingstijdrit in Turijn (8,6 km) en de slottijdrit in Milaan (30,3 km).Het is al geleden van 2012 dat een Giro minder individuele tijdritkilometers (36,9 km) telde. Maar toen stond ook een ploegentijdrit van 33,2 km op het programma. Voor nog minder kilometers tegen de klok (individueel en per ploeg) moet je zelfs al teruggaan naar de Ronde van Italië van 1962, toen geen enkele tijdrit in het rittenschema zat.De mogelijkheden om een voorsprong uit te bouwen, of een achterstand in te halen, zijn dus beperkt voor een chronospecialist als Evenepoel. Bovendien vindt de langste tijdrit pas op de slotdag plaats, wanneer ook de staat van frisheid een belangrijke factor speelt.Als de Schepdalenaar een topklassement wil rijden, zal het dus zaak zijn om in de zwaarste bergritten, onder meer die met liefst 5700 hoogtemeters over de Fedaia, Pordoi en Giau, op zijn minst stand te houden tegen de beste klimmers. Met Simon Yates, Egan Bernal, Mikel Landa en Dan Martin tekenen die alleszins present.Dat Evenepoel scherper dan ooit staat (net onder de 60 kilo), kan hem daarbij helpen. Zoals testen op training boven de 2000 meter in het verleden ook al aanwezen dat hij daar qua wattages weinig moet inboeten. Maar trainingen zijn geen competitie, zeker niet na drie weken koersen.Op een leeftijd van 21 jaar en 104 dagen staat Remco Evenepoel zaterdag aan de start van de Ronde van Italië. Als hij 22 dagen later in Milaan op de hoogste trap van het eindpodium zou staan, zou hij de op twee na jongste eindwinnaar ooit zijn. Na Fausto Coppi (20 jaar en 268 dagen in 1940) en Luigi Marchisio (21 jaar en 43 dagen in 1930).En zelfs de op drie na jongste winnaar van de drie grote rondes, na ook Henri Cornet (de Tourwinnaar van 1904, op een leeftijd van 19 jaar en 352 dagen).Niet toevallig bedraagt de gemiddelde leeftijd van de laatste tien winnaars van de Giro, Tour en Vuelta respectievelijk 28,7 jaar, 29,1 jaar en 30 jaar.In de Giro is de gemiddelde leeftijd van de drie renners op het eindpodium sinds 2011 28,40 jaar. Sinds 2000 eindigden zelfs amper twee renners van 22 jaar of jonger in de top drie: Andy Schleck (21 jaar en 358 dagen, tweede in 2007) en Damiano Cunego (22 jaar en 254 dagen, winnaar in 2004).Egan Bernal (22 jaar en 196 dagen) en Tadej Pogacar (de dag voor zijn 22e verjaardag) zorgden de laatste twee jaar voor een kentering, door op die piepjonge leeftijd de Tour te winnen. Zij waren echter vijftien maanden en ruim acht maanden ouder dan Evenepoel nu, hadden het jaar ervoor al een grote ronde afgewerkt én moesten ook niet van nul herbeginnen door een zwaar fysiek letsel. Pogacar was in 2019 wel ruim drie maanden jónger dan Evenepoel toen hij in de Vuelta derde werd, én ook drie ritzeges behaalde. Qua puur talent kan je de Belg op gelijke hoogte zetten met Sloveen. En net als Pogacar heeft Evenepoel al meerdere keren komaf gemaakt met alle gangbare wielerwetten. Zal hij dat in de komende Giro ook weer doen, richting een eindzege? De kans lijkt klein, maar met het wonderkind uit Schepdaal mag je nooit iets uitsluiten -misschien pakt hij na de openingstijdrit en de eerste bergrit naar Sestola, op dag vier, zelfs al de roze trui.Gezien zijn comeback van de voorbije maanden zou een topvijf/toptienplaats in het eindklassement, eventueel gekoppeld aan een ritzege, echter al fantastisch zijn.Zelfs als dat niet lukt, kan je daar nog geen verregaande conclusies aan verbinden. Dan moeten we Remco meer tijd geven om weer helemaal oude te worden. Zodat hij ons wel opnieuw kan verbazen tijdens de Olympische Spelen of de Vuelta.