Om de prestaties van Belgische renners te vergelijken over een heel seizoen, en over meerdere seizoenen, stellen wij al twintig jaar een eigen puntenranking op. Op basis van overwinningen/podiumplaatsen in kampioenschappen, monumenten en semiklassiekers, eindzeges en podiumplaatsen in Giro/Tour/Vuelta, eindoverwinningen in kleinere rondes en ritzeges in grote en kleinere rittenkoersen.
...

Om de prestaties van Belgische renners te vergelijken over een heel seizoen, en over meerdere seizoenen, stellen wij al twintig jaar een eigen puntenranking op. Op basis van overwinningen/podiumplaatsen in kampioenschappen, monumenten en semiklassiekers, eindzeges en podiumplaatsen in Giro/Tour/Vuelta, eindoverwinningen in kleinere rondes en ritzeges in grote en kleinere rittenkoersen.Op dezelfde leest geschoeid, maar nog uitgebreider: de rankings van de bekende wielerwebsites Procyclingstats en CQ Ranking, waar renners niet alleen punten verdienen met overwinningen en podiumplaatsen, maar ook met verdere ereplaatsen (top tien/top twintig).Elk van de drie bovengenoemde rankings heeft een eigen puntenschaal (op basis van een eigen waardeoordeel), waardoor de volgorde van de beste seizoenen sinds 2000 in die rankings verschillen.Op één (van de Belgische renners) staat bij alle drie wel, met grote voorsprong zelfs, het superjaar van Philippe Gilbert in 2011. De Waal behaalde toen zeventien overwinningen, waaronder de Strade Bianche, de vierklapper Brabantse Pijl/Amstel Gold Race/Waalse Pijl/Luik-Bastenaken-Luik, de Ronde van België, het BK op de weg én in het tijdrijden, een rit in de Tour, de Clásica San Sebastián en de GP Québec.Het voorbije seizoen van Wout van Aert, met onder meer zeges in de Strade Bianche, Milaan-Sanremo, twee Tourritten, tweede plaatsen op het WK tijdrijden/weg en de Ronde van Vlaanderen, verschilt wel van plaats in de drie rankings: in de onze heeft hij de zesde beste Belgische wegcampagne sinds 2000 neergezet, in die van Procyclingstats het zevende beste seizoen en in die van CQ Ranking het negende beste seizoen.Dat de Kempenaar in drie rankings niet in de top vijf staat, tussen de topseizoenen van Philippe Gilbert, Tom Boonen of Greg Van Avermaet, heeft natuurlijk te maken met het beperkte aantal koersen die Van Aert in dit coronajaar reed: hij had amper 35 koersdagen. Terwijl Gilbert in zijn supercampagne van 2011 75 koersdagen telde. Of Boonen in een van zijn beste jaren, 2012, 82 keer aan de start van een koers kwam.Om hun seizoenen in een beter perspectief en verhouding te zetten, qua efficiëntie per aantal koersen, hebben we daarom het totaal aantal punten per seizoen in de drie rankings gedeeld door het aantal koersdagen van de respectieve renners.En volgens die berekening staat Wout van Aert, in de dríé rankings, wel op één. Telkens, niet toevallig, voor Philippe Gilbert, met zijn superjaar 2011. En opvallend, telkens op drie: Remco Evenepoel, ook met zijn resultaten van het afgelopen seizoen. Hij telde door zijn val in Il Lombardia zelfs amper 23 koersdagen, maar won wel alle vier de rittenkoersen waaraan hij deelnam (de Rondes van San Juan, Algarve, Burgos en Polen).Conclusie: Van Aert heeft door het coronaseizoen relatief weinig koersen kunnen rijden, maar hoewel hij in de Tour vaak als helper fungeerde bij Jumbo-Visma, lag zijn rendement daarin ongelofelijk hoog. Het werd dus zelfs het beste/kortste Belgische wegseizoen sinds 2000.