Een criterium om de lastigheidsgraad te bepalen is het percentage aangekomen renners. In de jongste vijf edities van de Primavera bedroeg dat 74%. Een gemiddelde dat hoger had kunnen liggen, want in 2013 en 2014 finishten er 'slechts' 68% en 57% (door de vele sneeuw in 2013 en een hele dag regen in 2014). Vorig jaar was het goed weer en bereikten 180 van de 199 deelnemers Sanremo, of liefst 90%, 88 van hen eindigden zelfs binnen de twee minuten van winnaar Arnaud Démare.

Cijfers die een stuk hoger liggen dan die van andere voorjaarsklassiekers/monumenten (op basis van de laatste vijf edities). Verrassend is dat het laagste percentage van gefinishte renners niet op naam staat van Parijs-Roubaix (61%), maar op dat van de Ronde van Vlaanderen (sinds de nieuwe aankomst in Oudenaarde), met gemiddeld 57%. Op drie volgt de Amstel Gold Race met 63% finishers, en op vier (ondanks de meeste hoogtemeters) Luik-Bastenaken-Luik met 66%. Veel lager is het percentage in de Ronde van Lombardije (36%), maar dat ligt, nog meer dan aan het vele klimwerk, vooral aan oktoberitis: renners die naar het einde van het seizoen snakken.

Dat in Vlaanderens Mooiste en de Hel zoveel renners opgeven, heeft natuurlijk deels te maken met de grotere kans op materiaalpech (zeker in Roubaix), maar komt ook door het koersverloop, met een peloton dat rapper in stukken valt. In Sanremo, de Amstel en in Luik was het de jongste jaren meer dan ooit wachten op de ultieme beslissing. In La Doyenne zelfs nog ná Saint-Nicolas, in Sanremo nog zelden op de Poggio maar in de massasprint, en in de Amstel op de laatste Caubergbeklimming (althans sinds 2003, want de organisatie heeft de finale nu hertekend, met de Cauberg 19 km voor de streep, om de koers meer open te breken).

De afwachtingsprocedure blijkt uit het aantal renners binnen de 30 en 60 seconden in de uitslag (van de laatste vijf edities): gemiddeld 17 en 24 in Luik, 28 en 44 in de Gold Race en 39 en 46 in Sanremo. De grootste groep arriveert dus aan de Bloemenrivièra, wat de stelling bevestigt van de Primavera als de moeilijkste koers om te winnen, wegens veel meer toppers die kans maken op een zege.

Een totaal ander beeld in de Ronde van Vlaanderen: gemiddeld 3,4 renners binnen de halve en 17,6 binnen de minuut. Dat laatste cijfer wordt bovendien opgekrikt door de editie van 2012, de eerste op het nieuwe lussenparcours, toen er uit schrik voor het onbekende heel afwachtend gekoerst werd en er 48 coureurs binnen de 60 seconden arriveerden.

Ongeveer vergelijkbare cijfers in Parijs-Roubaix: gemiddeld 5,6 renners binnen de halve minuut, 14,2 binnen de minuut. Alleen het aantal binnen de twee minuten verschilt sterk: 29,80 in de Ronde, 17,8 in Roubaix. In de Hel is het kransje kasseispecialisten immers nog kleiner dan in Vlaanderen, waardoor de rest van het peloton op grotere achterstand binnenkomt dan de eersten.

Conclusie: het Milaan-Sanremocliché klopt, de Ronde en Parijs-Roubaix bekampen elkaar in de strijd om de lastigste klassieker.

Een criterium om de lastigheidsgraad te bepalen is het percentage aangekomen renners. In de jongste vijf edities van de Primavera bedroeg dat 74%. Een gemiddelde dat hoger had kunnen liggen, want in 2013 en 2014 finishten er 'slechts' 68% en 57% (door de vele sneeuw in 2013 en een hele dag regen in 2014). Vorig jaar was het goed weer en bereikten 180 van de 199 deelnemers Sanremo, of liefst 90%, 88 van hen eindigden zelfs binnen de twee minuten van winnaar Arnaud Démare.Cijfers die een stuk hoger liggen dan die van andere voorjaarsklassiekers/monumenten (op basis van de laatste vijf edities). Verrassend is dat het laagste percentage van gefinishte renners niet op naam staat van Parijs-Roubaix (61%), maar op dat van de Ronde van Vlaanderen (sinds de nieuwe aankomst in Oudenaarde), met gemiddeld 57%. Op drie volgt de Amstel Gold Race met 63% finishers, en op vier (ondanks de meeste hoogtemeters) Luik-Bastenaken-Luik met 66%. Veel lager is het percentage in de Ronde van Lombardije (36%), maar dat ligt, nog meer dan aan het vele klimwerk, vooral aan oktoberitis: renners die naar het einde van het seizoen snakken.Dat in Vlaanderens Mooiste en de Hel zoveel renners opgeven, heeft natuurlijk deels te maken met de grotere kans op materiaalpech (zeker in Roubaix), maar komt ook door het koersverloop, met een peloton dat rapper in stukken valt. In Sanremo, de Amstel en in Luik was het de jongste jaren meer dan ooit wachten op de ultieme beslissing. In La Doyenne zelfs nog ná Saint-Nicolas, in Sanremo nog zelden op de Poggio maar in de massasprint, en in de Amstel op de laatste Caubergbeklimming (althans sinds 2003, want de organisatie heeft de finale nu hertekend, met de Cauberg 19 km voor de streep, om de koers meer open te breken).De afwachtingsprocedure blijkt uit het aantal renners binnen de 30 en 60 seconden in de uitslag (van de laatste vijf edities): gemiddeld 17 en 24 in Luik, 28 en 44 in de Gold Race en 39 en 46 in Sanremo. De grootste groep arriveert dus aan de Bloemenrivièra, wat de stelling bevestigt van de Primavera als de moeilijkste koers om te winnen, wegens veel meer toppers die kans maken op een zege.Een totaal ander beeld in de Ronde van Vlaanderen: gemiddeld 3,4 renners binnen de halve en 17,6 binnen de minuut. Dat laatste cijfer wordt bovendien opgekrikt door de editie van 2012, de eerste op het nieuwe lussenparcours, toen er uit schrik voor het onbekende heel afwachtend gekoerst werd en er 48 coureurs binnen de 60 seconden arriveerden.Ongeveer vergelijkbare cijfers in Parijs-Roubaix: gemiddeld 5,6 renners binnen de halve minuut, 14,2 binnen de minuut. Alleen het aantal binnen de twee minuten verschilt sterk: 29,80 in de Ronde, 17,8 in Roubaix. In de Hel is het kransje kasseispecialisten immers nog kleiner dan in Vlaanderen, waardoor de rest van het peloton op grotere achterstand binnenkomt dan de eersten.Conclusie: het Milaan-Sanremocliché klopt, de Ronde en Parijs-Roubaix bekampen elkaar in de strijd om de lastigste klassieker.