Brave vader, strenge moeder

Toen Patrick Lefevere 65 jaar werd, vertelde hij in Het Nieuwsblad over het kolenkot. Een donkere kamer zonder ruiten waar hij als kind opgesloten werd als hij iets mispeuterd had. En zelfs 'meer tijd doorbracht dan in de living'. Vaak gestraft door zijn moeder die zelf, in een gezin van elf kinderen, met harde hand was opgevoed. Vader Lefevere was daarentegen toegeeflijker en minder streng, van hem mocht zoonlief direct weer uit het kolenkot.
...

Toen Patrick Lefevere 65 jaar werd, vertelde hij in Het Nieuwsblad over het kolenkot. Een donkere kamer zonder ruiten waar hij als kind opgesloten werd als hij iets mispeuterd had. En zelfs 'meer tijd doorbracht dan in de living'. Vaak gestraft door zijn moeder die zelf, in een gezin van elf kinderen, met harde hand was opgevoed. Vader Lefevere was daarentegen toegeeflijker en minder streng, van hem mocht zoonlief direct weer uit het kolenkot. Op een soortgelijke manier heeft Patrick Lefevere altijd zijn wielerteams geleid: streng, maar rechtvaardig. De West-Vlaming houdt zelfs van een familiale sfeer, al zal hij nooit té veel druk van de ketel halen. Af en toe warmt hij die zelfs extra op, zeker na een slechte koers. Weliswaar zonder met deuren te slaan of te roepen, ook niet bij zijn zogenaamde 'donderpreek' na de jongste Omloop Het Nieuwsblad. Zijn ergernis blijkt al voldoende uit zijn stuurse gelaatsuitdrukking. En uit de harde conclusies die hij zonder omwegen maakt, iedereen wijzend op zijn fouten. Zélfs na een zege waarbij het plan niet gevolgd werd of veel renners te vroeg moesten afhaken. 'Patrick is alleen écht tevreden als we samen winnen én we alles goed hebben uitgevoerd', klinkt het binnen de ploeg. Dat de buitenwereld hem daarom afschildert als - zoals Lefevere het zelf omschrijft - ' ne viezen', daar heeft hij geen moeite mee. 'Makkelijke mensen brengen het in mijn functie, als manager, nooit ver. Ik móét moeilijk zijn.' Zeker als zaken door 'amateurs' en 'muggenzifters' blijven aanslepen. En vooral als iemand een lid van zijn roedel aanvalt, of zijn woord breekt en een handdruk vergeet. Want dan verandert hij in een wolf, die wél bijt en grolt. Recentste voorbeeld: het transferdossier rond zijn Ierse topsprinter Sam Bennett, die vorig jaar door Lefevere in diens column in Het Nieuwsblad meermaals door de mangel werd gehaald. Soms met harde woorden, waarbij hij zélf over de schreef ging. Zoals hij tot voor dit jaar ook op Twitter dikwijls zijn ongezouten mening verkondigde. Het kwam hem (soms terecht) op kritiek te staan, in die mate dat Lefevere sinds februari Twitter vaarwel gezegd heeft. Beu om 'als een crimineel aangevallen te worden', naar eigen zeggen omdat zijn tweets niet altijd juist geïnterpreteerd werden. Ondanks de kritiek bleef hij ook in de zaak-Bennett principieel op zijn strepen staan. Al excuseerde hij zich wel omdat hij de Ier had vergeleken met een slachtoffer van huiselijk geweld, gezien diens terugkeer naar BORA-hansgrohe. 'Niet gepast, maar mijn mening over hem blijft dezelfde.' Dat 'vieze' imago strookt opvallend genoeg niet met Lefeveres meer aaibare, zachtaardige karakter, als mens. 'Als ze mij leren kennen, krijgen ze vaak een ander beeld van mij', vindt hij. Dat blijkt ook uit de warme reacties van renners die Quick-Step verlieten, omdat ze elders meer geld kregen. Enric Mas, Elia Viviani, Julien Vermote, Niki Terpstra: allen uitten ze op sociale media hun grote dankbaarheid voor de menselijke aanpak van Lefevere. Zo dwingt hij respect af. Als veeleisende, maar gemoedelijke vaderfiguur. Typerend daarvoor ook: hoe wereldkampioen Julian Alaphilippe na een grote zege telkens aan zijn baas vraagt: 'Ben je trots op mij?' En hoe hij Lefevere zelfs huilend in de armen viel toen hij begin augustus 2019 zijn contract bij Quick-Step verlengde, ondanks lucratievere aanbiedingen. Die had Fabio Jakobsen, na zijn zware val in de Ronde van Polen in 2020 en zijn comeback vorig jaar, nog niet gekregen. Maar voor hij één koers gewonnen had, toen het niet zeker was of hij ooit weer de oude zou worden, mocht de Nederlandse sprinter zijn aflopend contract bij Quick-Step verlengen, tot 2023, zonder 'korting'. 'Patrick zei: 'Fabio, maak je geen zorgen. We geloven in je en je krijgt van ons de tijd.' Daarvoor ben ik hem heel dankbaar. Die meneer zit echt in mijn hart', vertelde Jakobsen onlangs. 'Ik werk niet met nummers. Wel met ménsen', aldus Lefevere. Zelfs in het aantrekken van renners, waarin hij doorgaans zeer rationeel handelt, halen emoties soms de bovenhand. De enige reden waarom hij wijlen Frank Vandenbroucke lang bleef steunen. Of waarom hij Mark Cavendish eind 2020 weer in de armen sloot, terwijl niemand nog in de Brit geloofde. Niet toevallig twee gevoelige, temperamentvolle kerels in wie Lefevere de rebel in zichzelf herkende. Het was een aangrijpende gebeurtenis in Lefeveres tienerjaren: het faillissement van vaders autohandel. Waarop een gerechtsdeurwaarder en een curator alles in beslag namen, inclusief de 30.000 Belgische frank (750 euro) die hij als zestienjarige had gespaard. Vader moest zelfs een tijd in de gevangenis, in Ieper. Daar reed Patrick, als jonge coureur, vanuit Rumbeke met de fiets naartoe, om achter een glas met hem te praten. Een traumatische ervaring die de tiener een wijze les leerde: hij zou altijd goed voor zichzelf zorgen en op zijn geld passen. Beter dan zijn soms te brave en goedgelovige vader. Geen toeval dus dat Lefevere als jonge renner gefocust was op geld en weinig koersen kocht. Zijn prijzengeld zette hij meteen op de bank, dromend van een villa die Eddy Merckx toen in Tervuren had. Als vroeg gestopte profcoureur kon hij dat geld echter nooit bijeensprokkelen, als ploegmanager later wel. Ook al heeft de Rumbekenaar, ondanks zijn voorliefde voor chique kostuums en wagens, naar eigen zeggen het geld nooit buiten gegooid. Altijd verstandig belegd, met een reserve achter de hand, anticiperend op mindere tijden. Zo zou hij, vertelde hij op zijn 65e verjaardag in het interview met Het Nieuwsblad, voor de rest van zijn leven elke dag spaghetti mét een toefje kaviaar erop kunnen eten. En met zelfs een hele lepel als hij zijn twintig procent aandelen in Decolef, de bvba achter het Quick-Stepteam, zou verkopen. Een kans die hij al heeft gehad, maar aan zich voorbij liet gaan. Daarvoor is zijn 'familie', zoals hij zijn team vaak noemt, hem te lief. Ook omdat geld nooit zijn drijfveer is geweest. In 'de privé', of met een eigen bedrijf, had Lefevere nochtans meer kunnen verdienen. Op die voorstellen ging hij nooit in, want zijn koerspassie is heilig voor hem. Dat doet hij nog steeds het liefst. Ook daar, als teammanager, hanteert hij weliswaar hetzelfde principe: strikt zijn budget in het oog houdend. Door bijvoorbeeld toprenners te laten gaan als hun looneisen te exuberant worden. Van Marcel Kittel over Niki Terpstra tot Philippe Gilbert - de voorbeelden zijn legio. Op dezelfde manier beheerde hij al in de jaren tachtig als boekhouder de financiën bij Marc Zeepcentrale, een job die hij combineerde met het ploegleiderschap (zie volgende hoofdstuk). Toen al had Lefevere vooruitstrevende ideeën: ponskaarten afschaffen en met een computer werken, of een commissiesysteem op basis van betaalde facturen in plaats van (mogelijk fictieve) verkoopbons. Een revolutie, en niet naar ieders zin. Maar de rekeningen klopten, de lessen van zijn failliet gegane vader indachtig. Op 9 juni 1979 reed Patrick Lefevere zijn laatste profkoers, op zijn pas 24e. Drie dagen later, in Brussel-Ingooigem, zat hij als assistent-ploegleider bij Marc Zeepcentrale al in de volgwagen. De eerste maanden moest de gediplomeerd boekhouder al meteen de ploegkassa bijhouden, en het volgend seizoen werd Lefevere zelfs de enige sportdirecteur. Een spoedcursus, want hij moest alles zelf regelen: van de teamvoorstelling tot contracten met een kledingfabrikant. Toch vond hij meteen: dit is iets voor mij. Zijn organisatorisch vernuft koppelde Lefevere immers aan zijn groot tactisch doorzicht in de koers en aan de mensenkennis die hij van zijn vader geërfd had. Een eigenschap die hij later aanscherpte als boekhouder, toen hij de verkopers van Marc Zeepcentrale moest aansturen. En hen motiveerde op dezelfde wijze waarop hij al meteen zijn renners, als piepjonge sportdirecteur, psychologisch prikkelde. In die eerste jaren ondervond Lefevere ook het cruciale belang van een goede omkadering, volgens hem het kloppende hart van een wielerploeg. Iets wat later, toen hij meer middelen had, dan ook zijn prioriteit nummer één werd bij het bouwen van zijn teams. En dus wil Lefevere op die posities alleen loyale mensen die in zijn filosofie passen. Als een (goede) mecanicien of soigneur naar een ander team verhuist, ziet hij dat zelfs als een persoonlijke nederlaag. Veel van zijn stafleden zijn dan ook al lang in dienst. Fysiotherapeut Frederick Pollentier, verzorgers Marc Patry, Rudy Pollet en Kurt Van Roosbroeck, buschauffeur Dirk Clarysse, mecaniciens Kurt Roose, Nico Coosemans en Dirk Tyteca, dokters Toon Cruyt en Yvan Vanmol, financieel directeur Geert Coeman: allen werken ze al van 2012 of vroeger voor Quick-Step - Vanmol zelfs al van bij Mapei in de jaren negentig. Ex-renners van Lefevere stroomden dan weer door naar een ploegleidersrol, zoals Wilfried Peeters, Davide Bramati en Tom Steels. Ook andere voormalige profs als Rik Van Slycke en Brian Holm zijn trouwe teamsoldaten bij Quick-Step. Allen zijn ze doordesemend van die teamspirit die Lefevere in de jaren negentig al bij GB-MG/Mapei predikte, toen hij de Italianen (met Mario Cipollini, Andrea Tafi, Davide Ballerini, Gianluca Bortolami) en de Vlamingen (met Johan Museeuw als kopman) op één lijn kreeg. Hij vertelt nog vaak hoe hij begin 1993 Museeuw, pas overgestapt van Lotto, in de Ronde van de Middellandse Zee de sprint voor Cipollini liet aantrekken. Resultaat: twee klinkende overwinningen, waarna de Italiaan in Parijs-Nice de sprint inleidde voor Museeuw, die ook een etappezege pakte. 29 jaar later is die 'Samen Winnen'-spirit gebeiteld in een nieuwe naam, The Wolfpack, maar de filosofie blijft dezelfde: het collectief voorop. Zijn mooiste, emotioneelste zege in al die jaren, boven alle triomfen in klassiekers en WK's? 'De eerste wereldtitel ploegentijdrijden in Valkenburg 2012', aldus Lefevere. Want, 'Vincere Insieme' in het kwadraat. Toen Patrick Lefevere nog renner was, trainde en koerste hij steevast met Johny De Blaere, een Waalse jongen die hij al kende van in de kleuterklas en over wie hij zich ontfermd had. Ze werden boezemvrienden, met de fiets als gemeenschappelijke passie. Tot die donderslag bij heldere hemel, een telefoon van vader De Blaere: Johny was dood, op zijn pas 21e, een hartaderbreuk. Een enorme klap die de West-Vlaming lang met zich meedroeg. Het leidde zelfs, voor een deel, het vroegtijdige einde van zijn profcarrière in. Lefevere was immers bang om zelf nog voluit te gaan, zeker toen hij op training begon te hyperventileren. Hoewel hij ervoor een kolerieke renner was die zich vaak opwond, maakte hij zo een abrupte switch: nooit zou hij zich nog écht kwaad en nerveus maken. En nooit meer zou hij van iets wakker liggen. Welk slecht nieuws er ook op zijn dak viel, ook niet toen Het Laatste Nieuws hem in 2007 van dopingpraktijken beschuldigde. Zijn kalmte in zulke crisissen beschouwt Lefevere dan ook als een van zijn grootste kwaliteiten. Panikeren? Nooit. Zelfs als de situatie uitzichtloos lijkt, blijft hij een optimist. Nog meer sinds hij op 21 september 2000, op de twintigste verjaardag van de dood van zijn vader (die stierf aan leverkanker) én op de geboortedag van zijn zoon Dieter, het resultaat van een medisch onderzoek kreeg: een darmtumor. Voor de operatie, die zeven uur duurde, was Lefevere doodsbang dat hij niet meer wakker zou worden. Maar hij had véél geluk: geen uitzaaiingen, de chirurg kon de tumor mooi wegsnijden. Na een maand in het ziekenhuis maakte hij de balans van zijn leven op en besefte hij dat hij nog meer zou genieten. Zijn levensmotto, 'Vandaag is de eerste dag van de rest van mijn leven', keerde daarna dikwijls terug in interviews. Of zoals hij al in het college van Roeselare had geleerd: 'Doe wel en zie niet om.' Daarom wil de Rumbekenaar op zijn grafsteen twee opschriften: ' I did it my way' en ' Je ne regrette rien', over hoe hij alles op zijn manier zal hebben gedaan en van niets spijt zal hebben gehad. Lefevere kijkt, ook als ploegmanager, immers het liefst vooruit. Naar de volgende zege. 'Want dat is de mooiste.' De reden ook waarom hij zijn pensioen altijd voor zich uit heeft geschoven. Zelfs op zijn 67e, nu hij verzekerd is van een nieuw sponsorproject tot 2028 met Quick-Step en Soudal, en met een grote ronde/Tourzege voor Remco Evenepoel als nieuwe uitdaging. Dat hij tot ver na zijn zeventigste 'patron', zoals hij binnen zijn ploeg wordt genoemd, zal blijven? Geen probleem. Lefevere mag dan wel diabeet zijn en leven als een bourgondiër - al van jongs af is hij gefascineerd door gastronomie - mentaal voelt hij zich een stuk jonger. Bovendien geeft hij meer zaken uit handen dan toen hij nog een fulltime workaholic was. En last hij al eens vaker een rustdag in: in zijn pyjama en kamerjas, met een wijntje bij de hand, de krant lezen, genietend van de stilte op de Zilverberg in Rumbeke. Of even ontspannen: de ochtend na een klassieker de héle finale opnieuw bekijken. Om elk foutje te bespeuren - het bloed kruipt immers waar het niet gaan kan. Daarom heeft Lefevere zich al vaak afgevraagd: wat ná de koers? Hij droomt ondanks zijn vliegangst van een wereldreis met eindbestemming Tahiti - als kind raakte hij begeesterd door de film Mutiny on the Bounty met Marlon Brando - maar zal hij nog dezelfde drive vinden zodra hij weer thuis en met pensioen is? Zoals renners toeleven naar een koers, zo piekt Lefevere immers naar eigen zeggen ook als teambaas naar het voorjaar, de Tour, het WK. Periodes waarin hij steevast extra scherp staat. Want, zegt hij: 'In mijn hoofd ben ik nog altijd een coureur.'