'Hij is getranscendeerd naar de onvoorspelbare tijdzone van de goden.' (columnist Hugo Camps) 'Hij heeft meer talent dan Armstrong, Boonen en Cancellara. ' (ploegmaat Stijn Devolder) 'Zoals we over Merckxiaans spreken, zo gaan we ooit over Van der Poeliaans praten.' (Marc Lamberts, coach van Wout van Aert)
...

'Hij is getranscendeerd naar de onvoorspelbare tijdzone van de goden.' (columnist Hugo Camps) 'Hij heeft meer talent dan Armstrong, Boonen en Cancellara. ' (ploegmaat Stijn Devolder) 'Zoals we over Merckxiaans spreken, zo gaan we ooit over Van der Poeliaans praten.' (Marc Lamberts, coach van Wout van Aert) Het zijn maar enkele van de superlatieven die de voorbije maanden en jaren over Mathieu van der Poel opgediept werden. Over een wonderkind begiftigd met de unieke genen van vader Adrie en moeder Corinne Poulidor, dochter van Raymond. Dat bleek al heel vroeg: Matje kan al na tien maanden stappen, fietst op zijn derde zonder steunwieltjes en op zijn vijfde - officieel een jaar te vroeg - neemt hij al deel aan wedstrijdjes van de West-Brabantse veldritcompetitie. Zijn droom, dán al: cyclocrosser worden, als fan van Sven Nys. Mathieu beoefent weliswaar nog andere sporten als judo, tennis én voetbal (aanvallende middenvelder bij KSK Kalmthout), maar die laat hij links liggen wanneer hij vanaf de aspiranten op het veld focust. Stoeien in de modder, als technische superbegaafde renner: niets wat hij liever doet. Van een wegcarrière droomt de kleinzoon van Raymond Poulidor niet. Toch beklimt hij op zijn négende al de Ventoux en Alpe d'Huez, met pa Adrie naast zich. Kilometers lang afzien en wenen, maar toch doorbijtend, tot de top. Als eerste wielerploeg kiest de Nederlander vijf jaar later voor Isorex, een opleidingsploeg uit Gavere waar eerder huidige profs als Thomas De Gendt, Bert De Backer en Pieter Serry de knepen van het wielervak hebben geleerd. Vader Adrie vindt het een geschikte keuze voor zijn zonen, ook voor Mathieus oudere broer David: een mooi programma en weinig druk. De mantra van Adrie is immers: het moet speels blijven. Daarom rijden zijn zonen ook niet met het duurste materiaal, maar met tweedehandsfietsen. Zelfs daarmee dartelt Mathieu al direct in het veld: als eerstejaarsnieuweling, in de winter van 2009/10, meteen goed voor 22 overwinningen. In zijn daaropvolgende wegcampagne blijft de zegeteller echter op nul steken. Omdat Van der Poel alleen op woensdagnamiddag traint en vaak zijn trainingsmakker Toon Wouters laat winnen. Zoals in de interclub van Aalst-bij-Sint-Truiden, waar hij al na halfweg demarreert en alleen Wouters hem nog kan bijhalen. Hand in hand komen ze over de aankomst: Wouters als eerste, Van der Poel als tweede. Ook in andere koersen strandt VDP telkens op een dichte ereplaats. Vaak het 'slachtoffer' van zijn onblusbare, maar soms te grote drang om aan te vallen, van bij de start. Al levert hem dat onderweg wel veel premies of punten voor het bergklassement op. In de kortere veldritten kan de tweedejaarsnieuweling in de winter van 2010/11 zijn tonnen energie wel omzetten in overwinningen, mede door zijn superieure techniek: 29 stuks op ... 29 crossen. Ook in de lente en zomer van 2011 dragen zijn aanvallen op de weg, in tegenstelling tot het jaar ervoor, tot de eindstreep. Op 27 maart 2011 wint Van der Poel zijn eerste wegkoers, de Ronde van Huijbergen. Een maand later, daags nadat Philippe Gilbert Luik-Bastenaken-Luik heeft gedomineerd, schiet hij ook in België voor het eerst in de roos, in Temse. Na zeges in onder meer de Nederlandse Omloop van Margraten, het nationaal kampioenschap tijdrijden en in de GP Brouwerij Houtsaeger in Koksijde oogst de zaaier van aanvalslust begin juli opnieuw, in de Ardense klimkoers van Harzé. Zijn voorsprong deze keer: ruim twee minuten op Nathan Van Hooydonck (vandaag CCC-ploegmaat van Greg Van Avermaet). Eenzelfde straffe stoot half augustus in de afwachtingsrace van de Druivenkoers. Net voor halfweg laat hij Van Hooydonck, zijn enige medevluchter, al ter plaatse. Zijn voorsprong: weer twee minuten. De daaropvolgende winter duikt Van der Poel het veld in met een nieuw shirt: dat van IKO-Enertherm, een ploeg die de broers Christoph en Philip Roodhooft voor hem hebben opgericht. Christoph kende vader Adrie immers van in het café van Roland Liboton, waar hij als junior trainingsadvies kreeg van Adrie, toen een crosser op zijn retour. Jaren later, tijdens de veldrit van Gieten in 2009, vraagt Adrie aan Christoph, op dat moment manager van Niels Albert, of hij fietsen kan leveren voor zijn zoon David. Twee weken later voegt hij eraan toe: 'Ik heb nog een zoon die nóg beter is. Mag hij ook een fiets?' Zo komt Mathieu na zijn Isorexperiode terecht onder de Roodhooftparaplu, waar hij het ook in zijn eerste juniorenseizoen (2011/12) overwinningen laat regenen: 26 stuks op 30 crossen. Onder meer zijn eerste regenboogtrui, in Koksijde, voor ... Wout van Aert. Ook op de weg vallen de zeges uit de lucht: in Nederlandse klassiekers, in de Belgische klimkoersen van Harzé en Herbeumont en in de Franse Tour des Vallées. In andere internationale rondes moet Van der Poel zich echter vooral met ereplaatsen tevreden stellen. En op zijn eerste WK op de weg, in Valkenburg, wordt hij in de sprint op de Cauberg negende - Matej Mohoric en Caleb Ewan behalen er goud en zilver. Nadat hij in het veld, in 2012/13, weer iedereen heeft overklast (30 zeges op 30 races), zet Van der Poel ook op de weg een trapje hoger, met onder meer zijn eerste nationale wegtitel, ritoverwinningen in de Vredeskoers en de GP Patton, en eindzeges in de Trophée Centre Morbihan, Tour du Valromey en de GP Rüebliland, inclusief vele etappezeges. Toch noemt hij zijn mooiste triomf van die zomer nog altijd de klimkoers in Harzé, waar hij voor de derde opeenvolgende keer triomfeert. Deze keer na een solo van 75 kilometer en met 4'30 voorsprong op onder meer Laurens De Plus (nu prof bij Jumbo-Visma). Zelfs als hij ruim voorop ligt, dwingt VDP zichzelf om op een klim te blijven rechtstaan op de pedalen, tot het melkzuur uit zijn oren spuit. 'De rest bergop pijn zien lijden terwijl je zelf lijkt te vliegen. Daar doe je het voor', vertelt hij later dat jaar in HUMO. Die zomer proeft Mathieu ook voor het eerst in een wegkoers (én voor het laatst, tot dit jaar) van de Vlaamse Ardennen, tijdens de juniorenklassieker Omloop Mandel-Leie-Schelde. De Nederlander vliegt meteen de Kluisberg en Oude Kwaremont op. Op de top van de Paterberg, 90 kilometer voor de finish, heeft hij bijna een minuut voorsprong. Van der Poel wordt weer ingerekend en eindigt door het tactische spel in de vlakke finale pas als 32e, maar hij heeft zich wel geamuseerd. Toch kan de speelvogel de weken erna zijn vleugels niet helemaal spreiden: een beenblessure knipt in zijn zelfvertrouwen in aanloop naar het WK in Firenze, eind september 2013. Zeker als hij in de tijdrit slechts 50e wordt, ruim twee minuten trager dan de betreurde Igor Decraene. De daaropvolgende wegrace winnen? Onmogelijk, denkt hij. Vader Adrie pompt Matje echter moed in - 'Je kunt ook op anderhalf been winnen!' - en geeft hem raad mee: 'Voor één keer lang wachten, alles zetten op die ene aanval op de laatste beklimming van de Fiesole.' Dat plan voert zoonlief perfect uit. Drie seconden voor het aanstormende peloton bolt hij solo over de finish. Met de Nederlandse vlag boven het hoofd, zijn vreugde uitschreeuwend. 'De ontlading is altijd groot bij een wegrace, maar nu was ik écht euforisch. Het gevoel in die laatste rechte lijn zal mij altijd bijblijven', vertelt Van der Poel, de eerste junior die wereldtitels in het veld én op de weg verovert. Jeugdbondscoach Piet Kuijs blinkt achteraf zijn goudklomp nog wat op: 'Mathieu, de nieuwe Peter Sagan? Hij klimt alleszins beter. En hij kan ook tijdrijden én sprinten... Een supertalent, al is de weg naar de top lang. Eerst nog wat rijpen in het veld.' Dat is Van der Poel ook van plan, vertelt hij wat later in HUMO. 'Zoveel van huis weg zijn, als wegrenner, ik zou er moeite mee hebben. Al ben ik na Firenze wel beginnen na te denken. Natuurlijk wil ik graag eens de Tour rijden. En de klassiekers moeten mij zeker liggen, als je ziet hoe Zdenek Stybar het daarin doet. Toch rijd ik nu honderd keer liever in veld. Zelfs in een wegkoers van 120 kilometer verveel ik me. Het wringt ook met mijn koersmentaliteit: ik val graag aan van bij de start.' Van der Poel twijfelt dan ook niet om op 1 januari 2014, 19 dagen voor zijn 19e verjaardag, prof te worden bij BKCP-Powerplus, het continentale (veldrit)team van de broers Roodhooft. In mei dat jaar debuteert VDP ook bij de grote jongens op de weg, in de Ronde van België. In de koninginnenrit, nadat het peloton na twee passages op de Muur van Hoei al gedecimeerd is, laat hij zich afzakken tot bij ploegleider Christof Roodhooft. Die vraagt hoe hij zich voelt. Waarop Mathieu doodleuk antwoordt: 'Dat zal ik weten als ze straks écht koersen, zeker?' Dat blijkt wanneer hij op de voorlaatste Ardennenklim in zijn eentje een gat dicht op een groep met onder meer leider Tony Martin, Philippe Gilbert en Greg Van Avermaet. Als die laatste vol aanzet en even later het hoofd draait, staren twee ogen hem helder aan... Van der Poel wint niet - hij eindigt in de sprint als 32e - maar achteraf heeft iedereen het over Die Ene Demarrage. Twee weken later doet de Nederlander weer monden opvallen, door in de Ronde van Limburg de ervaren Duitser Paul Martens te kloppen in een massasprint - zijn allereerste profzege op de weg, amper 19 jaar, 4 maanden en 27 dagen oud. Zijn killersinstinct en bodemloze drang om te winnen drijven ook daar al boven. Dat merkt Christoph Roodhooft een maand later ook in de Boucles de la Mayenne. Hij test Van der Poel en belooft hem de nieuwste iPhone als hij níét in de top vijf van de proloog eindigt. Mathieu wordt toch derde, na zich vol te hebben gegeven. Eervoller dan die iPhone op zak te steken, vindt Matje, die de weken erna ritten in kleinere rondes als de Tour Alsace en de Baltic Chain Tour (plus het eindklassement) wint. Op het WK voor beloften in Ponferrada eindigt hij echter 'slechts' als tiende, na een vergeefse aanval in de finale. Een ontgoocheling, maar dat is op het eerstvolgende WK in het veld, in Tábor 2015, een verre herinnering. Na zijn eerste nationale proftitel verovert hij als jongste ooit, 20 jaar en 13 dagen oud, de regenboogtrui bij de elite. Na een break vliegt de Nederlander daarna weer op de weg, in de Belgium Tour. In de koninginnenrit bepaalt hij met Greg Van Avermaet en de 21-jarige Tiesj Benoot de koers. Pas op de slotklim moet hij afhaken, maar hij wordt wel zesde in het eindklassement. Daarna volgt een relatief rustige zomer. Het grote doel immers: de Ronde van de Toekomst, de Tour voor U23-renners, eind augustus. Mathieu wil namelijk weten wat hij in de cols waard is. Na een vierde plaats in de proloog gaat hij in de tweede rit echter over de kop en belandt hij op zijn rechterknie. Ondanks een gapende wonde springt VDP toch op de fiets. Hij geraakt nog tussen de auto's in het peloton en laat 's avonds zijn knie hechten. Opgeven? No way. Hij verbijt de pijn en eindigt tot ieders verbazing de volgende dag als tweede in de sprint. Wanneer Van der Poel de ochtend erna echter geen kracht meer kan zetten - de hechtingen in de knie zijn zelfs opengescheurd - moet hij toch uit de race stappen. Terug in België wordt hij meteen geopereerd door dokter Toon Claes. Waarna de Nederlander, tot zijn afgrijzen, weken moet rusten. Pas eind november kan Van der Poel in Koksijde aan het crossseizoen 2015/16 beginnen, om al vanaf de eindejaarsperiode te domineren. Alleen op het WK in Heusden-Zolder moet hij zijn meerdere erkennen in Van Aert. Van een wegcampagne komt daarna niet veel in huis. Na een valpartij met de mountainbike ondergaat VDP in juli 2016 weer twee knieoperaties. Opnieuw moet hij revalideren, maar die periode zal hem sterker maken. Fysiek - door de gerichte krachttraining bouwt hij meer spieren op - én mentaal - hij gaat dieper dan ooit op training, in de drang om zo snel mogelijk terug te keren. Begin oktober in Gieten viert Van der Poel zijn rentree in het veld, waarna hij nog 22 crossen wint. Alleen de regenboogtrui moet hij, in Bièles, na een rist lekke banden, weer aan Van Aert laten. Zijn daaropvolgende wegcampagne, die van 2017, start VDP opnieuw in de Belgium Tour, met een geplande opgave in het achterhoofd. Het weekend ervoor heeft hij in de Wereldbekerrace in Nové Mesto de mountainbikewereld verstomd met een opzienbarende comeback: vanuit 90e positie naar plaats 8 - volgens manager Christoph Roodhooft lang zijn strafste prestatie ooit. Het weekend erna staat de WB-manche in Albstadt op het menu en dus wordt de Belgische ronde een tussendoortje. Om organisatiebureau Golazo niet voor het hoofd te stoten zal Van der Poel de donderdagrit naar Moorslede winnen, zo voorspelt hij tegen Roodhooft. En zo geschiedt: de (nog altijd maar 22-jarige) Nederlander is de snelste, voor Belgisch kampioen Philippe Gilbert en Wout van Aert. Amper drie dagen later eindigt het wonderkind in Albstadt als ... tweede. Op 26 seconden van mountainbikekoning Nino Schurter, die zijn ogen amper kan geloven. De week erna vreet Van der Poel de concurrentie in de Franse Boucles de la Mayenne op als zijn geliefkoosde pistolets met confituur. Veelzeggend is het verhaal van de slotrit: VDP start in de leiderstrui en moet dus niet aanvallen, maar wanneer er een groepje wegrijdt, flitst hij er toch naartoe. Frans kampioen Arthur Vichot, die voor FDJ-ploegmaat Marc Sarreau de koers wil controleren, gaat achter hem aan en vraagt wat de bedoeling is. Waarop Van der Poel koeltjes zegt: 'Het is koers en dus ga ik koersen.' Uiteindelijk wint hij. In een massasprint. Voor ... Sarreau. Om Golazo na zijn opgave in de Belgium Tour gunstig te stemmen start de Nederlander daarna nog in de Brugse Elfstedenronde. Weliswaar nadat hij in vier dagen 700 kilometer op en rond de Mont Ventoux heeft gefietst, naar aanleiding van de Memorial Tom Simpson (toen 50 jaar overleden). Op zaterdagavond spoort Van der Poel per trein naar België. Om op zondag in Brugge tweede te worden, in een sprint na Wout van Aert. Zijn uitleg: 'Ik miste wat frisheid...' Anderhalve maand later, half augustus, is hij Van Aert en Taco van der Hoorn wel te snel af in Dwars door het Hageland, de Vlaamse Strade Bianche. De voorbode voor alweer een dominante veldritwinter (2017/18) met liefst 31 zeges. Weliswaar opnieuw zonder wereldtitel, weer een prooi voor Van Aert, in Valkenburg. De daaropvolgende lente en zomer, van 2018, staan vooral in het teken van het mountainbiken. Na drie Wereldbekermanches moet Van der Poel echter enkele weken op de weg koersen, wegens een polsblessure opgelopen bij een val moet hij schokken vermijden. Met een ritzege en het eindklassement van de Boucles de la Mayenne, plus een tweede overwinning in de Ronde van Limburg op zak, wil de Nederlander begin juli ook per se deelnemen aan het nationaal kampioenschap in Hoogerheide, het dorp van vader Adrie. Ook al volgt de week erna al de Wereldbekermanche mountainbike in Val di Sole. Op hoogtestage in Livigno, net voor het NK, rijdt VDP dus alleen met de mountainbike, op een beklimming van de Stelvio en een korte brommertraining na. Geen ideale voorbereiding, maar hij belooft in Hoogerheide vuurwerk. Al op 50 kilometer voor de finish schiet hij zijn pijlen af, met nog drie vluchtgezellen. Vijf kilometer voor de finish worden ze echter gegrepen. Net voldoende voor Van der Poel om even uit te blazen en daarna, op de licht hellende aankomst, iedereen uit het wiel te knallen in de sprint. Waarna hij minutenlang naar adem snakt op het gitzwarte asfalt, over het bezwete gezicht gestreeld door mama Corinne. 'Goed gedaan, jongen.' Van der Poel noemt het zelf een héél speciale zege. Een ijkpunt in zijn carrière zelfs. Want hoewel olympisch mountainbikegoud in Tokio 2020 het hoofddoel blijft, beseffen hij en de broers Roodhooft dat ze niet langer mogen wachten om hem ook in de voorjaarsklassiekers te gooien, met de Nederlandse driekleur om de schouders als extra motivatie. Zeker wanneer hij in augustus ook zilver behaalt op het EK in Glasgow (in de sprint geklopt door Matteo Trentin), en in de Artic Tour of Norway twee etappes wint. Die successen doen VDP smachten naar meer hapjes op de weg. In Noorwegen heeft hij er immers van genoten om een week lang in een hechte ploeg te koersen. Bovendien, bekent hij later, bezorgt winnen op de weg hem een euforischer gevoel dan in de cross. Daar stilt de gewenning immers steeds meer de kick van de vele (makkelijke) zeges. Al belet hem dat niet om de voorbije winter 32 keer victorie te kraaien, waaronder - eindelijk - zijn tweede wereldtitel, in het Deense Bogense. Het vervolg is bekend: in de GP Denain, Gent-Wevelgem, Dwars door Vlaanderen, de Ronde van Vlaanderen, de Omloop van de Sarthe en de Brabantse Pijl laat Van der Poel zien waarom hij in het buitenland 'de Peter Sagan van de Lage Landen' wordt genoemd: even allround, even charismatisch en evenveel talent - sommigen zeggen zelfs nóg meer. Waar zijn limieten liggen, dat weet immers niemand. Tenzij pappy Raymond Poulidor. 'Ik wil het lot niet tarten, maar soms droom ik. Dat Mathieu start in de Tour. En in Parijs de gele trui aantrekt.' Utopie? Allicht. Eerst zondag de Amstel Gold Race, een van de koersen die volgens vader Adrie hem het beste liggen.