Dit portret verscheen in de WK-gids van Sport/Voetbalmagazine. Koop hem in uw boekenwinkel of hier online.
...

'De positie van Filippo Ganna is nagenoeg ongeëvenaard. Bewonderenswaardig hoe hij kracht kan zetten in die houding, zo plat liggend en met zijn hoofd zo laag. Ik ben de voorbije jaren veel verbeterd qua aerodynamica, maar ik zal altijd mijn meerdere moeten erkennen in jongens zoals hij met een pisteachtergrond.' Wanneer Wout van Aert het heeft over zijn misschien wel grootste concurrent voor het komende WK tijdrijden, schemert veel respect door. Ganna is de man die de Kempenaar een jaar geleden van het goud afhield in de regenboogstrijd tegen de klok. De 25-jarige Noord-Italiaan, die begin 2019 na zijn overstap van UAE Team Emirates naar INEOS Grenadiers in de Ronde van de Provence zijn eerste tijdritoverwinning bij de profs behaalde, ontpopte zich in 2020 tot de nieuwe tijdritnorm. Terwijl niemand van zijn concurrenten vorig seizoen in het werk tegen de klok meer dan twee zegepalmen telde, zegevierde Ganna in zes van de zeven tijdritten waar hij aan deelnam. De enige die hem wist te verslaan, was Remco Evenepoel tijdens de Ronde van San Juan, nog voor de corona-uitbraak. Ganna nam de scepter in tijdritland over van zijn Australische ploegmaat Rohan Dennis. Een machtsoverdracht bezegeld in de regenboograce op het F1-circuit van Imola, met Wout van Aert als eerste getuige dus. Dit seizoen ogen Ganna's statistieken minder perfect. Van de negen tijdritten die hij reed, won hij er 'slechts' vier. Niettemin staat hij ook daarmee nog steeds op kop in de tijdritranglijst van 2021, samen met Stefan Küng. Hij kan ook terugblikken op twee prestigieuze tijdritzeges in de Giro. In die ronde van zijn eigen land zette Top Ganna - naar de film Top Gun - een unieke reeks neer nadat hij er ook vorig jaar alle tijdritten won. Nooit eerder won iemand in de corsa rosa vijf tijdritten op rij. Dat Ganna in het werk tegen de klok de jongste maanden niet altijd even dominant was, had veel te maken met de indeling van zijn seizoen, dat helemaal in het teken stond van zijn pistedroom op de Olympische Spelen in Japan. Zware trainingsblokken op de wielerbaan of in de fitness verhinderden hem om tussendoor ook in iedere tijdrit telkens weer zijn topvermogen boven te halen. Ganna combineert de weg en de piste al van bij de jeugd, geheel volgens de nieuwe filosofie die in Italië het jongste decennium opgang maakte onder impuls van onder meer Davide Cassani, de bondscoach op de weg, en met Elia Viviani als stichtend voorbeeld. Ganna groeide uit tot hét gezicht van de Italiaanse baanploeg. Op de voorbije Spelen was hij op de Izu Velodrome de grote motor die het Italiaanse kwartet naar goud leidde in de ploegenachtervolging, met een wereldrecord erbovenop. 37 jaar nadat vader Marco Ganna met de fratelli d'Italia in Los Angeles 1984 deelnam aan het kanoën. In 2016, op zijn negentiende en dus op papier nog als belofte, sloeg de Piëmontees de baanwereld al een eerste keer met verstomming. Op de wereldkampioenschappen voor elite, in het London Velopark, bezorgde hij Italië veertig jaar na Francesco Moser voor het eerst opnieuw de regenboogtrui in de individuele achtervolging - een onderdeel dat na Peking 2008 van het olympisch programma verdween. Na afloop wilde Ganna een foto vragen aan een lokale cultheld die hij onder de toeschouwers had opgemerkt: oud-Tourwinnaar en pistelegende Bradley Wiggins. Pas na een zetje van coach Marco Villa durfde Ganna de stap te zetten. Na die ontmoeting zou Wiggins Ganna beginnen te volgen op Twitter. Het voelde voor de kersverse wereldkampioen als de wereld op zijn kop. Een olympiade later is Ganna viervoudig wereldkampioen individuele achtervolging en telt hij al één titel meer dan Guido Messina en Leandro Faggin, twee in Italië legendarische pistiers uit respectievelijk de jaren 50 en 60. Toen hij ook wereldrecordhouder werd in deze discipline, leek Ganna op weg om als eerste ooit de mythische muur van vier minuten te slopen. Die eer was echter weggelegd voor de 30-jarige vicewereldkampioen Ashton Lambie, die op 18 augustus in het Mexicaanse Aguascalientes na vier kilometer afklokte op 3'59.930. Ganna, met als persoonlijke besttijd 4'01.934, gaf al aan dat het verlies van zijn record alleen maar extra grinta heeft losgemaakt om Lambie van antwoord te dienen tijdens de komende wereldkampioenschappen op de piste, eind oktober in Roubaix. Maar eerst zijn er die andere kampioenschappen op de weg: het EK in Trente, in zijn thuisland, en uiteraard de regenboogstrijd in West-Vlaanderen. Daarin heeft Ganna op het eerste gezicht nog iets recht te zetten, nadat hij in de olympische tijdrit naast de medailles greep. Zijn eigen analyse van zijn tijdrit in Japan werpt evenwel een ander licht op de zaak: 'Natuurlijk is de vijfde plaats niet de plaats die ik wilde. Maar ik moest het in Tokio opnemen tegen mannen die rittenkoersen weten te winnen. Als je naar het parcours kijkt, had ik niet eens in de top tien moeten eindigen, terwijl ik nu op vijf seconden strand van zilver en twee seconden van brons. Ik ben nog altijd geen klimmer, al voelde ik me bergop wel sterk. Mochten de Olympische Spelen vorig jaar zijn doorgegaan, had ik wellicht zelfs niet eens meegedaan aan de tijdrit. In Parijs over drie jaar kan ik misschien een beter resultaat behalen. Daar zal het parcours mij ongetwijfeld beter liggen.' Op zijn lijf geschreven zijn in elk geval ook de vlakke wegen tussen Knokke-Heist en Brugge, waar hij met zijn grote motor en lange pneumatische hefbomen zijn pk's kwijt zal kunnen. 'Olympisch succes is speciaal en verandert een leven,' aldus de olympische kampioen ploegenachtervolging onlangs in La Gazzetta dello Sport, 'maar ik heb niet te veel gevierd na mijn thuiskomst uit Japan en mijn leven lijkt precies hetzelfde. Ik heb gewoon tijd doorgebracht met familie en vrienden. Ik ben nog steeds hongerig, want ik wil altijd meer, altijd verbeteren.'