Dat maakte zijn zoon Christophe Sercu bekend.

'Hij zou in juni 75 jaar worden. Zijn gezondheid was al enkele jaren onstabiel en was de laatste weken fel achteruitgegaan. De uitvaart zal plaatsvinden in zeer beperkte kring', zo klinkt het in een korte mededeling.

Sercu wordt beschouwd als de grootste baanrenner van de twintigste eeuw. In totaal won hij 1.206 koersen, waarvan 168 op de weg.

Olympisch en WK-goud

Daarnaast is hij een van weinige Belgische renners die olympisch goud pakten. In Tokio won hij in 1964 op de baan de kilometer met vliegende start. Daarna behaalde hij in dezelfde discipline nog twee keer goud (1967 en 1969) en twee keer zilver (1965 en 1968) tijdens de WK's voor profs. In 1963 was hij ook al wereldkampioen bij de amateurs geworden.

In de Zesdaagse van Gent is hij met elf zeges dan weer recordhouder.

Sercu won dertien etappes in de Giro en zes in de Tour, waar hij in 1974 ook de groene trui veroverde. In de voorjaarsklassiekers waren zijn beste resultaten: 8e in Parijs-Roubaix 1969, 7e in de Ronde van Vlaanderen 1970, 5e in Milaan-Sanremo 1973 en 5e in Gent-Wevelgem 1970.

Na zijn carrière bleef Sercu in het zesdaagsecircuit als directeur of (mede-organisator), uiteraard ook in het Kuipke, en/of als vurig propagandist van het baanwielrennen. Hij zorgde achter de schermen ervoor dat zesdaagsen uitgroeiden tot een totaalspektakel.