Een week geleden sloeg Chris Froome de wielerwereld met verstomming met zijn verrassingsaanval en het verschil maakte in de afdaling van de Peyresourde. Nog meer dan zijn onverwacht daaloffensief maakte de Brit de tongen los met zijn aparte daalhouding.

De wielerwereld sprak meteen van een nieuwe Sky-vondst in hun politiek van de 'marginal gains', maar putte Froome wel zoveel winst uit zijn onorthodoxe daalhouding?

De Belgische professor aan de Technische Universiteit van Eindhoven en windfysicus Bert Blocken onderzocht afgelopen week de aerodynamica van de houding en kwam met een opvallend besluit. 'Froomes houding was ongunstiger dan een normale daalhouding', concludeerde Blocken.

Uiteindelijk bleek het zelfs 0,6 procent meer luchtweerstand te genereren. 'De meest ideale houding tijdens een afdaling zou een 'tijdrithouding' zijn.'

Hoe komt het dan dat Froome na de afdaling aan de streep dertien seconden sneller was dan de andere favorieten? 'Een groot deel van zijn winst zat aan het begin van de afdaling', denkt Blocken. 'Daar sloeg hij meteen een groot gat door de onoplettendheid van anderen. Mogelijk leverde de houding ook een vermogenswinst op, maar dat kunnen we niet berekenen.' (Belga/JF)

Bert Blocken
© Bert Blocken
Een week geleden sloeg Chris Froome de wielerwereld met verstomming met zijn verrassingsaanval en het verschil maakte in de afdaling van de Peyresourde. Nog meer dan zijn onverwacht daaloffensief maakte de Brit de tongen los met zijn aparte daalhouding. De wielerwereld sprak meteen van een nieuwe Sky-vondst in hun politiek van de 'marginal gains', maar putte Froome wel zoveel winst uit zijn onorthodoxe daalhouding? De Belgische professor aan de Technische Universiteit van Eindhoven en windfysicus Bert Blocken onderzocht afgelopen week de aerodynamica van de houding en kwam met een opvallend besluit. 'Froomes houding was ongunstiger dan een normale daalhouding', concludeerde Blocken. Uiteindelijk bleek het zelfs 0,6 procent meer luchtweerstand te genereren. 'De meest ideale houding tijdens een afdaling zou een 'tijdrithouding' zijn.' Hoe komt het dan dat Froome na de afdaling aan de streep dertien seconden sneller was dan de andere favorieten? 'Een groot deel van zijn winst zat aan het begin van de afdaling', denkt Blocken. 'Daar sloeg hij meteen een groot gat door de onoplettendheid van anderen. Mogelijk leverde de houding ook een vermogenswinst op, maar dat kunnen we niet berekenen.' (Belga/JF)