Het WK in Leuven is het tiende dat op Belgische bodem wordt gereden. Luik beet in 1930 de spits af, de Italiaan Alfredo Binda, de eerste wereldkampioen bij de profs, haalde het toen in de spurt voor zijn landgenoot Learco Guerra en titelverdediger Georges Ronsse. Er kwamen toen maar 23 beroepsrenners aan de start. In 2002 vond in Zolder de voorlopig laatste editie in België plaats. Een andere Italiaan, de excentrieke Mario Cipollini, won toen in een massaspurt voor Robbie McEwen en Erik Zabel.

Een uniek document: portretten van alle 70 wereldkampioenen.

Alle ogen zullen de komende weken op het WK worden gericht. Er is op 19 september de tijdrit tussen Knokke en Brugge, er zijn wedstrijden voor vrouwen en beloften en als apotheose de wegrit op 26 september, tussen Antwerpen en Leuven. Sport/Wielermagazine blikt, als opwarmer, in een speciaal nummer vooruit op dit WK. Met daarin onder meer aandacht voor de evolutie van Wout van Aert, die zowel in de tijdrit als de wegrit bij de grote favorieten hoort. Maar er is ook een brede waaier van andere reportages. Over het merk Mathieu van der Poel bijvoorbeeld, steeds meer bedrijven willen zich aan de Nederlander linken. Er is een portret van de Italiaanse tijdrijder Filippo Ganna, een gesprek met de ouders van Jasper Stuyven, die quasi op het parcours wonen, en interviews met UCI-voorzitter David Lappartient en Louis Tobback, die destijds als burgemeester het WK naar Leuven haalde. Ook het WK voor vrouwen komt ruim aan bod, aan de hand van interviews met Marianne Vos, favoriete tegen wil en dank, en Lotte Kopecky, die vindt dat de aankomst van dit WK haar op het lijf is geschreven.

Het WK werd 100 jaar geleden, in 1921, voor het eerst gereden, toen nog voor amateurs. Vandaar ook een verhaal over de geschiedenis van deze wedstrijd, die een hobbelige start kende. Verder ook statistieken over het WK, een reportage over gaststad Brugge, dat een lange geschiedenis heeft in de wielersport, en een uitgebreid stuk over het parcours van dit WK, dat zich in de eeuwenoude Leuvense binnenstad en op de heuvels van de Druivenstreek zal ontvouwen. Zo ontstaat een zeer gevarieerd nummer, met ruime aandacht voor fotografie en, over een dubbele pagina, bijzondere fotodocumenten. Zoals het memorabele beeld na het WK van 1963 in Ronse, waarin Benoni Beheyt won nadat hij verondersteld werd de spurt aan te trekken voor Rik Van Looy. Tijdens de ceremonie spuwen de ogen van Van Looy vuur, terwijl Beheyt gegeneerd naar de grond kijkt.

In het hart van dit nummer staat er een uniek document: portretten van alle 70 renners die tot dusver het WK wonnen. Van Alfredo Binda over Fausto Coppi en Eddy Merckx tot Julian Alaphilippe, alle wereldkampioenen worden besproken binnen hun specifieke tijdsbeeld. Daaruit blijkt ook het specifieke karakter van deze wedstrijd. Voor sommigen was het de springplank naar de roem, zoals bijvoorbeeld voor de drievoudige wereldkampioen Oscar Freire, die voor zijn eerste titel pas in laatste instantie in de Spaanse ploeg kwam en wiens selectie op hoongelach werd onthaald omdat er amper iemand was die hem kende. Maar er rust ook een vloek op de regenboogtrui. Zoals bijvoorbeeld bij de Nederlander Harm Ottenbros, die het in 1969 in Zolder haalde in een millimeterspurt tegen Julien Stevens en er vervolgens niets meer van bakte. Toen Ottenbros stopte, werd zijn afscheid door de Nederlandse televisie op een passende manier in scène gezet: Ottenbros fietste over de Zeelandbrug, stopte plots en wierp zijn fiets in de Oosterschelde.

Bestel de Wielergids 2021 hier online

Het WK in Leuven is het tiende dat op Belgische bodem wordt gereden. Luik beet in 1930 de spits af, de Italiaan Alfredo Binda, de eerste wereldkampioen bij de profs, haalde het toen in de spurt voor zijn landgenoot Learco Guerra en titelverdediger Georges Ronsse. Er kwamen toen maar 23 beroepsrenners aan de start. In 2002 vond in Zolder de voorlopig laatste editie in België plaats. Een andere Italiaan, de excentrieke Mario Cipollini, won toen in een massaspurt voor Robbie McEwen en Erik Zabel. Alle ogen zullen de komende weken op het WK worden gericht. Er is op 19 september de tijdrit tussen Knokke en Brugge, er zijn wedstrijden voor vrouwen en beloften en als apotheose de wegrit op 26 september, tussen Antwerpen en Leuven. Sport/Wielermagazine blikt, als opwarmer, in een speciaal nummer vooruit op dit WK. Met daarin onder meer aandacht voor de evolutie van Wout van Aert, die zowel in de tijdrit als de wegrit bij de grote favorieten hoort. Maar er is ook een brede waaier van andere reportages. Over het merk Mathieu van der Poel bijvoorbeeld, steeds meer bedrijven willen zich aan de Nederlander linken. Er is een portret van de Italiaanse tijdrijder Filippo Ganna, een gesprek met de ouders van Jasper Stuyven, die quasi op het parcours wonen, en interviews met UCI-voorzitter David Lappartient en Louis Tobback, die destijds als burgemeester het WK naar Leuven haalde. Ook het WK voor vrouwen komt ruim aan bod, aan de hand van interviews met Marianne Vos, favoriete tegen wil en dank, en Lotte Kopecky, die vindt dat de aankomst van dit WK haar op het lijf is geschreven. Het WK werd 100 jaar geleden, in 1921, voor het eerst gereden, toen nog voor amateurs. Vandaar ook een verhaal over de geschiedenis van deze wedstrijd, die een hobbelige start kende. Verder ook statistieken over het WK, een reportage over gaststad Brugge, dat een lange geschiedenis heeft in de wielersport, en een uitgebreid stuk over het parcours van dit WK, dat zich in de eeuwenoude Leuvense binnenstad en op de heuvels van de Druivenstreek zal ontvouwen. Zo ontstaat een zeer gevarieerd nummer, met ruime aandacht voor fotografie en, over een dubbele pagina, bijzondere fotodocumenten. Zoals het memorabele beeld na het WK van 1963 in Ronse, waarin Benoni Beheyt won nadat hij verondersteld werd de spurt aan te trekken voor Rik Van Looy. Tijdens de ceremonie spuwen de ogen van Van Looy vuur, terwijl Beheyt gegeneerd naar de grond kijkt. In het hart van dit nummer staat er een uniek document: portretten van alle 70 renners die tot dusver het WK wonnen. Van Alfredo Binda over Fausto Coppi en Eddy Merckx tot Julian Alaphilippe, alle wereldkampioenen worden besproken binnen hun specifieke tijdsbeeld. Daaruit blijkt ook het specifieke karakter van deze wedstrijd. Voor sommigen was het de springplank naar de roem, zoals bijvoorbeeld voor de drievoudige wereldkampioen Oscar Freire, die voor zijn eerste titel pas in laatste instantie in de Spaanse ploeg kwam en wiens selectie op hoongelach werd onthaald omdat er amper iemand was die hem kende. Maar er rust ook een vloek op de regenboogtrui. Zoals bijvoorbeeld bij de Nederlander Harm Ottenbros, die het in 1969 in Zolder haalde in een millimeterspurt tegen Julien Stevens en er vervolgens niets meer van bakte. Toen Ottenbros stopte, werd zijn afscheid door de Nederlandse televisie op een passende manier in scène gezet: Ottenbros fietste over de Zeelandbrug, stopte plots en wierp zijn fiets in de Oosterschelde. Bestel de Wielergids 2021 hier online