2 december 2015. Als 21-jarige, dan al zeer succesvolle veldrijder blikt Wout van Aert in een interview met dit blad vooruit: 'De weg was nooit een droom en spreekt me nog altijd niet aan, toch geen heel seizoen. Zo'n rittenkoers waarin je elke dag uren op kop rijdt voor een kopman: saai! Een cross is veel leuker. En vooral: de beste wint altijd. Op de weg niet, daar hang je meer af van tactiek.'
...

2 december 2015. Als 21-jarige, dan al zeer succesvolle veldrijder blikt Wout van Aert in een interview met dit blad vooruit: 'De weg was nooit een droom en spreekt me nog altijd niet aan, toch geen heel seizoen. Zo'n rittenkoers waarin je elke dag uren op kop rijdt voor een kopman: saai! Een cross is veel leuker. En vooral: de beste wint altijd. Op de weg niet, daar hang je meer af van tactiek.' De idolen van de kleine Wout waren dan ook niet Johan Museeuw of de jonge Tom Boonen, maar streekgenoten Bart Wellens en Erwin Vervecken. In hun voetsporen treden, dáár droomde Van Aert van. Bovendien toen nog verknocht aan zijn Kempense heimat, de reden ook waarom hij nooit naar een belastingparadijs zal verhuizen. Al vertelde de Herentalsenaar voor het jongste WK veldrijden in Het Nieuwsblad: 'Ik ben veranderd. Ik heb er geen probleem meer mee om van huis te zijn en op stage te gaan. Ik vind het fijn om de wereld te ontdekken.' Hij was nochtans pas vader geworden, maar het illustreert het mentale proces dat Van Aert de voorbije jaren heeft ondergaan, parallel met zijn even grote fysieke ontbolstering: van een veldrijder die in dat crossnajaar van 2015 nog 'mini-Sagannekes' als zegegebaar uitprobeerde, tot een duizendpoot die de zeer veelzijdige Slovaak op dat vlak al heeft overtroffen. Niet alleen Sagan, het héle huidige peloton. Met als meesterwerk het drieluik dat hij in de jongste Tour schilderde: winst in een bergrit, in een tijdrit én in een massasprint - iets wat alleen Bernard Hinault en Eddy Merckx hem hadden voorgedaan. Over de mooiste van de drie moest Van Aert echter niet lang nadenken: de etappe over de mythische Mont Ventoux. Hij vond het misschien wel de mooiste zege uit zijn carrière. Omdat hij niet gedacht had dat hij die kon winnen. Zeker niet na zijn verstoorde voorbereiding door een appendixoperatie. Amper twee maanden ervoor, op 12 mei, mocht Van Aert na zes dagen zonder fiets immers pas de eerste keer op de rollen rijden: een halfuurtje, goed voor 15 kilometer... Een conditionele achterstand die hem in de eerste Tourweek nog parten speelde, maar die de Kempenaar niet had ontmoedigd, vertelde hij na zijn triomf in Malaucène: 'Als atleet gaat het vaak fout. Maar als je opgeeft, kom je nergens. Je moet blijven geloven. En dan lukt het op een dag.' Meer dan Van Aerts uitzonderlijke fysieke capaciteiten is dát de grootste kwaliteit die hij de afgelopen vijf jaar heeft ontwikkeld: de wil om zijn limieten te verleggen. En te ontdekken waar die limieten effectief liggen. Want, zo zei Van Aert in maart nog in L'Equipe: 'Die ken ik nog altijd niet. Daarom wil ik vooral nieuwe koersen ontdekken, nieuwe uitdagingen aangaan waarvan mensen zeggen dat ze voor mij onmogelijk haalbaar zijn. Het motiveert me enorm om zulke voorspellingen te kunnen weerleggen.' Mede daarom was de Jumbo-Vismarenner in september 2020 ook zo ontgoocheld met zilver op het WK in Imola, op een parcours met bijna 5000 hoogtemeters dat velen te zwaar hadden ingeschat. In het tentje aan de finishlijn liet hij, weg van de camera's, toen samen met boezemvriend en soigneur Wesley Theunis en bondscoach Sven Vanthourenhout de tranen de vrije loop. Het zilver deed pijn, nadat Van Aert in de tijdrit al naast goud had gegrepen, botsend op Filippo Ganna. Vooral omdat hij de twee maanden ervoor, met winst in de Strade Bianche, Milaan-Sanremo en twee Touretappes, de lift naar het penthouse van het wegwielrennen had genomen. Nota bene goed een jaar nadat hij in juli 2019 zijn rechterbil had opengereten aan een dranghek in de Tourtijdrit in Pau, gevolgd door een maandenlange revalidatie. Een grote eendagskoers verliezen voelde na die successen voortaan aan als een nederlaag. Daarom duurde het ook dagen én nachten voor Van Aert de nipt verloren sprint tegen Mathieu van der Poel in de Ronde van Vlaanderen 2020 uit zijn hoofd kon zetten. Daarom vroeg hij na de Ronde van 2021 zich honderd keer af waarom hij had moeten passen toen Kasper Asgreen en Van der Poel versnelden. En daarom was hij ook zo blij toen hij een week later die ontgoocheling weer wegspoelde met een zege in de Amstel Gold Race. Al stond Van Aert ook daar niet lang bij stil, want er doken nieuwe doelen op, in de zomer. Anderen zouden er mentaal vermoeid door geraken, maar hij kickt erop, omdat het hem naar eigen zeggen mentaal zelfs scherp houdt. Niet toevallig is zijn grootste carrièredoel een zo breed mogelijk palmares uitbouwen. Een kasseikoning als Tom Boonen, met meerdere zeges in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, wil de Herentalsenaar niet worden. Het liefst, vertelde hij eind 2020 aan Procycling, schrijft hij alle klassieke monumenten op zijn naam, zoals zijn illustere stadsgenoot Rik Van Looy. 'En de groene trui in de Tour, en een olympische en een wereldtitel op de weg.' Om die reden wil Van Aert de ambitie om ooit voor de gele trui te gaan nog minstens enkele jaren in de diepvriezer steken, zo verklaarde hij in de voorbije Tour. Eerst wilde hij die andere vakjes op zijn bingokaart aankruisen. Een week na de Ronde van Frankrijk begon hij daar al aan in de olympische wegrace in Tokio, hoewel velen vreesden dat zijn 77 kilo's op de supersteile Mikuni Pass te zwaar zouden doorwegen. Toch slaagde Van Aert erin om ook op die muur nieuwe limieten te ontdekken, dankzij een uitgekiende tempostrategie en superbenen. Het leverde door het tactische pokerspel (dat hij in 2015 nog hekelde) weer 'slechts' zilver op, maar wel zilver met een fonkelende gouden schijn. In tegenstelling tot na het WK in Imola bleven in Tokio de tranen dan ook achterwege. Beseffend dat zijn grootste kans op een olympische titel nog zou volgen, in de tijdrit. Nota bene een discipline die Van Aert amper zes maanden na het 'De-weg-interesseert-mij-niet'-interview in Sport/Voetbalmagazine omarmde, toen hij tot zijn verbazing specialist Tony Martin versloeg in de proloog van de Belgium Tour. Liefde op het eerste gezicht, want passend bij het detaillistische, hyperprofessionele en structurele denkpatroon dat hij de jaren erna nog meer bijschaafde. Als de grenzenverlegger bij uitstek. Tot in Tokio.