Het wordt steeds uitzonderlijker wat Wout van Aert en Mathieu van der Poel presteren, in beide wielerdisciplines. Beiden zetten in het voorbije wegseizoen hun eerste monument op hun palmares, met respectieve zeges in Milaan-Sanremo en de Ronde van Vlaanderen.
...

Het wordt steeds uitzonderlijker wat Wout van Aert en Mathieu van der Poel presteren, in beide wielerdisciplines. Beiden zetten in het voorbije wegseizoen hun eerste monument op hun palmares, met respectieve zeges in Milaan-Sanremo en de Ronde van Vlaanderen.De twee rivalen hebben nu, eind december 2020, ook al een overwinning in een klassementscross op zak: Van der Poel won in Antwerpen (X2O Trofee) en Namen (Wereldbeker), Van Aert was woensdag de snelste in zijn thuisstad Herentals (X2O Trofee), voor Van der Poel. Zoals hij op zijn beurt na de Nederlander eindigde in Namen.Dat was toen een primeur: de regerende winnaars van Milaan-Sanremo én de Ronde van Vlaanderen die eerste en tweede werden in een veldrit, iets wat ze woensdag in Herentals dus nog eens herhaalden, in omgekeerde volgorde.Het is wel al eens eerder gebeurd dat de regerende winnaar van de Primavera of Vlaanderens Mooiste in de daaropvolgende veldritcampagne een grote cross op zijn naam schreef. Al moet je daarvoor terug naar de tijd dat er nog geen regelmatigheidscriteria als de Superprestige bestonden. De tijd waarin Roger De Vlaeminck het veld met de weg combineerde, en met succes.Zo won de Meetjeslander in het voorjaar van 1977 zijn enige Ronde van Vlaanderen (fel gecontesteerd, na de diskwalificatie van Freddy Maertens), waarop hij in de herfst/winter van 1977/78 dertien zeges behaalde. Met als grootste triomfen de Druivencross in Overijse (op 20 november 1977, voor de toen twintigjarige Roland Liboton) en het BK in Beernem (op 5 januari 1978).In het voorjaar van 1979 was De Vlaeminck dan weer de beste in Milaan-Sanremo, de laatste van zijn drie Primaverazeges, waarna hij goed zeven maanden later de cross in Asper-Gavere won (op 21 oktober 1979, voor Klaus-Peter Thaler). Daarna triomfeerde de Oost-Vlaming ook nog in Diegem, op 30 december 1979, plus in nog twee kleine crossen.Daarna slaagde niemand er meer in om een monument te winnen én in de winter erop een grote (klassements)cross naar zijn hand te zetten. Tot Mathieu van der Poel en Wout van Aert in de zomer, herfst en winter van 2020.Adrie van der Poel, de vader van Mathieu, werd na zijn zege in Luik-Bastenaken-Luik in 1988 in het daaropvolgende veldritseizoen wel Nederlands kampioen en hij veroverde ook zilver op het WK in Hägendorf (na Pascal Richard, die na zijn veldritcarrière in 1996 nog La Doyenne zou winnen).