Eigenlijk had Wout van Aert vóór het seizoen zijn zinnen gezet op een koers als Dwars door Vlaanderen van woensdag. In betere weersomstandigheden geen al te zwaar parcours en 'slechts' 181 km, een afstand die hij zonder problemen moet aankunnen met een beperkte voorbereiding na een veldritseizoen van meer dan 30 crossen.
...

Eigenlijk had Wout van Aert vóór het seizoen zijn zinnen gezet op een koers als Dwars door Vlaanderen van woensdag. In betere weersomstandigheden geen al te zwaar parcours en 'slechts' 181 km, een afstand die hij zonder problemen moet aankunnen met een beperkte voorbereiding na een veldritseizoen van meer dan 30 crossen.Een val na een botsing met een seingever op 69 kilometer van de finish en nadien nog een lekke band beslisten er anders over. Opgeven deed de renner van Veranda's Willems-Crelan, ondanks rugpijn, niet: hij reed uiteindelijk in het peloton als 83e over de streep in Waregem, op 6'47" van winnaar Yves Lampaert.Van Aert gaf evenwel begin deze maand zijn visitekaartje voor de weg reeds af in de loodzware Strade Bianche. Nadat hij op de Toscaanse grindwegen deel uitmaakte van de vlucht van de dag, moest hij in een epische finale uiteindelijk de duimen leggen voor de beresterke Tiesj Benoot. Het leverde spectaculaire beelden op: bedekt onder een dikke laag stof en letterlijk de laatste krachten uit zijn lijf trappend - hij ging zo diep dat hij in de steile straten van Siena nog even onderuit ging - verzekerde Van Aert zich van zijn eerste podiumplaats, op 58 seconden van Benoot en 19 seconden van runner-up Romain Bardet. Hier nog eens de beelden van de aankomst van Van Aert in SienaDrie dagen voor Dwars door Vlaanderen, in Gent-Wevelgem, was Van Aert ook al knap tiende geworden in de massasprint die wereldkampioen Peter Sagan won. In de Omloop Het Nieuwsblad, Nokere Koerse en de Driedaagse De Panne reed hij respectievelijk als 32e (op 12 seconden), 32e (op 26 seconden) en 36e (op 18 seconden) over de finishlijn. Maar meer dan met zijn uitslagen oogst de pas 23-jarige Kempenaar bij het wielerpubliek vooral veel lof met zijn inzet: overal waar hij aan de start kwam (Kuurne-Brussel-Kuurne, Milaan-Sanremo en de E3 Harelbeke reed hij niet), maakte Van Aert mee de koers.Dé vraag is nu - op voorwaarde dat zijn rugklachten geen roet in het eten gooien: wat kan Van Aert in de Ronde van Vlaanderen (nu zondag 1 april) en Parijs-Roubaix (8 april), twee koersen die toch nog anderhalf uur langer duren dan de Strade Bianche of de Omloop Het Nieuwsblad? Jonas Creteur, de wieleranalist van Sport/Voetbalmagazine, stipt enkele opvallende zaken aan.'De voorbije weken zagen we - ondanks zijn val in Dwars door Vlaanderen - een bevestiging van wat we al konden vermoeden: Van Aert is zeer stuurvaardig, weet zich perfect te plaatsen voor de hellingen en kan daarvoor veel energie sparen. En blijkbaar krijgt hij ook opvallend veel respect in het peloton, waardoor mindere goden hem al eens vlugger doorlaten, en ook de toppers hem niet wegkwakken.' 'Bovendien heeft hij met ploegmaat Stijn Devolder, als wegkapitein, een uitstekende gids die hem vooraf veel tips geeft over het parcours. Devolder begint zondag zelfs aan zijn zeventiende Ronde van Vlaanderen, ervaring genoeg dus.'Wat ook opvalt: kennelijk kan hij Van Aert ook tijdens de koers goed naar voren loodsen, terwijl dat voor Devolder vroeger vaak een probleem was. Nu kan hij die klik, in dienst van Van Aert, wél maken. Daardoor zit de Kempenaar op het juiste moment vooraan. Een timing die je heel goed moet kunnen inschatten, en je niet alleen met verkenningen kunt voorbereiden.'Nog meer dan in de Ronde van Vlaanderen zal Van Aert die stuurvaardigheid op de kasseien van Parijs-Roubaix kunnen uitspelen, zegt Jonas Creteur. 'Vooral door, net als in het veld, beter de bochten aan te snijden dan een gemiddelde wegrenner. Daar pakte Zdenek Stybar de voorbije edities telkens een kleine voorsprong op zijn concurrenten. Aan het einde van een race van 6,5 uur telt dat gauw op. Het is geen toeval dat Stybar in de Ronde van Vlaanderen nog niet verder is geraakt dan een achtste en negende plaats, maar in de Hel van het Noorden wel al twee keer tweede, vijfde en zesde werd.' Nog een voordeel voor Van Aert: hij komt uit de winter, zijn lichaam is gewend aan de koude temperaturen en de regen. Creteur: 'Dat bleek onder meer in de Strade Bianche. Veel wegrenners bereiden zich voor in het zuiden, zelfs in het hete Midden-Oosten, waardoor de temperatuurshock vaak groot is wanneer ze bij vriestemperaturen en in de regen in Vlaanderen moeten koersen. Zo worden ze vlugger ziek, bouwen ze ook minder goed hun conditie op dan in een voorjaar met mooi lenteweer (zoals in 2017).' 'Van Aert heeft helaas de pech dat het zondag allicht niet veel zal regenen, al wordt het met slechts een achttal graden wel vrij koud.'Nog verrassender dan zijn prestatie in de Omloop Het Nieuwsblad, waar vrij defensief gekoerst werd en Van Aert zich in de luwte kon houden tot de Muur, was zijn derde plaats in de Strade Bianche. Creteur: 'Tegen een topdeelnemersveld en op een parcours dat minstens even lastig is door zijn hoogtemeters (3500) als door zijn grindwegen. Zonder hongerklop op het einde, de reden waarom hij letterlijk van zijn fiets viel richting aankomst in Siena, had daar zelfs meer ingezeten dan een derde plaats.''Dat Van Aert zelfs op die Toscaanse hellingen zo goed standhield, was verbluffend. Zelfs binnen de Crelanploeg zijn ze verbaasd over de wattages die hij, ondanks een slopende veldritseizoen, daar trapte. En ze worden blijkbaar steeds beter. Dat zag je ook in Gent-Wevelgem, waar Van Aert als vijfde bovenkwam op de Kemmelberg, nog voor Sagan en Van Avermaet zelfs. Ook in de Omloop Het Nieuwsblad peddelde hij vlot met de besten mee naar boven op de Muur.'Opvallend is het hoe de Kempenaar die hellingen met veel souplesse en met een klein verzet oprijdt, een kwaliteit die hij meeneemt uit het veldrijden. De explosiviteit is dus geen probleem, en ook niet het langere klimvermogen, zo bleek in de Strade Bianche.'In Gent-Wevelgem reed Van Aert voor het eerst een koers van meer dan 250 kilometer (251), en dat bleek allerminst een probleem. Ondanks een demarrage in de slotkilometers sprintte hij zelfs nog naar een tiende plaats, nadat hij van ver had moeten komen.Maar, zegt Jonas Creteur: 'De 250 km in een vluchtkoers als Gent-Wevelgem is niet vergelijkbaar met de 266 km in de Ronde en de 257 km in Parijs-Roubaix. En net in dat laatste uur wordt het kaf van het koren gescheiden.'Niet te vergeten echter: Van Aert heeft tijdens het crossseizoen daar al specifiek op getraind en enkele crossen laten vallen om tussendoor in Spanje en Griekenland lange duurtochten op de weg in te lassen. Hij heeft dan ook 'slechts' 32 crossen gereden, tegenover 40 het seizoen ervoor.'De voorbije weken trainde hij ook geregeld bij na wegkoersen. Zoals na Nokere Koerse: nog twee uur achter de brommer, om die afstand van plus 250 kilometer in de benen te hebben.' 'De vraag is of zijn explosiviteit zondag in de Ronde, na al die hellingen en na 240 kilometer, nog even snedig zal zijn als bij doorgewinterde, oudere renners. Hun lichamen zijn die inspanningen wel meer gewoon, gehard door vele jaren als prof. Kijk naar Greg Van Avermaet, die dan pas echt komt bovendrijven - een eigenschap van de echte toppers.'Het straffe is immers - en dat vergeten we soms omdat hij al zolang meedraait in het veld: Van Aert zal zondag nog altijd maar 23 jaar, 6 maanden en 16 dagen oud zijn. Jonas Creteur maakt de vergelijking: 'Tom Boonen was op die leeftijd al eens derde geweest in Parijs-Roubaix en had net de E3 Prijs, Gent-Wevelgem en de Scheldeprijs gewonnen. En de nog vroegrijpere Peter Sagan had toen al exact 50 profzeges behaald, waaronder vier ritten in de Tour en Gent-Wevelgem, plus tweede plaatsen in Milaan-Sanremo en de Ronde van Vlaanderen. Nog straffere kost, maar zij hadden geen slopende veldritseizoenen achter de rug zoals Van Aert nu.''Mentaal is er alvast geen probleem, integendeel. Geen renner die zo kan toeleven naar een doel als Van Aert. Ook al heeft hij, sinds hij in 2017 half mei op de weg begon te koersen en daar aan zijn voorbereiding op het veldritseizoen begon, amper rust gehad - behalve enkele dagen vakantie na het voorbije WK veldrijden. 'Niettemin genoeg om zijn focus helemaal scherp te zetten. En in de Ronde en Parijs-Roubaix nog eens boven zichzelf uit te stijgen, zoals hij dat al op het WK veldrijden deed.'