Wout van Aert (Jumbo-Visma) is nog volop aan het herstellen van zijn zware valpartij in de Tour de France, maar hij richt al het vizier op 2020. "Ik zeg geen nee tegen de tijdrit op de Olympische Spelen", klinkt het.

Van Aert vertoefde vorige week op teamdagen met zijn ploeg Jumbo-Visma in het Nederlandse Veghel. In de marge van enkele sponsorverplichtingen nam hij ook de tijd voor een interview. "Natuurlijk zeg ik geen nee tegen de Olympische Spelen", gaf hij toe. "Integendeel, ik wil graag deelnemen. Als ik me daar goed op kan voorbereiden, kan ik er beslist een mooi resultaat halen."

Van Aert is immers Belgisch kampioen tijdrijden, maar reed door zijn valpartij in de Tour de France daarna geen koersen meer waar hij zich kon kwalificeren voor Tokio. "Na mijn zege in de tijdrit in de Dauphiné vernam ik meer over de kwalificatiecriteria van Belgian Cycling", legt hij uit. "Het EK en WK waren de kansen om je rechtstreeks te kwalificeren. Die info kwam laat bij mij, maar daar heb ik wel begrip voor. Voor mijn tijdritzege in de Dauphiné en voor het BK had wellicht niet echt iemand aan mij gedacht als tijdrijder. Nu liggen de zaken anders. Alleen kon ik door mijn blessure het EK en WK niet rijden en had ik geen kans om me te kwalificeren."

Die bestaat nu wel nog, want enkel Remco Evenepoel voldeed aan de criteria en kan een selectie opeisen in het team van Rik Verbrugghe. Verder is er nog plek voor een tweede tijdrijder. "Nu heb ik dus wel opnieuw een kans, maar ik moet eerlijk zijn: ik heb nog niets gehoord van de bondscoach of Belgian Cycling de voorbije weken en ik weet dus niet waar ik aan toe ben de komende maanden."

De federatie zat vorige week daarentegen wel al samen met de trainer van Victor Campenaerts en er volgt nog een nieuwe meeting in november. Het kamp van de werelduurrecordhouder wil graag weten welk resultaat moet behaald worden in 2020 in een tijdrit om zich te kwalificeren en wil liefst ook zo snel mogelijk duidelijkheid over de selectie, half mei werd dan toch als uiterste datum vermeld.

"Hebben zij al samen gezeten?", vraagt Van Aert zich af. "Dat is nieuws voor mij. Goed voor hen, het zou inderdaad wel handig zijn als we snel iets meer info krijgen. Een tijdrit is echt iets wat je goed moet en kan voorbereiden, zeker op de Spelen, toch wel het allerhoogste niveau en een kans die zich maar om de vier jaar voordoet. Het is jammer voor Victor dat hij pech heeft gehad op het WK, maar anderzijds, ik heb me helemaal niet kunnen bewijzen, dus ik ben op zich wel tevreden dat ik nu nog kans maak."

De wegrit valt enkele dagen voor de tijdrit. "Ik zal wellicht van mindere waarde zijn dan een pure klimmer op zo'n parcours, maar ik ben ervan overtuigd dat ik mijn ploegmaten uitstekend kan helpen en ik ben bereid om mijn werk voor hen te doen, zeker en vast."

"Uiteraard staat mijn herstel nu eerst voorop", eindigt hij, "en daar ben ik momenteel hard mee bezig. Het is aan de federatie om hun sterkste tijdrijders nu te informeren, ik ga hen toch niet zelf bellen, zo werkt het niet en ik ben ook niet van plan om te bedelen voor een selectie."