De vakjury van in totaal 131 stemgerechtigden (wielerjournalisten, bondsleiders, bondscoaches, ex-laureaten en voormalige wielercoryfeeën) verkoos hem, gespreid over alle disciplines, tot beste Belgische wielrenner van 2020. Met 1.076 punten scoorde Van Aert 248 punten meer dan de laureaat van 2019, Remco Evenepoel (828). Daarachter gaapt een monsterkloof met het nummer drie, Tim Wellens (242).

Met winst in de Strade Bianche, Milaan-Sanremo, een rit en het puntenklassement in de Dauphiné, het BK tijdrijden en twee etappes in de Tour, die hij bovendien als 'super domestique' van Primoz Roglic afsloot als twintigste en beste Belg, werd Van Aert één van dé grote uitblinkers van het herschikte, gecomprimeerde corona-seizoen. Op het WK in Imola pakte hij zowel zilver in de tijdrit (na Ganna) als in de wegrit (na Alaphilippe). Voorts finishte hij ook derde in Milaan-Turijn, achtste in Gent-Wevelgem en tweede in de Ronde van Vlaanderen na een bloedstollende sprint-à-deux tegen Mathieu van der Poel. In het veld won hij de Krawatencross in Lille en werd hij vijfde op het BK en vierde op het WK. 'Het werd een heel bijzonder jaar en dus komt deze trofee voor mezelf niet als een complete verrassing', aldus Van Aert. 'Maar dat maakt het er uiteraard niet minder mooi op. Zeker omdat het mijn allereerste Kristallen Fiets ooit is.' Zíjn persoonlijk hoogtepunt van dit seizoen? 'Mijn hart balanceert tussen de Strade Bianche en Milaan-Sanremo. (lacht) Maak er dus maar ineens die 'Italiaanse week' van.'

Van Aert kijkt nu al uit naar 2021, waarin met het klassieke voorjaar, de Olympische Spelen in Tokio, de Tour en het WK in eigen land opnieuw een aantal mooie doelen lonken. 'Ik ben pas 26. Dat is een leeftijd waarop ik toch nog elk jaar progressie moet kunnen boeken. Er zijn zeker nog zaken vatbaar voor verbetering. De snedigheid van mijn demarrage, bij voorbeeld. Dat kan een belangrijk wapen zijn in de strijd tegen jongens als Julian Alaphilippe.'

De vakjury van in totaal 131 stemgerechtigden (wielerjournalisten, bondsleiders, bondscoaches, ex-laureaten en voormalige wielercoryfeeën) verkoos hem, gespreid over alle disciplines, tot beste Belgische wielrenner van 2020. Met 1.076 punten scoorde Van Aert 248 punten meer dan de laureaat van 2019, Remco Evenepoel (828). Daarachter gaapt een monsterkloof met het nummer drie, Tim Wellens (242).Met winst in de Strade Bianche, Milaan-Sanremo, een rit en het puntenklassement in de Dauphiné, het BK tijdrijden en twee etappes in de Tour, die hij bovendien als 'super domestique' van Primoz Roglic afsloot als twintigste en beste Belg, werd Van Aert één van dé grote uitblinkers van het herschikte, gecomprimeerde corona-seizoen. Op het WK in Imola pakte hij zowel zilver in de tijdrit (na Ganna) als in de wegrit (na Alaphilippe). Voorts finishte hij ook derde in Milaan-Turijn, achtste in Gent-Wevelgem en tweede in de Ronde van Vlaanderen na een bloedstollende sprint-à-deux tegen Mathieu van der Poel. In het veld won hij de Krawatencross in Lille en werd hij vijfde op het BK en vierde op het WK. 'Het werd een heel bijzonder jaar en dus komt deze trofee voor mezelf niet als een complete verrassing', aldus Van Aert. 'Maar dat maakt het er uiteraard niet minder mooi op. Zeker omdat het mijn allereerste Kristallen Fiets ooit is.' Zíjn persoonlijk hoogtepunt van dit seizoen? 'Mijn hart balanceert tussen de Strade Bianche en Milaan-Sanremo. (lacht) Maak er dus maar ineens die 'Italiaanse week' van.' Van Aert kijkt nu al uit naar 2021, waarin met het klassieke voorjaar, de Olympische Spelen in Tokio, de Tour en het WK in eigen land opnieuw een aantal mooie doelen lonken. 'Ik ben pas 26. Dat is een leeftijd waarop ik toch nog elk jaar progressie moet kunnen boeken. Er zijn zeker nog zaken vatbaar voor verbetering. De snedigheid van mijn demarrage, bij voorbeeld. Dat kan een belangrijk wapen zijn in de strijd tegen jongens als Julian Alaphilippe.'