Er klonken veel doemberichten toen het wielerseizoen vorig jaar na Parijs-Nice werd stopgezet. 'Als we in 2021 niet meer koersen, dan zullen veel ploegen verdwijnen', luidde het. Gelukkig kon het ingekorte/uitgestelde coronaseizoen vanaf augustus zo goed als helemaal afgewerkt worden, op Parijs-Roubaix ...

Er klonken veel doemberichten toen het wielerseizoen vorig jaar na Parijs-Nice werd stopgezet. 'Als we in 2021 niet meer koersen, dan zullen veel ploegen verdwijnen', luidde het. Gelukkig kon het ingekorte/uitgestelde coronaseizoen vanaf augustus zo goed als helemaal afgewerkt worden, op Parijs-Roubaix na. Dat vooral de Tour, en ook de Giro/Vuelta plaatsvonden bleek cruciaal, qua sponsorreturn. Slechts één WorldTourteam ging daardoor in rook op (CCC). Een stek die vlug werd ingenomen door het Belgische Intermarché-Wanty-Gobert. Zo heeft de UCI ook dit jaar weer 19 WorldTourploegen ingeschreven, goed voor in totaal 553 renners (exclusief de jongeren die later dit seizoen prof worden). Opvallend: dat zijn er zeventien méér dan in begin 2020 (536). Elf ploegen hebben dan ook meer profs in dienst, waaronder Deceuninck-Quick-Step (plus drie). Bij Astana, Israël-Start Up Nation en Team INEOS-Grenadiers liggen zelfs 31 renners onder contract. Die teams maakten gebruik van de aanpassing die de UCI doorvoerde wat betreft het maximale aantal renners per WorldTourploeg. Vorig jaar lag die limiet op 30, inclusief minimaal twee neoprofs. Voor 2021 steeg dat naar 32, om de volgende twee seizoenen weer te zakken naar 31 en 30. Een goeie maatregel in moeilijke tijden, waardoor slechts acht WorldTourrenners nog geen nieuw contract hebben gevonden, onder wie Julien Vermote en Guillaume Van Keirsbulck. Veel van hun collega's die wel konden bijtekenen, hebben wel moeten inleveren, qua loon. Maar ze koersen wel nog.