Zo. Dat hebben we gehad. Acht augustus en het Europese avontuur van Club Brugge is alweer voorbij. Lang voor gestreden vorig seizoen, maar nu al uitgeschakeld. Geen Europees voetbal in het najaar op Jan Breydel, het is geleden van 1999, en zelfs toen raakte Club Brugge nog aan de maand oktober. Toen schakelde Hapoel Haifa de troepen van René Verheyen, de opvolger van Erik Gerets, uit. Om maar te zeggen dat Blauw-zwart gisteren een ferme mep kreeg.

Op papier heeft Club Brugge meer talent dan Wroclaw, bleef TD Arnar Gretarsson na de wedstrijd hoopvol concluderen. Maar papier is theorie en in het Brugse huishouden trok niemand de terechte uitschakeling in twijfel. Ook Gretarsson niet. Club was niet klaar voor de dubbele confrontatie met de Polen.

De trainer nam daarin zijn verantwoordelijkheid. Terecht. Belgische clubs weten al jaren dat ze begin augustus klaar moeten zijn voor de Europese duels. Er zijn in ons voetbal drie maanden van de waarheid. De maanden maart-april, waarin de prijzen worden uitgedeeld, en de maand augustus, als geld moet worden verdiend met de plaatsing voor de Europese poulefase. In het geval van Club ging dat om 2,5 miljoen euro + de sportieve en commerciële uitstraling. In maart-april deed Garrido het al bij al nog goed, in augustus sloeg hij de bal mis. Club was tactisch niet klaar om de duels met Wroclaw te winnen.

Garrido ontwikkelde de voorbije weken (nog) geen ploeg die golft van voor naar achter, waar de afstanden tussen de spelers en de linies maximaal acht, negen meter bedragen, en waar middenveld aansluit bij de spitsen, of flankverdedigers mee het spel sturen. De conclusie dat de ploeg als los zand aan mekaar hing, mag hem worden aangerekend. Dat hij Wang, die Brugge het nekschot gaf met vroeg balverlies, opstelde, was fout. In wedstrijden waar het alles of niets is, moet je altijd de ervaring van Refaelov gebruiken, ook al stelde die in de competitie tegen Oostende en Charleroi teleur.

De trainer nam daarvoor zijn verantwoordelijkheid. Maar hij moet ze delen. Met zijn spelers, die afwezig gaven en vaak alibi-voetbal speelden. Duarte, De Bock, Högli, ze boden zich zelden aan, als doelman Ryan de bal in de handen had en snel wilde uitwerpen. Björn Engels deed dat in Oostende al evenmin, hij liet alles aan Brandon Mechele, intern nochtans minder hoog aangeschreven. Op het middenveld speelde Simons amechtig anoniem, en beperkte Blondel zich tegen de Polen tot 45 minuten aanjagen. Hij liet na om aan te sluiten bij De Sutter. Daar lag nochtans veel ruimte, want spelmaker Vazquez is nog nooit een voetballer geweest die in die ruimte opereert. Vazquez gaat elders de ballen zoeken, om van daaruit een lange pas te versturen. Dat kon vorig seizoen in de diepte naar Bacca of Lestienne, maar De Sutter is een totaal ander type. Als bij hem niemand in de buurt blijft, wordt het zwoegen tegen de overmacht voor de kersverse vader. Pikt Blondel dat niet snel op, dan verliest hij binnenkort zijn plaats, want Blondel-Simons, dat is dubbelop. En gaat Garrido zijn aanwinst en kapitein slachtofferen? We denken van niet, toch niet met één wedstrijd per week.

Kan Brugge beter? Ja. Garrido en Club hebben de pech dat voortbouwen op vorig seizoen niet kan. Högli is als rechtsachter al lang afgeserveerd, Meunier kan de ploeg van achteruit offensieve impulsen geven, maar die is nog even out. Vazquez en Lestienne zijn nog niet op topniveau, Wang heeft nog een aanpassingsperiode nodig, en De Sutter kwam zeer laat in de voorbereiding. Te laat om er het spel op af te stemmen, zeker als de spelmaker al die tijd out is. Bovendien viel de schorsing van Simons op nationaal vlak, ook ongelukkig, terwijl het ook nog wachten is op de beste middenvelder van Club, Vadis Odjidja.

Garrido moest noodgedwongen al veel roteren, maar Guy Luzon bewijst bij Standard dat automatismen relatief zijn. Het is de kwaliteit die telt. En die was er bij Club Brugge in de praktijk te weinig om Europees verder te bekeren.

Zo. Dat hebben we gehad. Acht augustus en het Europese avontuur van Club Brugge is alweer voorbij. Lang voor gestreden vorig seizoen, maar nu al uitgeschakeld. Geen Europees voetbal in het najaar op Jan Breydel, het is geleden van 1999, en zelfs toen raakte Club Brugge nog aan de maand oktober. Toen schakelde Hapoel Haifa de troepen van René Verheyen, de opvolger van Erik Gerets, uit. Om maar te zeggen dat Blauw-zwart gisteren een ferme mep kreeg. Op papier heeft Club Brugge meer talent dan Wroclaw, bleef TD Arnar Gretarsson na de wedstrijd hoopvol concluderen. Maar papier is theorie en in het Brugse huishouden trok niemand de terechte uitschakeling in twijfel. Ook Gretarsson niet. Club was niet klaar voor de dubbele confrontatie met de Polen. De trainer nam daarin zijn verantwoordelijkheid. Terecht. Belgische clubs weten al jaren dat ze begin augustus klaar moeten zijn voor de Europese duels. Er zijn in ons voetbal drie maanden van de waarheid. De maanden maart-april, waarin de prijzen worden uitgedeeld, en de maand augustus, als geld moet worden verdiend met de plaatsing voor de Europese poulefase. In het geval van Club ging dat om 2,5 miljoen euro + de sportieve en commerciële uitstraling. In maart-april deed Garrido het al bij al nog goed, in augustus sloeg hij de bal mis. Club was tactisch niet klaar om de duels met Wroclaw te winnen. Garrido ontwikkelde de voorbije weken (nog) geen ploeg die golft van voor naar achter, waar de afstanden tussen de spelers en de linies maximaal acht, negen meter bedragen, en waar middenveld aansluit bij de spitsen, of flankverdedigers mee het spel sturen. De conclusie dat de ploeg als los zand aan mekaar hing, mag hem worden aangerekend. Dat hij Wang, die Brugge het nekschot gaf met vroeg balverlies, opstelde, was fout. In wedstrijden waar het alles of niets is, moet je altijd de ervaring van Refaelov gebruiken, ook al stelde die in de competitie tegen Oostende en Charleroi teleur. De trainer nam daarvoor zijn verantwoordelijkheid. Maar hij moet ze delen. Met zijn spelers, die afwezig gaven en vaak alibi-voetbal speelden. Duarte, De Bock, Högli, ze boden zich zelden aan, als doelman Ryan de bal in de handen had en snel wilde uitwerpen. Björn Engels deed dat in Oostende al evenmin, hij liet alles aan Brandon Mechele, intern nochtans minder hoog aangeschreven. Op het middenveld speelde Simons amechtig anoniem, en beperkte Blondel zich tegen de Polen tot 45 minuten aanjagen. Hij liet na om aan te sluiten bij De Sutter. Daar lag nochtans veel ruimte, want spelmaker Vazquez is nog nooit een voetballer geweest die in die ruimte opereert. Vazquez gaat elders de ballen zoeken, om van daaruit een lange pas te versturen. Dat kon vorig seizoen in de diepte naar Bacca of Lestienne, maar De Sutter is een totaal ander type. Als bij hem niemand in de buurt blijft, wordt het zwoegen tegen de overmacht voor de kersverse vader. Pikt Blondel dat niet snel op, dan verliest hij binnenkort zijn plaats, want Blondel-Simons, dat is dubbelop. En gaat Garrido zijn aanwinst en kapitein slachtofferen? We denken van niet, toch niet met één wedstrijd per week. Kan Brugge beter? Ja. Garrido en Club hebben de pech dat voortbouwen op vorig seizoen niet kan. Högli is als rechtsachter al lang afgeserveerd, Meunier kan de ploeg van achteruit offensieve impulsen geven, maar die is nog even out. Vazquez en Lestienne zijn nog niet op topniveau, Wang heeft nog een aanpassingsperiode nodig, en De Sutter kwam zeer laat in de voorbereiding. Te laat om er het spel op af te stemmen, zeker als de spelmaker al die tijd out is. Bovendien viel de schorsing van Simons op nationaal vlak, ook ongelukkig, terwijl het ook nog wachten is op de beste middenvelder van Club, Vadis Odjidja. Garrido moest noodgedwongen al veel roteren, maar Guy Luzon bewijst bij Standard dat automatismen relatief zijn. Het is de kwaliteit die telt. En die was er bij Club Brugge in de praktijk te weinig om Europees verder te bekeren.