Maar liefst acht van onze tien eersteklassers worden dit seizoen geleid door een Belg. Dario Gjergja (Oostende) en Brian Lynch (Limburg United) zijn de enige twee buitenlanders. En dan is Lynch, echtgenoot van Kim Clijsters, eigenlijk nog een halve Belg. Er was een tijd, niet eens zo lang geleden, dat vooral Amerikanen en ex-Joegoslaven ons basketbal dirigeerden.

Met Fulvio Bastianini (52) en Yves Defraigne (51) zijn bovendien slechts twee trainers in onze Euromillions Basket League actief die ouder zijn dan vijftig jaar. Steve Ibens, die bij Okapi Aalstar Brad Dean opvolgt, denkt dat de nieuwe lichting trainers voor een trendbreuk zullen zorgen. "Roel Moors (Antwerp), Stefaan Sappenberghs (Leuven), Daniel Goethals (Willebroek) en ik speelden nog samen bij de nationale ploeg. Andere jonge coaches zoals Thibault Petit (Luik), Brian Lynch en Serge Crèvecoeur (Brussels) ken ik van in de tweede klasse. Want dat is ook opvallend, op Moors na leerden we het vak in lagere reeksen. We kregen er de mogelijkheid om onze basketvisie te ontwikkelen en boekten ondertussen knappe resultaten. Daarvoor worden we nu beloond. Bij onze eersteklassers is een mentaliteitswijziging gekomen: de vroegere generatie trainers bleef heel lang aan, nu kozen de clubs plots voor een stroomversnelling. Voor nieuw bloed. Dat brengt automatisch nieuwe filosofieën met zich mee. Ik denk dat je nu meer uptempo basketbal ziet. Waarmee ik niet direct wil beweren dat het ook beter is dan vroeger."

Die trend naar jong en Belgisch zet zich door bij de spelers. Sinds 2013 zijn Belgische eersteklassers verplicht zes homegrown players - in België opgeleide spelers - op het wedstrijdblad te zetten. Een regel die zijn effect niet miste, daarin gesterkt door de prima resultaten van onze nationale ploeg op de voorbije EK's. Ibens, zelf vier jaar aan de slag als nationale jeugdcoach: "Door met Belgen succes te boeken in onze competitie en zelfs het niveau te verhogen van zijn ploeg heeft Gjergja de trend van altijd maar buitenlanders te halen doorbroken. Daarnaast waren er de prestaties van de Belgian Lions: wie negende van Europa wordt, heeft voldoende eigen talent in huis. Dat zijn onze clubs gaan inzien. Vroeger was dat talent er ook, maar toen verkommerde het in tweede klasse. Jongeren verloren de motivatie om zich nog in te zetten op training want ze kregen toch geen kans op het hoogste niveau. Nu weten ze dat de mogelijkheid bestaat om van hun hobby hun beroep te maken. De generatie van 1995, met onder meer Vincent Kesteloot (Oostende) en Hans Vanwijn (Limburg United), breekt nu door en de opvolging staat klaar. Ook de lichting van 1996 zit boordevol talent. Voor de herkenbaarheid van onze liga is dat een verbetering, we mogen gerust wat chauvinistischer zijn."

Lees het volledige artikel bij de voorstelling van het nieuwe basketbalseizoen in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 28 september.

Maar liefst acht van onze tien eersteklassers worden dit seizoen geleid door een Belg. Dario Gjergja (Oostende) en Brian Lynch (Limburg United) zijn de enige twee buitenlanders. En dan is Lynch, echtgenoot van Kim Clijsters, eigenlijk nog een halve Belg. Er was een tijd, niet eens zo lang geleden, dat vooral Amerikanen en ex-Joegoslaven ons basketbal dirigeerden. Met Fulvio Bastianini (52) en Yves Defraigne (51) zijn bovendien slechts twee trainers in onze Euromillions Basket League actief die ouder zijn dan vijftig jaar. Steve Ibens, die bij Okapi Aalstar Brad Dean opvolgt, denkt dat de nieuwe lichting trainers voor een trendbreuk zullen zorgen. "Roel Moors (Antwerp), Stefaan Sappenberghs (Leuven), Daniel Goethals (Willebroek) en ik speelden nog samen bij de nationale ploeg. Andere jonge coaches zoals Thibault Petit (Luik), Brian Lynch en Serge Crèvecoeur (Brussels) ken ik van in de tweede klasse. Want dat is ook opvallend, op Moors na leerden we het vak in lagere reeksen. We kregen er de mogelijkheid om onze basketvisie te ontwikkelen en boekten ondertussen knappe resultaten. Daarvoor worden we nu beloond. Bij onze eersteklassers is een mentaliteitswijziging gekomen: de vroegere generatie trainers bleef heel lang aan, nu kozen de clubs plots voor een stroomversnelling. Voor nieuw bloed. Dat brengt automatisch nieuwe filosofieën met zich mee. Ik denk dat je nu meer uptempo basketbal ziet. Waarmee ik niet direct wil beweren dat het ook beter is dan vroeger."Die trend naar jong en Belgisch zet zich door bij de spelers. Sinds 2013 zijn Belgische eersteklassers verplicht zes homegrown players - in België opgeleide spelers - op het wedstrijdblad te zetten. Een regel die zijn effect niet miste, daarin gesterkt door de prima resultaten van onze nationale ploeg op de voorbije EK's. Ibens, zelf vier jaar aan de slag als nationale jeugdcoach: "Door met Belgen succes te boeken in onze competitie en zelfs het niveau te verhogen van zijn ploeg heeft Gjergja de trend van altijd maar buitenlanders te halen doorbroken. Daarnaast waren er de prestaties van de Belgian Lions: wie negende van Europa wordt, heeft voldoende eigen talent in huis. Dat zijn onze clubs gaan inzien. Vroeger was dat talent er ook, maar toen verkommerde het in tweede klasse. Jongeren verloren de motivatie om zich nog in te zetten op training want ze kregen toch geen kans op het hoogste niveau. Nu weten ze dat de mogelijkheid bestaat om van hun hobby hun beroep te maken. De generatie van 1995, met onder meer Vincent Kesteloot (Oostende) en Hans Vanwijn (Limburg United), breekt nu door en de opvolging staat klaar. Ook de lichting van 1996 zit boordevol talent. Voor de herkenbaarheid van onze liga is dat een verbetering, we mogen gerust wat chauvinistischer zijn."Lees het volledige artikel bij de voorstelling van het nieuwe basketbalseizoen in Sport/Voetbalmagazine van woensdag 28 september.