Het dilemma bij veel NBA-spelers begin juni is groot: zullen ze zich vanaf juli binnen de (verhoopte coronavrije) bubbel begeven die de NBA zou opblazen in Walt Disney World, Orlando? Zullen ze daar, afgescheiden van de buitenwereld, nog evenveel de Black Lives Matter-boodschap kunnen verspreiden zoals de weken ervoor? In de nasleep van de dood van George Floyd en Breonna Taylor, beiden gestorven door politiegeweld, zijn sommigen onder hen zelfs meegestapt in protestmarsen, passionele speeches gevend voor een massa BLM-protestanten. Bovendien vrezen ze dat de aandacht voor die beweging vlug afgeleid zal worden naar het puur sportieve zodra de NBA-matchen weer in vliegende vaart zullen passeren.
...

Het dilemma bij veel NBA-spelers begin juni is groot: zullen ze zich vanaf juli binnen de (verhoopte coronavrije) bubbel begeven die de NBA zou opblazen in Walt Disney World, Orlando? Zullen ze daar, afgescheiden van de buitenwereld, nog evenveel de Black Lives Matter-boodschap kunnen verspreiden zoals de weken ervoor? In de nasleep van de dood van George Floyd en Breonna Taylor, beiden gestorven door politiegeweld, zijn sommigen onder hen zelfs meegestapt in protestmarsen, passionele speeches gevend voor een massa BLM-protestanten. Bovendien vrezen ze dat de aandacht voor die beweging vlug afgeleid zal worden naar het puur sportieve zodra de NBA-matchen weer in vliegende vaart zullen passeren. Kyrie Irving, de (geblesseerde) ster van de Brooklyn Nets, roept tijdens een spelersmeeting op om niet naar de bubbel te trekken. Maar na verhitte discussies volgen zijn collega's hem niet. De NBA verzekert immers dat het 'nauw met hen zal samenwerken om racisme te bestrijden, om te ijveren voor hervormingen binnen de politie en het gerecht en om het maatschappelijk engagement te vergroten'. Ook de NBA-coaches laten zich niet onbetuigd en starten een Coaches For Racial Justice-initiatief op. Daarmee willen ze het bubbelplatform gebruiken om tijdens persconferenties en via sociale media de geschiedenis van de rassenhaat in de VS elke dag te belichten - wat in Amerika vaak onder de mat wordt geschoven. In de bubbel zullen ze zelfs hun spelers geschiedenislessen geven, onder meer wanneer de zwarte burgerrechtenactivist John Lewis overlijdt. Ook LeBron James, de superster die al vele jaren als de nieuwe Muhammad Ali opkomt voor de rechten van de zwarten, twijfelt niet om naar Orlando te gaan. Want, vindt hij, de ogen van de wereld zullen meer dan ooit op de NBA gericht zijn. Dé manier om de Black Lives Matter-ballen in de lucht te houden. 'We begrijpen hoe belangrijk onze invloed en onze stem is. We zullen onze boodschap blijven verkondigen, luid en duidelijk, ook tijdens het seizoen', treedt Chris Paul, boezemvriend van James en voorzitter van de spelersvakbond, hem bij. Geen loze woorden, want de eerste seizoensweek staat volledig in het teken van BLM. Op de drie courts wordt in glanzende, zwarte letters Black Lives Matter gekleefd. De NBA en de spelersvakbond stellen ook een lijst op met BLM-boodschappen die spelers in de openingsweek, in plaats van hun naam, op hun shirts mogen dragen: I Can't Breathe, Peace, Freedom, Power to the People, Justice Now... Boodschappen die daarna onder het rugnummer verschijnen, zodat ook de naam van de speler weer op het shirt kan. Twintig procent van de spelers kiest er, om allerhande redenen, echter voor om dat niet te doen. Onder meer ... LeBron James. Hij kan zich niet vinden in de lijst die hem werd voorgelegd. 'Geen enkele boodschap reflecteert mijn doel. Maar ik heb zo'n leuze niet nodig opdat mensen zouden begrijpen wat mijn missie is, waarom ik hier ben', vertelt hij in een gepassioneerde persconferentie. The King beklemtoont ook dat Black Lives Matter volgens hem meer is dan zomaar een beweging. 'Het is een levenswijze.' Andere spelers willen zelfs alleen vragen beantwoorden over social justice-onderwerpen. 'Mijn antwoord op alles: gerechtigheid voor Breonna Taylor!', verklaart CJ McCollum van de Portland Trailblazers. En met hem veel collega's die in interviews en op de sociale media voor meer rassengelijkheid ijveren. Woorden die ze kracht bijzetten door voor elke wedstrijd met (bijna) alle leden van de twee ploegen te knielen tijdens het Amerikaanse volkslied. Beelden die de wereld rondgaan, spelers als one united front. Een primeur in de NBA-geschiedenis ook, want volgens een regel uit 1981 moeten ze tijdens het spelen van The Star-Spangled Banner in een 'waardige houding' blijven staan. NBA-baas Adam Silver laat echter weten dat zij niet bestraft zullen worden - wat in een ver verleden wél al is gebeurd, onder meer met Mahmoud Abdul-Rauf in 1996. Het blijft daar niet bij. Boezemvrienden Carmelo Anthony, Chris Paul en Dwyane Wade verkondigen dat ze een Social Change Fund zullen oprichten, om zo te investeren in organisaties die opkomen voor de belangen van sociale minderheden. Kyrie Irving, die door een blessure niet in de NBA-bubbel vertoeft, belooft op zijn beurt 1,5 miljoen dollar te doneren aan WNBA-speelsters die ervoor kozen om in de WNBA-bubbel niet te spelen en daarbuiten voor de rechten van de zwarten te vechten. Ook in de WNBA leeft het thema immers volop, met gelijkaardige, even passionele protesten als bij hun mannelijke collega's. Nog veel impactvoller: het gezamenlijke fonds, opgezet door de NBA, de clubeigenaars en de spelersvakbond die de economische empowerment binnen de zwarte gemeenschap moet steunen. Een bijdrage van 300 miljoen dollar over tien jaar. Zelfs Michael Jordan, die tijdens zijn carrière politieke en sociale thema's amper aanraakte, belooft om het komende decennium, via zijn Jordan Brand-kledingmerk, 100 miljoen dollar vrij te maken in de strijd voor rassengelijkheid. Wanneer de eerste grote Black Lives Matter-golf in de bubbel half augustus gaat liggen, verschuift de focus, ook in de media, naar het sportieve. Naar de kunsten van baltovenaars/scherpschutters Luka Doncic, Damian Lillard en Donovan Mitchell, naar de problemen bij de Lakers en LeBron James om te wennen aan de bubbel, naar de wisselvallige LA Clippers van Kawhi Leonard, naar het uiteenvallen van de Philadelphia 76'ers van Joel Embiid... Maar dan, op 23 augustus, een nieuw kantelpunt. In Kenosha, Wisconsin, schiet een blanke politieagent de zwarte Jacob Blake zevenmaal in de rug. Drie dagen later duikt een video op van de 17-jarige Kyle Rittenhouse, die twee demonstranten doodschiet tijdens een protest in Kenosha, door president Donald Trump later omschreven als 'zelfverdediging'. Hallucinante beelden die de NBA-spelers in hun coronavrije luxebubbel verscheuren. Tijdens een nog altijd hevig toeslaande coronapandemie in de VS - met name bij de veelal arme, zwarte bevolking - zijn ze al twee maanden gescheiden van hun familie en vrienden en moeten ze elke dag weer de zeer strenge coronamaatregelen opvolgen. Intussen strijdend op de parketvloer - voor hun eigen portemonnee en die van de NBA, dat dient gezegd - en naast het terrein, tegen rassenongelijkheid. En toch zien ze tot hun afgrijzen hoe sommigen van hun black brothers steeds opnieuw worden neergeschoten. Machteloosheid die het gewicht van de bubbel ondraaglijk maakt bij George Hill, een speler van Milwaukee, gelegen dicht bij Kenosha. Hij weigert uit protest aan te treden in de vijfde play-offmatch tegen Orlando. Niet omdat hij per se een voorvechtersrol op zich wil nemen, wel omdat zijn hart hem zegt dat dat 'het enige rechtvaardige is om te doen'. En daar denkt hij niet als enige zo over. Hill wordt gevolgd door al zijn ploegmaats én door alle NBA-teams. Een primeur in de geschiedenis van het Amerikaanse basketbal. Eerder werden wel al play- offwedstrijden uitgesteld en verplaatst: in 1968 na de dood van Martin Luther King en in 1992 vanwege de zware rellen in Los Angeles na racistisch politiegeweld tegen taxichauffeur Rodney King. En in 1961 weigerden de maatschappelijk zeer bewogen Bill Russell en zijn Boston Celtics om een oefenmatch te spelen in Kentucky, nadat een hotelmanager geweigerd had om hen te bedienen. Maar een boycot (een officiële staking zelfs) van déze omvang is ongezien.Historisch, want ook de WNBA, de Major League Soccer en Baseball en de National Hockey League stellen matchen uit. De hele Amerikaanse sportwereld staat plots on hold. In het voorjaar was dat al gebeurd door overmacht - het coronavirus. Deze keer omdat de atleten zelf op de rem staan. 'Wij zijn het beu om als zwarten steeds weer gekwetst te worden', verklaart Chris Paul, voorzitter van de NBA-spelersvakbond. 'Velen denken dat dit geen invloed heeft op ons, omdat we veel geld verdienen. Maar wij zijn mensen, met échte gevoelens.' Ook LeBron James twijfelt of hij en zijn Lakers, ondanks hun reële titelkansen, het seizoen nog moeten voortzetten, gekweld ook door heimwee naar vrouw en kinderen. 'Geen dag is al voorbijgegaan zonder dat ik denk: ik moet hier weg. En ik zal niet de enige zijn. Wij, black people, zijn vandaag doodsbenauwd in Amerika.' In een meeting achter gesloten deuren komt het stopzetten van het NBA-seizoen op tafel, inclusief de zware financiële gevolgen. De miljarden dollars aan tv-gelden redden is immers dé reden waarom de NBA de bubbel in Orlando heeft opgezet. Na onder meer een gesprek met ex-president Barack Obama en overleg met de spelersvakbond besluiten James en co om na drie dagen de competitie te hervatten. Op één voorwaarde: dat ze als zwarten niet langer vooral dienen om de veelal blanke Amerikaanse sportfan te entertainen. Ze dienen een veel hoger doel, vinden ze. En eisen dat vooral de steenrijke (blanke) clubeigenaars in de NBA, wiens politieke overtuigingen niet altijd overeenstemmen met die van hun spelers/werknemers, voortaan proactief racisme bestrijden. Dat ze samen met de NBA moeten ijveren voor hervormingen bij justitie, de politie en in de Amerikaanse maatschappij. Dat ze ook moeten oproepen om te gaan stemmen tijdens de presidentsverkiezingen in november, en de arena's van de NBA-clubs dan ter beschikking stellen als coronaveilige kiesbureaus (met name voor de zwarten). ' Shut up and dribble', de fameuze quote van de blanke Foxpresentatrice Laura Ingraham, waarmee ze in 2018 LeBron James probeerde het zwijgen op te leggen, is dan ook niet langer een optie. Zeker niet in coronatijden waarin sporters, ook buiten de NBA, massaal en eendrachtiger dan ooit hun stem laten horen. Dankzij ook de sociale media, waardoor ze zich met hun bekommernissen rechtstreeks tot miljoenen fans kunnen richten. Een groot contrast met protestacties van atleten uit het verre en nabijere verleden, toen vooral enkelingen die lanceerden: van Muhammad Ali met zijn aanklacht tegen de Vietnamoorlog, over de Black Powervuist van Tommie Smith en John Carlos op de Olympische Spelen van 1968, tot het knielen van Americanfootballspeler Colin Kaepernick in 2016 tijdens het volkslied - nota bene voor het eerst op 26 augustus, dezelfde datum waarop de Milwaukee Bucks hun boycot instelden. Stuk voor stuk sportactivisten die de tol betaalden voor hun toen nog controversiële protesten, beschimpt en uitgestoten in hun eigen sport en daarbuiten. Dat is nu helemaal anders, ook al bekritiseerde president Donald Trump - uiteraard - de boycot, stellend dat de NBA een 'politieke organisatie' is geworden. Bijgetreden door zijn (extreem)rechtse aanhangers die de NBA-sterren verwijten dat ze nog altijd meer belang hechten aan hun bankrekening dan aan hun huidskleur. Terwijl velen van hen, onder meer LeBron James, in armoede zijn opgegroeid, zich via het basketbal aan een ellendig bestaan hebben kunnen onttrekken en nu hun macht als spelers en influencers gebruiken om een steen in de Amerikaanse maatschappij te verleggen - iets waar veel politici nooit in zijn geslaagd. In die zin was de bedoelde belediging van Trump, de NBA als 'politieke organisatie', voor de spelers zelfs een compliment. Bovendien worden ze nu, zeggen verschillende polls, bij hun protesten wél gesteund door de meerderheid van de Amerikanen, ook door de blanken. Hoe belangrijk de NBA-spelers hun acties vinden bleek ook vorige week, toen de Milwaukee Bucks, de beste ploeg in de reguliere competitie, verrassend uitgeschakeld werden door de Miami Heat. Ondanks de sportieve ontgoocheling benadrukte coach Mike Budenholzer hoe trots hij was op zijn team, hoe zijn spelers met hun boycot erin geslaagd waren om 'de mensheid aan de juiste kant van de geschiedenis te doen staan'. Ook Giannis Antetokounmpo, de superster van de Bucks, beklemtoonde dat de Black Lives Matter-protesten het basketbal ver overstijgen. Ook bekende hij dat het moeilijk was geweest om de juiste balans te vinden tussen presteren op het terrein (al had de uitschakeling van de Bucks ook puur sportieve redenen) en protesteren ernaast. Maar, zo concludeerde George Hill, de man die de historische boycot op 26 augustus in gang stak: ' What we did, will be remembered forever.' Volgende afspraak: de NBA-finals, startend op 30 september, als aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen op 3 november. Want, beseft ook LeBron James: alleen met Joe Biden als nieuwe president zal de proteststem van de zwarten in de VS pas écht, op de juiste manier, beantwoord worden.