Tien jaar geleden kreeg voorzitter Luc Katra voor het eerst de vraag van de Liga of hij met Kangoeroes Willebroek de stap naar de hoogste klasse wilde zetten. De gerechtsdeurwaarder, die zijn club van derde provinciale naar de tweede afdeling had geloodst, vroeg twee jaar geduld. Hij wilde niet in het ijle springen en het dossier goed voorbereiden.
...

Tien jaar geleden kreeg voorzitter Luc Katra voor het eerst de vraag van de Liga of hij met Kangoeroes Willebroek de stap naar de hoogste klasse wilde zetten. De gerechtsdeurwaarder, die zijn club van derde provinciale naar de tweede afdeling had geloodst, vroeg twee jaar geduld. Hij wilde niet in het ijle springen en het dossier goed voorbereiden. In 2013 was het zover, mede omdat Willebroek de eerste twee seizoenen met een C-licentie en een minimumbudget van 450.000 euro kon starten. Later, vanaf 2016/17, werd dat een B-licentie, met een budget van bijna een miljoen euro. Maar ook dan was de Antwerpse club een klein duimpje tussen de reuzen. Een club uit een gemeente met 'slechts' 25.000 inwoners - vooral bekend om zijn dancing Carré - versus negen ploegen uit grootsteden, bovendien vaak gesteund via een of andere politicus in het bestuur. Kangoeroes kreeg slechts 1.500 euro subsidie, en moest vooral vele kleine sponsors zoeken - het shirt en de boardings langs het veld waren dan ook lang een lappendeken van vele namen. Katra en medebestuurder Paul De Peuter waakten ook zéér streng over de financiën van de club, verlies maken was uit den boze. Andere kernpunten van hun beleid: een uitstekende jeugdopleiding en via sportief manager Louis Casteels een zeer uitgekiende scouting van de (weinige) buitenlanders, want er werd vooral op Belgen ingezet. In 2016/17 kon Willebroek zich als achtste plaatsen voor de play-offs, een primeur in de clubgeschiedenis. Katra noemde het een mirakel. Die stunt realiseerde Kangoeroes ook de twee seizoenen erna, al waren achtereenvolgens BC Oostende en de Giants uit Antwerpen (tweemaal) wel nog een maatje te groot in de kwartfinale van de play-offs. In dat laatste seizoen jumpten de Kangoeroes wel niet meer in Willebroek, maar in Mechelen. In Sporthal De Schalck botsten ze immers op logistieke en capaciteitslimieten. Om niet in de problemen te komen met de licentie bleek een verhuizing naar de Mechelse Winketkaai noodzakelijk. Bovendien was de stad Mechelen vragende partij en stond club Pitzemburg open voor een administratieve fusie. Zo werd Kangoeroes Basket Mechelen geboren, qua aantal leden een van de grootste clubs in België. Voor het eerst sinds 1995, toen het roemrijke Racing Mechelen met Sobabee Antwerpen, het latere Antwerp Giants, fuseerde, werd er zo weer topbasketbal gespeeld in de stad van de Maneblussers. Volgende zondag volgt een nieuwe mijlpaal in de clubgeschiedenis, vreemd genoeg de eerste bekerfinale tussen een Mechelse club en BC Oostende. Het wordt ongetwijfeld niet de laatste, want voorzitter Luc Katra is met sportief adviseur Tony Van den Bosch volop bezig met de verdere uitbouw van de club. Kangoeroes Mechelen werkt op commercieel vlak al samen met voetbalclub KV en vorige maand werd een overeenkomst gesloten met tweedeklasser Guco Lier. Een gezamenlijk opleidingstraject moet de doorstroming van de jeugd naar het eerste team van Kangoeroes versterken. Katra kondigde toen ook de fusie aan tussen de damesploegen van Sint-Katelijne-Waver en Kangoeroes Mechelen, een nieuw prestigieus project om ook bij de vrouwen de Belgische top te halen én zelfs in Europa mee te draaien. Met Arvid Diels als coach en de zussen Billie en Becky Massey als de sterkhoudsters van de nieuwe ploeg. Of hoe Mechelen, met (steeds betere) eersteklasseteams bij heren én dames, dé basketbalstad van België aan het worden is.