Ingrid Berghmans vocht een van de meest indrukwekkende erelijsten bij elkaar in de geschiedenis van het mondiale judo. Tussen 1980 en 1989 won ze elf medailles op de wereldkampioenschappen, waaronder zes gouden plakken, veertien EK-medailles (waarvan zeven goud) en een olympische gouden medaille. Haar recordreeks werd pas in 2007 verbroken door de Japanse Ryoko Tani. Maar zoals veel professionele sportvrouwen in die tijd, moest Berghmans zich een weg knokken naar de topsport.
...

Ingrid Berghmans vocht een van de meest indrukwekkende erelijsten bij elkaar in de geschiedenis van het mondiale judo. Tussen 1980 en 1989 won ze elf medailles op de wereldkampioenschappen, waaronder zes gouden plakken, veertien EK-medailles (waarvan zeven goud) en een olympische gouden medaille. Haar recordreeks werd pas in 2007 verbroken door de Japanse Ryoko Tani. Maar zoals veel professionele sportvrouwen in die tijd, moest Berghmans zich een weg knokken naar de topsport. Ondanks haar gouden medaille op de Olympische Spelen van 1988 in Seoel, had Ingrid Berghmans een haat-liefdeverhouding met deze wedstrijd. In Seoel werd vrouwenjudo immers nog beschouwd als een demonstratiesport. Vandaag is er veel veranderd en hebben vrouwen steeds meer hun plek veroverd op de Spelen. Het is belangrijk om over de plaats van de vrouw op de Spelen te spreken, want tijdens jouw carrière was dat nog heel anders dan nu. Ingrid Berghmans: 'Mijn geschiedenis met de Spelen is heel bizar. In 1980 won ik één van de eerste wereldkampioenschappen in het vrouwenjudo, maar stond de sport nog niet op het olympisch programma. In 1984 scheelde het niet veel, maar ging het uiteindelijk niet door. En in 1988 noemden de organisatoren het een demonstratiesport. Dat gaf helemaal niet weer wat we aan het doen waren. Toen ik na Seoel terugkwam in België, kreeg ik als eerste vraag: wat vind je van je chocoladen medaille? Men vond het niet echt een olympische medaille, ook al had die ons evenveel moeite gekost als een wereldtitel.' Op de Olympische Spelen van Rio was 45 procent van de deelnemers vrouw. Dat is een hele vooruitgang. Berghmans: 'Natuurlijk. Als ik nu met jonge vrouwen praat, is het duidelijk dat ik in een heel andere tijd sportte. Toen ik de eerste keer naar Japan ging, stond ik een week lang twee uur op de mat terwijl niemand met me wilde trainen. Tot Robert Van de Walle kwam. Hij dwong de anderen om met mij te trainen. Daar moest je doorheen om sterker te worden. Die ervaring heeft me enorm gevormd.' Moeten er nog dingen veranderen? Berghmans: 'In het algemeen, niet alleen in de sport. Ik ben nooit een feministe geweest. Ik ben ervan overtuigd dat vrouwen en mannen verschillend zijn, dat is de natuur. Maar ik ben er zeker van dat sommige vrouwen kunnen wat mannen doen, vooral als ze gepassioneerd zijn, want passie doet je over grenzen gaan. Als ik zie hoe vrouwen vandaag worden behandeld, stel ik vast dat ze nog steeds sterk worden achtergesteld. We krijgen meer informatie dan vroeger, maar het wordt er niet minder op en dat is erg.' Zijn er dingen veranderd op technisch vlak? Berghmans: 'Uiteraard. De regels zijn verschillende keren gewijzigd, het is ingewikkeld geworden. Als ik nu een judoka was, zou ik de twee bewegingen die ik altijd deed, niet meer kunnen uitvoeren. Op de Spelen van Londen, in 2012, was het judo echt plat, met veel golden scores. Dus veranderden ze de regels om de sport aantrekkelijker te maken. Er zijn nog andere redenen voor de wijzigingen. Op een gegeven moment deden de Russen veel aan sambo, een sport met veel beenvegen die dicht bij judo ligt. Omdat ze geen wereldkampioenschappen hadden, kwamen ze deze in het judo doen. De federatie moest de regels veranderen om dit tegen te gaan. Op een bepaald moment ging geen enkele judoka nog naar de grond.' En nu zijn grondgevechten weer belangrijk geworden? Berghmans: ' Matthias Casse gaat vaak naar de grond. Hij doet dezelfde reeks als ik destijds, dat is geweldig. ( lacht) De scheidsrechters lieten de judoka's niet meer op de grond vechten, en dus trainden ze er ook niet meer op. Voor mij was dat mijn grote kracht. Vroeger haatte ik de grond, maar ik zag mijn fouten onder ogen en het werd mijn specialiteit. We hebben altijd de neiging onszelf niet te dwingen tot iets wat we niet kunnen, maar we moeten het tegenovergestelde doen. Dat is in de sport hetzelfde als in het leven.' Judo is een prachtige sport. Waarom wordt het alleen uitgezonden tijdens de Olympische Spelen? Berghmans: 'In het begin praatte men zelfs niet over het judo. Toen ik begon te winnen, organiseerde men toernooien in grote sportzalen. De journalisten zaten vlak achter me en tikten me in volle competitie op de schouder. Er was een hele menigte die kwam om me te zien winnen. Vervolgens pakten we minder medailles, keken de mensen minder en verdienden de zenders er minder geld mee, dus zijn de uitzendingen gestopt. De sporters verdienen op die manier hun geld, dus je krijgt een sneeuwbaleffect. Met Matthias Casse, die prachtig judo brengt en alles in zich heeft om te slagen, bestaat de kans dat judo weer op de voorgrond treedt. In Frankrijk is Teddy Riner veel op televisie. Matthias kan onze Teddy Riner worden.' Door Samuel Gothot