Een tweede keer Aalst carnaval! Dat krijgen we, zegt Simon Van de Voorde, als Lindemans Aalst, op het moment van het gesprek de fiere competitieleider, er dit seizoen in slaagt om na 25 jaar de hegemonie van Knack Roeselare en Greenyard Maaseik te doorbreken en landskampioen wordt. Voor het zover is, doet Aalst zondag in het Sportpaleis een gooi naar bekerwinst in wat al enkele jaren hét volleybalevenement van het jaar is.
...

Een tweede keer Aalst carnaval! Dat krijgen we, zegt Simon Van de Voorde, als Lindemans Aalst, op het moment van het gesprek de fiere competitieleider, er dit seizoen in slaagt om na 25 jaar de hegemonie van Knack Roeselare en Greenyard Maaseik te doorbreken en landskampioen wordt. Voor het zover is, doet Aalst zondag in het Sportpaleis een gooi naar bekerwinst in wat al enkele jaren hét volleybalevenement van het jaar is. In een heruitgave van de finale van vorig seizoen krijgt Lindemans met Roeselare de winnaar van de voorbije vier edities als tegenstander. 'Bestuur, spelers en supporters kijken al weken uit naar die wedstrijd', weet Van de Voorde. 'In zo'n grote arena voor massaal veel toeschouwers mogen aantreden, dat geeft een kick. We gaan voor winst, maar blijven bescheiden. Op papier is Roeselare favoriet. We verloren onlangs nog tegen hen in de competitie en ze hebben het voordeel van de ervaring.' Qua individuele ervaring kunnen nochtans weinig Belgische volleyballers tippen aan Simon Van de Voorde. In vier jaar Maaseik won hij twee titels en evenveel bekers alvorens hij in 2013 aan zijn buitenlands avontuur begon. Als eerste Belg ooit volleybalde hij in de Poolse competitie, bovendien bij topclub Jastrzebski. 'Ik kwam er in een fantastische groep terecht. We deden ook naast het terrein veel samen. Met vier uitstekende middenmannen was het moeilijk om mij door te zetten als basisspeler, daarom greep ik na één seizoen de kans om naar Latina te verhuizen.' In Italië was hij wel onbetwistbaar titularis en speelde hij een erg sterk seizoen, waarin hij werd uitgeroepen tot beste middenman én beste blokker van de Lega A. 'De cultuur in Polen stond me wel meer aan dan die in Zuid-Italië, waar uitstelgedrag vaak de bovenhand nam. Polen zijn introverte mensen, maar als je door dat schild geraakt, zijn ze heel behulpzaam en collegiaal. Qua structuur stond Jastrzebski ook een stuk verder dan Latina: de omkadering was op en top professioneel, er stonden twee kinesisten constant ter beschikking, ik werd op tijd betaald, het appartement was in orde, de auto was geregeld.' Ondanks een blessure op het einde van het seizoen leverden zijn prestaties Van de Voorde een transfer op naar het gerenommeerde Trentino, op dat moment regerend landskampioen. 'Het eerste jaar ondervond ik nog te veel last van mijn enkel. In combinatie met de keiharde trainingen verloor ik daardoor ook aan snelheid en kon ik tijdens de wedstrijden nooit aan honderd procent spelen. Gelukkig ben ik er het tweede jaar weer doorgekomen.' Via zijn manager kreeg hij dan ook te horen dat ze bij Trentino tevreden waren over zijn rendement en dat ze hem graag wilden behouden. 'Ze hebben een vuil spel met mij gespeeld', neemt Van de Voorde geen blad voor zijn mond. 'We namen geen contact op met andere Italiaanse of Poolse ploegen, omdat ik dacht te kunnen blijven. Tot ze een Braziliaan haalden, omdat trainer Angelo Lorenzetti een middenman wou met een sprongopslag. Ik kreeg te horen dat ik kon fluiten naar een contractverlenging en op zoek moest naar een andere club. Bij de topploegen waren alle posities dan al bezet. Toen kwam plots dat voorstel uit Teheran. Ik dacht: laat ons een keer zot doen.' De volgende stap in zijn carrière was inderdaad op zijn zachtst gezegd bijzonder. 'Tja, waarom Iran? Het voorstel was enerzijds financieel interessant - jammer genoeg heb ik niet al mijn geld gekregen en is het uiteindelijk niet interessant gebleken - en anderzijds sprak het idee mij aan om naast de eerste Belg in Polen ook de eerste Belg in Iran te worden. Ik wist ook dat ik bij Paykan Teheran zou samenspelen met jongens die bij de sterke Iraanse nationale ploeg heel hoog aangeschreven stonden, zoals spelverdeler Saeid Marouf. ' Het volleybal bleek er echter compleet anders dan in Europa. 'Je kon het niet vergelijken, het was bijna een andere sport. Ze spelen in Iran heel veel op gevoel, meer om de fun en zonder tactiek. Een voorbeeld: als ik als middenman kan inschatten dat een aanval slecht uitgevoerd word, dan zeg ik: 'We gaan niet blokken.' Wanneer ik in Iran een aanwijzing riep, dan sprong bijvoorbeeld de ene niet, maar de andere wel. Duidelijke afspraken werden er nooit gemaakt. Ook wat werkethiek betreft, was er een groot verschil. Ik ben gewend om elke dag te pushen, om elke dag proberen te verbeteren. Dat zat er bij hen niet in. Op training vroeg ik me constant af: wat zijn we hier eigenlijk aan het doen? Het grootste probleem was de taalbarrière. Slechts twee andere spelers konden Engels en die zagen het niet zitten om de hele tijd te vertalen. Daardoor liep ik regelmatig verloren op het veld.' Vooraf had hij zich verwacht aan bomvolle zalen, maar dat bleek een misrekening. 'Met de Red Dragons speelden we er voor 10.000 toeschouwers, die kabaal maakten van begin tot einde. De nationale ploeg is heel populair, maar naar de thuiswedstrijden van Paykan kwam heel weinig volk kijken. Op verplaatsing, in armere buurten, leefde het volleybal wel. Het was er voor die mensen een uitlaatklep.' Daar kwam soms heel wat testosteron bij kijken. 'Op het terrein werden tegenstanders al voortdurend uitgedaagd, maar ernaast ging het nog verder. Ik heb het meegemaakt dat supporters van de tegenpartij stoelen afbraken en ermee naar ons gooiden. We moesten de kleedkamer in vluchten. Uiteindelijk werden we door gewapende politieagenten met twee spelers per keer weggeleid, want buiten stonden ze ons op te wachten met baseballknuppels om ons in elkaar te slaan. Gewoon omdat we de betere waren van hun ploeg. Ze slaagden er wel nog in om enkele ramen van onze bus stuk te slaan en ons te achtervolgen met auto's, waardoor de chauffeur genoodzaakt was om onder politiebegeleiding tegen het verkeer in te rijden.' De cultuurschok was enorm, geeft Van de Voorde toe. 'Het verkeer, bijvoorbeeld. Mensen staken te voet de autosnelweg over alsof het de normaalste zaak ter wereld is, op driebaanswegen reden ze geregeld met zes naast elkaar, ik heb in een auto gezeten waarbij je aan het stuur draaide zonder dat de auto meedraaide. Ook de manier waarop vrouwen - ik zal niet zeggen onderdrukt worden - maar toch anders behandeld worden dan bij ons, is vreemd voor een westerling. Op wedstrijden waren ze niet welkom en in fitnesscentra waren er aparte uren voor mannen en vrouwen.' Alcohol is verboden in Iran, maar niet onbestaande, vertelt Van de Voorde. 'Via de zwarte markt was het perfect te verkrijgen. Voor Kerstmis en Nieuwjaar regelde de clubmanager zelfs bier voor ons. Je kan er niet voor naar de winkel, maar je kan wel iemand bellen die drank smokkelt. Diezelfde avond staat die aan je deur met een zwarte zak.' Veel ontspanningsmogelijkheden naast het volleybal waren er evenwel niet. 'Ik heb het paleis en enkele andere mooie gebouwen in Teheran bezocht, maar meestal zat ik gewoon alleen thuis, waarbij ik gelukkig via VPN een stuk van de internetcensuur kon omzeilen. Toen het protest tegen het regime oplaaide, bijvoorbeeld, blokkeerde de staat het internet gedurende vier dagen. Voor mij was VPN de manier om contact te houden met mijn familie en vrienden, of om games te spelen. Mijn vrouw is één keer voor drie dagen naar Iran gekomen, maar het was voor haar heel duidelijk: één keer maar daarna nooit meer. Ze moest een hoofddoek dragen, achteraan in de wagen plaatsnemen. Ze zou het er geen zeven maanden volgehouden hebben.' Van de Voorde zelf volleybalde er wel zeven maanden, maar zijn 'loon naar werken' kreeg hij nog lang niet volledig uitbetaald. 'Dat achterstallige salaris zal ik wellicht niet meer ontvangen', vreest hij. 'Het Iraanse geld moet omgewisseld worden, maar sinds de verhoogde spanningen tussen het land en het Westen, in het bijzonder de Verenigde Staten, krijg je er geen euro's of dollars meer vast. Mocht dat ooit toch nog lukken, dan is het nog een andere vraag hoe dat geld tot hier zou geraken.' Hoewel hij benadrukt geen spijt te hebben van zijn keuze, verloor Van de Voorde naast geld ook, voor een tijdje, zijn spelvreugde in Teheran. 'Even moest ik ertussenuit. Toen de aannemer, die bij ons thuis de bovenverdieping aan het renoveren was, door zijn rug zakte, ben ik ingesprongen. Dat viel blijkbaar zo goed mee dat die aannemer vroeg of ik het niet zag zitten om hem ook bij andere bouwprojecten te gaan helpen. Die korte periode heeft me deugd gedaan, maar tegelijkertijd kwam de zin om te volleyballen snel terug.' En dus ging hij begin vorig seizoen terug aan de slag, bij het Poolse Szczecin, 'maar toen ik daar na drie maanden nog geen cent had gezien ( de club ging zelfs failliet, nvdr), zat er niets anders op dan te vertrekken. Het Italiaanse Siena bood een uitweg. Gezien het spelerspotentieel verbaasde het me dat die onderaan stonden in de Lega A. Toen ik er toekwam, verwelkomden mijn nieuwe ploegmaats me met de woorden: 'Nog een kleine vijftig dagen, dan ben je ervan af en mag je naar huis.' Ik begreep het niet goed, want er was net een nieuwe trainer aan de slag gegaan die mij een gemotiveerde indruk gaf.' Twee wedstrijden en niet-onlogische nederlagen later werd de nieuwe coach alweer vervangen... door de vorige. 'De sfeer in de spelersgroep werd nóg negatiever. Opnieuw vatte ik het niet. Tot ik die trainer ontmoette. Die man was echt onbekwaam: hij deed de domste wissels, zette spelers tegen elkaar op, enfin, hij deed alles verkeerd wat je maar kan verkeerd doen als coach. De ploeg eindigde - het kon moeilijk anders - als laatste en degradeerde.' Het betekende ook het einde van zijn internationale omzwervingen. 'Toen ik bij Maaseik vertrok, was dat nochtans met het idee om mijn carrière in het buitenland te beëindigen. Ik wou niet de speler zijn die zijn topperiode in het buitenland kent om er daarna nog een paar jaar in België aan te breien als hij elders niet meer voldoet. Maar het gemis van mijn vrouw en zoontje begon te wegen, sinds mijn transfer naar Iran woonden zij immers in België. Daarom was ik blij dat Lindemans Aalst mij de mogelijkheid bood om weer aan de Belgische top te volleyballen, want ik kwam niet terug om uit te bollen, wel om voor de prijzen te gaan. Uit gesprekken met coach Johan Devoghel kwam duidelijk de ambitie van deze club naar boven. Het klikte ook snel, want hij is een coach die openstaat voor inbreng van zijn spelers.' Van de Voordes terugkeer naar België ging wel gepaard met zijn einde als international. 'Al van mijn vijftiende maak ik deel uit van de nationale selecties. Dat betekent dat ik al vijftien jaar elke keer mijn zomer opgeef. Het werd te zwaar, ik kon me niet meer met dezelfde energie engageren als ik dat daarvoor altijd gedaan had. Daarom besliste ik vorig jaar, na het EK in eigen land, om er een punt achter te zetten. Het valt af te wachten hoe lang ik gespaard blijf van blessures en hoe lang ik het niveau nog aankan, maar minstens tot en met volgend seizoen wil ik mij volledig concentreren op Lindemans Aalst.'