Na het debacle van Athene, waar geen enkele Belgische zwemmer in het olympisch bad dook, stonden er zes landgenoten op de startblokken in de Water Cube van Peking, plus langeafstandszwemmer Brian Ryckeman.

Sindsdien is er in de Vlaamse en Waalse federatie prima werk geleverd, waardoor er dertien Belgen in water van het Londense Aquatics Centre/Hyde Park actief zullen zijn.

Dat is vooral te danken aan twee estafetteploegen: op de 4 maal 100 en 4 maal 200 meter vrije slag bij de heren. De eerste keer sinds Barcelona 1992 dat België een aflossingsteam naar de Spelen stuurt.

Hoop op finale

Toch is een medaille (voorlopig) een verre droom voor deze nieuwe, jonge generatie, die nog wat tijd gegund moet worden.

Alleen de crawlzwemmers van de 4 maal 100 meter - Jasper Aerents (19), Dieter Dekoninck (21), Yoris Grandjean (23), Pieter Timmers (24) en Emmanuel Vanluchene (19) - maken een realistische kans op een finale.

Op het afgelopen EK in Debrecen (eind mei) behaalden ze een vierde plaats in een nieuw Belgisch record (3:15.34). Een tijd waarmee ze zich op het WK 2011 in Shanghai heel nipt hadden geplaatst voor de eindstrijd met acht.

Van de zestien deelnemende landen in Londen is het BR de tiende wereldjaartijd sinds dat WK in China. Kunnen Timmers en co nog een paar tienden sneller, dan zullen ze zondag om 21.54 uur voor de ogen van de hele wereld naast de Amerikaanse, Australische en Franse kanonnen staan.

Een finaleplaats voor de aflossingsploeg op de 4 maal 200 vrij (zonder Aerents en Vanluchene, maar met Louis Croenen (18) en Glenn Surgeloose (22) wordt veel moeilijker.

Hun entry time 7:15.58 (gezwommen op het EK in Debrecen) is de vijftiende van de zestien deelnemende landen. Nummer acht, Italië, zwom al ruim drie seconden rapper (7:12.18).

Individueel

Om op de individuele 100 meter vrij in Londen te scoren, moet je onder de 48 seconden kunnen zwemmen. En daar zijn de Belgen (nog) niet toe in staat.

Van het estafetteteam kon alleen Pieter Timmers zich individueel plaatsen. De 24-jarige Palenaar, gecoacht door Roland Gaastra, zwom begin dit jaar in Antwerpen 48.92, de 22e entry tijd in Londen, 46 honderdsten boven het nummer zestien. Op het EK in Debrecen eindigde hij met 49.19 als zevende in de finale.

Als de twee meter grote zwemmer zijn start veel kan verbeteren - het grote minpunt van Timmers - zit er (heel misschien) een halve finale in.

Op de 50 meter vrij wordt dat voor Jasper Aerents een veel moeilijkere opgave. De 19-jarige Lovendegemnaar gaat met 22.42 (24e entry time) naar Londen. Om de halve finale te halen moet hij zeker drie à vier tienden rapper zwemmen. Op zo'n korte afstand een wereld van verschil.

Hetzelfde geldt voor leeftijdsgenote Jolien Sysmans, die met 25.37 als 32e staat ingeschreven, ruim drie tienden boven de 16e tijd (25.01).

Glenn Surgeloose, die er al in Peking bij was, eindigde vorig jaar op het WK als 26e op 200 meter vrij in 1:48.96 (30e entry tijd in Londen) De Gentbruggenaar zal minstens zijn Belgisch record (1:48.29, gezwommen in 2010) moeten evenaren om een kans(je) te maken op een stek bij de laatste zestien.

Revanche voor Lecluyse

Dé Belgische uitblinkster op het WK 2011 in China was de pas 20-jarige Fanny Lecluyse, die op de 200 meter schoolslag als tiende, in 2:25.92, slechts op 36 honderdsten van de finale strandde.

Er werd al gesproken over een "nieuwe Brigitte Becue", maar op het EK in Debrecen volgde de ontnuchtering met een laatste plaats in de finale in een matige 2:30.12, meer dan 4 seconden boven Lecluyses Belgisch record van Shanghai. Op de 100 meter kon de zwemster uit Spiere zich zelfs niet kwalificeren voor de halve finale.

Volgens coach Horatiu Droc een gevolg van een aangepaste training, louter gefocust op schoolslag, iets wat Lecluyse niet beviel.

Sinds het EK varieert de West-Vlaamse weer meer, wat haar opnieuw op het niveau van 2011 moet brengen. Indien dat lukt, dan is een halve finale zeker haalbaar. Voor een finaleplaats moet ze minstens een seconde sneller zwemmen dan haar BR.

Een andere olympische debutant is de 19-jarige Ward Bauwens, die uitkomt op de 400 meter wissel. Na een moeilijker winter en lente (afgestorven zenuw in de schouder, oververmoeidheid en zware koorts) haalde de student geneeskunde uit Welle wel de olympische limiet.

Maar zelfs met een flinke verbetering van zijn Belgisch record (4:18.24, gezwommen op de EK-finale in Debrecen, 26e entry tijd voor de Spelen) is de kans miniem dat hij verder raakt dan de reeksen, op 400 meter wissel wordt immers geen halve finale gezwommen.

Veteranen

Kimberly Buys zwemt de 100 meter rugslag en verdedigt met François Heersbrandt, die ook in Peking al actief was, de Belgische eer op de 100 meter vlinderslag.

Als de 22-jarige Waal uit Louvain-la-Neuve zijn Belgisch record (52.29, gezwommen in Antwerpen begin dit jaar, 19e entry tijd in Londen) evenaart of verbetert, is een stek in de halve finale zeker reëel.

Voor de 23-jarige Buys zijn haar Belgische records op de 100 meter vlinder (58.62) en rug (1:01.86) allicht net niet voldoende voor een plaats bij de laatste zestien. Tenzij ze er een flinke hap vanaf doet, voor elke zwemmer toch het doel op de Spelen.

Toch medaillekans

In het openwaterzwemmen heeft België wel een medaillekans(je). Brian Ryckeman werd in 2011 Europees kampioen op de 25 kilometer en gaat, na een zevende plaats in Peking, op de kortere olympische afstand van 10 kilometer voor het podium.

Een te verdedigen ambitie, want van zijn 24 concurrenten op de Spelen heeft de 28-jarige Oostendenaar er slechts één nog nooit verslagen: de Duitser Thomas Lurz, de koning van het langeafstandszwemmen met liefst tien wereldtitels. Andere belangrijke tegenstanders zijn onder meer de Griek Spyridon Gianniotis en de Italiaan Valerio Cleri.

Voor Ryckeman wordt het zaak om zich niet te laten wegdrummen in de eindsprint. Op de 10 kilometer is de positionering van groter belang dan op de 25 km, zeker in het Serpentinemeer in Hyde Park, waar zes toertjes van 1,6 kilometer gezwommen moeten worden.

Jonas Creteur