‘Als je in het verleden leeft, loopt het fout’

Mats Rits: 'Wij hebben hier nog nooit iets anders moeten doen dan elke match negentig minuten knokken voor wat we krijgen. Dat wordt nu niet anders.' © BELGAIMAGE

In 2011 schuurde Mats Rits nog tegen het eerste elftal van Ajax aan. ‘Frank de Boer kon je helemaal verrot schelden.’ Nu, op zijn 23e, voert ‘De Tirette’ het middenveld aan van een KV Mechelen dat eindelijk nog eens op een ticket voor play-off 1 jaagt.

Nog vijf matchen te gaan in de reguliere competitie en KV Mechelen doet nog altijd mee voor een plaats in play-off 1. Dat komt wat onverwacht. De club puurt wel al extra inkomsten uit de stadionvernieuwing, maar die zitten nog niet in de sportieve werking. KV vulde zijn spelerskern afgelopen zomer wel aan, maar de kwaliteitsinjectie was niet overweldigend. Tijd om eens naar een verklaring te vissen bij middenvelder Mats Rits, ‘De Tirette’ voor de ploegmaats. Vorige maand werd hij door dit blad nog verkozen tot de meest bepalende speler van KV dit seizoen. ‘De afgelopen jaren hadden we af en toe misschien iets hoger kunnen eindigen’, zegt Rits. ‘Zeker het seizoen waarin we play-off 2 wonnen, was onze kern echt sterk. Misschien hebben we nu wel het tikje geluk dat we toen misten. Sowieso is onze groep hecht en staan we heel goed in blok. We overschatten onszelf niet. We willen niet altijd het spel naar ons toetrekken. Soms moeten we eerst onze verdedigende taak uitvoeren.’

Wat denk je als je jullie resterende programma bekijkt?

MATS RITS: ‘We bekijken het match per match. De trainer hamert daar sterk op en we weten dat zelf ook. Wij hebben hier nog nooit iets anders moeten doen dan elke match negentig minuten knokken voor wat we krijgen. Dat wordt nu niet anders. We rekenen dus niet.’

De top van de club liet weer verstaan dat het fijn zou zijn als KV eens play-off 1 zou halen, maar dat het niet moet. Vuur je met zo’n boodschap de spelers wel voldoende aan?

RITS: ‘Dat is een signaal van de club, dat staat los van de spelers. De trainer jaagt de groep aan en het is ook aan de spelers zelf om op scherp te staan. Ik kan me niet inbeelden dat een speler bij een match denkt: vandaag hoeft het niet zo.’

Was het jammer dat KV er net nu niet in slaagde een winterstage te organiseren? De club gaf zo niet de indruk alles in het werk te stellen om play-off 1 te halen.

RITS: ‘Ik denk niet dat zo’n stage het verschil maakt tussen play-off 1 halen of niet. Dat zou te gemakkelijk zijn.’

Na zeven seizoenen op rij in play-off 2 zou een deelname aan play-off 1 een keer mogen voor KV, zeker als je weet dat het clubs als STVV en KV Kortrijk wel al eens lukte.

Mats Rits met scheidsrechter Luc Wouters
Mats Rits met scheidsrechter Luc Wouters© Belga

RITS: ‘KV Mechelen is altijd heel stabiel, terwijl andere clubs misschien wat meer ups en downs kennen. En het is ook niet zo dat Marc Coucke (voorzitter van KV Oostende, nvdr) plots een groot budget in deze club pompt. Wij doen het stap voor stap.’

STIJVE NEK

Jij bent van Sint-Katelijne-Waver. Waarom begon jij als kleine jongen niet bij KV te voetballen?

RITS: ‘Van mijn vierde tot mijn zesde, toen het officieel nog niet mocht, speelde ik bij FC Walem, waar mijn grootvader voorzitter was. Ik voetbalde er weleens mee met de identiteitskaart van een ander. Ik ging ook naar jeugdkampen van de winkel Profi-Sport. Daar zat Lierse mee in de organisatie. Zo belandde ik als duiveltje bij die club. We hadden er een geweldige ploeg en speelden elk jaar kampioen. Voor mij ging het er goed tot we op een groot veld moesten voetballen. Toen gebruikten we enkel nog de lange bal; Romelu Lukaku duwde vier man opzij en trapte hem binnen. Mijn pa zei: je krijgt een stijve nek van te kijken naar alle ballen die over je hoofd vliegen. Al voor de winterstop vertelde ik het jeugdbestuur dat ik na dat seizoen zou vertrekken. Vanaf toen mocht ik niet meer meedoen. Elke week kreeg iedereen een kaartje waarop stond met welke groep je een match zou spelen, maar ik kreeg geen kaartje meer.’

Op je elfde trok je naar Germinal Beerschot.

RITS: ‘Omdat ik bij Lierse in een superploeg zat, speelde ik er ook als een echte salonvoetballer: een passje hier, een zooltje daar. Bij Beerschot belandde ik in een team dat niet overliep van de topspelers. Ik leerde er wat voetbal ook is: duels winnen, strijden, lopen.’

Op je vijftiende werd je ‘een van de grootste talenten van je generatie’ genoemd en kwamen de Europese topclubs.

Nu ik zeven jaar in een eerste ploeg zit, weet ik dat het echt niet simpel is om bij een topclub te geraken.

RITS: ‘Real Madrid kwam eens kijken. Achteraf vind ik het een eer dat zo’n ploeg interesse toonde, maar op het moment zelf besef je nog niet goed wat dat is. Nu ik zeven jaar in een eerste ploeg zit, weet ik dat het echt niet simpel is om bij een topclub te geraken of om nog maar te spelen in de eerste klasse.’

Nog op je vijftiende verscheen je met een grote foto in dit blad. Je lag op een tafel te poseren als een fotomodel.

RITS: ‘Zover zou je mij nu niet meer krijgen. De fotograaf vroeg om dat te doen, dus deed ik dat. Toen kwamen die dingen allemaal maar op me af. Het raakt aan een probleem: de begeleiding van jong talent. Dat heeft niet enkel met pers te maken, maar ook met de overgang naar de trainingsweken van een eerste ploeg. Het is logisch dat je als zestienjarige soms eens meedoet en soms niet, zodat je lichaam aan het regime kan wennen. Maar als jonge gast denk je: ik móét hier meetrainen, ook al voel je iets. Als niemand iets zegt, train je gewoon altijd vollen bak, zoals ik bij Beerschot.’

ONVERGETELIJKE AVOND

Toen je op je zestiende een contract tekende, organiseerde Beerschot een heuse persconferentie. Ook hevig voor een gast van die leeftijd.

RITS: ‘Nu vind ik dat ook. Het was nog zoiets dat gewoon op mij afkwam. Mijn eigen club zei dat ze dat op dat uur en daar zou aankondigen. Ja, dan volg je.’

Bij je debuut voor de eerste ploeg, nog altijd op je zestiende, scoorde je twee keer. Toen ontplofte het verwachtingspatroon helemaal. Bedacht je ooit dat je die goals misschien beter niet gemaakt had?

RITS: ‘Nee, die avond was ook onvergetelijk. Mij blijft vooral bij hoe Daniel Cruz me heel goed hielp. Hij werd een echte vriend. Hij was de chouchou van het publiek en nam me mee bij de fans.’

Twee seizoenen later trok je naar Ajax.

RITS: ‘Ik wilde er investeren in mijn lichaam en opleiding. Het idee was er om met de beloften te spelen: er is daar een B-kern die ook overdag traint. Maar die begon twee weken na de A-kern. Dus begon ik met de A-kern, net als nog wat andere jongeren. In het begin liepen we er met 35. Na twee weken moesten er vier naar de B-kern, ik was daar niet bij. Na nog eens twee weken gebeurde weer hetzelfde. Uiteindelijk bleven we over met 23 man en was ik er nog altijd bij. Op een bepaald moment werd ik zelfs negentiende man, maar toen blesseerde ik mij aan mijn enkel en wat later aan mijn rug. Die enkelblessure was pech: standbeen omgeslagen. Die rugblessure was een stressfractuur; niemand kon zeggen hoe die er kwam. Ze kon te wijten zijn aan overbelasting, maar evengoed aan een val.’

Bij Ajax had je plots héél goede voetballers rond je.

RITS: ‘Jan Vertonghen deed het niet altijd, maar als hij op training dacht: die bal heb ik, dan had hij die ook. Daar kon niemand iets tegen beginnen.’

Wat leerde je van Frank de Boer, toen trainer bij Ajax?

RITS: ‘Van hem blijft me vooral bij hoe gedreven hij was. De dag na een match speelden we weleens tennisvoetbal. Soms had je dan niet zo veel zin. Maar als je met De Boer in een ploegje zat en je liet de bal vallen, dan kon hij je helemaal verrot schelden.’

NIET HET LIJF VAN LUKAKU

In 2013 kwam je naar KV Mechelen, maar basisspeler werd je niet meteen.

Mats Rits: 'Omdat ik bij Lierse in een superploeg zat, speelde ik er ook als een echte salonvoetballer: een passje hier, een zooltje daar.'
Mats Rits: ‘Omdat ik bij Lierse in een superploeg zat, speelde ik er ook als een echte salonvoetballer: een passje hier, een zooltje daar.’ © BELGAIMAGE

RITS: ‘Als je de jongste bent, vlieg je er na een nederlaag makkelijker weer uit dan iemand met ervaring. Maar misschien lag het ook aan mezelf.’

Harm van Veldhoven, toen trainer bij KV, zei dat je niet streng genoeg was voor jezelf.

RITS: ‘Misschien had ik onbewust nog niet echt door wat ik er allemaal voor moest doen. Maar Harm zei mij nooit persoonlijk dat ik harder moest werken. Anders had ik dat waarschijnlijk wel gedaan. Dus vond ik het jammer om achteraf zoiets te lezen.’

Verwerkte je ook een klap? Mechelen is Madrid niet.

RITS: ‘Nee. Ik moest trouwens niet weg uit Amsterdam. Maar ik wou echt spelen en een belofteteam blijft toch wat anders.’

Na twee matige jaren treuzelde KV met je contractverlenging.

RITS: ‘Begin 2015 hadden we een akkoord, enkel de handtekeningen kwamen er maar niet. Hoe dat kwam, daar ga ik niet op in. Ik sprak vaak met Aleksandar Jankovic (toen trainer, nvdr), Fi Vanhoof (toen sportief directeur, nvdr) en Thierry Steemans (financieel directeur, nvdr). Naast hen waren er nog mensen die me steunden, maar anderen hier hadden het waarschijnlijk minder voor mij. Dat is geen probleem, maar als de club niet verder wou met mij, moest ze mij dat zeggen.’

Uiteindelijk liep je hier medio 2015 even zonder contract.

RITS: ‘Dat was frustrerend.’

Je veranderde in 2015 ook van makelaar.

RITS: ‘Even zat ik bij Walter Mortelmans, daarna stapte ik over naar Dejan Veljkovic, in januari 2015. ‘

En in het seizoen 2015/16 werd je dan plots basisspeler onder Jankovic, die dezelfde makelaar heeft. Hoe lastig vond je het dat sommigen daar vragen bij stelden?

RITS: ‘Yannick Ferrera (de huidige trainer, nvdr) zit niet bij Veljkovic en nog nooit kreeg ik zo veel positieve commentaren als nu. Hij maakte me zelfs kapitein. Jankovic zei of insinueerde nooit dat ik naar Dejan moest gaan.’

Jij gaf eerder al aan dat je pas vorig seizoen fysiek klaar was voor dertig matchen. Raakte in jouw jeugd het fysieke aspect ondergesneeuwd door je technisch talent?

RITS: ‘Nee, het is perfect normaal dat het tot mijn 21e duurde. Youri Tielemans en Romelu Lukaku zijn uitzonderingen: hun lichaam was klaar op hun 16e, het mijne niet.’

SIMPEL EN GOED

Wat voor trainer is Jankovic?

RITS: ‘Een enorme motivator. Hij kon de dag voor de match een speech geven waardoor je meteen het veld op wou rennen. Voor mij is het grote verschil met Ferrera dat de trainingen nu tactischer zijn. We trainen tegenwoordig bijna altijd in wedstrijdsituaties, ook tijdens de opwarming.’

Wat ervaar jij als het voornaamste verschil tussen de 4-4-2 van Ferrera en de 5-3-2 van Jankovic?

RITS: ‘In zo’n 4-4-2 sta je compact, met de linies kort bij elkaar. Met de 5-3-2 konden we er aanvallend makkelijker uitkomen, maar gaven we ook meer ruimte weg.’

Dit seizoen staat soms Zeljko Filipovic naast je, soms Ahmed El Messaoudi.

RITS: ‘Filipovic is een verdedigende middenvelder die zijn positie houdt. El Messaoudi is ook een heel goede voetballer en durft weleens een dribbel vooruit te doen of te infiltreren. Hij heeft ook meer loopvermogen.’

Jij trekt ook graag eens naar voren. Heb je dan het liefst Filipovic naast jou? Dan moet je je collega-middenvelder ook minder in de gaten houden.

RITS: ‘Ik snap wat je bedoelt, maar dan kan het ook statischer en voorspelbaarder worden. Alles heeft voor- en nadelen. En middenvelders moeten altíjd naar elkaar kijken.’

Voor welke middenvelder grijp jij weleens naar de zapper om het beeld terug te spoelen?

RITS: ‘Ik vind Toni Kroos fantastisch: simpel en goed. Die zal ook geen vier spelers dribbelen, maar speelt wel altijd zuiver.’

Als ze je op je 15e de naam Real Madrid in de oren blazen, blijft die Europese top misschien toch hangen als een verre droom?

RITS: ‘Niet bij mij. Daar moet je je over zetten; anders leef je in het verleden en loopt het fout.’