Bruno Venanzi: ‘We hadden een kern om derde te worden’

© BELGAIMAGE
Thomas Bricmont

In het oog van een storm die week na week verergert, nam de grote baas van Standard ruim de tijd om zich uit te spreken over alle hete hangijzers. Een gesprek met een voorzitter-supporter die ervan overtuigd is ‘dat het goed komt’.

Vrijdag 14 april, 94e speelminuut. Een goed gerichte bal van Yannick Aguemon wordt doorgekopt door de plaatselijke held Pietro Perdichizzi. Standard buigt opnieuw in de slotfase (2-2), deze keer tegen Union. Het werk is slordig, de mentaliteit een zoveelste keer de club onwaardig. De tv-camera’s registreren de teleurgestelde gezichten van het Luikse bestuur.

Enkele uren voordien spraken we in de ruime bureaus van Sclessin met Bruno Venanzi, in het gezelschap van zijn trouwe rechterhand Alexandre Grosjean.

Zoals gewoonlijk is de Luikse voorzitter gastvrij en hij ontvangt ons zelfs met de glimlach, ondanks de dramatische sportieve toestand.

Een jaar geleden ontving u ons voor een lang interview met de beker van België naast u. Heeft die trofee niet veel aanslepende problemen gemaskeerd?

BRUNO VENANZI: ‘We hebben het intern al gezegd: dat is de boom die het bos heeft toegedekt. Nu, het spreekt voor zich dat we een rotseizoen meemaken door meerdere factoren, door zowat iedereen, te beginnen met mezelf. We worden alleen op de resultaten beoordeeld en de negende plaats na de reguliere competitie is onaanvaardbaar. We hadden de kern om derde te worden. Maar sinds de match in Charleroi zijn we in een negatieve spiraal beland. In Charleroi was ik er niet, want ik was ziek, maar ik zag de wedstrijd op tv. Bij 1-3 zag ik het Charleroibestuur wegzakken in hun stoelen. En dan was er dat incident waardoor de wedstrijd werd stopgezet, maar waar wij de hoofdverantwoordelijkheid voor dragen. En ook al werd de tweede stopzetting opzettelijk uitgelokt, ik ga me niet dommer voordoen dan ik ben.’

Wat bedoelt u met ‘uitgelokt’?

VENANZI: ‘De manier waarop de speaker zich heeft uitgedrukt. Ik beweer uiteraard niet dat het doorgestoken kaart was, aangezien wij verantwoordelijk waren voor de eerste onderbreking. Dat is ook precies wat ik de supporters verweten heb, want wanneer je met hen spreekt, is het nooit iemands fout. Maar uiteindelijk is er één die iets gooit en zijn er duizend die applaudisseren. Wat me ook stoort, is dat men in Charleroi geen beelden kan krijgen, gewoonweg schandalig. Hier hebben we overal in het stadion camera’s. Sinds ik hier ben, zijn we er trouwens in geslaagd om in ons eigen stadion incidenten te voorkomen. Maar het is natuurlijk niet die ene wedstrijd die onze negende plaats verklaart.’

DE RESULTATEN EN DE MANIER WAAROP

Hoe kan een club als Standard een trainer zolang in het zadel houden na dergelijke resultaten? Of vindt men gewoonweg dat Standard een club als een andere is geworden?

VENANZI: ‘Ik wil een dynamiek van stabiliteit installeren, zowel bij de trainers als de staf. Sinds mijn aantreden zijn er enkele veranderingen gebeurd, maar ik denk dat iedereen die een onderneming overneemt eerst nagaat hoe men werkt en met wie men werkt. En het is juist dat ik het eerste jaar, omdat ik bezig was met de verkoop van Lampiris, de zaken wat op hun beloop heb gelaten. Ik was niet erg aanwezig, het omgekeerde van nu. Het vergt wat tijd. En een zekere stabiliteit.’

Ik wil dat we onze PO2-poule winnen door ervoor te vechten. Jankovic weet waar hij aan toe is als het niet lukt.

Maar die stabiliteit is nagenoeg onmogelijk in het voetbal wanneer de resultaten zo slecht zijn.

VENANZI: ‘Die stabiliteit bestaat wel, maar ze is inderdaad zeldzaam. Ik kijk naar twee dingen: de resultaten en de manier waarop. Beide storen me vandaag. 0-0 spelen op Anderlecht met tien tegen elf, zelfs met negen tegen elf: het is die mentaliteit die ik wil zien. We moeten tonen dat we karakter hebben. En ik heb het de trainer gezegd voor het begin van play-off 2: ik wil dat we deze poule winnen door ervoor te vechten.’

Is dat de conditio sine qua non opdat Jankovic mag doorgaan?

VENANZI: ‘Ik heb hem duidelijk uitgelegd wat ik wou. Het contract is helder: hij weet waar hij aan toe is als het niet lukt.’

Zijn de spelers volgens u bewust van waar Standard voor staat?

VENANZI: ‘We proberen hen dat in te prenten, maar de voorbije jaren was dat inderdaad niet altijd het geval. Toen we een Conceição of een Dragutinovic hadden, was het anders. En ook al werden ze nooit kampioen, hun uitstraling bleef de volgende jaren in de kleedkamer doorwerken. Het zijn zulke spelers die grinta naar Standard hebben gebracht en het zijn zulke spelers die we opnieuw moeten vinden.’

Men kan ze moeilijk vinden door midden in het seizoen een Mladenovic of Luchkevych te halen, niet?

VENANZI: ‘De volgende mercato zal rustiger verlopen, maar de spelers op wie we mikken en die Olivier Renard meermaals is gaan scouten, hebben meer ervaring en zullen een positieve invloed op de kleedkamer uitoefenen.’

Zullen de financiën u toelaten ambitieus te zijn op de transfermarkt?

VENANZI: ‘Twee jaar geleden leed de club 7 miljoen euro verlies. Vandaag slagen we erin een positieve balans voor te leggen met een winst van 1 à 2 miljoen. De kapitaalsverhoging van 10 miljoen die ik onlangs realiseerde, is bedoeld om de club te stabiliseren, maar ook om de projecten te kunnen uitrollen. Ik zou willen dat we minder afhankelijk zijn van een meerwaarde op de transfers. Want als we vandaag een evenwicht willen bereiken, moeten we een meerwaarde van 5 tot 10 miljoen op de transfers realiseren. Vandaag weten we waar we aan toe zijn en we investeren ook heel wat geld in de jeugd van de Académie. Ongeveer negentig procent van de toptalenten zal op de club blijven en er is een grote herstructurering op de Académie aan de gang. Dat alles heeft echter een prijs. Maar als we opnieuw een ploeg willen die de top drie beoogt, moet worden geïnvesteerd in de jeugd.’

HET VERTREK VAN TREBEL

U rekent op jonge buitenlandse beloften als Razvan Marin. Men kan voorspellen dat zij niet onmiddellijk iets zullen bijbrengen.

VENANZI: ‘In het geval van Marin was het idee hem dit seizoen te halen en klaar te stomen voor volgend seizoen. Olivier heeft hem meer dan een jaar gescout. Hij is een speler die ons bevalt, met de juiste mentaliteit. Maar zoals veel spelers uit het buitenland heeft hij aanpassingstijd nodig.’

Heeft u een fout gemaakt door Trebel in januari te laten vertrekken?

VENANZI: ‘Ten eerste hebben we hem voor een correct bedrag (3,5 miljoen, nvdr) verkocht. De kwestie Adrien Trebel is speciaal, want in feite wilde hij altijd al weg. Sinds zijn komst al. Ik denk dat Adrien een goeie kerel is, maar hij was geen speler met de Standardmentaliteit.’

Nochtans droeg hij de kapiteinsband.

VENANZI: ‘Dat was misschien een verkeerde casting, maar ik zit niet constant in de kleedkamer, ook al vang ik echo’s op.’

Als je een onderneming leidt, moet je eerst zorgen dat ze rendabel is vooraleer te investeren.

U bent gezwicht voor zijn eisen door hem te laten vertrekken. Was dat geen slecht signaal aan de andere spelers?

VENANZI: ‘Ik bekijk dat zo niet. Want we waren uit op zijn vertrek, wat de spelers misschien niet weten. Sinds zijn afgesprongen transfer met Al-Jazira in augustus hadden we gezien dat hij niet de juiste mentaliteit had, ook al blijft hij een goede speler. En ik denk dat hij in Anderlecht nog goeie wedstrijden zal spelen wanneer hij op het veld zal staan.’

Is Standard niet verplicht om op zo’n sleutelmoment van het seizoen een speler te houden die de competitie kent en ervaring heeft?

VENANZI: ‘U kunt zijn laatste seizoen in Nantes analyseren en u zult het antwoord kennen. Dat is ook de reden waarom hij gratis is gekomen. Mogi Bayat zei me kort nadat ik Standard overnam: ‘Een tip: niet te veel Fransen in je kleedkamer. Twee, drie maximum.’ Ze hebben een andere mentaliteit, een andere opleiding, wat niets afdoet van hun kwaliteiten. Want de Matthieu Dossevi van vorig jaar behoorde tot de beste drie spelers van de competitie. Maar het is juist dat zijn resultaten en mentaliteit dit seizoen niet op niveau zijn.’

TRAINERSKEUZE

Waarom koos u voor Aleksandar Jankovic als opvolger van Yannick Ferrera?

VENANZI: ‘Om eerlijk te zijn: ik ben van trainer veranderd op aanraden van DanielVan Buyten en Olivier Renard. Iets wat ik vandaag niet meer zou doen. Yannick was, net als ik, wat jong toen hij naar Standard kwam, maar hij kon nog goeie dingen realiseren.’

Is het vandaag de ambitie om een trainer te halen die de supporters weer een beetje hoop geeft?

VENANZI: ‘Een goeie trainer kiezen is vanzelfsprekend cruciaal. En er bestaan trainers die geen ronkende naam hebben maar heel goed werk leveren. Ik ga de supporters geen zand in de ogen strooien.’

Kan een club als Standard een trainer van het kaliber Conceição halen?

VENANZI: ‘De financiën zijn vandaag gezond. De prioriteit is dus om een kwalitatieve trainer aan te trekken. We meenden in september dat Jankovic dat kon zijn. Maar de resultaten geven aan dat we niet op het juiste spoor zitten. Als we een trainer voor volgend seizoen moeten aantrekken, zullen we daarop niet besparen. Maar ik zal geen trainer kiezen om de supporters te plezieren, wel in functie van zijn kwaliteiten als tacticus en zijn capaciteiten om de groep de juiste mentaliteit bij te brengen. Zal de volgende trainer Mazzu, Preud’homme of Vanhaezebrouck heten?’ (lacht)

De geruchten over Mazzu zwellen aan de laatste tijd…

VENANZI: ‘Heeft hij niet onlangs in een interview verklaard dat hij niet naar Standard zou komen? Hij is een goeie coach, maar ik hou ook van Vanhaezebrouck. Dat wil daarom niet zeggen dat hij naar Standard zal komen.’

Erik Gerets zou u de naam Frank Vercauteren hebben ingefluisterd?

VENANZI: ‘O neen, als iemand me niét zegt wat ik moet doen, is het Erik. Terwijl als één iemand het zou kunnen, hij het is. Maar het gebeurt uiteraard dat ik hem raadpleeg.’

In het begin vond ik de rivaliteit tussen Renard en Van Buyten nog gezond.

Uw toekomstige keuzes zullen dus niet worden ingegeven door de stem van het volk?

VENANZI: ‘Ik ben hier niet om de supporters te plezieren, maar om keuzes te maken die tot resultaten leiden. Mijn eerste stap was om beslissingen te nemen over de financiën van de club. Als je een onderneming leidt, moet je eerst zorgen dat ze rendabel is vooraleer te investeren. En de zwaarste investeringen zijn gerealiseerd voor de Académie, via nieuwe gebouwen, met een kostprijs van meer dan 2 miljoen euro. Een jaar geleden was dat niet mogelijk. En het is juist dat deze investeringen passen binnen de middellange of lange termijn en dat we als supporters resultaten willen zien op korte termijn. Vreemd genoeg, en ondanks alle fouten die we konden maken, zijn we erin geslaagd om een concurrentiële ploeg te bouwen voor play-off 1, zelfs de top drie.’

Beschikt Standard ondertussen over de middelen om de ambities waar te maken? Vorige zomer probeerde u Dieumerci Mbokani terug te halen om er vervolgens vlug achter te komen dat hij financieel niet haalbaar was.

VENANZI: ‘We hebben dat inderdaad geprobeerd, maar we gaan een speler geen 3 miljoen netto betalen. Het moet binnen de normen blijven. Vandaar dat ik spelers verkies met een voor België interessant contract, niet het grootste, maar met een stevig premiestelsel aan het eind om opnieuw die winnaarsmentaliteit erin te pompen. Dat kost me meer dan dat ik een dik contract zou geven vanaf het begin, maar dat is mijn voorkeursmodel. Een grote naam halen met een dik salaris om het publiek te lokken, dat interesseert me niet. Maar als Mehdi Carcela me zegt dat hij zin heeft om terug te keren naar Standard en ik bereid ben om zulke financiële inspanningen te doen, is dat iets anders.’

Is Standard in staat om 5 miljoen te geven om een speler te kopen?

VENANZI: ‘In staat wel, maar dat is niet mijn model. Ik denk dat we uitstekende spelers kunnen vinden voor 2 of 3 miljoen euro. Maar als we méér moeten neertellen voor een speler en we overtuigd zijn van zijn inbreng: waarom niet? In januari bijvoorbeeld hebben we een inspanning gedaan om Ishak Belfodil te houden.’

Was het gedoe rond zijn transfer een keerpunt in het seizoen?

VENANZI: ‘Ik denk het niet.’

Die context heeft toch tot het vertrek van Daniel Van Buyten geleid?

VENANZI: ‘Het is op Daniels aanraden dat ik Olivier liet komen. En ik heb er geen spijt van, want Olivier levert schitterend werk. Maar enkele maanden na zijn komst is er rivaliteit gerezen tussen de twee. In het begin vond ik die rivaliteit gezond, want daardoor kon ik een kritische blik krijgen op bepaalde spelers. Maar ik heb vastgesteld dat die rivaliteit de club niet naar omhoog trok en er steeds meer verschillen waren in Daniels en Oliviers aanpak.’

Het voetbal is een hard milieu, waar de leugen geïnstitutionaliseerd is.

Was de komst van Van Buyten bedoeld als mooie publiciteitsstunt?

VENANZI: ‘Ik kocht een grote voetbalkenner met een fantastische professionele ervaring.’

Maar wat heeft hij concreet gedaan voor Standard, behalve parkeerplaatsen op naam laten aanleggen op de Académie?

VENANZI: ‘Hij leerde me bepaalde zaken over voetbal, hij leerde me hoe de spelers functioneerden.’

Maar dat is toch geen 500.000 euro per jaar waard?

VENANZI: ‘Inderdaad. Vanaf het moment dat hij me meer kost dan opbrengt…’

Men zegt over u dat u te lief bent voor het voetbalmilieu.

VENANZI: ‘Alle zakenmilieus zijn moeilijk. Het voetbal is een hard milieu, waar de leugen geïnstitutionaliseerd is. Daar hou ik niet van en dat is niet mijn manier van werken. Vandaar misschien dat men zegt dat ik lief ben, maar ik ben daarom niet naïef.’

Hebt u, sinds u Standard overnam, bij uzelf al gezegd: ‘Wat zit ik hier te doen?’

VENANZI: ‘Na elke nederlaag denk ik dat. Maar de volgende ochtend ben ik opnieuw heel gemotiveerd.’

Hebt u al overwogen om alles te laten vallen?

VENANZI: ‘Nooit. Ik heb heel moeilijke momenten gekend, zoals bij de nederlaag tegen Kortrijk (0-3), het voorval rond Daniel Van Buyten in ruime zin en Charleroi-Standard, maar ik weet dat het goed komt.’

Waarom bent u daarvan overtuigd?

VENANZI: ‘Omdat we een structuur aan het bouwen zijn. Op de Académie was dat bijvoorbeeld niet het geval, iedereen besliste in zijn eigen hoekje. Dat gaf aanleiding tot totaal absurde situaties. Een voetbalclub is een speciale omgeving waar je werknemers, je spelers, meer verdienen dan iedereen. En waar je strategie op middellange of lange termijn afhangt van het resultaat van het weekend. Dat kan beïnvloed worden door een al dan niet terechte uitsluiting, een schot op de paal enzovoort. Nu, ik wou dat het meteen had gewerkt. Maar ik wist vanaf het begin dat de opdracht moeilijk zou zijn.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier