De gebroeders Mpenza over hun tijd bij de Rode Duivels: ‘We zijn trots op wat we bereikt hebben’

Mbo en Émile Mpenza aan de Belgische kust: 'We horen elkaar niet vaak, maar als er iets aan de hand is, dan kunnen we op elkaar rekenen.' © BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS
Martin Grimberghs Medewerker van Sport/Voetbalmagazine

Voor de broers Hazard en de broers Lukaku waren er de broers Mpenza. Op enkele maanden tijd groeiden de spitsen uit tot de blikvangers van de Rode Duivels. De betrokkenen blikken zelf terug op hun carrière.

Meer dan een jaar al hebben ze elkaar niet meer gezien. Mbo Mpenza heeft voor de ontmoeting een autorit van drie uur over. Zijn jongere broer Emile werd recent opnieuw vader. Mbo en Émile zouden elkaar dus veel nieuwe dingen kunnen vertellen, maar ze verkiezen om terug te blikken. Dat doen ze op een periode waarin Mbo nog geen pineapple strawberry smoothies dronk en Émile zijn gasten nog niet ontving aan het strand van Knokke-Het Zoute. Toen ze nog niet door het leven gingen als gesettelde veertigers, waren de broers-Mpenza de vaandeldragers van het Belgische voetbal.

Rebellie

Jullie hebben de eerste 24 of 22 jaar van jullie leven samen doorgebracht, maar ondertussen hebben jullie elkaar al ruim een jaar niet meer gezien. Wat is er anno 2021 overgebleven van dat partnerschap dat zo lang onbreekbaar leek?

Émile Mpenza: ‘Veel mensen hebben het nodig om elkaar dagelijks te horen of te zien. Voor ons geldt dat niet, maar we weten wel dat als er een probleem is, de andere er altijd zal zijn. Verder gaat het leven voort en doen we ons eigen ding. Zo gaat het voor mij ook met mijn beste vrienden. We horen elkaar niet vaak, maar als er iets aan de hand is, dan kunnen we op elkaar rekenen.’

Mbo Mpenza: ‘Toen we doorbraken op hetzelfde moment, was het logisch dat we dat samen beleefden. We hebben altijd aan elkaars zijde gevoetbald. Het was echter niet evident om dat hoge niveau allebei te bereiken. We hebben immers geen topopleiding genoten.’

Kortrijk, Mouscron, Standard, de Rode Duivels: jullie hebben de eerste vier belangrijke stappen in jullie carrière samen gezet. Is het gemakkelijker om met twee te zijn als je bij wijze van spreken van nergens komt en je plaats moet vinden in het wereldje?

Mbo: ‘Je moet weten dat het een heel avontuur was toen we vanuit Congo naar België kwamen voor het doctoraat van onze papa eind jaren 80. Het was aanvankelijk niet de bedoeling om hier te blijven, maar uiteindelijk zijn we nooit teruggekeerd naar Kinshasa. We woonden in Bergen op de eerste verdieping van een groot flatgebouw. Er waren weinig mogelijkheden om te ontspannen, maar gelukkig sloten we snel vriendschap met een buurjongen, een zekere David, die ondertussen overleden is trouwens. Hij woonde op de elfde verdieping en voetbalde bij een kleine club in tweede provinciale, Mesvin. Op een dag hebben we ons achter de rug van papa ingeschreven bij die club. Dat verliep allemaal goed tot hij ons betrapte terwijl we ons aan het omkleden waren om te gaan trainen.’

Émile Mpenza in actie op het EK 2000 tegen Turkije: 'Die uitschakeling was moeilijk te verteren.'
Émile Mpenza in actie op het EK 2000 tegen Turkije: ‘Die uitschakeling was moeilijk te verteren.’© BELGAIMAGE – CHRISTOPHE KETELS

Émile: ‘Hij kon er niet mee lachen. Hij was iemand die niet veel zei, maar die dag… amai. Hij wilde niet dat we aan sport deden, we moesten ons concentreren op onze studies. Gelukkig had de voorzitter van het jeugdbestuur ons bezig gezien en was hij onder de indruk geraakt. Hij heeft papa overtuigd om ons toch te laten voetballen.’

Mbo: ‘Hij ging akkoord, met als voorwaarde dat we onze studies lieten primeren. Voetbal was voor ons ook een vorm van rebellie tegen de wil van papa.’

Émile: ‘Bij Mesvin schopten we het tot in de provinciale selectie van Henegouwen en niet veel later tot jeugdinternational. Dat was uniek in die periode, vermoed ik: jongens uit het provinciale voetbal die in de nationale ploeg stonden. Ik speelde er samen met onder meer Kurt Van De Paar en Chris De Witte, twee jongens die bij Anderlecht voetbalden. Voor hen was het normaal dat ze de nationale selectie haalden. Wij van Mesvin daarentegen…’

Papa wilde niet dat we aan sport deden, we moesten ons concentreren op onze studies.’

Émile Mpenza

Echte mix

Eind 1996 zetten jullie je eerste stappen in de hoogste afdeling. Jullie schoten als kometen omhoog. Als spelers van Moeskroen kwamen jullie meteen bij de Rode Duivels en in mei 1997 werd Émile uitgeroepen tot Jonge Prof van het Jaar en Ebbenhouten Schoen. Hoe beleefden jullie die opmerkelijke opmars?

Mbo: ‘We waren enorm trots op wat we bereikten, en dat zijn we nog altijd. Ik zal mijn eerste wedstrijd bij de nationale ploeg nooit vergeten ( 1-2-overwinning in Wales op 29 maart 1997, nvdr). We vlogen naar Groot-Brittannië in een klein vliegtuigje en het was een bijzonder turbulente vlucht. Ik zat naast Enzo Scifo. Op een bepaald moment nam Enzo een foto van zijn dochtertje uit zijn zak en begon te bidden. Ik heb totaal geen last van vliegangst, maar die dag heb ik toch gezweet. Ik zei bij mezelf: als Enzo, iemand met tonnen ervaring, in paniek raakt, dan is er misschien wel een reden om ongerust te zijn.’

Émile: ‘Ik heb er niets van gemerkt, want ik sliep gewoon ( lacht). Ik speelde mijn eerste interland een dikke maand eerder tegen Noord-Ierland ( een 3-1-nederlaag op 11 februari 1997, nvdr). De mensen herinneren zich dat waarschijnlijk niet meer, maar we deelden toen nog de kleedkamer met een monster genaamd Philippe Albert. Zijn kastje bevond zich bovendien naast dat van mij. Ik kan je verzekeren dat ik onder de indruk was.’

Mbo Mpenza had 46 caps nodig om zijn eerste doelpunt voor de Rode Duivels te maken.
Mbo Mpenza had 46 caps nodig om zijn eerste doelpunt voor de Rode Duivels te maken.© BELGAIMAGE – CHRISTOPHE KETELS

Het is toch wel speciaal dat jullie zowel met Philippe Albert als met Vincent Kompany gevoetbald hebben. Hebben jullie soms het gevoel te vroeg of misschien net te laat geboren te zijn?

Émile: ‘Toen ik bij de nationale ploeg kwam, hebben mannen als Albert, Marc Wilmots en Luis Oliveira zich over mij ontfermd. Dat gaf een fantastisch gevoel. Maar ik ben blij dat ik het begin van deze gouden generatie heb meegemaakt. Op het einde van mijn carrière bij de Rode Duivels noemden Fellaini en co mij tonton Émile. Ik was het oudje, maar dat deerde mij niet. Integendeel, want de anderen toonden respect.’

Mbo: ‘Klopt, ik heb dan ook totaal niet het gevoel dat we te vroeg of te laat geboren zijn. We hebben het geluk gekend om het einde mee te maken van de generatie die schitterde in Mexico in 1986. Bij ons debuut deelden we de kleedkamer met mannen als Scifo en Franky Van der Elst. Dat was een hele eer. Ik vermoed dat jongens als Jérémy Doku nu hetzelfde voelen als ze op het trainingsveld staan met Eden Hazard en Kevin De Bruyne. ‘

Op een bepaald moment nam Scifo een foto van zijn dochtertje uit zijn zak en begon te bidden. Ik heb totaal geen last van vliegangst, maar die dag heb ik toch gezweet.’

Mbo Mpenza

Émile: ‘Het was niet alleen een eer, ook de sfeer tussen de spelers was uitstekend. Iedereen respecteerde elkaar. De verhalen over communautaire rellen die in de media verschenen, waren uit de lucht gegrepen. Wij zaten aan tafel met Wilmots, Deflandre en Léonard, maar ook met Boffin, De Vlieger en Philippe Vande Walle. Het was een echte mix.’

Horizon verbreden

In 1998 maakten jullie, respectievelijk 21 en 19 jaar oud, deel uit van de WK-selectie van Georges Leekens. Hoe hebben jullie dat WK in Frankrijk ervaren?

Mbo: ‘We waren amper twee jaar prof. Uiteraard was dat een unieke ervaring. Sportief was dat toernooi geen hoogtepunt voor de Rode Duivels, maar op persoonlijk vlak beleefden we een droom.’

Émile: ‘Als je 0-0 gelijkspeelt tegen Nederland en je staat met 2-0 voor tegen Mexico, dan moet je je altijd kwalificeren voor de tweede ronde. Jammer genoeg draaide het anders uit. Ik herinner me vooral die eerste wedstrijd tegen Nederland. Ik viel in na een uur en voor de allereerste keer in mijn leven was ik zenuwachtig voor een voetbalwedstrijd. Het Stade de France was volgelopen, we voetbalden tegen een van de favorieten en ik zag een unicum, namelijk een tegenstander die sneller liep dan ik: Marc Overmars. Al heel snel werd Georges Leekens gedwongen om Bertrand Crasson als rechtsachter te vervangen door Eric Deflandre. Hoe Crasson werd voorbijgelopen, dat had ik nog nooit gezien. Het was nochtans absoluut niet alleen zijn fout. Mike Verstraeten stond als laatste man tien meter achter de anderen te verdedigen.’

18 maanden later, in januari 2000, op vier maanden van het EK, besloten jullie om Standard en België achter te laten. Ieder koos zijn eigen weg. Émile koos voor Schalke 04. Jij, Mbo, voor Sporting Lissabon. Waarom die keuze en waarom op dat moment?

Mbo: ‘We wilden onze horizon verbreden, een andere wereld leren kennen. We wisten dat het een risico inhield op enkele maanden van het EK, want je bent er nooit zeker van dat je onmiddellijk je plaats kunt afdwingen in een andere competitie. Maar we kenden onze kwaliteiten en we vertrouwden daarop. Laat ons zeggen dat het een berekend risico was.’

Émile: ‘In België was ik onvoldoende omringd. Ik kreeg te horen dat ik de beste was, maar daar stopte het. Ik had nood aan een nieuwe uitdaging. In Duitsland moest ik vanaf nul herbeginnen en dat deed me goed. Ik kon in die periode ook voor het Arsenal van Arsène Wenger tekenen, maar Marc Wilmots overtuigde me om voor Schalke te kiezen. ‘Kom naar hier en ik zal je onder mijn vleugels nemen als mijn kleine broer.’ Ik vond het fijn om de jonge broer van Wilmots te zijn.’ ( lacht)

Mbo Mpenza: 'De kleedkamer delen met mannen als Scifo en Van der Elst, dat was een hele eer.'
Mbo Mpenza: ‘De kleedkamer delen met mannen als Scifo en Van der Elst, dat was een hele eer.’© BELGAIMAGE – CHRISTOPHE KETELS

Mbo: ‘Hij heeft de juiste keuze gemaakt. Als je nu naar Schalke gaat, dan zal iedereen je over Émile aanspreken. Hij is een legende daar. In België is er minder respect voor oud-voetballers. Als ik naar Sporting Portugal ga kijken, word ik altijd ontvangen in de loge van de voorzitter.’

Émile: ‘Hier moet je vechten om een plaatsje te bemachtigen in het Koning Boudewijnstadion wanneer de Rode Duivels spelen. Het is triest, maar het is de realiteit. En bij geen enkele van de Belgische club waar we gespeeld hebben, voelen we ons altijd welkom.’

Miss België

Wat was het moeilijkste om te verteren: de uitschakeling op het WK 1998 na het gelijkspel tegen Zuid-Korea of de nederlaag tegen Turkije op Euro 2000?

Mbo en Émile: ( in koor) ‘Die wedstrijd tegen Turkije, zonder twijfel.’

Émile, jij werd in die periode beschouwd als de Messias en ook jouw broer was heel populair. Welke herinnering houden jullie daaraan over?

Émile: ‘Ik had liever gehad dat die euforie voor de hele ploeg was weggelegd, dat niet alles zich rond mij concentreerde. Ik had er geen behoefte aan om een attractie te zijn. Maar ja, ik scoorde tijdens de openingswedstrijd ( 2-1-winst tegen Zweden op 10 juni 2000, nvdr) en ik had een relatie met de toenmalige Miss België. Alles werd opgeklopt.’

Er was inderdaad dat befaamde verhaal van de toenmalige Miss België Joke Van de Velde die opdook in het hotel van de Rode Duivels. Als je er achteraf over nadenkt: had dat het einde van je EK kunnen betekenen?

Émile: ‘Het was na onze overwinning tegen Zweden en we hadden een dag vrijaf gekregen. Veel spelers gingen naar hun familie, maar de pers bekommerde zich blijkbaar alleen om mij. Ik verliet het hotel langs de achterdeur, maar daar stond een journalist mij op te wachten. Hij zag me in het bijzijn van mijn partner. Eigenlijk was er niets aan de hand, maar de media maakten er een hele zaak van.’

Mbo: ‘De eerste wedstrijd van dat EK was hoopgevend. Eigenlijk kregen we eenzelfde scenario als in 1998. Tegen Italië ( 2-0-nederlaag op 19 juni 2000, nvdr), een wedstrijd waarin ik op het einde inviel, speelden we heel goed. En ook tegen Turkije ( 2-0-nederlaag op 19 juni 2000, nvdr) voetbalden we in de eerste helft uitstekend. De conclusie is dat we goed voetbal brachten, maar twee keer niet konden winnen.’

Émile Mpenza, rechts naast Frédéric Herpoel: 'Robert Waseige was authentiek, hij acteerde nooit.'
Émile Mpenza, rechts naast Frédéric Herpoel: ‘Robert Waseige was authentiek, hij acteerde nooit.’© BELGAIMAGE – CHRISTOPHE KETELS

Na die vroegtijdige uitschakeling had heel België het gemunt op doelman Filip De Wilde. Hij blunderde al in de openingswedstrijd tegen Zweden, maar vooral ook in de derde wedstrijd tegen Turkije. Hoe reageerde de groep daarop?

Émile: ‘Ik herinner me vooral dat ik in de tweede helft de gelijkmaker had kunnen maken. Luc Nilis pakte uit met een van die perfecte passes waarop hij een patent leek te hebben. Ik kopte de bal tussen de palen, maar de doelman stond in de weg. Dat was een kans die ik niet had mogen missen. Kortom, ik kan en kon Filip De Wilde niets kwalijk nemen.’

Mbo: ‘Níémand kon hem iets kwalijk nemen. Filip was op en top prof, meer dan eender wie in de groep. Hij werkte altijd als een bezetene en had er alles aan gedaan om fysiek en mentaal klaar te zijn voor dat tornooi. Bovendien was hij een heel aangename kerel. Op zo’n persoon kon je niet kwaad zijn. We waren ontgoocheld, maar in een echte en hechte groep zie je pas bij een nederlaag wie er solidair is en wie niet.’

Vaderfiguur

Was die groepssfeer vooral te danken aan bondscoach Robert Waseige?

Mbo: ‘ Robert Waseige was een heel verstandige en aimabele man. Hij was een soort vaderfiguur, maar als je je werk niet goed deed, dan twijfelde hij niet om je daarop te wijzen.’

Émile: ‘Er waren twee facetten aan hem, maar hij had maar één gezicht. Daarmee bedoel ik dat hij authentiek was, nooit acteerde. De eerste wedstrijden onder Waseige zal ik nooit vergeten. We speelden tegen Nederland ( 5-5 op 4 september 1999, nvdr) en Marokko ( 4-0 op 7 september 1999, nvdr). Het waren de twee mooiste wedstrijden uit mijn carrière. Ik scoorde twee keer en gaf vier assists. Hij maakte van mij een belangrijke speler.’

Mbo: ‘Dat was zijn grote sterkte. Hij gaf zijn spelers veel vertrouwen, hij geloofde in elk van ons. In maart 2002 kwam ik terug bij de groep na twee jaar afwezigheid, dat was twee maanden voor de start van het WK. Robert Waseige slaagde er onmiddellijk in om mijn vertrouwen op te krikken.’

Na de uitschakeling tegen Brazilië in 2002 zeiden we tegen elkaar: ‘Dit kan ook het begin zijn van een heel mooie periode voor de Rode Duivels”

Mbo Mpenza

Was dat WK in 2002 voor jou het hoogtepunt in je interlandcarrière? Voor het eerst werd je bij de nationale ploeg volledig naar waarde geschat. Was dat ook jouw indruk?

Mbo: ‘Het zou de ultieme bekroning geweest zijn, hadden we Brazilië verslagen in de achtste finales ( 2-0-nederlaag op 17 juni 2002, nvdr). Maar het klopt dat dat WK mij deugd gedaan heeft. Na die uitschakeling zeiden we tegen onszelf: dit kan ook het begin zijn van een heel mooie periode voor de Rode Duivels. We hadden niet kunnen bevroeden wat er daarna zou gebeuren.’

Émile: ‘Toen ik door een dijblessure moest afzeggen voor het WK, was ik zwaar ontgoocheld maar niet ontroostbaar. Er zouden nog kansen komen, dacht ik. Geen seconde had ik eraan gedacht dat we er nadien zo lang niet bij zouden zijn.’

Op vijf jaar tijd zakte de nationale ploeg van de 18e naar de 71e plaats op de FIFA-ranking. Vijf tornooien op rij zouden gespeeld worden zonder Rode Duivels: het EK in 2004, het WK in 2006, het EK in 2008, het WK in 2010 en het EK in 2012.

Mbo: ‘De beslissende kwalificatiewedstrijd voor het EK 2004 in Bulgarije ( 2-2 op 7 juni 2003, nvdr) was het keerpunt. In de laatste minuut werd er een strafschopfout op mij gemaakt, maar scheidsrechter Pierluigi Collina floot niet. Vanaf dat moment is alles in elkaar gestort.’

Émile: ‘Er is tijd nodig om een ploeg weer op te bouwen. Helaas heeft onze generatie daar de prijs voor betaald.’

‘Ik hield Eden Hazard op de bank’

Op 17 augustus speelden jullie tegen Griekenland. Vincent Kompany vierde zijn 12e cap, jij, Mbo, je 46e. Weet je waarom we op die wedstrijd terugkomen?

Mbo Mpenza: ‘Ja, ik maakte mijn eerste doelpunt voor de nationale ploeg. De media hebben me er toen meer dan vaak genoeg op gewezen. Dat kon ik niet vergeten zijn. ( lachje) Ik las de kranten, zoals iedereen, en dat was mentaal best wel zwaar. Natuurlijk was die eerste goal een bevrijding. Ik herinner me die fase nog goed en hoor Émile nog altijd ‘shot’ roepen.’

Émile Mpenza: ‘Klopt helemaal. Hij nam de bal aan de buitenkant van het strafschopgebied op de slof en scoorde met een prachtige halfvolley. Ik was heel blij voor mijn broer, want hij creëerde altijd kansen voor zichzelf maar maakte die nooit af. Ik had in die wedstrijd trouwens de score geopend. Het grote probleem in die periode was dat we vaak met blessures kampten en zelden met dezelfde elf spelers aan de aftrap stonden.’

Mbo: ‘Het was een bizarre periode. We speelden vaak in een Koning Boudewijnstadion dat slechts voor een kwart gevuld was.’

Mbo, je speelde voor het laatst voor de Rode Duivels in de EK-kwalificatiewedstrijd in Kazachstan op 12 september 2007. Dat was tien jaar na je debuut. Is het moeilijk om zelf niet het einde van je interlandcarrière te kunnen kiezen?

Mbo: ‘Ik werd nog een keer opgeroepen door Vercauteren toen ik in Griekenland voetbalde, maar door een blessure moest ik op het laatste moment afzeggen. Maar ja, uiteraard is het frustrerend dat ik zelf niet kon beslissen wanneer ik zou stoppen. Mijn afscheid was het gevolg van een blessure, daar moest ik me bij neerleggen. En wie weet: misschien heeft die er wel voor gezorgd dat ik niet aan het seizoen te veel begon.’

Bij jou was het Dick Advocaat, Émile, die je in oktober 2009 voor het laatst selecteerde. Je nam afscheid aan de zijde van een nieuwe generatie die op weg was naar de top, met spelers als Mirallas, Dembélé, Vertonghen, Vermaelen en Fellaini. Hoe kijk je daarop terug?

Émile: ‘Ik hield toen zelfs Eden Hazard op de bank. Voor het eerst voelde ik me goed in mijn vel bij de nationale ploeg, want er werd mij alleen maar gevraagd om te doen waar ik goed in was. Ik moest niet verdedigen, maar mocht voorin blijven en wachten op de bal. Dat is de reden waarom ik al na acht minuten de score opende en op het einde van de wedstrijd nog een sprint van 70 meter kon trekken om er nog eentje te maken. Die frisheid voor doel had ik voordien vaak gemist bij de Rode Duivels. Die ploeg was nochtans sterk genoeg om de aanvallers niet te laten verdedigen, zodat ze zich konden concentreren op hun voornaamste taak: doelpunten maken.’