De lichting van 1996: een verloren generatie?

© istock
Pierre Danvoye
Pierre Danvoye Redacteur bij Sport/Voetbalmagazine

Wanneer halen ‘wereldsterren’ als Musonda, Bakkali en Pereira nu eindelijk de selectie van de Rode Duivels? De uitzonderlijke generatie ’96, ooit bestempeld als ‘de mooiste ploeg ter wereld’, is serieus vertraging aan het oplopen. Is dat nog in te halen?

Het is januari 2012. In Turgutlu, niet ver van de Turkse kust in de regio van Izmir, wordt een internationaal toernooi voor U16 gehouden. België verslaat Griekenland met 5-4. Drie goals van Zakaria Bakkali, eentje van Andreas Pereira en eentje van Charly Musonda Jr. Enkele weken daarvoor had diezelfde Belgische ploeg twee keer Georgië op een hoopje gespeeld: 3-0 en 9-0. Bij die 9-0 scoorden de drie hierboven genoemde spelers en verder ook Andy Kawaya en Mathias Bossaerts. Dat team is een oorlogsmachine.

Begin 2012 is Johan Boskamp te gast in Extra Time. De jeugd is zijn dada. Hij zegt: ‘Als het weekend gedaan is en ik heb nog geen één goeie wedstrijd gezien of als ik me een beetje depressief voel, dan schuif ik een dvd in de lader. Een dvd van de Belgische U16. Dat krikt mijn moreel weer wat op. Die gastjes kunnen zo goed ballen! Dat is niet normaal, man! Dat is de mooiste generatie van de laatste veertig jaar. Het is de mooiste ploeg van de wereld. Er zitten er daar vijf of zes bij die een vaste waarde gaan worden bij de Rode Duivels.’

Het is de fameuze generatie geboren in 1996. Siebe Schrijvers behoort er ook toe. Voor Boskamp is dat de beste van allemaal. Hij ligt in balans met Musonda, die door Herman Van Holsbeeck als ‘de beste jongere van Europa’ betiteld wordt. Over Musonda zegt Boskamp: ‘De laatste keer dat ie een bal verloren heeft, was toen ie vijf was.’

Men zag in hen de kampioenen van de toekomst, de ruggengraat van de nationale A-ploeg. En men dacht dat het heel snel zou gaan. Al waren er bedenkingen. Bij Gert Verheyen bijvoorbeeld: ‘Ik ga positief zijn. Als de generatie ’96 de nationale ploeg van morgen wordt, dan kan het best zijn dat die geen resultaten haalt. Maar we weten wel dat we mooi voetbal zullen zien. De grote uitdaging wordt de efficiëntie. In voetbal telt het resultaat dat aan het eind op het scorebord staat, niet het aantal bruggetjes waar een speler tijdens die match in slaagt.’ Marc Wilmots is minder diplomatisch. Hij zegt vlakaf: ‘Individueel bekeken zijn het grote talenten, maar collectief: een dikke nul. En een ploeg die niet collectief denkt, kan nooit goed zijn.’

Wat houdt hen tegen?

Als de generatie ’96 de nationale ploeg van morgen wordt, dan kan het best zijn dat die geen resultaten haalt. Maar we weten wel dat we mooi voetbal zullen zien.

Gert Verheyen

Vijf jaar later zijn die vedetten allemaal rond de 21. Een leeftijd waarop men – als men een uitzonderlijk talent is – international is. Bijna alle spelers van de huidige kern speelden hun eerste wedstrijd voor de Rode Duivels tussen de leeftijd van 16 en 21 jaar (zie kader). Hetzelfde geldt voor de goudhaantjes van 1995, zoals Théo Bongonda, Jason Denayer, Adnan Januzaj, Leander Dendoncker, Pieter Gerkens, Timoty Castagne of Divock Origi. Sommigen van hen zijn al wel Rode Duivel geworden, maar de meesten hebben zich niet ontwikkeld aan de snelheid die verwacht werd en staan ver, heel ver, van een plekje in de kern van Roberto Martínez.

Er is duidelijk iets dat hen tegengehouden heeft of nog tegenhoudt. Is de generatie ’96 een verloren generatie? De grote concurrentie binnen de huidige kern verklaart niet alles. Johan Walem, die in het verleden – en nog steeds – enkele van die bewuste jongeren onder zijn hoede had, wil geen spijkers op laag water zoeken, maar maakt wel meteen deze bedenking: ‘Misschien kregen ze te vaak en te snel te horen hoe knap en goed ze wel waren. Dat heeft hen geen dienst bewezen.’

Er zitten bij onze beste jongeren niet alleen maar gasten die opmerkingen accepteren en er constructief mee omgaan. Johan Walem heeft dat meer dan eens vastgesteld bij de Beloften en ook Enzo Scifo realiseerde zich dat toen hij die functie bekleedde. ‘Neem nu DennisPraet‘, legt Walem uit. ‘Ik heb hem een keer publiekelijk terechtgewezen, ik zei hem dat hij meer moest bewegen. Dat kwam me op de ergste verwensingen te staan. Ik had nochtans niks verkeerds gezegd, ik gaf alleen maar aan dat je er de statistieken maar hoefde bij te nemen om te begrijpen dat daar wat mis was. Maar Praet zelf had tenminste de juiste reactie. Hij stelde zich bij Anderlecht in vraag. Toen hij naar Italië vertrokken was, zag hij zes, zeven maanden af, omdat het niveau er zo hoog was. Hij is zich daar de juiste vragen blijven stellen. En nu is hij titularis.’

Op de bank

Misschien kregen ze te vaak en te snel te horen hoe knap en goed ze wel waren. Dat heeft hen geen dienst bewezen.

Johan Walem

Naast een soms gebrekkige mentaliteit wijst Johan Walem ook op de keuzes van onze jonge goudklompjes. ‘Er komt een moment waarop je moet spelen, punt aan de lijn. Wanneer je 21 bent, is het hoog tijd. Het is heel aardig om bij een Europese topclub te zitten, maar hoe wil je vooruitgaan als je in het beste geval op de bank zit? Ze moeten titularis leren worden, en dat sleept aan. Bovendien hebben ze nog niks gewonnen, dat telt ook in de ontwikkeling van een speler. De voetbalkwaliteiten hebben ze, die springen genoeg in het oog, dat weet iedereen en dat stelt niemand in vraag. Maar daarnaast heb je de mentaliteit nodig, de hardnekkigheid, de wil om progressie te boeken, je grenzen te verleggen, je op te dringen. Af en toe moet je de keuzes van je club kunnen accepteren: als je niet speelt, zal dat wel zijn redenen hebben.’

Naast Dennis Praet haalt de coach van de Beloften ook het goede voorbeeld van Siebe Schrijvers aan: ‘Hij had de moed om Genk te verlaten en uitgeleend te worden aan Waasland-Beveren. Daar heeft hij zijn ontwikkeling voortgezet en hij is sterker teruggekeerd naar zijn club.’ Hij heeft het minder begrepen op de keuze van Charly Musonda: ‘Hij ging akkoord om Chelsea te verlaten voor Betis. In Sevilla begon het niet slecht voor hem, maar nadien stagneerde hij. Nu zit hij weer bij Chelsea. Vaak op de bank – dat is al een vooruitgang. Maar spelen doet hij praktisch nooit. Wat is het beste voor de ontwikkeling van een jongere? Een plaats op de bank bij Chelsea of elke week basisspeler zijn in de Belgische competitie? Ik weet niet of Musonda zich op korte termijn bij de Rode Duivels ziet geraken met de keuze die hij gemaakt heeft. Die vraag moet je hem zelf stellen.’

Op dit moment maakt hij helemaal geen deel meer uit van de Beloften. Walem selecteerde hem niet voor de twee recente wedstrijden tegen Zweden en Cyprus. Mogelijk betreft het een sanctie omdat hij bij zijn vorige oproeping verstek liet gaan. Hij verkoos toen in Engeland te blijven ‘om zijn situatie met Chelsea te regelen’.

Zakaria Bakkali zit in hetzelfde schuitje. Hij verliet PSV voor Valencia en wordt momenteel uitgeleend aan La Coruña, waar zijn speeltijd bepaald niet indrukwekkend oogt. ‘Hij heeft enkele blessures gehad,’ geeft Walem aan, ‘maar ook hij heeft niet de gemakkelijkste competitie gekozen. Ik herhaal: de Belgische competitie blijft een goeie leerschool voor jongeren die naar de top willen. Een jongen als Mathias Bossaerts heeft dat begrepen. Hij beseft dat het voor hem zeer moeilijk zou worden bij Manchester City en dus heeft hij de keuze gemaakt om naar Oostende te gaan. Daar kreeg hij het afgelopen seizoen tenminste speelminuten.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier