Éder Balanta: ‘Club Brugge staat in België niet ver boven de andere teams’

Éder Balanta: 'Videoanalist of fysiektrainer, dat lijkt me wel iets voor later.' © INGE KINNET
Peter t'Kint
Peter t'Kint Redacteur bij Sport/Voetbalmagazine

Een van de sterkhouders op het middenveld van Club Brugge Éder Balanta (28) praat over de vloek van Manchester, de progressie van blauw-zwart, waarom het in de competitie vooralsnog minder loopt en zijn toekomst. ‘Trainer worden is niks voor mij, maar ik wil wel in het voetbal blijven.’

Voor hij gaat zitten, wil Éder Balanta nog een koffie. De pads zijn van een gekend internationaal merk, maar de kartonnen bekertjes Belgisch: geleverd door zijn ploegmaat Simon Mignolet en diens Twenty Two Coffee.

Of de rots op het Brugse middenveld zelf ook in zaken zit, vragen we ons af. Éder Balanta: ‘Neen. Maar mijn laatste contractonderhandelingen heb ik wel zelf gedaan. Zonder zaakwaarnemer. Normaal gezien is dat niet mijn ding, maar omdat bijtekenen ( in zijn geval tot 2024, nvdr) relatief makkelijk is, wilde ik het zelf eens proberen. Het ging goed, vond ik, zonder conflicten. Of het iets is voor later? Dat kan. Ik wil in het voetbal blijven, maar de vraag is op welke manier. Trainer zijn lijkt me heel ingewikkeld, je moet niet alleen weten wat in jouw hoofd speelt, maar ook proberen in de hoofden van 25 spelers te kijken, waarbij er maar elf kunnen spelen. Een hele hoop anderen gemotiveerd houden… slechts weinig trainers slagen daar in. Nu denk ik eerder aan videoanalist. Of fysiektrainer.’

Hij kijkt heel veel naar wedstrijden, zegt hij. Hele wedstrijden, clips, hij heeft al een eigen abonnement op wyscout. Balanta: ‘Een tegenstander analyseren lijkt me wel wat. Nu doet de club dat voor ons en kunnen we die beelden overal bekijken. In de kleedkamer, in het medisch departement, in de fitness. Daar bovenop komen nog de groepssessies. Maar als iets me niet helemaal duidelijk is, durf ik thuis ook nog wel eens dingen opzoeken.’

De vloek van Manchester

Jouw pech deze week: alweer miste je een Europees duel in Manchester. Destijds al met Basel, toen je geblesseerd was tegen City. Vervolgens was je met Club geschorst voor de match op Old Trafford in de Europa League en nu dus opnieuw, na een derde geel in drie Europese duels. Hoe kan dat?

Balanta: ‘Mijn manier van voetballen zeker? Dat is mijn sterke punt, agressie in mijn spel. Misschien zou ik een en ander iets beter kunnen controleren, maar je ziet het direct aan mij wanneer ik de duels niet inga zoals gewoonlijk. Ik heb nog nooit iemand een slag uitgedeeld of geblesseerd, maar het zit wel in mijn spel om contact te maken; duelkracht. En dan is het aan de interpretatie van de scheidsrechter. Voor het duel tegen City twee weken geleden dacht ik: vandaag pak ik er geen, maar uiteindelijk kwam het dan toch tot een duel: ik sprong in de lucht en dan kan ik moeilijk nog afremmen. Vervolgens kreeg ik die kaart. Dikke pech, vond ik.’

Is voor Club Brugge de derde en vierde wedstrijd in de Champions League niet altijd zeer moeilijk? Vorig seizoen twee keer 3-0 tegen Dortmund, het jaar voordien 1-5 tegen PSG, nu weer 1-5… Beginnen dan de inspanningen te wegen?

Balanta: ‘We treffen dan telkens de beste teams in de groep, dat is het volgens mij. De conditie van de ploeg is goed, denk ik. En zij móésten nu winnen, na onze goeie twee wedstrijden en hun verlies in Parijs. In andere omstandigheden – op hun gemak leider in de groep – zou het misschien anders zijn gelopen. Al weet je dat nooit. Na de loting was er veel speculatie rond onze puntenoogst maar zie ons staan, halverwege. Alles beïnvloedt mekaar: de evolutie van de club, de ervaring van de trainersstaf in dit soort wedstrijden, de internationale ervaring van de spelers. Club zoekt constant naar vooruitgang. Op alle niveaus. Pep Guardiola zegt dat ook voortdurend: de hele tijd actualiseren noemt hij het, omdat voetbal zo snel evolueert. Modern voetbal is meer dan lopen en goeie passes geven.’

Vooraf hadden we besproken hoe we de sterke punten van City konden neutraliseren, maar dat bleek onbegonnen werk.’

Éder Balanta

En is dan af en toe toch een fikse pandoering onvermijdelijk?

Balanta: ‘Dat kan altijd gebeuren. Maar gemiddeld gezien worden we beter.’

Evenwicht nationaal

Anders dan Ajax, dat Europese prestaties nationaal doortrekt, zien we dat bij Club niet in de Jupiler Pro League? Waarom?

Balanta: ‘Geen idee.’

Vorig seizoen was dat ook al in deze periode. Omdat de concentratie op die Europese wedstrijden nog iets groter is?

Balanta: ‘Dat kan. Maar honderd procent zeker ben ik dat niet. Die wedstrijden zijn wat moeilijker, je gaat wat dieper in de inspanningen, alles is wat intenser. Ik weet niet of concentratie het goeie woord is. De omstandigheden zijn anders. Europees zijn ploegen meestal beter, moeten wij terugplooien, om dan te counteren. In de Pro League voetballen alle ploegen met het mes tussen de tanden om van ons te winnen, gesloten, compact, met veel arbeid. Weinig tegenstanders spelen in België vrank en vrij tegen mekaar. Niet vergeten ook dat we twee jaar na mekaar kampioen werden. Er is bij hen de motivatie om onze reeks te breken. Heb je gezien hoe ze op Antwerp de 1-1 vierden? Het leek wel een triomf, terwijl ze op ons niveau zouden moeten staan. Een gelijkspel zullen wij niet snel vieren.

‘Wij zijn ook geen ploeg die nationaal ver boven de andere teams staat. Op een goeie dag kunnen we een verschil op het bord brengen, maar gemiddeld gezien is hier geen enkele wedstrijd makkelijk en moeten we er altijd hard voor werken. Een ploeg kan ergens halverwege de tabel staan, maar het je toch moeilijk maken door geen ruimte weg te geven, tijd te rekken of agressief te zijn in de duels.’

Accepteren

We zien je dit seizoen meer op het veld. Heb je iets bijgestuurd?

Balanta: ‘Neen. Ik heb minder blessures, maar leef nog steeds op dezelfde manier. Op het veld doe ik ook nog steeds hetzelfde: de ploeg helpen, bijspringen… Er zijn altijd dingen die beter kunnen, aan de bal bijvoorbeeld, maar het gaat goed.’

Maakt het je gelukkiger, meer op het veld staan?

Balanta: ‘Hetzelfde. Wie geblesseerd is, is dat wat minder, omdat je fit wilt zijn, maar je moet dat accepteren. Zoals je ook moet accepteren dat de 25 spelers in de kern allemaal de kwaliteiten hebben om te starten. Als het niet aan jou is, moet je wachten tot je de kans krijgt.’

Éder Balanta in een duel om de bal met Lionel Messi. 'Als je de vierde of vijfde bent die een shirt aan Messi gaat vragen ... dan blijf ik liever wat rustiger.'
Éder Balanta in een duel om de bal met Lionel Messi. ‘Als je de vierde of vijfde bent die een shirt aan Messi gaat vragen … dan blijf ik liever wat rustiger.’© BELGAIMAGE

Hoe is Éder Balanta als hij niet speelt?

Balanta: ‘Dezelfde als wanneer hij op het veld staat. Om al die redenen. Ik ben positief, altijd. Ik oordeel of veroordeel niks en geef geen kritiek. Ik ben nog nooit naar een trainer gestapt. Omdat ik zo niet ben. Ik zou niet weten of het helpt, of het goed is dan wel slecht, ik doe het gewoon niet. Als men mij iets vraagt, zal ik mijn mening geven, maar vraagt men me niks, dan zeg ik niets.’

Wat is je rol in de kleedkamer?

Balanta: ‘Ik ben gewoon één van de spelers. Voor mij is alles goed. Ook de muziek. ClintonMata is de dj, de man van de sfeer, de lach, de grappen. Soms zet Hans Vanaken jazz op, of blues. Of Vlaamse muziek. Noa Lang gaat meer voor rapmuziek. Af en toe is er wat discussie, als er al muziek op staat en iemand die verandert, maar ik kom nooit aan de knoppen.’

Hoe ben je naast het veld?

Balanta: ‘Ook rustig. Ik heb wat Colombiaanse vrienden ontmoet, die me het gevoel geven dat ik hier thuis ben.’

Droom die uitkwam

Thuis in Knokke, niet in Colombia, want daar is hij niet vaak. Onlangs nog eens, toen hij na een pauze van meer dan drie jaar weer werd opgeroepen voor de nationale ploeg. Ook dat tekent zijn progressie. Vorige zomer was hij er ook, met vakantie, toen het virus hem koud pakte. Balanta: ‘Brute pech. Ik kon voor twintig dagen naar Colombia en daarvan zat ik er tien thuis in quarantaine. Vandaar dat ik drie, vier dagen te laat was bij de start van de voorbereiding.’

Zijn papa was ook voetballer, zij het een amateur. Hij werkt nog steeds voor een bank, zijn mama, een verpleegster, is inmiddels gestopt met werken. Een tijdje leefde ze bij hem in België, inmiddels is ze al geruime tijd terug.

Hoe kijk je naar de situatie van je land? Het leven is er heel anders dan hier in Europa.

Balanta: ‘Ik denk niet dat ik later terug ga. Inmiddels ben ik er ook al elf jaar weg. Zoals ik er nu over denk, ga ik na mijn carrière in Spanje wonen. Mijn jeugd was goed, niet veel luxe, maar we hadden voldoende.

Wil je zelf kinderen?

Balanta: ‘Mijn zus heeft drie dochtertjes, die zie ik als mijn kinderen, ook al wonen ze ver. Het kan dat ik nog van mening verander, maar de wereld is zo complex en de verantwoordelijkheden zijn zo groot…’

Als tiener verhuisde je naar Buenos Aires.

Balanta: ‘Dat was een droom die uitkwam, maar dat ik dat aandurfde… ik snap het nog altijd niet. Toen ik de beslissing moest nemen, had ik wat angst, maar eens ik daar was, zat ik er niet meer mee. Eigenlijk miste ik thuis niet zo erg. Je probeert je leven te maken. En ik moet eerlijk zeggen: ze vingen me heel goed op. In de club, op straat, in het pension waar ik woonde. Ik had er heel veel geluk. Daarom zeg ik altijd: je weet nooit hoe het loopt, maar mocht ik op een dag terug kunnen naar River, ik zou het niet laten.’

‘Ik loop niet in de kijker’

Bij River Plate debuteerde Éder Balanta in de verdediging, en dat was hij ook in zijn eerste maanden bij Basel. Bij Club kennen we hem als middenvelder. ‘Ik denk dat op het middenveld mijn kwaliteiten beter tot uiting komen. Daar kan ik iets meer van het spel genieten.’

In Argentinië is het leven heel intens, met hun passie voor voetbal. Hoe was dat voor jou?

Éder Balanta: ‘In Bogota kan ik ongestoord over straat; weinig mensen herkenden me. Hier in Knokke evenmin, ik denk dat veel mensen niet eens weten dat ik een voetballer ben. Argentinië was anders. In mijn eerste twee jaar kon ik daar niks doen. Niet naar de winkel, geen taxi nemen, en al zeker niet het openbaar vervoer nemen. Ik had toen nog geen rijbewijs dus deed ik veel te voet. Ik woonde vijftien minuten van het stadion en één keer deed ik daar anderhalf uur over. Voortdurend hielden mensen me tegen. Zot, terwijl ik niet eens een populair figuur was. Ik sta meestal op goeie voet met de mensen, maar ik loop niet in de kijker.’

Je hebt geen grote collectie shirts van tegenstanders?

Balanta: ‘Ik stoor niet graag mensen. Met Fernandinho heb ik wel van truitje gewisseld. Na PSG niet. Als je de vierde of vijfde bent die het aan Messi gaat vragen… dan blijf ik liever wat rustiger. Twee jaar geleden kreeg ik het truitje van Marquinhos, maar dat zijn uitzonderingen. Ik heb geen collectie, geen trofeezaal. Mijn mama heeft wel al mijn medailles verzameld, zij bewaart die thuis.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier