EK 1972, 50 jaar geleden: Witte Duivels, Eddy Merckx en de geboorte van een ander Duitsland

Günter Netzer was de architect van de Duitse ploeg. Jean Dockx, Paul Van Himst en Raoul Lambert (rechts) volgen zijn actie. © BELGAIMAGE
Jacques Sys
Jacques Sys Jacques Sys is hoofdredacteur Sport/Voetbalmagazine

Precies 50 jaar geleden plaatste België zich voor de eerste keer voor het EK. Dat werd in eigen land gespeeld. Met vier ploegen. De Witte Duivels, zoals ze toen genoemd werden, eindigden derde, maar er was niemand die daarover sprak.

Het waren andere tijden. Toen het EK in 1972 met vier ploegen doorging, werd eerst afgewacht wie deze teams zouden zijn. Een van die landen moest dan in korte tijd het evenement op touw zetten. In dit geval waren West-Duitsland, België, de Sovjet-Unie en Hongarije de halve finalisten. De UEFA hoopte dat de Bondsrepubliek het organisatie op zich zou nemen. Maar omdat hetzelfde jaar ook al de Olympische Spelen in München doorgingen, voelde West-Duitsland daar niets voor. Een organisatie achter Het IJzeren Gordijn zag niemand zitten en dus bleef er maar één mogelijkheid over: België. Het was een noodoplossing.

De nationale ploeg had een mooi traject afgelegd om dat toernooi te bereiken. Zo werd in de kwalificatieronde het Portugal van stervoetballer Eusébio verslagen. Raymond Goethals was toen bondscoach. Voor de match tegen Portugal riep Goethals verrassend André Stassart op, de stopper van Racing White. De beperkte, wat houterige, maar onverzettelijke verdediger moest de 1,91 meter grote en gemakkelijk scorende spits José Torres uitschakelen. Stassart deed dat met verve.

Zo bereikte België als groepswinnaar (voor Portugal, Schotland en Denemarken) de kwartfinale waarin het vooraf kansloos leek tegen Italië, de regerende Europese kampioen, gebouwd rond de illustere Sandro Mazzola. Goethals koos in de heenwedstrijd voor een zeer defensieve aanpak, een tactiek die hij wel meer zou toepassen, vaak stelde hij zelfs vijf verdedigers op. Maar het bleef wel 0-0. In een zeer potige terugwedstrijd haalden de Duivels het met 2-1. Ze verloren in dat treffen wel hun absolute veldheer. Wilfried Van Moer, die de eerste goal had gemaakt, viel uit met een beenbreuk na een overtreding van Mario Bertini. Dat gebeurde zeven minuten voor de rust. Van Moer bleef nog even doorgaan, maar moest dan in de kleedkamer blijven.

Toch werd de poort naar het EK opengebroken. Twee jaar nadat de Witte Duivels op het WK in Mexico roemloos waren ten onder gegaan. Onder meer omdat bepaalde spelers heimwee kregen en naar huis wilden. Dat zorgde voor een golf van kritiek. Zeker toen later ook nog eens verhalen naar buiten sijpelden dat sommige internationals in Mexico liever op stap gingen dan voetbalden. Bovendien bleken ze zeer ontevreden over de premie die ze voor een verblijf van vijf weken in Mexico kregen: 50.000 Belgische frank (1250 euro) bruto. Daar bleef de helft van over.

De Witte Duivels die de halve finale tegen West-Duitsland verloren. Van links naar rechts: Christian Piot, Léon Dolmans, Jean Thissen, Erwin Vandendaele , Raoul Lambert, Jan Verheyen, Jean Dockx, Maurice Martens, Léon Semmeling, Georges Heylens en Paul Van Himst.
De Witte Duivels die de halve finale tegen West-Duitsland verloren. Van links naar rechts: Christian Piot, Léon Dolmans, Jean Thissen, Erwin Vandendaele , Raoul Lambert, Jan Verheyen, Jean Dockx, Maurice Martens, Léon Semmeling, Georges Heylens en Paul Van Himst.© BELGAIMAGE

1459 toeschouwers

Een gigantisch succes werd het EK in België niet. Zo was er bijvoorbeeld de halve finale tussen Hongarije en de Sovjet-Unie die in het stadion van Anderlecht doorging. Er waren, op een woensdag, welgeteld 1459 toeschouwers. Nooit zag een EK-wedstrijd zo weinig toeschouwers. De UEFA kon er niet mee lachen en verweet België geen enkele moeite te hebben gedaan om tickets te verkopen. Later werd er op Wikipedia bij dit cijfer een nulletje gevoegd, 14.590 toeschouwers dus. Dat lijkt dan weer (te) veel.

Dezelfde dag speelde België op de Bosuil tegen West-Duitsland. De Duitsers keken raar op toen ze zagen in welke verouderde accommodatie ze dienden aan te treden. Raymond Goethals was er ook niet blij mee: hij had vooral spelers van Anderlecht en Standard geselecteerd en wilde liever in Brussel of Luik voetballen. Maar in tegenstelling tot de andere halve finale liep het stadion nu wel vol. Er waren 59.000 toeschouwers, vooraf waren er 20.000 tickets in Duitsland verkocht. Het leek wel een Duitse invasie, die dag in Antwerpen. Want voor de wedstrijd kochten er nog eens 10.000 Duitsers een ticket aan de kassa. Zij zorgden voor een heksenketel.

De Witte Duivels blijken uiteindelijk een maatje te klein voor West-Duitsland. Ze verweerden zich moedig, maar verloren met 2-1. De legendarische Gerd Müller maakte twee goals, Lon Polleunis scoorde zeven minuten voor tijd tegen, op een moment dat de Duitsers met een zeker dedain voetbalden. Een schande was die nederlaag niet. Duitsland barstte van het talent. Met onder meer de eigenzinnige en zeer mondige Paul Breitner als linksachter en Jupp Heynckes, later trainer van onder meer Bayern München, vooraan. In de goal stond Sepp Maier van Bayern München, links op het middenveld de toen 20-jarige Uli Hoeness. Duitsland zou twee jaar later in eigen land wereldkampioen worden.

Liever Eddy Merckx

De nederlaag van België zorgde ervoor dat de belangstelling voor dit toernooi snel daalde. De Witte Duivels mochten voor de derde plaats spelen tegen Hongarije, in Luik, en wonnen met 2-1. Maar er zaten niet meer dan 6000 toeschouwers in het stadion. Zij zagen Raoul Lambert en Paul Van Himst scoren, terwijl Lajos Kü (later nog een tijdje bij Club Brugge) op strafschop voor de tegentreffer zorgde. Ook een andere toekomstige speler van Club, libero László Balint, stond toen in de ploeg. Hij zou bij blauw-zwart Walter Meeuws tijdelijk naar de positie van rechtsachter drijven, hetgeen tot een botsing leidde tussen Meeuws en de toenmalige trainer Johan Grijzenhout. Maar de wedstrijd België-Hongarije maakte dus amper iets los, geen mens die over die derde plaats sprak. Veel meer werd de sportactualiteit toen beheerst door de Ronde van Italië waarin Eddy Merckx zijn derde eindoverwinning zou behalen.

Franz Beckenbauer pronkt met de beker: West-Duitsland is Europees kampioen.
Franz Beckenbauer pronkt met de beker: West-Duitsland is Europees kampioen.© BELGAIMAGE

Uiteindelijk eindigde dit EK met de eerste titel van West-Duitsland. In de finale in het Heizelstadion van Brussel, voor 43.000 toeschouwers, werd de Sovjet-Unie met 3-0 weggeblazen. Voor de Mannschaft leidde deze zege een cultuuromslag in. Tot dan werden de Duitsers geassocieerd met krachtig en op loopvermogen geschoeid voetbal, met een spel waarin vooral het wapen van de lange bal werd gebruikt en iedere improvisatie zoek was. Nu werd er gecombineerd, vooral door de impulsen die er uitgingen van estheten als Franz Beckenbauer en Günter Netzer. Zij stonden symbool voor een nationale ploeg met een totaal ander gedaante. Even groot als het belang van de met een keizerlijke allure voetballende Beckenbauer waren de geniale voorzetten van Netzer. Met zijn lange haren was de toenmalige en puur op intuïtie voetballende spelmaker van Borussia Mönchengladbach de meest opvallende verschijning binnen het Duitse voetbal. Hij reed met een Ferrari en zat een paar uur na de finale in de discotheek die hij in Mönchengladbach runde. Helemaal alleen, achter een glas champagne. Het had te maken met de manier waarop Netzer in het leven stond. Hij was een rebel, een egoïst die van vrijheid hield. Het schaadde zijn carrière niet. Netzer, die tegenwoordig een Zwitsers paspoort heeft, speelde later nog drie seizoenen voor Real Madrid.

Weinig strikte regels

Het was tekenend voor de rijkdom van de Mannschaft dat Günter Netzer op zijn positie niet de nummer één was. De voor FC Köln voetballende Wolfgang Overath stond nog een trapje hoger. Ook hij was een specifieke spelmaker, een strateeg met veel inzicht en doorzicht die lange voorzetten verstuurde en het aanvalsspel voedde. Zijn spel was wel zakelijker en minder frivool dan dat van Netzer. De toenmalige bondscoach Helmuth Schön probeerde beiden een paar keer samen op te stellen, maar dat ging niet. Op het WK in 1974 was Overath, die door een blessure uitgevallen was voor het EK, de eerste keuze. Hij speelde trouwens 81 interlands.

Paul Van Himst met de Hongaarse aanvoerder Miklós Páncsics voor de wedstrijd om de derde plaats. België won met 2-1
Paul Van Himst met de Hongaarse aanvoerder Miklós Páncsics voor de wedstrijd om de derde plaats. België won met 2-1© BELGAIMAGE

De figuur van Helmuth Schön was belangrijk binnen het Duitsland van toen. Onder hem waren er weinig strikte regels. Schön, een liefhebber van aanvallend voetbal, een slimme man met veel zin voor humor. Een club in de Bundesliga had hij niet kunnen trainen, daarvoor was Schön te week. Maar hij ging op een schitterende manier met mensen om. Voor de finale tegen de Sovjet-Unie schreef hij op het bord de ploeg die zou aantreden. Terwijl West-Duitsland een paar weken eerder in een vriendschappelijke wedstrijd met 4-1 van de Sovjet-Unie had gewonnen. Dat moet Schön zich plots herinnerd hebben. Waarop hij alles van het bord veegde, zich omdraaide en zei: ‘Doe maar gewoon wat jullie denken.’

Dat deden ze dan ook. Met een wervelende wedstrijd en twee doelpunten van Gerd Müller, met vier goals de topschutter van dit toernooi.

Bierviltjes

En België? De Duivels waren er niet bij toen West-Duitsland twee jaar later wereldkampioen werd. Ze verloren in de kwalificatieronde nochtans geen enkele wedstrijd, incasseerden geen enkel doelpunt en werden gedeeld groepswinnaar met Nederland dat een beter doelsaldo had. In een wedstrijd tegen Oranje werd een goal van Jan Verheyen wegens buitenspel afgekeurd. Ten onrechte, zagen de internationals ’s avonds toen ze bij Verheyen thuis in Hoogstraten stopten en de fase op televisie zagen. Zelfs de Nederlanders moeten de arbitrale dwaling erkennen.

Raymond Goethals bleef nog tot medio 1976 bondscoach, maar kon zich met zijn ploeg niet plaatsen voor het EK van 1976. In de kwartfinale struikelde België weer over Nederland. De heenwedstrijd werd in Rotterdam met 5-0 verloren. Sakkerend zat Goethals uren na die wedstrijd in een café op bierviltjes te tekenen wat er verkeerd was gelopen. Hij kwam zwaar onder vuur te liggen. Zo had Goethals de niet fitte doelman Christian Piot verkozen boven het opkomend talent Jean-Marie Pfaff en pleegde hij een wat ongelukkige uitspraak: ‘Liever een halve Piot dan een hele Pfaff.’

Na die mislukte EK-kwalificatie verhuisde Goethals naar Anderlecht. En begon aan een nieuwe episode in zijn trainerscarrière. Tien jaar had Goethals voor de nationale ploeg gewerkt. Hij leidde zestig interlands, verloor er achttien en speelde negen keer gelijk.

Beluister ook onze podcast Studio Henri over het eerste EK van de Rode Duivels.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier