Genk-CEO Patrick Janssens: ‘We moeten niet proberen Anderlecht te worden’

Patrick Janssens © BELGAIMAGE - YORICK JANSENS

Drieënhalf jaar is Patrick Janssens CEO van KRC Genk. Financieel is de balans positief, sportief kan het beter, maar aan paniekvoetbal doet Genk niet.

Enkele dagen per week rijdt Genks CEO Patrick Janssens nog over en weer vanuit Antwerpen. Nadeel is dat je dan al eens in een monsterfile kunt belanden, voordeel is dat hij als niet-Limburger de zaken met afstand kan overschouwen, los van de emotie die het voetbal vaak in zijn greep heeft.

‘Nadeel is ook dat je de gevoeligheden niet kent en een plaatselijk netwerk mist’, zegt hij. ‘Voordeel is dat de emotionele betrokkenheid minder groot is en ik daardoor processen zie die iemand die er middenin zit minder ziet. Vergelijk het met een familiebedrijf dat in één generatie overstapt naar de beurs. Dan heeft het zin iemand van buitenaf te hebben, op voorwaarde dat die niet te keer gaat als een olifant in een porseleinwinkel. Vooraleer je iets professioneel kunt aanpakken, moet je weten hoe de sector functioneert. Het managen van emoties is in het voetbal heel belangrijk. Je relatie met je supporters is in niets te vergelijken met de relatie die pakweg Delhaize met zijn klanten heeft. Als Delhaize een klant buitenzet, zal die niet in een ander land toch proberen binnen te glippen in een Delhaize omdat hij dat zo’n fantastisch bedrijf vindt. Terwijl bij ons iemand met een stadionverbod in België, Europees toch zal proberen mee te reizen om zijn ploeg aan het werk te zien.’

Misschien is mijn grootste verwezenlijking wel dat ik hier na drieënhalf jaar nog altijd zit.’

Patrick Janssens

Waar bent u het meest tevreden over in die drieënhalf jaar en wat had u graag beter gezien?

PATRICK JANSSENS: ‘Misschien is mijn grootste verwezenlijking wel dat ik hier na drie en een half jaar nog altijd zit. (lacht) Toen ik hier kwam, zat de club in een moeilijke periode, een soort crisissituatie, met als meest zichtbaar element de verstoorde relatie tussen bestuur en supporters. Dat de club nu goed gestructureerd, rustig en stabiel is, en dat de relatie met de supporters verbeterd is, stemt me tevreden en is het werk van ons hele team, zowel op de werkvloer als in de bestuurskamer. Dat we in die drie jaar twee keer PO2 speelden, is niet goed genoeg, ondanks een aantal uitschieters zoals de Europese kwartfinale. Maar een club is niet alleen het voetbal op het terrein. Qua organisatie zie ik hier een club die in 30 jaar van een vrijwilligersorganisatie evolueerde tot een vaste waarde in de top vijf, met een professionele structuur. Op dit moment vindt bij ons een generatiewissel plaats die samenvalt met een verdere professionalisering van de club. We versterken nu de organisatie met het aanstellen van een stadiondirecteur en het versterken van de commerciële organisatie. De voorbije drie jaar is er veel energie gestoken in de stabilisatie van de sportieve structuur. Na het vertrek van sportief directeur Gunter Jacob stelden we Dimitri de Condé aan als zijn vervanger, Koen Daerden als TD van de jeugdacademie en Dirk Schoofs als hoofdscout.Stuk voor stukjonge mensen met groeipotentieel die goed samenwerken. Dat maakt dat er een soort stabiliteit staat die we ook in onze trainersstaf willen opbouwen.’

Zwartepiet

Bent u tevreden over die aanwervingen?

JANSSENS: ‘Bij onze aanwervingen, zowel sportief als daarbuiten, gingen we altijd van een heel duidelijke functieomschrijving en een concreet profiel uit. Heel normaal in elke professionele organisatie, maar uitzonderlijk in het voetbal. De meest risicovolle manier om mensen te selecteren is met een gesprek. Toch is dat nog altijd de meest gebruikte methode, ook in het voetbal. Maar je werft mensen niet aan om goeie gesprekken te voeren, wel om een specifieke functie uit te oefenen. Die cultuur bestaat niet in het voetbal, waar ontslag in sportieve functies meestal in crisissituaties plaatsvindt en men de druk voelt om direct te reageren. Het voorbeeld hier was net voor mijn komst het ontslag van Emilio Ferrera, na amper één wedstrijd, gevolgd door enkele weken koortsachtig zoeken naar een vervanger. Ik snap dat het soms moeilijk is om een nieuwe trainer te vinden, maar dat is het niet voor de aanwerving van een TD of een stadiondirecteur. Dat kun je rustig aanpakken. Dat is hier gebeurd en dat maakt dat we in een sportief moeilijke periode stabiel bleven, omdat hier een gevoel heerst van collectieve verantwoordelijkheid.’

U probeert een bepaalde lijn in uw beleid te hanteren, maar als Genk een paar weken geleden op Anderlecht en thuis van Club had verloren, had u hier waarschijnlijk een heel ander verhaal verteld.

JANSSENS: ‘We leven in het voetbal niet in een luchtbel. Verlies op Anderlecht had in dit stadion een heel andere sfeer gecreëerd voor de wedstrijd tegen Club. Maar naarmate je meer beslissingen rationeel neemt, wordt toeval een minder doorslaggevende factor in je beleid en kun je langer de rangen gesloten houden. Natuurlijk moet je dan allemaal op één golflengte zitten. De sterkte van Albert Stuivenberg is dat hij in zijn analyses nooit de fout in de schoenen van spelers schuift, nooit zeurt dat hij bepaalde spelers niet heeft gekregen en geen eisen stelt over wie er in januari moet gehaald worden. Als je beslissingen collectief neemt, is de kans kleiner dat extern kritiek wordt geleverd. Hier wordt, als het moeilijk gaat, geen zwartepietenspel gespeeld. Zodra een trainer publiekelijk zegt dat hij zich in de steek gelaten voelt door spelers of bestuur, begint het zwartepieten. Bij ons is dat dit seizoen niet gebeurd. Wat hielp, is dat ook andere grote clubs het minder goed deden dan verwacht.’

Wat doet u als het publiek in het stadion blijft fluiten, zoals na de draws tegen Oostende en Mouscron?

JANSSENS: ‘De sociale dynamiek van een groep supporters heb je niet in de hand als club. We hebben een kritisch en veeleisend publiek, dat soms snel fluit. Dat is een normaal onderdeel in het voetbal. In andere sectoren kun je soms met zijn allen groeien, maar in het voetbal heb je altijd winnaars en verliezers. Dat is de factor waar ik als nieuwkomer in het voetbal het meest heb moeten aan wennen. Na een nederlaag herneemt ook de meest fanatieke supporter ’s anderendaags zijn dagelijks leven, maar als we een wedstrijd verliezen met slecht voetbal, hangt dat drie dagen lang in de muren van het stadion en komt iedereen slechtgezind werken. Als je je planning elke week in vraag stelt door het resultaat van het weekend, wordt de club een flipperkast. De belangrijkste taak voor een voorzitter of CEO is dan de stabiliteit bewaren. Ik vergelijk het leiden van een voetbalclub met een zeiltocht. Als het hard regent of erg waait, kies je geen andere bestemming, maar je past je aan de weersomstandigheden aan. Die maken dat je soms versnelt en soms moet vertragen, of zelfs moet schuilen voor een storm.’

In ons model hebben we een sterke academie nodig.’ – Patrick Janssens

U moet tegelijk aandacht besteden aan de korte en de lange termijn.

JANSSENS: ‘Op lange termijn moeten we ons in een breder kader mee moeien met het competitiemodel en de tv-rechten. In ons eigen model hebben we een sterke academie nodig. Het minimumaantal Belgen op het scheidsrechtersblad, nu zes, mag niet omlaag, omdat het moeilijk is om dat aantal te halen. Op korte termijn is de vraag in Genk: wie zal ons in juli verlaten en voor wie zullen we in januari een goed bod krijgen? Zullen we daarvoor zwichten of kunnen we dat nog even afwimpelen? Omdat we op dit moment een gezonde club zijn op financieel vlak, hebben we dat iets meer zelf in de hand.’

Patrick Janssens: 'Waarom zouden wij geen supporters uit Diest en Laakdal kunnen halen?'
Patrick Janssens: ‘Waarom zouden wij geen supporters uit Diest en Laakdal kunnen halen?’© BELGAIMAGE – YORICK JANSENS

Nieuw stadion

U vindt dat de club, die jarenlang als model gold voor andere opkomende Belgische clubs, niet op haar lauweren mag rusten.

JANSSENS: ‘Op een aantal domeinen speelde KRC Genk de voorbije jaren een voortrekkersrol, qua jeugdwerking en businessgebeuren. Vandaag bieden ook Anderlecht, Club en AA Gent dat, en zal Antwerp dat krijgen. Het probleem is: als het goed gaat, zie je moeilijker wat nog beter kan, maar net dan moet je proberen te groeien als club.’

Waar denkt u dan concreet aan bij Genk?

JANSSENS: ‘We hebben drie werkpunten. Ten eerste onze commerciële werking. Ik vind dat wij onze regio wel kunnen uitbreiden. Als ik me niet vergis, heeft men in Brugge ook een andere tongval dan in de rest van Vlaanderen en toch halen ze overal supporters vandaan. Waarom zouden wij geen fans uit Diest en Laakdal kunnen halen? Ons tweede werkpunt is de infrastructuur. Jarenlang voetbalden we in het beste stadion van België. Vandaag is dat niet meer, omdat andere clubs die kloof gedicht hebben en zelfs voorsprong genomen hebben. Ten derde moeten we werk maken van het opleiden van onze eigen trainers. Ik hoop dat Genk binnen vijf à tien jaar naast de reputatie van jeugdopleiding ook die krijgt van een club die goeie trainers opleidt.’

U gaat volgend jaar nog geen nieuw stadion bouwen?

JANSSENS: ‘Een onvergeeflijke fout zou zijn dat we daar pas binnen tien jaar beginnen over na te denken. Vandaag is het geen dringende noodzaak, maar we weten wel dat we binnen tien jaar dit stadion grondig vernieuwd moeten hebben, of op een andere plaats een nieuw stadion gebouwd moeten hebben. Een van de weinige punten waar wij een competitief voordeel hebben, is dat we op de huidige locatie geen probleem hebben om te verbouwen, maar ook niet om nieuw te bouwen. Ook andere plekken om te bouwen zijn hier denkbaar. Onze band met de overheid in Genk is zeer hecht. Dat is sterker dan ik me realiseerde toen ik naar hier kwam. Binnen Limburg is KRC Genk écht een instituut. De relatie tussen Anderlecht en de regio Brussel is bijvoorbeeld minder sterk. Ons soortelijk gewicht in de regio is veel groter dan van veel clubs, terwijl Limburg toch maar 800.000 inwoners telt.

‘Het is in een op veel vlakken verdeelde stad als Antwerpen moeilijker om dingen in beweging te krijgen dan hier. Voor een Antwerpenaar die in Limburg werkt, is het een verademing dat iedereen hier klaarstaat om dingen te laten lukken terwijl men elders vooral klaarstaat om dingen te laten mislukken. Ik vind de samenhorigheid die hier heerst en de wil om er samen iets van te maken, heel belangrijk.’

Maar FC Limburg blijven volstaat niet?

JANSSENS: ‘We geloven heel erg in onze roots, maar de realiteit is dat we hier niet veel méér kunnen doen. Jongeren gratis uitnodigen, zoals Trudo Dejonghe suggereert, doen we al lang. Wij zijn de club die het hoogste percentage van haar supporters in het stadion heeft. Dat percentage verhogen is in deze regio niet meer mogelijk. Er komen al meer vrouwen naar hier dan naar andere stadions. Ons sympathiegehalte – er zijn minder mensen tégen Genk dan tegen pakweg Antwerp – moet ons recruteringsgebied vergroten naar het westen. Vanuit de Kempen en Leuven sta je snel in het stadion. Al is het op dit moment niet het idee om de capaciteit te vergroten. Ons stadion moet voller geraken, er moet meer comfort komen, zonder dat de voetbalbeleving verloren gaat. Daarom is Gent op architecturaal vlak niet het model dat we nastreven, omdat je daar te ver van het veld zit en te veel een sporthalgevoel hebt. Bilbao is meer waar we naartoe willen.’

Ik vind het een verademing dat iedereen hier klaarstaat om dingen te laten lukken terwijl men elders vooral klaarstaat om dingen te laten mislukken.’ – Patrick Janssens

Vzw

Zakelijk hebben jullie het voor elkaar, maar hebben jullie in Europa al naam?

JANSSENS: ‘Binnen de voetbalwereld zijn we bekend, niet om onze historische prestaties, maar om ons profiel: een club met een sterke academie die jonge spelers kansen biedt om door te stromen naar de top.

‘De periode waarin een Belgische club een Europese finale haalde, is wellicht voor lange tijd voorbij, maar ons Europees parcours van vorig jaar is niet onopgemerkt gebleven. Mensen in het voetbal kennen ons echt wel. Onderschat bovendien de reputatie van De Bruyne, Courtois en Carrasco niet. Dan praten we niet over goeie voetballers, maar over de Europese top.’

Welke criteria hanteert u bij de selectie van jong buitenlands talent?

JANSSENS: ‘Het aantal mislukte transfers in het voetbal is heel groot. Aanwervingen in andere sectoren mislukken ook vaak, alleen komen die mislukkingen niet in de pers. Wil je ergens slagen, dan moet je beschikken over de technische kwaliteiten die nodig zijn in die sector, over individuele karaktereigenschappen en over sociale vaardigheden. Het moeilijkst in te schatten is het antwoord op de vraag: wat betekenen die voetbalkwaliteiten in een collectief? Nicolae Stanciu is een geweldige voetballer, maar om de een of andere reden lukt het hier niet. Wat enorm onderschat wordt, is de niet-technische kwaliteiten. Uit welke samenleving komt iemand, uit welke religie, welke talen spreekt hij, en vooral: past hij in de clubcultuur? Het prototype van een mislukte transfer hier was Pelé Mboyo.Dat had niet zozeer te maken met zijn kwaliteiten als voetballer, wel met het feit dat hij niet bij onze clubcultuur paste en zich hier dan ook niet thuis voelde. Vandaag screenen we kandidaat-spelers grondig op persoonlijkheid en culturele achtergrond. Bij Sander Berge hebben we niet alleen met hem maar ook met zijn ouders en met ex-trainer Kjetil Rekdal gepraat. Kortom: je vermindert het risico door je huiswerk goed te maken. Als je iemand aantrekt in de laatste week van de transferperiode, wordt dat een stuk moeilijker.’

U haalt mensen die Genk als opstapje zien naar een grote ploeg. Hoe overtuigt u hen om te blijven wanneer na drie goeie wedstrijden grotere clubs met veel geld zwaaien?

JANSSENS: ‘Pozuelo had bij ons nog een contract. Op zijn carrosserie staan al wat krassen door zijn mislukt avontuur in de Premier League. Dat is een ander verhaal dan bij Berge, bij wie nog alles potentie is. Berge hier vijf jaar houden is een illusie, maar we proberen wel buitenlandse jongens minstens twee jaar te houden. Colley kon deze zomer naar Sampdoria. Wij hebben hem overtuigd dat die kans nog eens komt. Te snel de grote stap zetten doet vaak carrières stokken. Soms moet je iemand laten gaan. We hadden graag Wilfred Ndidi gehouden tot het eind van het seizoen, maar dat is toen niet gelukt. Maar we hebben echt tientallen miljoenen laten liggen, vorige zomer.’

Genk maakt winst, terwijl u vanaf Nieuwjaar waarschijnlijk de enige overblijvende club met een vzw-structuur bent. Is dat nog van deze tijd?

JANSSENS: ‘Straf dat de enige club die wegens haar statuut niets geeft om winst, het meeste winst maakt. Ik zie niet in waarom wij de anderen moeten volgen als we zien hoeveel succes deze formule in dertig jaar opleverde. We moeten ons continu in vraag stellen, maar daarom niet veranderen.’

Met zo’n vzw-structuur bent u voor trainers wel een moeilijkere club om in te werken dan pakweg Gent, waar je alleen met Ivan De Witte en Michel Louwagie te maken hebt.

JANSSENS: ‘Dat klopt tot op zekere hoogte. Er is meer overleg nodig, maar als alles goed doorgepraat is, werkt het wel. Ik zou het daarom onverstandig vinden om dat te wijzigen. Onze structuur is een sterkte, voor zover we eensgezind zijn in ons doel.’

Een aantal jaar geleden leken jullie Anderlecht naar de kroon te steken.

JANSSENS: ‘Wij moeten niemand imiteren. We moeten niet proberen Anderlecht te worden, maar het best mogelijke Genk te zijn.’

Patrick Janssens: 'Verbetering ligt niet in het terugdraaien naar vroeger.'
Patrick Janssens: ‘Verbetering ligt niet in het terugdraaien naar vroeger.’© BELGAIMAGE – YORICK JANSENS

‘Niet terug naar een traditionele competitie’

Dat sommige mensen in het Belgisch voetbal overwegen het play-offsysteem te herzien, baart Patrick Janssens zorgen.

U wilt er niet vanaf?

JANSSENS: ‘Absoluut niet.’

Waarom?

JANSSENS: ‘Wat bepaalt hoeveel volk er in een stadion zit? De reputatie van een club en van de tegenstander, en de bevolkingsdichtheid in de regio, maar de belangrijkste variabele is: betreft het een wedstrijd met inzet en is de uitslag onzeker? Zijn die parameters aanwezig, dan komt er veel volk. PO1 garandeert een grotere competitiviteit, meer onzekerheid over het eindresultaat en veel meer wedstrijden met inzet. Vandaag is een zesde plaats belangrijker geworden dan de zevende stek. Voor clubs als Charleroi of Oostende is een plaats in PO1 een trofee op zich. Ik sluit geen aanpassingen aan de formule uit, maar aanpassingen die teruggaan naar het vroegere systeem, begrijp ik niet. Verbetering ligt niet in het terugdraaien naar vroeger.’

Opmerkelijk dat u zo’n onvoorwaardelijk fan blijft, ook al hebt u zelf twee keer de desolaatheid van PO2 mee beleefd.

JANSSENS: ‘Mijn redenering is ingegeven vanuit het belang van het voetbal, niet van onze club alleen. Stel dat PO2 niet had bestaan, dan waren we vorig seizoen ook achtste geëindigd. Terwijl we nu zelfs in PO2 nog een kans hadden op een Europees ticket. Wie nu zesde eindigt, speelt nog tien topwedstrijden. Wie in het vroegere systeem vierde eindigde, had die niet. Vandaag is het Belgisch voetbal veel gezonder dan twintig jaar geleden, met betere financiën en meer toeschouwers. Teruggaan naar een traditionele competitie is voor mij geen optie.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier