Het Groot Rapport van 1A: KRC Genk en de wet van de wisselvalligheid

© Belga Image
Guillaume Gautier
Guillaume Gautier Journalist bij Sport/Voetbalmagazine en Sport/Footmagazine.

Het seizoen zit erop, de kampioen en de degradant zijn bekend, hoog tijd dus om alle clubs in onze Jupiler Pro League door te lichten. Vandaag: hoe KRC Genk de grootste teleurstelling van dit seizoen werd.

Resultaat

Door zijn basiselfal integraal te behouden, inbegrepen het nochtans onhoudbaar gewaande trio dat Junya Ito, Theo Bongonda en de Profvoetballer van het Jaar Paul Onuachu vormden, maakte Racing Genk geen enkel geheim van zijn ambities. Om nog beter te doen dan het seizoen voordien – bekerwinst, tweede plaats in het kampioenschap – versterkten de Limburgers zelfs de kern. Mike Trésor, Carel Eiting, Ike Ugbo en Mujaid Sadick warden eraan toegevoegd.

De sky leek the limit, maar voor de mannen van John van den Brom sloeg de droom al snel om in desillusie. De coach kreeg de blauwe machine niet gestart en werd uiteindelijk vervangen door Bernd Storck. De Duitser bracht wel weer lijn in het team, dat bij zijn voorganger nog louter op talent won, maar slaagde er niet in een kentering teweeg te brengen zoals hem dat eerder wel was gelukt bij Mouscron en Cercle Brugge.

Geen Europese overwintering, als titelverdediger uitgeschakeld in de achtste finale van de Crocky Cup en in de competitie gestrand op de zesde plaats: KRC Genk is met heel veel voorsprong (of achterstand?) de grootste ontgoocheling van het seizoen.

Spel

Zowel boekhoudkundig als speltechnisch genereerde de overgang van John van den Brom naar Bernd Storck een onmiskenbare verbetering, maar het was onvoldoende om het schip recht te trekken. Vanzelfsprekend werd er vanuit een betere organisatie gevoetbald, de Duitser staat nu eenmaal bekend als een maniak van de stellingenoorlog en in zijn voorgaande opdrachten had hij op dat gebied niet minder dan baanbrekend werk verricht.

Het Groot Rapport van 1A: KRC Genk en de wet van de wisselvalligheid
© Belga Image

Maar helemaal de harmonie waarop het bestuur had gehoopt? Nee, die kreeg Stock niet in elkaar getimmerd. Nog altijd sleepten vooral individuele acties de overwinningen uit het vuur. De voorzetten naar Onuachu, de actieradius van Junya Ito tussen de linies, de infiltraties van Kristian Thorstvedt: ze brachten allemaal punten op, dat beslist wel. Maar al deze componenten waren nog steeds individueel, ook Storck kon van dit Genk geen team maken. Vorig seizoen verkeerde deze spelersgroep nog in een voortdurende staat van genade. een status die het alweer snel kwijtspeelde. Dit seizoen slaagde de meest getalenteerde spelersgroep van de Jupiler League er nooit meer in een team te worden.

Speler: Junya Ito

Zelfs al bleek het onmogelijk om opnieuw het buitengewone niveau van het afgelopen seizoen te bereiken, deed Junya Ito alle moeite van de wereld om een verdeeld KRC Genk aan te zwengelen met zijn offensieve initiatieven: individuele acties, versnellingen op de flank, slimme voorzetten die hij in het strafschopgebied dropte, dribbels, … kortom, het hele register. Het leverde Genk misschien niet veel op, maar persoonlijk was dat wat anders. Ito mocht dit seizoen over alle competities heen op zijn rapport acht doelpunten en eenentwintig assists turven. Eén zaak is zeker: de Belgische competitie is te klein voor hem.

Jong talent: Luca Oyen

Op het vlak van opleiding van jonge spelers heeft KRC Genk een hele reputatie te verdedigen. Toch stoten de jonge talenten slechts sporadisch door naar het A-team, de roep naar resultaten weerklinkt daarvoor te luid en opdringerig. In die context valt op hoe Luca Oyen dit seizoen ontbolsterde. Zijn flair en klasse resulteerden in meer dan duizend speelminuten. Daarin bewees de golden boy van de Limburgse academie zich ondanks zijn nog wat fragiele lichaamsbouw als een pittige voetballer. In de zone van de waarheid kan hij het verschil maken. En niet alleen kan hij dat, hij doet het ook: twee doelpunten en drie assists, en dat terwijl zijn team een rotseizoen afhaspelde.

Het Groot Rapport van 1A: KRC Genk en de wet van de wisselvalligheid
© Belga Image

Cijfer: 58.5

Op het eerste gezicht zijn het cijfers die een grote dominantie uitdrukken: op de Belgische velden deed geen enkele ploeg beter dan de 58,5 procent balbezit en 13,45 doelpogingen per wedstrijd die Racing Genk dit seizoen liet noteren. Op basis van zoveel overwicht groeiden de Limburgers uit tot een van de meeste productieve teams van de Jupiler League. Alleen leidde die productiviteit niet altijd tot overwinningen, omdat Genk te veel tegendoelpunten pakte. Pep Guardiola verkondigt graag dat de bal ook moet worden gebruikt om zichzelf te verdedigen. Dat adagium heeft dit seizoen de kleedkamer van Racing Genk niet bereikt.

Toekomst

Voor enkele topspelers van Racing Genk was dit het seizoen te veel. Kon het bestuur vorige zomer nog alle uitgaande transfers vermijden, dan zal het nu het geweer van schouders moeten veranderen en toegeven aan de ambities van spelers als Paul Onuachu, Theo Bongonda of Daniel Muñoz. De identiteit van hun vervangers zal van fundamenteel belang zijn om een ??nieuwe cyclus van succes in te luiden en, op korte of middellange termijn, weer prijzen te pakken.

Speelt dit trio volgend seizoen nog in Genk?
Speelt dit trio volgend seizoen nog in Genk?© Belga Image

Aan die opdracht zal Bernd Storck niet meer deelnemen. De gewezen Hongaarse bondscoach ruilde Genk in voor Eupen. Zijn rigide werkwijze en wat afstandelijkere aanpak werden in de Genkse kleedkamer niet unaniem gesmaakt. Soms verwarrend in hun keuze van coaches zal het bestuur deze keer goed moeten kiezen als het een nieuw seizoen buiten de top 4 wil vermijden. Het lijkt wel dat de club de gewoonte heeft gekweekt om slechts alternerend, om de twee seizoenen, te schitteren. In dat geval wacht er de Limburgers na het huidige debacle een prima seizoen 2022-23. Maar hoe kunnen Dimitri De Conde en zijn team die onregelmatigheid uit de lokale Limburgse cultuur schrappen?

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier