Amerikanen nemen het Belgisch voetbal over: het fenomeen onderzocht

Josh Wander, de nieuwe grote Amerikaan bij Standard. © Belga Image

Ze zitten in Brugge, Luik, Oostende, Molenbeek en Beveren: de Amerikanen vormen de grootste groep buitenlandse investeerders in het Belgische voetbal. Wij onderzochten dit modefenomeen, van de economische structuren via consumerende supporters tot de creatie van clubnetwerken.

Sommigen maken er graag een karikatuur van. Alsof in het onderbewustzijn een overdosis westerns zijn opgeslagen. De cowboyhoeden zijn dan wel vervangen door petjes met het embleem van een Amerikaanse club en witte of kleurrijke sneakers hebben de plaats ingenomen van laarzen met sporen, maar de Amerikanen hebben nog altijd de zelfverzekerdheid van mannen die een vergaderzaal binnenstappen en hun voeten op de tafel leggen. Die clichés blijven hardnekkig doorleven in het verhaal van de steeds massalere aanwezigheid van Amerikaanse dollars in de schatkist van het Belgische voetbal.

Na Oostende, Beveren en RWDM kwam in de lente van dit jaar ook een eerste groot bastion van het Belgische voetbal in Amerikaanse handen: het investeringsfonds 777 Partners kocht Standard en Sclessin op. Maar investeerders uit de States hebben nog meerdere pionnen op het Belgische schaakbord staan. Ze hebben ook een voet tussen de deur bij Club Brugge, waar het bedrijf Orkila Capital 23 procent van de aandelen bezit, en onlangs was er interesse voor KV Kortrijk een AA Gent. Het zijn telkens aparte gevallen die geen gezamenlijke strategie hebben, maar toch zijn er ook heel wat gemeenschappelijke kenmerken.

In de Verenigde Staten is de gemiddelde stadionbezoeker een consument, terwijl die in Europa een supporter is.’

Antoine Gobin

‘Je kunt niet zeggen dat er een afgelijnde methode of model bestaat, want alles af hangt van het type investeerders’, legt een internationale consultant uit, die goed thuis is in de American Game. ‘De basis is niettemin altijd ongeveer dezelfde. Vanuit de Verenigde Staten kijken ze naar het voetbal als een enorm verlieslatende sector. De investeringsfondsen kopen clubs die op de rand van het bankroet staan en dus goedkoop zijn. Nadien installeren ze er bewindvoerders die de club structureel moeten verbeteren.’ Soms met een strategie op middellange termijn: het aanzuiveringen van de financiën en vervolgens, binnen de vijf à tien jaar, een doorverkoop met winst. Soms ook met de bedoeling om verder te gaan, maar steevast gaat het om zorgvuldig uitgekozen locaties uit een waaier van clubs die te koop staan. Een waaier die door de coronacrisis en de economische crisis een stuk breder is geworden.

‘We waren al een tijdje aan het rondkijken in België’, vertelt Gauthier Ganaye om uit te leggen waarom New City Capital (voorheen Pacific Media Group) neerstreek in Oostende. ‘Het is de enige club die haar basis heeft aan de Belgische kust. Dat is een zeer bijzondere ligging en dat is wel aanlokkelijk.’ Dat zal ook John Textor zeggen, die het commando in handen nam van RWDM, een club gevestigd in een hoofdstad die ook nog eens een grote kweekvijver van jong voetbaltalent is. En Josh Wander, boegbeeld van 777 Partners, gaf in zijn eerste Belgische interview, in La Dernière Heure, toe dat de groep op zoek is naar clubs ‘die op een geografisch belangrijke plaats gevestigd zijn’.

Een band met de stad

Dat lijkt minder voor de hand te liggen als je door de leuke maar rustige straten van Beveren wandelt, gemeente langs de E34 tussen Antwerpen en Brugge. Om dat mysterie op te helderen ontvangt Antoine Gobin ons met Lacostepolo en carnivorenglimlach in een grote zaal met uitzicht op de Freethiel. Hij gaat meteen in op het idee van een anonieme locatie. ‘Zo’n afgelegen oord is dit niet’, lacht de CEO van de Waaslanders. ‘Beveren is een van de rijkste gemeentes van België en een groot deel van de Antwerpse haven ligt op zijn grondgebied.’

In de catacomben van het stadion van waaruit Yaya Touré ooit Europa veroverde, spreekt Antoine Gobin in een mengelmoes van Engels, Frans en Nederlands. Alleen zijn accent en het gebruik van enkele typisch Vlaamse woorden verraden nog dat hij een verleden heeft als een patron die zich in zijn sas voelt in zijn nieuwe omgeving. Om zich goed in de lokale cultuur te integreren is kennis van de taal van Vondel een belangrijk hulpmiddel in de relaties met de stad, een parameter die vaak genoemd wordt door nieuwe investeerders die in ons land terechtkomen.

De Freethiel, waar Amerikanen thuis zijn.
De Freethiel, waar Amerikanen thuis zijn. © GETTY, PHOTONEWS, BELGAIMAGE

Zo kwam burgemeester Bart Tommelein in Oostende tussenbeide als bemiddelaar toen Marc Coucke in de lente van 2020 met Pacific Media Group onderhandelde. En in Molenbeek stak burgemeester Catherine Moureaux haar enthousiasme niet onder stoelen of banken toen John Textor de nieuwe patron werd van RWDM: ‘De toekomst van de club, die ons zo na aan het hart ligt, is hiermee verzekerd voor vele jaren. Ik heb de gelegenheid gehad om de sociale bewogenheid van meneer Textor te laren kennen, iets wat uiteraard van levensbelang is in een gemeente als Molenbeek. Hij is enthousiast over het idee om de formidabele jeugdschool van RWDM te doen opleven.’

Zoals ook de projecten van 777 Partners aantonen (zie kader), is de gemeente dus vaak een aanzienlijke bondgenoot, zeker waar het gaat om dossiers over het stadion en de omgeving daarvan.

Waar zijn de fans?

‘De Amerikanen bekijken ons een beetje als neanderthalers’, grijnst Jesse De Preter, de advocaat die in België de belangen van Roberto Martínez behartigt. ‘Voor hen is de Europese markt een enorm onontgonnen terrein, omdat de handelspolitiek in Europa compleet verschilt van de sportieve franchises in de Verenigde Staten.’ Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan is een wedstrijd een evenement dat begint voor het eerste fluitsignaal en nog voortduurt na het laatste. Een makelaar die geregeld op bezoek gaat bij een van zijn cliënten die bij een club uit de MLS speelt, vat het zo samen: ‘Op het veld is het niveau niet altijd even hoog als in de Belgische eerste klasse, maar wat alles eromheen betreft, staat het op gelijke hoogte met de Champions League.’

Zo wordt er verteld dat de werken aan het stadion van Mallorca, in gang gezet door eigenaar Robert Sarver (die ook de baas is van de basketfranchise Phoenix Suns) voorzien in een bredere ruimte tussen de rijen zitjes, zodat de supporters gemakkelijker naar de drank- en eetstandjes kunnen gaan zonder hun buren daarbij te erg te hinderen. Zijn inspiratie komt rechtstreeks uit de States, waar er op het domein van de clubs winkels, restaurants en andere zaken staan die ervoor moeten zorgen dat gezinnen geneigd zijn om een hele dag in en rond het stadion door te brengen. En – uiteraard – daar zoveel mogelijk te consumeren.

De Amerikanen bekijken ons een beetje als neanderthalers. Voor hen is de Europese markt een enorm onontgonnen terrein.’

Jesse De Preter

‘Het maakt een groot verschil of je eigenaar bent van de infrastructuur of niet’, legt Juan Arcuniegas uit in La Dernière Heure. ‘Je kunt dan immers de ervaring van de supporters en de commerciële partners verbeteren.’ De financiële logica die met een stadion verbonden is, is nooit veraf voor de Amerikaanse eigenaars, die vaak met de ogen knipperen wanneer ze ontdekken dat de meeste stadions slechts om de veertien dagen gedurende anderhalf uur worden gebruikt, terwijl zij eraan gewend zijn dat die 365 dagen per jaar worden benut.

‘In de Verenigde Staten is de gemiddelde stadionbezoeker een consument, terwijl die in Europa een supporter is’, legt Antoine Gobin uit. Hij kreeg de Amerikaanse cultuur met de paplepel binnen, maar is zich er wel van bewust dat het klakkeloos overzetten van het Amerikaanse model naar de Europese voetbalwereld vaak een valkuil is. Ook al profiteerden ze op de Freethiel van het verblijf in de Challenger Pro League om de consumptiemogelijkheden van de fans te verbeteren – er werd onder meer een zelfbedieningssysteem uitgetest om wachtrijen te vermijden – de algemene richtlijn blijft toch: respect voor de plaatselijke cultuur. ‘Al te vaak denken de Amerikanen dat hetgeen bij hen werkt ook in Europa wel zal werken, maar dat is niet zo.’

Netwerken van clubs

In het land van meervoudige eigenaars en rationalisering van uitgaven is het creëren van een netwerk van clubs gewoon pure logica. Juan Arciniegas, de managing director van 777 Partners legt het uit aan RMC Sport: ‘Het is niet alleen om een soort playbook te hebben op economisch niveau, het heeft ook sportieve implicaties: je hebt ploegen met dezelfde filosofie, dezelfde manier van spelen en trainen. Zo kunnen spelers van de ene naar de andere club gaan zonder dat ze een lange aanpassingsperiode nodig hebben. Dat heeft allerlei voordelen. Zo kun je ook de scouting centraliseren. En je kunt meer impact hebben op de commerciële aspecten.’

Die analyse wordt niet door iedereen gedeeld – sommigen vinden dat het concept te veel energie vreet – maar het is wel het dominante model in België. Globalon Football Holdings, dat aan het hoofd staat van Beveren, is ook eigenaar van de clubs Estoril (Portugal), Alcorcón (Spanje) en Augsburg (Duitsland). De sterke man van RWDM, John Textor, investeert ook in Lyon, Botafogo en Crystal Palace, terwijl 777 Partners de plak zwaait bij Genoa, Vasco da Gama en dus ook bij de Rouches.

De eerste groep die op Belgische bodem neerstreek, New City Capital (KV Oostende) gaf nochtans het slechte voorbeeld. Naast KVO bestuurde de groep ook Den Bosch (Nederland), Barnsley (Engeland), Kaiserslautern (Duitsland), Esbjerg (Denemarken), Thun (Zwitserland) en Nancy (Frankrijk). De balans het afgelopen seizoen was rampzalig, vooral door de situatie in Frankrijk, waar de club die vanop afstand werd geleid door Gauthier Ganaye, niets presteerde. Les Lorrains degradeerden naar de derde afdeling en moeten eigenlijk niet weten van dat netwerksysteem, waarin veel clubs al snel de indruk kunnen krijgen dat zij tot de ondergeschoven kinderen behoren.

Ook Standard en Sclessin kwamen in de lente van dit jaar in Amerikaanse handen.
Ook Standard en Sclessin kwamen in de lente van dit jaar in Amerikaanse handen. © GETTY, PHOTONEWS, BELGAIMAGE

‘Ons doel is niet om de club over vijf of zeven jaar weer te verkopen voor een vastgelegd bedrag of met een meerwaarde van x procent’, verduidelijkt Antoine Gobin, die zich haast om de verschillen te benadrukken tussen de verschillende projecten op Belgische bodem. ‘Voor andere structuren geldt dat wel, maar hier hebben wij Beveren gekocht omdat we weten dat het een stabiele club kan worden. We zien het niet als een verliespost maar als een investering, dus hebben we geen reden om de club weer te verkopen.’ Die vrees bestond nochtans toen Beveren degradeerde enkele maanden na de aankomst van de nieuwe eigenaars op de Freethiel, maar ze verdween snel toen men merkte dat Globalon in de dagelijkse werking van de club, en zelfs van de stad, investeerde.

Eens te meer een bewijs dat er verschillende soorten investeringsfondsen bestaan en dat ze niet allemaal op dezelfde manier omgaan met het Europese voetbal, waar ze nochtans allemaal voor dezelfde redenen op af zijn gekomen: een uitzonderlijk economisch potentieel gekoppeld aan een financieel bestuur dat soms wat onzinnig is, zelden evenwichtig en in het huidige model bijna altijd onhoudbaar op de lange termijn. ‘Voor investeerders is voetbal een product’, besluit onze consultant, die een gereputeerde club uit een grote competitie bijstaat. De coronacrisis, die volgde na jaren van ouderwets bestuur, heeft van een Belgische voetbal een afgeprijsd product gemaakt, dat de eetlust van de internationale markt opwekt. Wanneer er snel moet gegeten worden, ook al betekent dat meerdere clubs tegelijk opslokken, zijn het duidelijk de Amerikanen die zich het gulzigst tonen.

Hogesnelheidstrein

Net zoals dat voor investeerders bij andere clubs het geval is, geldt ook voor 777 Partners dat het een goede verstandhouding met de stad hoog in het vaandel draagt. Een delegatie van het Amerikaanse investeringsfonds had halverwege de maand mei een eerste ontmoeting met burgemeester Willy Demeyer in La Violette, het stadhuis van de Vurige Stede. En al eerder, toen de nieuwe eigenaars van Standard voet aan de grond kregen bij Genoa, benadrukten ze tegenover RMC Sport het belang van de samenwerking met de lokale overheid: ‘Na het vroegere verval van de stad heeft het gemeentebestuur vandaag de dag heel wat projecten op touw staan om ze nieuw leven in te blazen, zoals een hogesnelheidstrein om de stad te verbinden met Milaan’, legde Juan Arciniegas uit.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier