Didier Lamkel Zé openhartig: ‘Nog één seizoen en dan vertrek ik’

Didier Lamkel Zé in het Guldensporenstadion: ‘Ik wil hier straks in goede omstandigheden vertrekken, niet zoals bij Antwerp.’ © INGE KINNET
Alain Eliasy Journalist bij Sport/Voetbalmagazine

Nog één seizoen en dan slaat Didier Lamkel Zé (26) de deur van de Jupiler Pro League achter zich dicht. Maar voor het zover is, doet hij uitgebreid zijn verhaal over zijn eerste voetbalstappen in Kameroen, zijn geanimeerde periode bij Antwerp, zijn hectische transferzomer en zijn nabije toekomst als voetballer.

Eén beeld vat de merkwaardige persoonlijkheid van Didier Lamkel Zé perfect samen. De scène wordt gefilmd in het stadion van Valenciennes waar in augustus 2017 Chamois Niortais, de werkgever van de Kameroener, te gast is. Zeven minuten voor tijd, en bij een 4-0-stand in het voordeel van Valenciennes, kopt Lamkel Zé de eerredder binnen. Een fractie van een seconde later slaat de boomlange spits de 6000 toeschouwers met verstomming door zijn doelpunt met veel uiterlijk vertoon te vieren. Hij loopt met opengevouwen armen richting cornervlag, maakt een sliding op de knieën en gooit zelfs een paar handkusjes naar de verbijsterde fans. Aangever Romain Grange, die hem als enige komt feliciteren, is zich bewust van de schertsvertoning en maant zijn ploegmaat aan om voort te maken. ‘Ik was voor de tweede keer op rij gepasseerd en de trainer moest begrijpen dat ik niets te zoeken had op de bank’, vertelt Lamkel Zé met een uitgestreken gezicht.

Sinds zijn eerste verschijning op de Belgische velden heeft Lamkel Zé verschillende gedaantes aangenomen. Die van een salonvoetballer met een hoog bad boy-gehalte. Die van een kleurrijke figuur die een transfersoap met vier clubs – Antwerp, Omonia Nicosia, Standard en Ferencváros – met zoveel verve regisseert dat hij bij de Academy Awards zomaar genomineerd kan worden voor de categorie ‘beste regisseur’. Maar de Kameroener is in België naar eigen zeggen ook het slachtoffer van een soort heksenjacht. ‘In Antwerpen kregen de media maar niet genoeg van mij. Toen ik na mijn huurperiode bij Metz terugkwam, wreven ze zich in de handen. Ze dachten: nu zullen we weten wat te schrijven want Didier is terug. De teleurstelling was groot toen ze doorhadden dat ik mij gedeisd hield.’

Bij Antwerp was het onmogelijk om iets binnenskamers te houden. Je zei iets en dat werd gelekt aan bevriende journalisten.’

Didier Lamkel Zé

François Vitali, een van de directeurs van het opleidingscentrum van Lille, zei ooit het volgende over jou: je mag geen oordeel vellen over iemand als je zijn levensparcours niet kent. Wat moeten we weten over jouw beginjaren als voetballer in Kameroen?

Didier Lamkel Zé: ‘Ik werd voor mijn 12 jaar opgepikt door de École de football des Brasseries du Cameroun, in Douala (havenstad, nvdr). Die academie had over heel Kameroen honderd spelers geselecteerd voor een testperiode van een week en de beste 22 mochten blijven. Er werden tien ploegen van tien spelers gevormd en dan moest je je plan trekken. Je weet hoe dat gaat: je moet proberen op te vallen in wedstrijden waarin je de bal amper of niet ziet omdat iedereen met zichzelf bezig is. Een paar weken later kregen we de bevestiging dat ik aangenomen was in de academie. In het begin was mijn vader niet zo’n grote voorstander van voetbal – hij redeneerde dat ik met een diploma op zak meer zou kunnen bereiken in het leven. Maar hij draaide bij.’

Tijdens je verblijf in de academie ben je een paar keer over en weer gereisd naar Europa om bij verschillende clubs te testen. Spannende tijden voor een tiener…

Lamkel Zé: (knikt) ‘Tijdens de Challenge Geremi Sorele Njitap, een tornooi genoemd naar ex-voetballer Geremi, viel ik in de smaak bij een scout van Anderlecht. Ik stond aanvankelijk niet eens op de spelerslijst omdat ik te jong was en ik wist ook niet dat er Europese scouts langs de zijlijn zouden staan. Niet veel later werd ik in Yaoundé ontboden om een paspoort te laten maken. De maanden daarop mocht ik proefdraaien bij Anderlecht, Bordeaux en Lyon, waar ik met Nabil Fekir en Corentin Tolisso trainde. De drie clubs waren tevreden over mij, maar ze mochten mij geen contract geven voor mijn 18 jaar.

‘Lille heeft het anders aangepakt: ik moest er niet gaan testen en ze lieten mij op mijn zeventiende een voorcontract tekenen in afwachting dat ik meerderjarig zou worden. Lag het aan mij, dan had ik sowieso voor Lyon gekozen, maar in Afrika heb je als speler niet altijd het laatste woord… Het speelde zich boven mijn hoofd af en ik weet dus niet welke financiële regeling de academie met Lille had getroffen. Ik was al lang blij dat ik naar Europa mocht om te voetballen.’

Didier Lamkel Zé: ‘Als ik de komende jaren mijn statistieken kan opkrikken, dan zal ik binnen x aantal jaar een groot contract binnenhalen.’
Didier Lamkel Zé: ‘Als ik de komende jaren mijn statistieken kan opkrikken, dan zal ik binnen x aantal jaar een groot contract binnenhalen.’ © INGE KINNET
Geen filters

Bij Lille heb je het uiteindelijk niet gered. Hoe ben je bij Chamois Niortais in de Ligue 2 beland?

Lamkel Zé: ‘Niort volgde mij al van in mijn periode in de academie. Maar ik wilde Anderlecht, Bordeaux en Lyon niet laten schieten voor een club als Niort. Toen ze hoorden dat Lille mij transfervrij had laten vertrekken, hebben ze mij mijn eerste profcontract aangeboden. Ik was amper 19 jaar en hun voorstel was een uiting van hun waardering voor mij. En dan spreek ik niet over 2000 euro netto per maand die sommige spelers in die reeks betaald kregen.’

De sportief directeur van Niort was een grote fan van jou. Hij trakteerde jou op taco’s in de veronderstelling dat je er beter van zou voetballen. Met aanvoerder Aliou Dembelé waren er een paar aanvaringen. Was dat een voorsmaakje van wat we hier in België van jou te zien kregen?

Lamkel Zé: (verlegen lachje) ‘Dat verhaal van die taco’s werd een beetje verdraaid. Ik ga niet liegen: het gebeurde wel eens dat ik voor een wedstrijd taco’s at. Ik voelde mij daar goed bij en het had geen invloed op mijn prestaties. De sportief directeur wist dat ik geen valsspeler was. Ik gaf mij altijd voor de volle honderd procent en alles stond voor mij in het teken van het team. De strubbelingen met Dembélé kan je herleiden tot een misverstand. Gaandeweg is het respect tussen ons alleen maar groter geworden. Weet je wat het is? Als ik iets te zeggen heb, doe ik dat recht in het gezicht. Soms brak ik zelfs een speech van László Bölöni af om mijn mening te geven… Het zit niet in mijn karakter om een filter op te zetten.’

Je zou kunnen zeggen dat je een onbegrepen artiest bent met een complexe persoonlijkheid.

Lamkel Zé: ‘Ik zou liegen mocht ik het tegenovergestelde beweren. Ik ga dus voor 80 procent akkoord met die stelling. Als ik iets doe of zeg, hou ik geen rekening met wat anderen ervan vinden. En daar hoort soms een boos telefoontje van mijn vader bij die iets over mij gelezen had. Tot hij mijn versie hoorde. En dan raadde hij mij aan om af en toe wat gas terug te nemen.’

Didier Lamkel Zé: ‘Volgens mijn makelaar werden de sportief directeurs van Franse Ligue 1-clubs afgeschrikt door het vuile imago dat ik meesleur vanuit België.’
Didier Lamkel Zé: ‘Volgens mijn makelaar werden de sportief directeurs van Franse Ligue 1-clubs afgeschrikt door het vuile imago dat ik meesleur vanuit België.’ © INGE KINNET

Werd jij verkeerd begrepen bij Antwerp?

Lamkel Zé: ‘Respect en communicatie staan voor mij helemaal bovenaan op de waardeschaal, maar ik laat niet over mij heen lopen. Ik zal mij correct gedragen met jou als ik voel dat het wederzijds is. Dat heb ik meegekregen tijdens mijn opvoeding. Het gebrek aan erkenning was wellicht het grootste issue bij Antwerp. Het is verkeerd gelopen toen het bestuur zijn belofte om mij een verbeterd contract te geven niet nakwam. Daar lag de kiem van het probleem. Op basis van mijn prestaties heb ik niet gekregen waar ik recht op had.’

Vlaamse kliek

Die contractperikelen waren een probleem tussen het bestuur en jou. Waarop is het misgelopen met een groot deel van de spelersgroep?

Lamkel Zé: ‘De kern van het probleem met de Vlaamse clan rond Ritchie De Laet, Birger Verstraete en Pieter Gerkens ontgaat mij nog steeds. Ik kan alleen maar gissen waar het om ging. Waren ze jaloers omdat ik de publiekslieveling was? Voor antwoorden moet je eigenlijk bij hen zijn. Ik herinner mij een voorval op Cercle Brugge in januari van vorig jaar. Ik scoorde en geen enkele speler van die kliek is bij mij gekomen. Toen we in de kleedkamer zaten, heb ik mijn gedacht gezegd. ‘Willen jullie mij negeren wanneer ik een doelpunt maak? Mij goed. Het belangrijkste is dat de ploeg wint.’ Ze zijn vanzelf teruggekomen toen ze inzagen dat mijn goals punten opleverden. Ze gingen wel vaak hun beklag doen bij Bölöni. ‘Didier traint niet goed. Didier denkt enkel aan zichzelf.’ Maar die trok zich daar niets van aan. Zolang ik de ploeg deed winnen, mocht ik mijn ding doen.’

Hoe gingen de trainers en het bestuur om met de situatie?

Lamkel Zé: ‘Ik zal een voorbeeld geven uit de periode onder Frank Vercauteren. Hij had in het Engels gevraagd om na de training op de club te blijven om samen te lunchen. Dieumerci en ik begrijpen geen Engels en we zijn meteen naar huis vertrokken. De dag erna horen we van de Vlaamse spelers dat we niet mogen trainen. Vijf spelers hadden dus bepaald dat twee van hun ploegmaats de dag voor de match niet aanwezig mochten zijn op training.’

De spelers die mij bij Antwerp naar de uitgang wilden duwen, gun ik geen blik meer.’

Didier Lamkel Zé

Had je de indruk dat je door zaken die je gedaan had anders behandeld werd door de media?

Lamkel Zé: ‘Ik niet alleen, hoor. Wanneer Dieumerci (Mbokani, nvdr), Jonathan Bolingi of ik iets verkeerd deden, werd dat breed uitgesmeerd in de media. Ze waren op het minste foutje aan het wachten om ons te bekritiseren. Bij Antwerp was het onmogelijk om iets binnenskamers te houden. Je zei iets en dat werd gelekt aan bevriende journalisten. Dan kan je niet spreken van een gezonde kleedkamer. Er waren spelers die naar het bestuur trokken omdat de Afrikanen de muziek hadden opgezet. Daar dienen de luidsprekers toch voor? Veel spelers klaagden over die lekken, maar zij lieten het in tegenstelling tot mij gewoon passeren. Ik kan zoiets niet voor mij houden.’

Je werd door een deel van de spelersgroep ‘de Balotelli van de Aldi’ genoemd en met het bestuur kon je niet meer door dezelfde deur. Maar hoe je het draait of keert: Antwerp heeft een belangrijke rol gespeeld in je carrière.

Lamkel Zé: ‘Dat zal ik nooit ontkennen of tegenspreken. Ik ben bij Antwerp gegroeid als voetballer. Ik moet vooral Luciano D’Onofrio en Bölöni bedanken. Zonder Mbokani, Seck en Bolingi had ik het trouwens nooit zo lang volgehouden, ze zijn mij blijven steunen toen heel de kleedkamer zich tegen mij had gekeerd. De spelers die mij naar de uitgang wilden duwen, gun ik geen blik meer. Het is beter dat we elkaar voor of na een match niet groeten. Mochten we nog in dezelfde kleedkamer zitten, zou ik moeite gedaan hebben om alles uit te praten, maar nu zie ik er het nut niet van in.’

© INGE KINNET

Was er een mogelijkheid om met de nieuwe trainersstaf en de nieuwe sportief directeur van Antwerp de brokken te lijmen?

Lamkel Zé: ‘Vanaf dag één heb ik aan Marc Overmars duidelijk gemaakt dat ik wilde vertrekken. Ik zette Antwerp voor de keuze: jullie laten mij gaan of ik zet de boel weer op stelten. Aan de start van de voorbereiding had Mark van Bommel wel nog voorgesteld om aan te sluiten bij de A-kern. Mijn fysieke tests waren goed – op de snelheidsproeven was ik zelfs de beste – maar iemand heeft blijkbaar aan Van Bommel gezegd dat ik geblesseerd was aan de dij.’

Toekomst veiligstellen

Je kende een goede tweede seizoenshelft bij FK Khimki in Rusland en Metz waar je in totaal vijf keer scoorde in twaalf duels. Toch stonden middenmoters of laagvliegers uit de grotere voetballanden niet aan te schuiven voor jou. Je reputatie van kwajongen zal er toch iets mee te maken hebben?

Lamkel Zé: ‘Zonder de degradatie van Metz speelde ik nu nog in de Ligue 1. Naast Metz waren er wat losse contacten met een aantal Franse clubs, waaronder Angers, maar volgens mijn makelaar werden de sportief directeurs afgeschrikt door het vuile imago dat ik meesleur vanuit België. Maar ze hadden net als Standard de tijd moeten nemen om mij te ontmoeten en naar mijn verhaal te luisteren.’

Enkele maanden geleden stond je nog op het veld te voetballen tegen Messi, Mbappé, Verratti, Ramos en Neymar. Nu zit je bij Kortrijk. Het contrast kan niet groter zijn.

Lamkel Zé: ‘Dat klinkt alsof het gedaan is met mij… Ik heb het al gezegd aan Matthias (Leterme, algemeen manager van KV Kortrijk, nvdr) toen ik hier voor drie jaar tekende: WK of geen WK, maar op het einde van het seizoen vertrek ik bij Kortrijk. Tussen nu en juli zal ik alles geven voor de club, dat is het minste wat ik kan doen voor de mensen van wie ik het volledige vertrouwen heb gekregen.’

Tussen nu en juli zal ik alles geven voor KV Kortrijk, maar op het einde van het seizoen vertrek ik.’

Didier Lamkel Zé

Waar zie je jezelf binnen vijf jaar?

Lamkel Zé: (herhaalt de vraag) ‘Ik zal 31 jaar zijn. Tegen dan heb ik het gezien in Europa en zit ik wellicht in Saudi-Arabië. Ik heb afgelopen zomer een héél mooi contract laten liggen in Saudi-Arabië waarmee ik de financiële toekomst van mijn familie had kunnen veiligstellen. Ik had mijn jawoord gegeven aan die Saudische club, drie uur later zag ik het niet meer zitten, en daarna ben ik nog twee keer van mening veranderd. Maar ik blijf achter mijn beslissing staan. Als ik de komende jaren mijn statistieken kan opkrikken, dan zal ik binnen x aantal jaar een nog groter contract binnenhalen.’

Maar eerst wil je nog iets achterlaten aan het Belgische voetbal.

Lamkel Zé: ‘Bij Antwerp heb ik zowel positieve en negatieve zaken laten zien. Bij Kortrijk wil ik een mooie erfenis achterlaten, de supporters moeten enkel positieve gevoelens overhouden aan mij. Ik wil hier sowieso in goede omstandigheden vertrekken – niet zoals bij Antwerp.’

‘Ik geef mezelf minder dan 50 procent kans om naar het WK te gaan’

Lamkel Zé: ‘De communicatie verliep meteen stroef met bondscoach Toni Conceição. Als je een speler voor het eerst selecteert, dan organiseer je minstens een gesprek om enkele zaken te bespreken. Maar het enige wat hij zei was: ‘Jij begint op de bank, want je moet recupereren van de match van zondag.’ Uiteindelijk mocht ik vier minuten voor tijd invallen. Ik kon daarmee leven, maar ik vond het wel jammer voor mijn familie en de vrienden uit mijn wijk die meer dan vijf uur in de bus hadden gezeten om mij te zien spelen.

‘De situatie is verergerd in de aanloop naar de match tegen Rwanda vier dagen later. Eric Choupo-Moting was licht geblesseerd en op de laatste training voor de wedstrijd stond ik in de ploeg die zou starten. Bij de bespreking bleek dat ik de enige speler was van de zogenaamde basisploeg van op training die niet aan de aftrap zou staan… We wonnen de match met 0-1 en ik heb toen gewoon mijn mond gehouden. Tot Conceição zelf het gesprek met mij aanging op de terugweg naar Kameroen. Het kwam erop neer dat hij mij de komende weken en maanden zou komen scouten. Ik zei hem rechtuit: ‘Coach, blijf thuis en bekijk mijn wedstrijden maar op televisie. Roep mij op als je mij echt wil gebruiken. Als je me nodig hebt om de bank te vullen, laat je me beter bij mijn club.’ Daarna ben ik niet meer opgeroepen geweest.’

Lamkel Zé: ‘Voor een deel wel. Maar dat had vooral te maken met de omstandigheden voorafgaand aan die eerste selectie. Antwerp had schrik dat ik met een blessure zou terugkomen van de interlandperiode en ze vroegen mij om niet naar Kameroen af te reizen. ‘Zeg maar dat je een beetje overbelast bent.’ Omdat het mijn eerste selectie was, heb ik de forcing gevoerd om toch te gaan. En achteraf gezien, heb ik dat voor niets gedaan. Dát heeft mij kwaad gemaakt.’

Lamkel Zé: ‘Het ziet er niet goed uit, ik geef mezelf niet meer dan vijftig procent om in Qatar te staan. Maar tot de definitieve selectie bekend is, blijf ik in contact staan met de bondscoach. We hebben elkaar gesproken toen er sprake was van een transfer naar Saudi-Arabië en ik heb begrepen dat ik nu geduldig moet blijven wachten op een kans. Mocht er iets gebeuren met een van mijn concurrenten, dan ben ik blijkbaar een van de eersten die hij zal oproepen.’