Het ongrijpbare Standard: hoe Deila van de Rouches een machine maakte

© Belga Image
Guillaume Gautier
Guillaume Gautier Journalist bij Sport/Voetbalmagazine en Sport/Footmagazine.

Nadat zijn favoriete systeem niet pakte op Sclessin, paste Ronny Deila zich aan aan de profielen van zijn kern om een nieuw Standard te ontwerpen. Een analyse.

De analyse is niet nieuw. Mbaye Leye maakte al dezelfde opmerking toen hij sprak over het belang van een profiel als Nikola Storm na de fatale nederlaag tegen KV Mechelen. De Senegalese coach betreurde het gebrek aan een vleugelspeler in zijn kern die in staat was om individueel het verschil te maken. De komst van de Noor Aron Donnum moest dat probleem oplossen, maar leidde alleen maar tot frustratie tijdens het dramatische seizoen 2021/22. Noch Leye noch Luka Elsner waren in staat de aanval van Standard, een team dat gewoonweg een tekort aan talent leek te hebben, op punt te krijgen. Zelfs de terugkeer van Renaud Emond bracht geen zoden aan de dijk.

Ronny Deila, de coach die de nieuwe eigenaars naar Luik haalden, probeerde, net als zijn voorgangers, een systeem dat schommelde tussen een 4-3-3 en 4-2-3-1, twee formules waarmee hij bij zijn vorige clubs succes na succes had geboekt. Maar opnieuw werd pijnlijk duidelijk: zijn Standard heeft technische kwaliteit te over, maar geen echte vleugelspelers die hen naar de top acht van de competitie kunnen brengen. Het team lijkt een beetje op Selim Amallah aan het begin van het seizoen: het weet een tegenstander uit te schakelen, maar heeft moeite om hem te verschalken. De eerste remedie voor dat probleem lijkt een spits, maar Stipe Perica had het moeilijk om de verwachtingen in het strafschopgebied waar te maken. Deila moest dus met een andere oplossing komen.

Dominostenen

Ongetwijfeld beseft de Noor dat Amallah’s ‘ziekte’ in feite een epidemie binnen de ploeg is. Eentje waar ook William Balikwisha, Cihan Canak, Denis Dragus en Philip Zinckernagel aan lijden. Ze hebben namelijk allemaal de x-factor om een verdediging te breken, maar missen die volgende stap om ten volle te profiteren van de openingen. Die beperking heeft Deila omgetoverd in een voordeel: als je over zoveel spelers beschikt die de kwaliteit en de vista hebben om een tegenstander uit te schakelen in het centrum, waar de ruimte klein is, dan kan dat leiden tot een karrenvracht aan kansen, van zodra het vijandige blok uit elkaar gespeeld is. Belgische ploegen zijn namelijk nog te vaak gefocust op het dicht timmeren van het centrum, wat bewijst dat wanneer je snel door het midden kan spelen, je de meeste schade kan aanrichten.

De energie van Steven Alzate geeft Standard nog meer mogelijkheden in die strategie. De Colombiaan vergroot het scala aan profielen die zich achter de flexibele spits kunnen nestelen. Terwijl Renaud Emond uit beeld is verdwenen en Perica de rol van supersub kreeg, wordt er voorin nu vertrouwd op Denis Dragus, de man met de individuele klasse en de technische hoogstandjes om oorlog te maken in de zestienmeter.

Dragus is de nieuwe aanvalsleider van Standard onder Deila. © Belga Image

De Roemeen is met zijn mobiele profiel en zijn kunde om altijd buiten het bereik van de verdedigers te blijven, de koorddanser tussen de linies, met daarachter een snel trio en schildwacht Nicolas Raskin. Die kan op zijn beurt dan weer naar hartenlust aanvallen met de gedachte dat Merveille Bope Bokadi de ruimte in zijn rug voor zijn rekening zal nemen. Een nauwgezet spel van dominostenen dat de grote clubs ten val brengt.

Talent in overvloed

Zelfs zonder Amallah barst de driemanslinie tussen Raskin en Dragus van het talent. Zinckernagel voegt de flair van een spelverdeler toe aan de runs van een moderne infiltrant, Balikwisha schakelt tegenstanders rond de middencirkel uit met een enorm en Canak heeft het uitzonderlijke vermogen om aan zijn technisch hoogstandje heel snel een pass of een schot te koppelen. En dan hoeven Dragus en Raskin zich maar in het vloeiende geheel van positiewissels en korte combinaties in te passen. Het resultaat is onmiddellijk zichtbaar: het gemiddelde van expected goals per wedstrijd steeg tot 1,58, ruim boven de magere 1,19 van vorig jaar.

Een waardevolle herinnering, in de realiteit van het Belgisch voetbal dat niet vaak de beste vleugelspelers ter wereld kan aantrekken: als je geen flankvoetballers hebt, heb je ideeën nodig. Ronny Deila heeft ze.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier