Waarom Jean Kindermans niet meer ‘incontournable’ is bij Anderlecht

Jean Kindermans staat in het oog van de storm bij Anderlecht. © Belga Image
Guillaume Gautier
Guillaume Gautier Journalist bij Sport/Voetbalmagazine en Sport/Footmagazine.

Neerpede, de trots van Anderlecht, is een bouwwerf. Directeur en clubicoon Jean Kindermans komt, niet voor het eerst, in opspraak. Analyse van een instituut dat op wankelen staat.

Op de velden van Neerpede, waar men zei dat hij steeds minder aanwezig was, deed de bijnaam de mensen glimlachen. Het was een vondst van Emilio Ferrera, door Herman Van Holsbeeck aangesteld als hoofd van de paars-witte U21 enkele maanden voor de komst van Marc Coucke. De keuze voor Ferrera werd gezien als een mes in de rug van Jean Kindermans, de grote directeur van het opleidingscentrum. Erg snel begon Emilio Ferrera de baas van Neerpede ‘de bibliothecaris’ te noemen, een term die refereerde naar de vele uren die Kindermans in zijn kantoor doorbracht met het raadplegen van zijn dossiers. Zo stond hij te ver van de velden, waar briljante spelers werden opgeleid maar die niet waren aangepast aan de fysieke evolutie van het voetbal.

Vijf jaar na die korte periode waarin Alexis Saelemaekers en Sebastiaan Bornauw het ietwat onverwacht tot de eerste ploeg schopten, krijgt Jean Kindermans weer de wind van voren. Nochtans was zijn macht dankzij de verschijning van Michael Verschueren bij de top van Anderlecht nog toegenomen. Verschueren nam Kindermans immers op in de beroemde ’transfercommissie’, die korte tijd werd geleid door Frank Arnesen samen met Pär Zetterberg. Kindermans rechtvaardigde zijn aanwezigheid als volgt: ‘Ik vind het logisch dat de academie vertegenwoordigd is in de transfercommissie, om te voorkomen dat voetballers worden aangetrokken op posities waar onze eigen jongeren klaar voor zijn of dat kunnen worden.’

Jungle

Het is om die reden dat Kindermans bijvoorbeeld het potentieel van Albert Sambi Lokonga vurig zal verdedigen – een speler van wie niet iedereen binnen de club overtuigd was – en waarom Anderlecht hem de tijd en ruimte zou geven om zijn stempel te drukken op het Brusselse spel. De terugkeer van Vincent Kompany, geregeld door Coucke en Verschueren, versterkte de geloofwaardigheid van de Brusselse academie alleen maar. De Prins van het Astridpark werd al snel weggeblazen door het talent dat hem in de paars-witte vijver ter beschikking stond, al schatte hij het potentieel van sommigen verkeerd in, verblind door hun bovengemiddelde technische beheersing.

Het opleidingscentrum van Anderlecht heeft, vooral door zijn geografische ligging, nog steeds een dominante positie in de Brusselse kweekvijver van talent. In de loop der jaren maakte het van de kleine spelers met een overontwikkelde flair en zijdezachte voeten zijn handelsmerk. Op jeugdniveau is Anderlecht dominant aan de bal en profiteert het van een superioriteit die het vooral te danken heeft aan een erg sterke scouting. De twee of drie meest beloftevolle talenten van kleinere clubs verkassen steevast naar Neerpede, waar ze het beste uit elkaar moeten halen. Het is een jungle waaruit de sterkste tevoorschijn moet komen.

Gaandeweg werd Jean Kindermans meer en meer bekritiseerd om zijn buitensporige liefde voor ‘salonvoetbal’. © Belga Image

Zodra hij aan het hoofd van Anderlecht kwam, begreep Marc Coucke het sportieve maar ook financiële potentieel van een dergelijke talentenfabriek en bood hij elf jongeren, onder wie de fel begeerde Jérémy Doku, een professioneel contract aan. ‘In Youth we Trust’, zei de club, die in de transfers van haar wonderkinderen de beste manier zag om een delicate financiële situatie achter zich te laten.

Bounida

Nu Anderlecht de middelen van zijn academie meer dan ooit nodig lijkt te hebben, komt Jean Kindermans weer in het vizier. Niet alleen vanwege zijn XXL-contract in tijden van economische besparingen. Het vertrek van enkele diamanten, Rayane Bounida in het bijzonder, heeft zijn imago aangetast en doet denken aan de jaren dat Sporting Adnan Januzaj of Charly Musonda Junior moest laten gaan. Ook het vertrek van Roméo Lavia naar het rijke Engeland was een beetje gelijkaardig, maar de transfer van Bounida naar Ajax heeft een bittere nasmaak gelaten bij het bestuur. Dat werd niet geholpen door de spectaculaire opgang van Bilal El Khannouss, een ex-product van Neerpede, in het shirt van Genk. Gaandeweg werd Kindermans meer en meer bekritiseerd om zijn buitensporige liefde voor ‘salonvoetbal’, dat te ver stond van de laatste ontwikkelingen in de sport.

Achter de schermen zeggen sommigen dat Kindermans te veel op zijn lauweren rust. Kompany paste zich daaraan aan en maakte van zijn Anderlecht een ploeg die van de bal hield, maar ook van snelle omschakelingen door profielen die niet echt aangepast waren aan de moderne pressing die de bestuurders wensten. Door te kiezen voor Felice Mazzu en vervolgens Brian Riemer nam de club een afslag naar een ander soort, verticaler voetbal, en verliet daarmee gedeeltelijk het pad dat door haar academie was ingeslagen. Alleen de toekomst zal uitwijzen of dit de juiste weg naar de top is.

Lees ook:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier