Kinesist Lieven Maesschalck: ‘De Rode Duivels geven me energie’

Lieven Maesschalck © BELGAIMAGE - JASPER JACOBS
Thomas Bricmont

Hij is een gerenommeerde kinesist en zag de grootste sterren van het internationale voetbal door zijn handen passeren. De man is ook ontzettend populair onder de Rode Duivels, bij wie hij opnieuw aan de slag ging na de aanstelling van Roberto Martínez. Maar wie is deze eeuwig gepassioneerde man, die door Romelu Lukaku ‘Choucke‘ wordt genoemd?

Onze gesprekspartner ziet er ontegensprekelijk goed uit. Het effect van een snel feestweekendje Ibiza. Lieven Maesschalck ontvangt ons op een steenworp van zijn ‘Move to cure’-praktijk tegenover het MAS, het imposante Antwerpse museum aan de kaaien. De vijftiger verhuisde zowat twintig jaar geleden naar de metropool. Het prille succes dwong hem zijn dorpje Lebbeke te verlaten, waar onvoldoende hotelvoorzieningen waren om zijn buitenlandse patiënten te ontvangen.

Want al heel gauw zou deze kinesitherapeut uitgroeien tot een internationale referentie. Luka Modric, Pippo Inzaghi, Fernando Redondo, Andrij Sjevtsjenko, Douglas Costa, allemaal gleden ze door zijn handen. ‘Vanaf het begin wilde ik me specialiseren in complexe gevallen’, vertelt hij ons bij een koffie. ‘Het is gewoon ervaring, dat is alles.’

Rode Duivels

In 2010 treedt Maesschalck een eerste keer toe tot de staf van de Rode Duivels, in die tijd onder leiding van Georges Leekens. Vier jaar later, na het WK in Brazilië, verlaat hij de bond na verschillende botsingen met Marc Wilmots, nochtans een oude vriend. De aanstelling van Roberto Martínez twee jaar later brengt hem opnieuw bij de staf van de nationale ploeg.

Verschillende internationals liggen trouwens aan de basis van zijn terugkeer, want de man is uitermate populair. Vanwege zijn ervaring, maar ook voor de goede raad die hij kwistig in het rond strooit. Maesschalck is een soort vertrouwenspersoon. Romelu Lukaku noemt hem ‘Choucke‘, Eden HazardGrande‘ (uitgesproken op zijn Italiaans), Marouane FellainiChef‘. Hij oefent zijn beroep al ongeveer dertig jaar uit, maar hij blijft gepassioneerd. ‘Ik krijg nog altijd te maken met gevallen die ik niet kan oplossen en dat raakt me recht in het hart. De dag dat me dat niet meer raakt, zal ik stoppen. Ik reisde de hele wereld rond om progressie te blijven maken: naar Silicon Valley, bij Google Health et cetera. Ik ben daar gek op. Ik ben nieuwsgierig, altijd hongerig om te leren.’

Op uw twaalfde vertelde u al dat u kine wilde worden. Dat klinkt als een roeping.

We zijn er niet als het goed gaat, maar we zijn er als het slecht gaat

LIEVEN MAESSCHALCK: ‘Ja, dat is wat ik mijn vader vertelde, die ook kinesitherapeut was. Ik observeerde zijn werk, ik hield van het manuele aspect, het contact dat hij had met zijn klanten. En later hield ik van de creatieve kant, de mix met de wetenschap. Ik houd van die combinatie, dat lijkt op mijn karakter. En dat had niets van doen met sport.’

Waar u blijkbaar niet in uitblonk…

MAESSCHALCK: ‘Neen, ik had niet de kwaliteiten om goed te tennissen of te voetballen, bij de jeugd zat ik altijd op de bank. Je hebt de dingen snel door, je beseft dat anderen meer talent hebben door minder te doen.’

Bent u nog steeds geen voetbalspecialist?

MAESSCHALCK: ‘Ik heb geen mening over tactiek. Mij interesseert het hoe je een speler tot een atleet kunt maken, hoe je hem beter kunt maken, preventief kunt werken, the brain integration. De mensen vergeten dat voetbal een erg ingewikkelde sport is.’

Waarom is deze sport ingewikkeld?

MAESSCHALCK: ‘Voetbal is heel compleet: er is het tactische aspect, de techniek, de lichamelijke conditie, de atletische kracht, voetbal omvat een hele set vaardigheden.’

Soms horen we nogal simplistische vergelijkingen met het wielrennen, dat in vergelijking met voetbal een zware sport zou zijn.

MAESSCHALCK: ‘Die twee sporten hebben niets met elkaar van doen. Wielrennen is een cardiovasculaire sport, je kunt dat niet vergelijken met voetbal. Het is waar dat je tijdens een Touretappe 7000 calorieën kunt verbranden, maar als u me vraagt wat de zwaarste sport is? Mijn antwoord zou misschien ‘boksen’ zijn, maar ook die sport heeft heel specifieke kenmerken. Maar als je rekening houdt met de explosiviteit, de contacten en de vereiste musculatuur, is voetbal heel belastend, wat aanleiding geeft tot tendinitis, pubalgie, breuken of verstuikingen.’

Atleten

In de jaren negentig behandelde u spelers als Gert Verheyen en Marc Wilmots. Merkt u grote verschillen met de spelers die u vandaag behandelt?

MAESSCHALCK: ‘Vandaag de dag zijn voetballers atleten, ze hebben allemaal een sixpack. Vroeger konden sommigen een vetmassa van vijftien procent hebben, dat is voorbij, iedereen staat nu scherp. De voeding werd geïntegreerd, ook de uren slaap worden gecontroleerd. We creëren een database om de trainingen aan te passen, het is veel professioneler. Dat is op zich niet mijn taak, maar ik houd me wel op de hoogte van al deze ontwikkelingen.’

Wat was de grootste evolutie in het voetbal om de atleet beter te laten presteren?

MAESSCHALCK: ‘Ajax was lang zijn tijd vooruit op het vlak van opleiding. Ze hadden bijvoorbeeld atletiek, bewegingscoördinatie, geïntegreerd voor de ontwikkeling van jonge spelers. En het voetbal is ook geëvolueerd, vandaag kan een flankverdediger veranderen in een spits, wat meer loopwerk en inspanningen vereist. In de grote clubs streeft men ernaar de details te verbeteren, zoals door met diëtisten of topkoks te werken.’

U doorliep een goede leerschool, want u werkte voor het Milan Lab.

MAESSCHALCK: ‘Zij waren pioniers, met name in blessurepreventie, bijvoorbeeld door te werken op de correlatie tussen blessures en vermoeidheid. En we hebben het niet alleen over fysieke vermoeidheid, maar ook over mentale. Vandaag de dag is het veel gebruikelijker om zich voor die gegevens te interesseren. Alles evolueert erg snel. Binnen enkele jaren zal ik in uw trui uw temperatuur meten, uw bloeddruk. Het is zoals Google dat een auto zonder bestuurder creëert. Welnu, de grote evolutie in de sport is de bijdrage van de wetenschap. Maar dat wil niet zeggen dat er geen blessures meer zijn, want de spelers spelen erg veel wedstrijden, reizen veel, de intensiteit is toegenomen, net zoals de concurrentie, dat alles heeft zijn invloed op de mentale vermoeidheid.’

Romelu Lukaku
Romelu Lukaku© Belga Image

Drijft men de zaken niet te ver door?

MAESSCHALCK: ‘Ik denk het niet, ook al is het belangrijk om je de juiste vragen te stellen. Mensen die goed worden omringd door een club die op lange termijn in wetenschap investeert, ik ben ervan overtuigd dat dit op lange termijn geweldige resultaten kan opleveren.’

Doen we dat in België?

MAESSCHALCK: ‘We proberen, stap voor stap. Er zijn uitwisselingen met de universiteiten van Gent, Leuven, Luik enzovoort. Tegenwoordig zijn de physical coaches universitairen. Dat is een normale en belangrijke evolutie voor spelers én clubs, want ze investeren in hun kapitaal.’

Ernstige problemen

Waarom deed het grote Milan van de jaren negentig een beroep op een Belgische kine?

MAESSCHALCK: ‘Ze hadden een revalidatiespecialist nodig. Ik had in Italië veel werk verricht voor de Mapeiploeg van Museeuw, Bartoli, Bugno et cetera. En het was Jean-Pierre Meersseman (Belgische chiropractor die het initiatief nam voor het Milan Lab, nvdr) die me uitnodigde om me bij hen te voegen. Hij is een man die me heeft geïnspireerd en op weg gezet om specialisten uit verschillende disciplines te integreren. Ik was altijd al gedreven om ernstige problemen op te lossen en een oplossing te vinden voor wat niet kan worden opgelost. Het is een constante uitdaging voor mij.’

Een van uw grootste successen was dat u Johan Museeuw weer op de been hielp.

MAESSCHALCK: ‘Ik was er bekend om, maar ik hielp ook Gella Vandecaveye aan de Olympische Spelen deel te nemen toen ze twee maanden eerder haar kruisbanden had gescheurd. En ze behaalde de bronzen medaille, en zes maanden later won ze goud op de wereldkampioenschappen. Ik bracht haar mijn kennis bij, maar zij was het die de mentale sterkte had om deze beproeving te doorstaan. Hetzelfde voor Museeuw, het was zijn vastberadenheid die hem in staat stelde om op het voorplan terug te keren. Maar aan de basis ben ik begonnen met ‘normale’ mensen in mijn kleine praktijk in Lebbeke. En als je eenmaal ervaring hebt opgedaan, en je bent ernstig, zeg ik altijd: opportunity will come.’

Zijn er letsels die meer terugkeren dan vroeger?

MAESSCHALCK: ‘Neen, niet echt. Spierblessures komen het meest voor. Het typische voetballetsel is pubalgie, omdat een speler dikwijls tegen de bal trapt en zijn bekken nodig heeft. Maar inmiddels weten we hoe we daar met goed preventief werk, met een individueel proces, aan moeten werken.’

Is het mentale gelinkt aan blessures?

MAESSCHALCK: ‘Het brein is het centrum dat alles bepaalt. Maar mentaliteit is nog iets anders. Als we de hersenen analyseren, vanuit een concentratieoogpunt, en je hebt bijvoorbeeld de hele dag door gestudeerd, ben je ook moe. De hersenen vragen ook energie, het is een chemisch proces dat ook beïnvloedbaar is. Maar als een blessure te ernstig is, valt er uiteraard niets aan te doen, als het gebroken is, is het gebroken.’

Kompany nodig

Vincent Kompany kampt regelmatig met spierblessures. Zou het psychische aspect de oorzaak kunnen zijn?

MAESSCHALCK: ‘Misschien. Maar ik kan u zeggen dat hij zich opnieuw gaat aanpassen en dat gaat aanpakken. Vincent is 30, hij heeft het voordeel dat hij zijn lichaam kent. Als je hervalt, en dan nog eens, moet je leren omgaan met die tegenslagen. Maar op basis van doelgericht werk, en met tijd, gaat het steeds beter. Het werk speelt zich niet alleen op spierniveau af, je moet ook je hersenen kunnen herprogrammeren. Als je minder bang bent, kun je verder gaan in de inspanning. Het is zoals een baby die valt wanneer hij probeert te staan en te lopen. Het is maar beetje bij beetje dat hij zijn angst van zich af gaat zetten en zich volledig gaat smijten. Maar Vincent is een man die altijd alles op alles zet. Je legt hem tien dagen rust op, hij zal na vijf dagen willen terugkeren. Hij is een buitengewone professional met een ongelooflijke persoonlijkheid, zowel als speler als als persoon. En hij is intelligent, charismatisch, iemand met wie je over veel dingen kunt praten. We hebben dit soort personen nodig.’

Hij neemt ook veel ruimte in…

MAESSCHALCK: ‘Maar hij moet veel ruimte innemen. Dat is belangrijk, hij is de baas. Hij is het uiteraard die zal beslissen wanneer hij zijn carrière zal beëindigen, maar ik ben ervan overtuigd dat hij nog lang op het hoogste niveau kan presteren.’

Heeft Kompany zijn lichaam niet te veel getraind, wat zijn vele blessures zou kunnen verklaren?

MAESSCHALCK: ‘Ik denk het niet. Vincent verzorgt zijn lichaam, hij heeft een goed vetpercentage, controleert zijn gewicht, heeft een privédiëtist.’

Vincent Kompany
Vincent Kompany© Belga Image

Voetballers worden bekritiseerd voor hun levensstijl, het geld dat ze verdienen. En nochtans bewijst elk traject heel vaak een ongelooflijke wil om de top te bereiken.

MAESSCHALCK: ‘Voetballers zijn sterren geworden. It’s Hollywood in sport. Als je kijkt naar andere sterren zoals Mayweather, McGregor, die extreem gemediatiseerd zijn, dan heeft men het over hun salaris, hun boot, hun privéjet, maar men vergeet dat het ongelooflijke atleten zijn. Om er tien jaar te staan, op het hoogste niveau, kun je maar beter in vorm zijn.’

Performance guy

Eden Hazard staat aan de top, maar hij staat er niet om bekend een trainingsbeest te zijn.

De Lukaku van het begin van zijn carrière en die van vandaag, dat is een andere man

MAESSCHALCK: ‘Neem UsainBolt, hij gaf altijd de indruk de beste ter wereld te zijn door helemaal niets te doen, maar hij werkte als een gek achter de schermen. En Eden, om zo’n techniek te hebben, heeft daar uren voor moeten werken. Er is een deel talent, maar daarachter gaat er werk schuil. Eden is een slimme kerel, hij weet wat hij moet doen, hij kent zijn lichaam om klaar te zijn op D-day, voor de wedstrijd. Daarom herhaal ik: vandaag de dag moet een speler een geïndividualiseerd programma hebben binnen een collectief.’

Marouane Fellaini is vooral bekend om zijn atletische kwaliteiten.

MAESSCHALCK: ‘It’s a performance guy. Hij vecht de hele tijd. Zijn karakter, de duels, er de hele tijd staan, nooit opgeven. We hebben verschillende types nodig om een goed geheel te vormen.’

Romelu Lukaku lijkt in enkele jaren tijd een grote maturiteit te hebben verworven?

MAESSCHALCK: ‘Rom, tussen het begin van zijn carrière en vandaag, is een andere man. Hij is enthousiast, wil graag leren, houdt van de bal. Daar leeft hij voor. En hij let erg op de details. Hij gaat nog evolueren.’

De spelers zeggen vaak dat ze dicht bij u staan, u praat geregeld met hen. Zit er een psychologische kant aan uw job?

MAESSCHALCK: ‘Het is belangrijk te weten wat er aan de hand is, te luisteren naar degenen die niet spelen. We zijn er niet als het goed gaat, maar we zijn er als het slecht gaat. Toen Christian (Benteke, nvdr) zich blesseerde aan de achillespees, wat hem weg hield van het WK, vertelde ik hem: ‘Ket, we moeten je opereren.’ Ik was erbij in de operatiezaal, ik zag hem terug in Knokke toen hij revalideerde. Deze psychologische ondersteuning maakt deel uit van mijn werk.’

Heeft u een professionalisering gemerkt binnen de KBVB de afgelopen jaren?

MAESSCHALCK: ‘Ja, het begon onder Georges Leekens en de evolutie trok zich stap voor stap door. Vandaag de dag heb ik een team van specialisten. Ik vroeg om masseurs, een samenwerking met de universiteit van Leuven op voedingsvlak om de grote toernooien voor te bereiden, en op fysiek vlak: jetlag, reizen… Ik heb een topchiropractor, een podoloog, we hebben een chef-kok die hand in hand werkt met ons. We meten alles: bloed, vet, urine. We zijn een groep. Toen ik begon, was dat niet zo.’

Wat is uw relatie met Roberto Martínez?

MAESSCHALCK: ‘Hij geeft me de vrijheid om mijn werk zo goed mogelijk te doen, hij laat me met rust. Het is aan ons om ons te informeren over de gezondheid van de spelers en erover te rapporteren aan de staf.’

We hebben het gevoel dat u graag bij de Duivels bent?

MAESSCHALCK: ‘Natuurlijk. Ze hebben allemaal hun ritueel, het zijn nog jongens, ik houd daarvan, van hun stijl. Het is een andere wereld, ik zal nooit met hen uitgaan, maar ik ben graag met hen in contact. Hun vitaliteit, hun mentaliteit, dat geeft me energie. Ik ben graag omringd door mensen met een positieve spirit.’

Wat is zo bijzonder aan deze nationale ploeg?

MAESSCHALCK: ‘Deze selectie is een afspiegeling van onze maatschappij. Je vindt alle culturen terug. Ik ben blij om hier te zijn, deel uit te maken van dit geheel. En als ons volkslied weerklinkt, ben ik trots.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier