Laszlo Bölöni: ‘Ik ben geen pokerspeler, eerder een schaker’

© belgaimage
Peter t'Kint
Peter t'Kint Redacteur bij Sport/Voetbalmagazine

Hij betreurt het dat hij geen Nederlands spreekt, daarom communiceert László Bölöni via de media met de fans van Antwerp. Aan de vooravond van Kerstmis praat hij niet alleen over voetbal, maar ook migratie en politieke bekommernissen.

We openen slecht. Om het ijs wat te breken beginnen we over een kort bezoek aan Boekarest, dat net die dag zijn honderdste verjaardag als hoofdstad vierde. Hoofdschuddend vraagt hij ons wat we op die plechtigheid te zoeken hadden.

Politiek is iets wat u boeit.

László Bölöni: ‘U hebt gelijk. Ik heb er nog aan gedacht om in de politiek te gaan, alleen moest ik daarvoor een aantal dingen opgeven. Ik ben al lang weg uit Roemenië, sinds september 1987, toen ik naar België kwam om bij Racing Jet te voetballen. Tussendoor ben ik nog terug geweest, maar mijn leven heb ik elders opgebouwd.’

Wat zou u in de politiek kunnen betekenen?

Bölöni: ‘Ik ben iemand die stilaan de problemen is gaan begrijpen en ik denk van mezelf de beste compromissen te kunnen sluiten. In het voetbal leer je veel. Dribbelen, een bal kruisen… Die kennis zou je naar de politiek kunnen meenemen.’

Het debat in Frankrijk, waar u woont als u niet in Antwerpen bent, wordt gedomineerd door de beweging van de gele hesjes. Kunt u hun protest begrijpen?

Bölöni: ‘Ik heb zelf ook periodes gekend dat het moeilijk was om het einde van de maand te halen. In Roemenië was dat minder bewust, omdat ik jonger was, maar ook later. Ik was een tijdje werkloos en mijn vrouw, die in Roemenië hogere studies had gedaan, was aan de slag als verkoopster in een warenhuis. Ik zeg niet dat ik zo’n geel hesje ben, maar ik snap wat ze meemaken. Mijn mama heeft alleen twee kinderen opgevoed, mijn vader stierf vroeg. Voor dat soort mensen moet je een oplossing vinden. Alleen: die oplossing is niet hen een cadeau geven. Onze wereld is sinds de Tweede Wereldoorlog enorm veranderd, economisch gezien. U had hier in het Westen uw evoluties, wij in het Oosten die gekte die communisme heette. Die evolutie heeft sociale verworvenheden meegebracht en daar willen mensen geen afstand van doen. Maar het kost wel steeds meer geld om het systeem in stand te houden. Nu president van Frankrijk zijn is geen cadeau. Ik ben ervan overtuigd dat elke president oplossingen wil, maar misschien is er nood aan een… ik zoek het juiste woord …’

Ik geloof niet in gelijk loon voor iedereen, maar de herverdeling kan zeker evenwichtiger.

László Bölöni

Een revolutie?

Bölöni: ‘Ja, maar geen bloedige. Sommige voorstellen hebben een impact van diverse miljarden. Waar gaat de staat die halen? Een beetje van dat geld dacht men te zoeken bij accijnzen op benzine.’

Zoek het bij de rijken, is een ander voorstel. Taxeer hén wat meer!

Bölöni: ‘Een interessante discussie. Zoeken? Ja! Het van hen stelen? Neen. De rijken waar men op doelt, zijn de patrons, de ondernemers. Het gaat pas goed met een land als er bedrijven zijn die mensen te werk stellen. Wie aan het hoofd staat van zo’n bedrijf, mag zijn centen verdienen. Misschien kan dat herverdelen wat evenwichtiger, maar ik geloof niet in gelijk loon voor iedereen. Dat hebben ze me dertig jaar lang in Roemenië proberen wijs te maken. Terwijl gelijkheid nergens bestond, zelfs niet onder het communisme. Op één plaats heb ik het gezien, het échte communisme, in de Israëlische kibboets. Gelijkheid is een zeer moeilijk begrip. Als u meer studeert dan ik, meer risico’s hebt genomen en harder gewerkt, waarom zou ik dan evenveel moeten krijgen? Steek me niet in een linkse of een rechtse hoek, op het einde van de maand moet iedereen een eerlijk loon krijgen, maar wat dat is, is een zéér moeilijk debat.’

Migratie

In België staan vandaag de fiscale voordelen van voetballers ter discussie.

Bölöni: ‘Wie veel verdient, moet veel afdragen, akkoord. Ook in België. Wat ik niet normaal vind, is dat ik van mijn twaalf maanden loon er zes moet betalen aan de belastingen. Wetende dat ik als voetballer misschien maar tien jaar aan de slag kan. Daarna val ik op niks terug, tenzij ik goeie investeringen deed. U kunt uw loon verdienen gedurende veertig jaar. Niet iedereen heet Cristiano Ronaldo of Lionel Messi. Kom in mijn kleedkamer, daar zitten jongens die werken voor 2000 à 3000 euro. Geen slecht bedrag, maar als je daar de helft van moet afstaan…’

László Bölöni: 'Op het einde van de maand moet iedereen een eerlijk loon krijgen, maar wat dat is, is een zéér moeilijk debat.'
László Bölöni: ‘Op het einde van de maand moet iedereen een eerlijk loon krijgen, maar wat dat is, is een zéér moeilijk debat.’© belgaimage

Een ander moeilijk debat is migratie. Hoe erg is het voor Roemenië om op een bevolking van goed 22 miljoen mensen, er 4 miljoen te zien emigreren?

Bölöni: ‘Europa heeft zijn grenzen opengezet en wij, die zo hongerig waren naar het Westen en zagen hoe jullie leefden en nog steeds leven, hebben daarvan geprofiteerd. Uiteraard vind ik dat niet goed voor mijn land, maar neem het iemand die voelt dat er elders betere opportuniteiten liggen, eens kwalijk. Ik weet dat er veel informatici het land verlaten, en artsen. Mensen die misschien definitief weg zijn.’

U bent voor politieke vluchtelingen, maar tegen economische.

Bölöni: ‘Ja. Anders komt Afrika naar hier. En Azië. Hoeveel inwoners telt uw land?’

Iets meer dan 11 miljoen.

Bölöni: ‘Wilt u er straks 50 miljoen?’

Daarvoor zijn we te klein.

Bölöni: ‘Dat is uw probleem! Neen, ik ironiseer, en in dit debat is dat misplaatst. Mensen helpen die een oorlog ontvluchten, is zeer humaan. Maar wat dan met armen die niks te eten hebben? Waarom trekken die niet naar Azië, waar de economische groei enorm is? Of naar de VS? Of naar de Golfstaten, vlakbij?’

Was u destijds als voetballer zelf ook geen economische vluchteling?

Bölöni: ‘Ik kwam omdat men mij vroeg, als Europees kampioen met Steaua. Ik werd gerekruteerd, betaalde direct huur en belastingen en heb me aan de universiteit ingeschreven om Frans te leren, omdat ik alleen Engels sprak. En we waren slechts met drieën, met een cultuur die dicht aanleunde bij de Waalse of de Vlaamse. Uw vergelijking gaat niet op.’

Steaua

Hoe komt het eigenlijk dat u als voetballer, ondanks al uw talent, pas op uw 31e naar Steaua Boekarest trok?

Bölöni: ‘Ik kom uit Targu Mures, een stad vergelijkbaar met Luik, zo’n 150.000 inwoners. Ik ben er geboren, studeerde er, werd er tandarts, kreeg er erkenning als voetballer, werd er international… Mijn familie woonde daar. Ik had totaal geen nood aan bevestiging in de hoofdstad. En daarnaast: als er één ploeg was waar ik niet van hield, was het wel Steaua. Wij waren allebei een legerploeg, met dat verschil dat wij het kleintje waren. Als er jaarlijks één wedstrijd was die ik absoluut wilde winnen, was het die tegen Steaua. Maar ze bleven het vragen en uiteindelijk ben ik gezwicht, toen ik dacht dat ik nog maar een paar jaar te gaan had.’

Het had niks te maken met het gegeven dat u tot een Hongaarse minderheid behoorde? Uw beide ouders waren Hongaren.

Bölöni: ‘Neen. Soms wordt dat gemengd, maar in sport niet. Ik denk dat Steaua me minstens tien keer benaderde, maar ik heb lang geweigerd. Ik hield niet van Boekarest, noch van een legeruniform… ( lacht) Ik heb heel mijn leven voor militaire ploegen gespeeld, maar als civil, burger. De enige militair bij Targu Mures was onze trainer. Het leger betaalde de salarissen en zorgde voor het stadion, maar we hadden niet de privileges van spelers van Steaua, dat ook door het leger werd gesteund, of van Dinamo, de ploeg van een nog groter ‘bedrijf’, de Securitate ( de veiligheidsdienst, nvdr). Je had ook onder het communisme kleine en grote ploegen, zoals jullie hier.’

Ik heb gelezen…

Bölöni: ‘Wees daar voorzichtig mee. Uit Roemenië komt deze mop. Op een bijeenkomst van de partij somde een functionaris alle verwezenlijkingen op: in deze straat een crèche, daar een kraamkliniek, ginder een bejaardentehuis. Plots staat in het publiek iemand recht en zegt: ‘Ik ken die straat, daar is geen crèche. En in die andere geen materniteit. En ginds is er geen tehuis voor ouderen.’ Waarop de partijfunctionaris antwoordt: ‘Kameraad, u zou beter de kranten lezen.’ Waarmee ik wil zeggen: geloof niet alles.’

Mijn boodschap aan de fans is: verlies een heel klein beetje het contact met de aarde, maar niet té hard.

László Bölöni

U hebt de naam heel hard te zijn. Moet een goeie trainer geliefd zijn bij zijn spelers?

Bölöni: ‘Geen enkele trainer is voor de volle honderd procent geliefd. We werken met een vestiaire van 25 tot 30 spelers van wie je er maar elf gebruikt. Daarom lach ik altijd als mensen me vragen of er in de kleedkamer conflicten zijn. Neen, zeg ik dan, alles gaat goed! Terwijl dat leugens zijn. Er zijn in voetbalclubs elke dag conflicten, zelfs nu, op dit eigenste moment, hier. Dat kan ook niet anders. U wilt werken en ik verhinder dat. ( klopt op tafel) Dat soort conflicten komt pas naar boven als de zaken niet goed gaan. Als ik nu verklaringen lees van Cristiano Ronaldo over Real en vice versa, concludeer ik dat er ook daar conflicten waren, ondanks drie keer winst in de CL. In het begin van mijn carrière was ik zeer gevoelig voor sfeer, maar nu snap ik dat het conflict permanent in ons midden huist.’

László Bölöni: 'Het is mijn overtuiging dat je een solide basis nodig hebt. Niemand in België kan zeggen: het is niet erg dat ik twee goals slik, ik maak er wel drie.'
László Bölöni: ‘Het is mijn overtuiging dat je een solide basis nodig hebt. Niemand in België kan zeggen: het is niet erg dat ik twee goals slik, ik maak er wel drie.’© belgaimage

Stoort het u nu minder?

Bölöni: ‘ Oui. Toen ik als jonge trainer met een speler een conflict had, zat ik me op voorhand af te vragen: oei, wat als ik hem straks kruis, wat moet ik zeggen? Toen ik een jonge trainer was, is er me iets vreselijks overkomen. Een jonge verdediger, ongelooflijk serieus én sympathiek, kreeg op een dag een vreselijk ongeval op het veld. Drie, vier maanden was hij out. Keihard werkte hij om terug te keren, maar we streden voor promotie en ik durfde hem niet te zeggen dat het onvoldoende was. Ik zei steeds weer: kom, bijt nog wat op je tanden, geef niet op, werk nog wat harder. In mijn hoofd dacht ik echter: neen. Sinds die dag durf ik spelers niks te beloven. En wat me ook doet lachen is een frase die jullie geregeld durven te gebruiken: ‘De trainer geeft me geen vertrouwen.’ ( grijpt naar de binnenzak van zijn jas) Alsof ik hier een zakje vertrouwen bewaar. Het is exact het omgekeerde. Spelers moeten op training iets doen dat bij mij blijft hangen. Zij moeten mij vertrouwen geven.’

Titelambities

Tien jaar geleden leidde u Standard naar de titel. U had daar, zoals u hen omschreef, een bende salopards, smeerlapjes. Hebt u die nu ook op Antwerp?

Bölöni: ‘Die zin is me toen door de media scherp verweten. Neen dus… Ik bedoelde het destijds in de goeie zin van het woord, gekoppeld aan talent, een goeie ploeg. Onyewu, Dante, Mbokani, Jovanovic, Defour, Witsel… Op Antwerp voel ik dat nog niet.’

U hebt ons toen soms ook verleid met mooi voetbal. Wilt u dat nog, of denkt u nu pragmatisch: winnen is verleidelijk genoeg?

Bölöni: ‘Als je er le jeu voor hebt, mag je van mij verleiden, maar ik hou niet van verrassingen. Zelfs niet van goeie. Ik verkies georganiseerd te zijn, te domineren en een evenwicht te hebben. Ik ben geen pokerspeler, eerder een schaker. Als het kan, win ik ook eens graag met 4-0. Bravo. Maar ik apprecieer evenzeer de 1-0 die met inzet is verkregen.’

Marc Degryse zei onlangs in ons zusterblad Foot Magazine: ‘Vorig seizoen belette Antwerp de anderen te voetballen, nu spelen ze hun eigen spel.’ Bent u het daarmee eens?

Bölöni: ‘Ik denk dat we een stap vooruit hebben gezet. In progressie zitten diverse elementen. Eentje is de kwaliteit van de speler. Dat krijg je door het werk, door hen mee omhoog te trekken. Maar progressie kun je ook boeken via rekrutering.’

Rekrutering in januari kan wel het evenwicht verstoren. Dat is de fout die Antwerp vorig seizoen maakte.

Bölöni: ‘U hebt helemaal gelijk. Een van de grote fouten die ik vorig seizoen maakte, was meer aandacht schenken aan het technische element dan aan onze stijl. Het waren goeie spelers die we haalden, maar ze brachten ons niks bij en wij verloren. Als we nu iets doen, moeten we met dat element rekening houden, want ik weet dat het heel moeilijk is om spelers naar België te halen die het alleen met hun technische kwaliteiten kunnen forceren.’

Op 31 oktober leidde u met 2-0 tegen Genk, om vervolgens na de rust alles uit handen te geven en te verliezen met 2-4. Om maar te zeggen: u bent dicht bij een eerste plaats in de stand.

Bölöni: ‘Dat kan ook betekenen dat we die wedstrijd niet verdienden te winnen. We hebben een zeer goeie eerste helft gespeeld, maar daarna wilden we mooier zijn dan we waren, moediger dan nodig. Ik wéét waar we staan.’

Heel dicht bij de top?

Bölöni: ( onverstoord) ‘Ik denk dat ik mijn ploeg ken en de andere begin te kennen. En dan zeg ik u dat onze positie extreem fragiel is. Spelers, directie én staf hebben meer dan honderd procent gewerkt om daar te geraken, en moeten dat blijven doen, anders ga je die fragiliteit zien. Daarom probeer ik dit soort discussies te vermijden.’

Wij denken dat u zich gaat plaatsen voor play-off 1. U twijfelt nog?

Bölöni: ‘Ja. Juist omdat ik voel dat het werk uitputtend is.’

In de helft van uw wedstrijden hield Sinan Bolat de nul. Uw funderingen zijn stevig.

Bölöni: ‘Het is mijn overtuiging dat je, om sterk te zijn, een solide basis nodig hebt. Niemand in België kan zeggen: het is niet erg dat ik twee goals slik, ik maak er wel drie. Dus werken we op bepaalde principes en ik denk dat we op de goeie weg zijn, aan 60 tot 65 procent zitten van wat ik droom te brengen.’

Provoceren

Het leven heeft u weinig cadeaus gegeven, niet?

Bölöni: ‘Ik had ook wel een beetje talent, en een goeie linker, maar ik had vooral zóveel dorst om te slagen dat ik om het even welke opoffering kon maken. Zo ben ik geslaagd om me naar de top te werken, en naar West-Europa, dankzij voortdurend nadenken en hard werk. In mijn coaching met de spelers neem ik hen automatisch mee op dat pad. Ik denk dat ik iemand ben die zeer interessant kan zijn naast het werk, ik hou van grappen, van verhalen, van een beetje provoceren, van Stromae – à propos, wanneer komt die uit zijn grot? – maar eenmaal op het veld moet je investeren. Daar word ik een beetje… mezelf.’

U zit hier heel zen, maar daar, aan de rand van een voetbalveld, lijkt u een heel ander mens.

Bölöni: ‘Wat ik dan voel, ga ik in mijn boek proberen uit te leggen. Wat ik betreur, is dat ik een paar keer de limieten heb overschreden. Soms heb ik de neiging de aandacht van de ref naar ons te zuigen, en dat werkt provocerend.’

Waarom relativeert u dat niet meer met ouder te worden?

Bölöni: ‘Ik wil dat niet relativeren, dan ben ik mezelf niet meer. Dat zou hypocriet zijn. Ik heb in Roemenië dertig jaar lang elke dag gelogen. Elke dag! Daartoe werd je verplicht. Dat word je beu. Ik wil niet veranderen, spanning is ook een drug die je moet gebruiken. Maar soms doe ik dat slecht. Dat is een gebrek aan pedagogie. In de wedstrijd tegen Genk is dat gebeurd.’

Denkt u dan niet: ach, op het einde van het seizoen heffen goede en slechte beslissingen elkaar wel op.

Bölöni: ‘Ongetwijfeld is dat zo, maar in ons beroep is het einde van het seizoen ver weg.’

Welke kerstboodschap hebt u voor uw fans?

Bölöni: ‘Zelden heb ik zo’n warm, genereus publiek gezien, misschien ook omdat ze heel lang heel veel dorst gehad hebben. De zege in Eupen kwam er dankzij hen. Mijn boodschap is: verlies een heel klein beetje het contact met de aarde, maar niet té hard. En behoud dat enthousiasme. Daar ben ik wel fier op, dat ik dat door mijn manier van aanpakken ook wat kan provoceren. We gaan er alles aan doen, om dat levendig te houden. Verder wens ik iedereen een heel goeie gezondheid, want dat is het belangrijkste.’

László Bölöni werkt aan zijn biografie.
László Bölöni werkt aan zijn biografie.© belgaimage

Binnenkort auteur

U bent bezig aan een boek. Wat gaan we daarin te weten komen?

László Bölöni: ‘Ik ben op een leeftijd gekomen dat ik me niet meer moet inhouden. Ik heb al zo’n 260 pagina’s, maar moet nog een jaar of vier bespreken. Ik schrijf het zelf, weet u, en gezien het werk dat ik hier heb, vordert het traag. Het boek gaat over mijn leven als voetballer in Roemenië en stopt bij mijn transfer naar België.’

Is het een therapeutisch schrijven? Uw vader kreeg in de tribune een hartaanval toen u op het veld stond. Ik kan me inbeelden dat u pijnlijke momenten moet oprakelen.

Bölöni: ‘Het zal niet gaan over wedstrijdfases alleen, dat is duidelijk. Ik schrijf het in de eerste plaats voor mezelf, in het Hongaars, omdat dat mijn moedertaal is. Als men het interessant genoeg vindt, kan het worden vertaald. Er zitten zeer pijnlijke momenten in. Ik heb ze beleefd toen ik international werd, of toen ik voor het leven werd geschorst. Om politieke redenen. Gelukkig maar kort… ( lacht) Maar ik ga het ook hebben over de Securitate en mijn studies aan de universiteit.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content