Leander Dendoncker: ‘Ik kom beter tot mijn recht op het middenveld’

Leander Dendoncker © belgaimage - christophe ketels
Christian Vandenabeele
Christian Vandenabeele Freelancejournalist

‘Mijn ambitie is om hogerop te geraken, maar ik weet dat ik nog niet in de vorm van vorig seizoen verkeer. Aan mij om mij terug te bewijzen en misschien ook de buitenwereld weer te overtuigen dat ik klaar ben voor de stap.’ Een uitvoerig gesprek met Leander Dendoncker, momenteel verdediger bij Anderlecht.

Het is een ontspannen Leander Dendoncker die we de dag na het Champions Leagueduel tegen PSG (en drie dagen voor de competitiewedstrijd tegen Genk) treffen in een lokaaltje naast de administratieve afdeling op de eerste verdieping van het trainingscentrum in Neerpede. ‘Doen we het interview in het West-Vlaams?’ Na een bewogen transferperiode is de Passendalenaar nog op zoek naar zijn beste vorm. Bovendien staat hij sinds de trainerswissel niet meer centraal op het middenveld maar rechts in een driemansverdediging. Zeker met wereldspitsen als Neymar, KylianMbappé en Edinson Cavani in de buurt is dat een zware beproeving. ‘Ik ben niet tevreden, maar ook niet ontevreden’, zegt hij. ‘Er zijn altijd dingen die beter kunnen en dingen die goed zijn, maar ik kijk meestal naar de dingen die beter kunnen. Dit is niet mijn meest geliefde positie, maar de coach beslist en ik probeer ook daar alles te geven wat binnen mijn mogelijkheden ligt. Die spitsen van PSG bewegen in elk geval heel goed, met flanken die vaak naar binnen komen, en dat maakt het moeilijk voor een verdediging. Moet je dan volgen of niet, in positie blijven of doordekken? Het zorgde voor veel twijfel.’

Wat gebeurt er precies bij die te korte terugspeelbal van jou die ei zo na al vroeg in de wedstrijd de 0-2 inleidde?

Ik beschik niet over de natuurlijke skills van een echte verdediger

LEANDER DENDONCKER: ‘Kara geeft mij de bal, ik zie dat Neymar heel snel komt pressen en in een reflex speel ik hem achteruit op de keeper, maar Mbappé is al vertrokken en zit ertussen. Ik wou hem niet te hard terugspelen, zodat Matz (Sels, nvdr) hem in één tijd zou kunnen wegtrappen, maar de pass was té zacht. Misschien had ik de bal beter bijgehouden en op Neymar gewacht om hem dan uit te schakelen. Ook dat heeft te maken met het feit dat dit nieuw is voor mij. De keren dat ik voorheen achterin speelde, was dat centraal in een viermansverdediging. Rechts in een driemansverdediging is voor mij echt wel wennen. Op verdedigend vlak is dat positioneel moeilijker, omdat ik niet over de natuurlijke skills van een echte verdediger beschik, niet de defensieve positionering heb van iemand die er al van jongs af aan staat. Ook de duels één tegen één zijn er anders. Op het middenveld moet je meer achteruit lopen en dan proberen te anticiperen. Als verdediger komen ze echt op je af om een actie te maken. En ik ben wel vrij snel op langere afstand, maar minder op de eerste meters, terwijl die spitsen van PSG net zeer explosief zijn op de korte ruimte. Maar het moeilijkste is het verdedigende positiespel. Het gebeurt vaak dat Kara of iemand anders naast mij moet roepen ‘kom naar binnen’ of dat ik zelf om hulp vraag omdat ik het veel minder aanvoel. Ik mis de automatismen om op de juiste momenten mee te schuiven en mee te kantelen. Dat is puur omdat ik een middenvelder ben.’

Vergt het ook niet een andere concentratie? Achterin ben je vaak toeschouwer van het spel dat zich voor je afspeelt en als centrale middenvelder met een grote actieradius zit je er eigenlijk constant middenin.

DENDONCKER: ‘Absoluut. Bij momenten ben je inderdaad toeschouwer, maar toch kun je het op geen enkel moment loslaten. Zeker in de Champions League moet je van minuut 1 tot minuut 95 de focus behouden, want het gaat er ontzettend snel. Het is een heel andere beleving. Dat merkte ik ook toen ik tegen PSG na het uitvallen van Sven Kums de laatste twintig minuten weer naar het middenveld moest verhuizen. Dat was niet makkelijk omdat ik achterin constant op Neymar gefocust was geweest. Ik ben ook iemand die het moet hebben van zijn loopvermogen en van veel ballen raken.’

Merk je dat het achterin moeilijker is om geconcentreerd te blijven?

DENDONCKER: ‘Ja, dat vergt een aanpassing. Het is iets dat zal verbeteren met meer rechts in een driemansverdediging te staan. Maar iedereen weet natuurlijk dat ik liever op het middenveld speel en daar beter tot mijn recht kom.’

Voel je je fysiek minder moe na een wedstrijd achterin?

DENDONCKER: ‘Ja. Op het middenveld ben ik altijd in beweging en loop ik doorgaans 12,5 à 13 kilometer per wedstrijd, soms zelfs nog meer. Terwijl dat in de verdediging tussen de 10 en de 11 kilometer is, maar je moet er wel meer korte sprintjes trekken. Je bent op een andere manier vermoeid.’

Beschouw je het niet als een extra troef met het oog op een mogelijke WK-selectie dat je bij Anderlecht met drie achterin leert te spelen? Tenslotte doen de Rode Duivels het ook op die manier.

DENDONCKER: ‘Het is zo dat ik in mijn eerste match onder Roberto Martínez, tegen Estland, wel in de verdediging stond, maar dat ik in de laatste twee, in Griekenland en in Bosnië, inviel op het middenveld. Ik denk wel dat het een voordeel is als je meer dan één positie kunt spelen en een WK-selectie zou natuurlijk heel mooi zijn. Maar het zal er vooral op aankomen om fit te blijven en te blijven presteren.’

Trainerswissel

Hoe beleefde je de trainerswissel?

DENDONCKER: ‘Tja, wat kan ik daarover zeggen…? Ik maakte het al mee met John van den Brom en ook met Besnik Hasi. Je weet: een nieuwe trainer betekent een nieuwe visie en een nieuwe werkwijze. Ik denk dat er van iedere trainer wel iets te leren valt.’

Begrijp je de euforie waarmee de komst van Hein Vanhaezebrouck tot nu toe gepaard ging?

DENDONCKER: ‘Ja, omdat we vorig seizoen kampioen zijn geworden op een manier waarvan velen vinden dat het niet de manier is waarop Anderlecht hoort te voetballen. Anderzijds mogen we niet vergeten dat we toen indrukwekkende resultaten neerzetten. In België wonnen we heel veel moeilijke uitwedstrijden en in Europa schopten we het tot de kwartfinale en sleepten we tegen Manchester United nog bijna verlengingen uit de brand. Het voetbal was wel iets minder, maar… zoals we ook al in de spelersgroep zegden: we waren toen een heel moeilijk te bespelen ploeg, omdat we een supersterk blok vormden en weinig goals slikten. Nu moeten we defensief nog sterker worden, maar zijn we al beter in balbezit en dat is uiteindelijk wat zowat iedereen wil, denk ik.’

Ook de spelers?

DENDONCKER: ‘Vorig seizoen waren we kampioen en werd er in de groep niet veel gezegd over de wijze waarop we speelden. Elke keer we wonnen, waren we tevreden. Het is leuker om meer de bal te bezitten en mooier voetbal te spelen, maar het moet wel ook resultaat opleveren. Zo niet ben je er niets mee.’

Ik ben iemand die het moet hebben van zijn loopvermogen en van veel ballen raken

Feit is: onder René Weiler speelde jij je beste seizoen ooit.

DENDONCKER: ‘Ja. Ook omdat het mijn eerste seizoen was dat ik volledig fit was én omdat ik fysiek heel sterk was. En dus ook omdat we een heel moeilijk te bespelen ploeg waren. Met YouriTielemans naast mij ging het op het middenveld heel goed, de verdediging achter ons was zeer sterk, FrankBoeckx kende een uitstekend jaar, we creëerden ook veel kansen en in de eerste ronde was Teo (Teodorczyk) ronduit indrukwekkend. Het was niet alleen voor mij een heel goed seizoen maar voor de hele ploeg. Iederéén maakte veel progressie. Maar dit seizoen is het dus een beetje spaak gelopen. Als je in Kortrijk, toch geen gemakkelijke verplaatsing, 0-1 voor komt, denk je dat dat positief is, maar als supporters net dan ‘Weiler buiten’ roepen, weet je dat er iets niet klopt en dat je met een probleem zit. Wellicht daarom is hij er zelf mee gestopt. Nu is er een andere filosofie en ik denk dat dit ook wel interessant kan zijn voor ons. We beschikken over de spelers om dat voetbal te brengen, mits we een beetje aanpassingstijd krijgen. Telkens lieten we al zien dat we geen schrik hebben om te voetballen. Nu komt het eropaan vorderingen te maken in het nieuwe systeem.’

Transferitis

Hoever sta jij persoonlijk na de moeilijke periode die je tijdens de zomer door transfermuizenissen doormaakte?

DENDONCKER: ‘Ik zal over die periode niet veel zeggen, behalve dat ik het mij misschien allemaal iets te veel heb aangetrokken en dat ik hoe dan ook mijn focus meer hier had moeten kunnen leggen. Tenslotte moest ik zorgen dat ik klaar was voor de start van de competitie, hier of elders. Misschien is dat mijn fout geweest en miste ik daardoor volledig mijn competitiestart. Stap voor stap gaat het intussen beter. Ik zit nog niet in de vorm van vorig seizoen maar ik ben ernaartoe aan het werken.’

Je bent niet de enige die daar in transferperiodes door aangestoken raakt, er bestaat zelfs al een naam voor het verschijnsel: transferitis. Wat gebeurt er dan precies met een speler?

DENDONCKER: ‘Ik trok het mij gewoon te veel aan. Maar dat je het je aantrekt, is ook logisch, want het gaat om je eigen toekomst. Eigenlijk is het onvermijdelijk dat je er zelf mee bezig bent. Als je toekomst maandenlang onduidelijk is, zit dat sowieso in je hoofd. Ik zei wel ‘ik ga mij concentreren op Anderlecht’, maar dat is moeilijker dan het lijkt.’

Verspreide aandacht, verspreide energie: voelde je dat op het veld?

DENDONCKER: ‘Ja. Het is vooral de twijfel geweest die daarvoor zorgde: ga ik blijven of ga ik niet blijven? Het komt ook door de druk die je rond je voelt. Overal waar je komt, word je ermee geconfronteerd. De ene zegt dat je beter nog een jaartje blijft, de andere zegt dat het hét moment is om te vertrekken en op de club krijg je te horen dat je niet weg mag. Maar de grootste factor is natuurlijk wat je zelf wil.’

Je wou weg en ging ervan uit: het moet en het zal gebeuren?

DENDONCKER: ‘Waarschijnlijk wel. Na vorig seizoen voelde ik mij klaar voor iets nieuws. Enerzijds hoop je dat het ervan komt, maar anderzijds weet je dat Youri al is vertrokken en dat ze misschien geen twee van de drie middenvelders zullen laten gaan. Dat zit allemaal in je hoofd: ik ben klaar maar het wordt moeilijk.’

Wat was de impact van het ‘duwen en trekken’ rond jou op een gevoelige jongen als jij?

DENDONCKER: ‘Dat is alleszins niet hoe ik in elkaar zit. Ik ben iemand die gewoon wil voetballen. Op een bepaald moment is er zelfs geschreven geweest dat het mij en mijn ouders om het geld ging.’

Voorzitter Roger Vanden Stock zei: ‘Geld vervuilt alles, zelfs een jongen als Leander.’

DENDONCKER: ‘Normaal lees ik weinig van wat er allemaal verschijnt. Maar als iemand als de voorzitter zoiets verklaart, komt dat uiteindelijk toch bij mij terecht omdat mijn familie dat leest en het logisch is dat hen dat raakt. Het is zo dat ik noch mijn ouders de club geld vroegen. Het ging puur om mijn toekomst als voetballer. Als daar dan onderhandelingen van komen, probeer ik mij daar zoveel mogelijk van af te houden. Maar nogmaals: dat was moeilijk, omdat het dus over mijn toekomst ging. Even ben ik er niet met mijn hoofd bij geweest. Ik trok het mij emotioneel te veel aan en liet het daardoor te veel meespelen op het veld.’

Toekomst

Na de transferperiode zei Anderlechtmanager Herman Van Holsbeeck dat jullie rond de tafel zouden zitten om je contract te herbekijken en afspraken te maken met het oog op een transfer na dit seizoen. Is dat intussen gebeurd?

Als je toekomst maandenlang onduidelijk is, zit dat sowieso in je hoofd

DENDONCKER: ‘Ja, maar ik heb gezegd dat ik momenteel geen nieuw contract wil tekenen omdat ik niet het signaal wil geven dat het geld is dat ik wil. We praatten niet echt over geld, maar vooral over de situatie zoals ze op dat moment was. Herman zei toen dat hij eerst wil zien dat ik er mentaal helemaal klaar voor ben om er opnieuw voor te strijden en weer goed te spelen. We besloten het wat tijd te geven.’

Youri Tielemans zat bij AS Monaco al veel op de bank. Denk je niet: hier is het toch nog zo slecht niet?

DENDONCKER: ‘Als je als jonge speler naar het buitenland vertrekt, is het niet evident om daar meteen basisspeler te zijn. Maar voor mij is het nooit echt een ambitie geweest om bij Monaco te gaan voetballen. Je bekijkt elk aanbod, maar het liefst wil ik in de Engelse, Duitse of Spaanse competitie spelen. Uiteraard moet je ook nadenken over: wat is daar dan de juiste club? Is een club uit de rechterkolom van de Premier League interessant?’

Neen?

DENDONCKER: ‘Ik weet het niet. Het is natuurlijk wel een stap vooruit om matchen in de Premier League te spelen en om daar om de twee à drie weken tegen een heel grote ploeg te kunnen aantreden. Maar anderzijds: hier bij Anderlecht doen we wel mee in de Champions League. Het gaat erom de juiste stap te zetten en niet overhaast naar een ploeg te gaan via een makelaar die jou gebruikt om daar binnen te geraken. Het moet ook de trainer zijn die je wil. Dat is heel belangrijk. Voorbeelden genoeg van transfers die op een mislukking zijn uitgedraaid.’

In welke mate zijn Manchester United en Atlético Madrid opties geweest?

DENDONCKER: ‘Mocht het echt zo concreet zijn geweest, mochten ze mij daar absoluut gewild hebben, dan was ik sowieso vertrokken. Als je daar als speler van Anderlecht heen kunt, dan moet je niet lang nadenken. Maar je weet dat ook Anderlecht een woordje meepraat. Alle partijen moeten overeenkomen. Het moet voor geïnteresseerde clubs concreet genoeg zijn om de transfersom te willen betalen. Als er veel geld gevraagd wordt, weet je dat het moeilijk wordt en in die periode was de prijs overdreven hoog.’

38 miljoen euro!

DENDONCKER: ‘Dat was, denk ik, puur om clubs af te schrikken. Er is ook gezegd dat er niet zoveel interesse voor mij was, maar als je zoveel geld vraagt, is dat natuurlijk wel de bedoeling.’

Op 1 januari gaat de transfermarkt weer open. Ben je er klaar voor?

DENDONCKER: ‘In elk geval ga ik er mij nu minder van aantrekken. Ik ben nog altijd een speler van Anderlecht en ik ben hier ook nog altijd graag, al zijn er misschien mensen die denken van niet. Het is nog altijd de club van mijn hart en zolang ik hier ben, zal ik voor deze club alles geven.’

Herman Van Holsbeeck verklaarde al dat Anderlecht jou nodig heeft om opnieuw kampioen te kunnen worden. Is het uitgesloten dat je in de winter vertrekt?

DENDONCKER: ‘Wat kan ik daar nu over zeggen? Ik leerde dat je daar in het voetbal op voorhand weinig over kunt zeggen.’

Het ‘duwen en trekken’ gaat toch weer niet beginnen?

DENDONCKER: ‘Ik hoop van niet. Het enige wat ik kan zeggen, is dat er in mijn hoofd een carrièreplanning zit. Zoals iedereen heb ik dromen die ik wil realiseren. Dat is wat elke speler drijft. Voetballers als Oli (Deschacht, nvdr), die zo lang bij dezelfde club blijven, maken ze de dag van vandaag niet veel meer. Mijn ambitie is om hogerop te geraken, maar ik weet ook dat ik nog niet in de vorm van vorig seizoen verkeer. Aan mij om mij terug te bewijzen en misschien ook de buitenwereld weer te overtuigen dat ik klaar ben voor de stap.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier