Luka Elsner: ‘Ik heb niet altijd een goeie indruk gemaakt’

© INGE KINNET
Guillaume Gautier
Guillaume Gautier Journalist bij Sport/Voetbalmagazine en Sport/Footmagazine.

Hij werd pas in de zomer verwacht, maar uiteindelijk zal Luka Elsner met vijf maanden voorsprong de uitdaging on Kortrijk aangaan. Hij heeft er weinig te winnen en veel te verliezen. Een ontmoeting met een coach die nog de luxe heeft dat hij risico’s kan nemen.

Luka Elsner valt vaak in strakke pakken te bewonderen langs de zijlijn, maar wanneer hij mensen ontvangt in zijn container, doet hij dat in een trainingskostuum. Luka Elsner heeft een onberispelijk kapsel en daar heeft zelfs de sluiting van de kappers niets aan kunnen veranderen. Luka Elsner is opgegroeid aan de Franse Riviera, in Nice, maar heeft zich een naam gemaakt in België. Luka Elsner heeft een vlotte babbel en spreekt een half dozijn talen, maar het Nederlands is daar nog niet bij.

Luka Elsner houdt er dus kennelijk van om de mensen op het verkeerde been te zetten. Hij is wel in voor een verrassing. Dat deed hij onlangs nog, op 31 januari, toen hij besloot om toch naar Kortrijk te verkassen, waar hij eerder pas in de zomer werd verwacht. De nieuwe coach van KVK gaf aan ons zijn eerste interview, meteen na de week quarantaine die hij moest uitzitten toen hij naar ons land kwam. Hij bevestigde wat we al wisten over hem: dat hij bijzonder rad van tong is en niet bang is voor een straffe uitspraak.

Het ware simpeler geweest om te zeggen: ‘Trek je plan tot het eind van het seizoen en bel me wanneer je uit de problemen bent.”

Luka Elsner

Door de quarantaine heb je je eerste drie wedstrijden vanop afstand gecoacht. Voel je op zulk moment, wanneer het niet mag, nog meer de behoefte om dicht bij je spelers te zijn?

Luka Elsner: ‘Wedstrijden voorbereiden via de telefoon is een uitdaging. Ze coachen voor je televisiescherm, dat is nog heel wat anders. Je krijgt daar een vreemd gevoel bij, alsof het onvermijdelijk fout gaat lopen. Je bent het immers gewend om dingen te kunnen rechtzetten, door je stem of op andere manieren. Op dat moment voel je je machteloos. Maar goed, dat laat je ook toe om wat afstand te nemen en te beseffen dat er ook andere middelen zijn om een boodschap over te brengen. Dat is het positieve dat ik onthoud van die quarantaine: een ploeg kan ook zonder een coach die voortdurend bijstuurt.’

Heeft het hoge ritme begin februari, met twee wedstrijden per week, je doen twijfelen om er nu al aan te beginnen?

Elsner: ‘Ik heb in elk geval niet de makkelijkste weg gekozen. Het ware simpeler geweest om te zeggen: ‘Trek je plan tot het eind van het seizoen en bel me wanneer je uit de problemen bent.’ Maar ik stroop graag de mouwen op in moeilijke ogenblikken of wanneer men mij nodig heeft. Het is niet de eerste keer dat ik een ploeg overneem in het midden van het seizoen.’

Luka Elsner: 'Ik heb de indruk dat op zeer uitgesproken spelsystemen, zoals van Guardiola of Mourinho, meteen ook een reactie gekomen is, een soort van tegengif dat de anderen proberen te vinden.'
Luka Elsner: ‘Ik heb de indruk dat op zeer uitgesproken spelsystemen, zoals van Guardiola of Mourinho, meteen ook een reactie gekomen is, een soort van tegengif dat de anderen proberen te vinden.’© INGE KINNET

Het schijnt zelfs dat je van speler ineens coach geworden bent op 1 april 2013 en dat je ploegmaats dachten dat het een grap was?

Elsner: ‘Die anekdote is waar. Ik speelde nog op zondagavond en maandagochtend was ik assistent-trainer.’

Had je zo slecht gespeeld?

Elsner: ( lacht) ‘Ja, twee goals weggegeven! Neen, serieus, ik had al eerder een gesprek gehad met de technisch directeur, die wist dat ik op termijn de ambitie had om assistent te worden. Ze wilden van trainer wisselen en na die wedstrijd werd een nieuwe staf aangesteld. Daar lag een kans voor mij. Het was een moeilijke beslissing, een lange nacht. Maar eenmaal de beslissing genomen is, kijk ik niet achterom.’

Kandidaat-trainer zijn, dat is toch zo’n beetje als een mondeling examen afleggen, niet? Je moet goed zijn, je goed kunnen presenteren, zelfverzekerd overkomen… Jij hebt mooie kostuums, een net kapsel, een universitaire achtergrond, een sterk discours en je praat een half dozijn talen. Dat helpt allemaal, toch?

Elsner: ‘Daar komt nog bij dat je vooral ook goed voorbereid moet zijn. Je mag niet denken dat je profiel alleen volstaat. Je moet weten hoe je wilt samenwerken, wat je kunt bijbrengen, wat je zou willen veranderen. Je moet een plan hebben en tonen dat je de kern kent. En dan is er ook de menselijke feeling. Dat evenwicht, tussen je competenties en het gezochte profiel enerzijds en je relatie met een bestuurder anderzijds, is belangrijk. Maar ik verzeker je: er zijn ook momenten geweest dat ik geen goede indruk gemaakt heb, niet al mijn sollicitatiegesprekken waren voorbeeldig.’

Reputatie

Je werd onlangs ook genoemd bij Standard en anderhalf jaar geleden had je naar Charleroi gekund. Ben je verbaasd hoe gegeerd je bent, hoewel je in België alleen maar in 1B hebt gecoacht?

Elsner: ‘Ik denk dat het feit dat ik nadien in de Ligue 1 heb gecoacht, bij Amiens, me geloofwaardiger maakt. En er is natuurlijk mijn werk bij Union. Maar je moet alles in zijn context zien. Ik had toen een superploeg en vier ongelooflijke aanvallers. En dat in een project met een grote historische basis. Ik besef al te goed dat ik mijn imago en reputatie meer aan die spelers en de club te danken heb dan aan wat anders.’

Die goeie reputatie opende op je 37e de poort naar de Ligue 1. Naar Amiens gaan, een van de zwakste ploegen in de Ligue 1, was dat geen groter risico dan Charleroi bijvoorbeeld?

Elsner: ‘Weet je, het is geen toeval dat ik die job kreeg. Veel trainers met ongetwijfeld meer ervaring zouden er hun neus voor opgehaald hebben. Maar een van de voordelen van de jeugd is dat je meer lef hebt en minder nadenkt. Dat leidt tot ervaringen die soms wel slecht aflopen maar je toch iets leren. Zo ben ik in al wat ik doe. Natuurlijk was er ook een sentimentele kant aan om terug te keren naar Frankrijk, waar ik twintig jaar had gewoond.’

Luka Elsner: 'Ik besef al te goed dat ik mijn imago en reputatie meer aan Union en de spelers te danken heb dan aan wat anders.'
Luka Elsner: ‘Ik besef al te goed dat ik mijn imago en reputatie meer aan Union en de spelers te danken heb dan aan wat anders.’ © Belga Image

Toen je als trainer terugkeerde naar Frankrijk, zei je dat het negentig procent pijn en tien procent plezier was. Je had het enorm lastig met nederlagen. Heeft het rampzalige seizoen bij Amiens je gehard?

Elsner: ‘Dat is, denk ik, wat men ‘ervaring’ noemt. Moeilijke momenten doormaken, in vraag gesteld worden. Ik ging er altijd van uit dat het onbegrijpelijk was om twee keer na elkaar te verliezen en dan kom je in een situatie dat je zestien matchen niet kunt winnen… Het leven deelt klappen uit en je moet die leren incasseren om vooruit te komen.’

Waarom oefen je een beroep uit dat je zo veel vaker ongelukkig dan gelukkig maakt?

Elsner: ‘Zelfs bij tijdelijke successen vraag je je altijd af wat er morgen gaat gebeuren. Maar dat maakt me niet echt ongelukkig. Een beetje meer dan als speler, dat wel. Want als speler kun je eens wat minder zijn, maar je draagt zelf de verantwoordelijkheid voor wat je doet. Als trainer bereidt je dingen voor en leg je een puzzel, maar nadien moet je dat loslaten en zien wat er gebeurt.’

Dat is de paradox van coaches die zoveel mogelijk willen controleren. Is het moeilijk te aanvaarden dat je sommige dingen niet in de hand hebt?

Elsner: ‘Er is iets onvoorspelbaars aan voetbal en als je dat niet accepteert, zit je op het verkeerde pad. Soms gaat het mis, maar dat wil niet zeggen dat je slecht gewerkt hebt of dat de spelers er geen zin in hadden. Er is niet altijd een objectieve reden voor een nederlaag. Soms heb je gewoon geen mazzel. Dat moet je leren aanvaarden. Vroeger was ik een coach die op alles een antwoord zocht.’

Permanente zoektocht

Sommige spelers hebben nood aan vrijheid, andere moet je voortdurend gidsen. Ga je daar op een individuele manier mee om of integreer je dat in een collectieve aanpak?

Elsner: ‘Je moet zorgen dat de anderen begrijpen wat er gebeurt met een creatieve speler. Welke zijn zijn sterke punten, welke beslissingen gaat hij waarschijnlijk nemen? Ik had als speler niet de kwaliteit om een tegenstander met één beweging in de wind te zetten, dus ik heb veel respect voor wie dat wel kan. Zulke spelers zijn essentieel voor het voetbal. Maar al wat er daarrond gebeurt is heel belangrijk, want als iedereen het zo doet, win je geen wedstrijden. Je hebt spelers die moeten verdedigen, de ruimtes afsluiten, eenvoudig spelen, en je hebt er andere die kwaliteit en creativiteit moeten brengen. Beide zijn even belangrijk in mijn ogen.’

Er is iets onvoorspelbaars aan voetbal en als je dat niet accepteert, zit je op het verkeerde pad.’

Luka Elsner

Denk je dat het misschien daarom is dat trainers, op enkele uitzonderingen na, bijna altijd oud-speler zijn die die capaciteit niet hadden?

Elsner: ‘Wij, meer beperkte spelers, proberen spelers met een creatief profiel te ondersteunen. Zonder te vergeten dat er recupererend werk te verrichten is en dat je negen keer op tien de bal zult verliezen. Maar één keer op de tien gaat die creatieve speler iets bijbrengen. Onze taak is dus om hem de kans te geven om zijn gang te gaan.’

In het begin van je trainerscarrière zei je dat je geïnspireerd was door de ideeën van Diego Simeone, maar na het bijwonen van veel lezingen en na een aantal ontmoetingen, vooral met Maurizio Pochettino, zeg je dat je je mening herzien hebt. Is er voor jou één systeem dat beter is dan de andere?

Elsner: ‘Eerlijk gezegd denk ik vandaag dat bij voorkeuren ook altijd zwakke punten horen. Ik probeer dus van overal iets op te steken, alles wat nuttig is om te integreren in mijn kijk op het spel. Dat is een permanente zoektocht.’

Denk je dat het voetbal tegenwoordig minder zwart-wit is dan tien jaar geleden, toen men systematisch het balbezit van Pep Guardiola tegenover het afbraakvoetbal van José Mourinho zette?

Elsner: ‘Ik heb de indruk dat op zeer uitgesproken spelsystemen, zoals die twee, meteen ook een reactie gekomen is, een soort van tegengif dat de anderen proberen te vinden. Tegenwoordig heb je het systeem van Leipzig, dat aangewend wordt om stijlen als die van Barcelona te bekampen. Dat is voetbal. Er is een systeem dat werkt en dan krijg je direct een trainer die probeert om dat te counteren.’

‘Ik heb niet de pretentie om te beweren dat wij, de jonge generatie, een verrijking zullen zijn’

Sommige van jouw ex-spelers herinneren zich nogal atypische trainingsmethoden. Zoals tractorbanden voortslepen of jongleren met kegels in verschillende kleuren. Een ouderwetse aanpak voor een zogezegd moderne coach, dat is verrassend…

Elsner: ‘Hoewel ik erg open sta om objectieve gegevens te vinden om over prestaties te spreken, vind ik dat het echte succes van een ploeg er komt door basisarbeid, en dat is niet het internet of Excelsheets of videosessies. Dat is wel lopen en spurten op het veld… Het is daar dat je het verschil maakt. Dus ja, ik blijf een grote aanhanger van het basiswerk dat een profsporter moet verrichten.’

Veel jonge coaches hebben moeite om zich niet te mengen in bepaalde trainingsonderdelen. Is dat bij jou ook zo?

Elsner: ‘Het is nog nooit gebeurd dat ik meegespeeld heb met mijn spelers. Ik denk dat het belangrijk is om de grens te trekken tussen speler en coach. Enfin, het is wél al gebeurd, maar uitsluitend om een spelsituatie uit te leggen. De spelers moeten begrijpen dat de coach geen kameraad is.’

Voel je je voor het eerst een beetje oud wanneer er met Will Still een coach in de Pro League komt die tien jaar jonger is dan jij?

Elsner: ‘Dat is een fenomeen! Ik vind hem nu al erg bekwaam en ik kijk ernaar uit om hem te ontmoeten.’

Je hebt dezelfde leeftijd als Mbaye Leye en je bent slechts vier jaar ouder dan Vincent Kompany. Is er (eindelijk) een nieuwe generatie coaches in aantocht?

Elsner: ‘Ik heb niet de pretentie om te beweren dat wij, de nieuwe generatie coaches, een verrijking zullen zijn. Of dat ikzelf een verrijking zal zijn. Alleen al omdat ik denk dat de Pro League sowieso een grote variatie aan stijlen en voetbalfilosofieën kent. Terwijl die interessante Belgische identiteit toch behouden blijft. Ik denk dat de Belgische competitie een open cultuur heeft, waardoor je het ene weekend na het andere geconfronteerd wordt met verschillende stijlen en methodes. Dat is eigen aan die Belgische identiteit en dat staat in schril contrast met het extreme pragmatisme van bijvoorbeeld de Ligue 1. Hier komt er in elke wedstrijd wel ruimte. Dat is geen sterkte of zwakte, maar gewoon een kenmerk waaraan je je maar beter kunt aanpassen. Dat maakt de wedstrijden ook interessant en dat is de reden waarom de Belgische markt druk bezocht wordt door de hele wereld.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier