Moses Simon, tevreden bij AA Gent: ‘De nieuwe coach bevrijdde ons’

© BELGAIMAGE - LAURIE DIEFFEMBACQ
Christian Vandenabeele
Christian Vandenabeele Freelancejournalist

Na de trainerswissel bij AA Gent zagen we opeens de allerbeste Moses Simon terug. Maar dat kwam evenzeer omdat hij toen na de WK-kwalificatie met geboost zelfvertrouwen uit Nigeria was teruggekeerd, zegt hij. ‘Bij de nationale ploeg is het zoals het hier nu ook is: niemand beslist voor jou, jij beslist als speler op het veld in het moment zelf.’

Op de flatscreen in zijn rijtjeshuis in de buurt van het vroegere Ottenstadion passeren tijdens het interview onophoudelijk beelden van de voorbije speeldag: onder meer nogal veel close-ups van een blijkbaar ontevreden Hein Vanhaezebrouck tijdens Anderlecht-Club Brugge, maar ook van de AA Gent-Standard die Moses Simon aan zich moest laten voorbijgaan nadat hij uitgleed in het zwembad van het nieuwe oefencompex en gehecht moest worden aan de linkervoet.

Ook voor de interlands tegen Algerije en Argentinië moest de Nigeriaanse linksbuiten forfait geven, maar zondag in Lokeren hoopt hij er in de laatste wedstrijd van de heenronde weer tussen te kunnen lopen en opnieuw te flitsen zoals hij dat sinds de trainerswissel deed. ‘Maar misschien komt dat ook omdat ik van de nationale ploeg ben teruggekeerd met veel vertrouwen’, zegt hij.

‘Begin oktober kwalificeerden we ons tegen Zambia voor het WK van volgend jaar in Rusland en dat gaf iedere speler een boost. Mijn ouders en mijn vrouw waren er bovendien aanwezig. Het was de eerste keer dat mijn vader en mijn moeder naar mij kwamen kijken sinds ik prof ben. Ik stond in de basis en wou tonen dat ik goed kan voetballen en ik wou ook vermijden dat mijn tegenstander mij kon schoppen, want daar zou mijn mama gek van zijn geworden. Dus ik voelde wel een beetje stress. Maar ik deed het prima en achteraf was iedereen heel blij.’

MESSI

Sinds de daaropvolgende trainerswissel bij AA Gent scoorde je drie keer en leverde je twee assists in vier wedstrijden. Wat is er precies veranderd?

Moses SIMON: De nieuwe coach doet zijn ding en wij moeten hem volgen. Als dat in je voordeel is, is dat leuk; en als het niet in je voordeel is, is het niet leuk. Voor mij is het goed. Elke trainer heeft zijn manier om een speler te boosten en Yves is iemand die met iedere speler spreekt.

‘Met alle meters die ik onder Hein liep, kom ik intussen van hier tot in Nigeria, denk ik.’

De manier waarop hij met mij sprak, klonk meteen oké. Ik voelde en ik dacht: die man wil echt met mij werken. Hij deed het op een beschaafde manier en zette zich op mijn niveau, zoals een vader dat met zijn kind doet opdat het hem beter zou kunnen begrijpen. Dat gaf mij een boost. Maar ik denk dat ik kan zeggen dat het ook goed is voor het team, als je ziet hoe we spelen.

Wat is in het spel het verschil?

SIMON: Ik zou zeggen: hij gaf mij vrijheid.

Was dat nodig?

SIMON: Iedere speler heeft dat nodig. Vrijheid geven, is als de bal geven en zeggen doe maar, ik vertrouw erop dat je het goed zult doen. Yves zegt er dan ook nog bij: Als het niet meteen lukt, trek het je niet aan, blijf maar proberen. Het is een teken dat hij in je gelooft.

Wat hij ook zegt, is: ‘Niemand is perfect, zelfs Messi niet.’ Dat is de manier waarop hij met je spreekt. Iedereen vecht nu voor zichzelf én voor het team. De nieuwe coach bevrijdde ons. Ik denk dat het zo beter is dan als je twijfelt en bang bent om een fout te maken, want dan haal je volgens mij je niveau naar beneden.

Bij de nationale ploeg is het ook zo: niemand beslist voor jou, jij beslist als speler op het veld in het moment zelf. De trainer geeft je vertrouwen en jij moet zorgen dat je goed presteert. Doe je dat niet, dan zet hij een andere speler.

Hein pushte te veel, legde te veel druk op jullie?

SIMON: Het is nu in elk geval een groot verschil met hoe het er onder Hein aan toeging, moet ik zeggen. (schiet in een lach)

Hein is een goeie coach, een van de beste die ik ken. Als je hem op het oefenveld bezig ziet, weet je: die man is topklasse. Hij wil van iedere speler een topspeler maken. Maar daarvoor moet je zoveel dingen doen en doorlopen dat niet iedere speler dat allemaal aankan. Soms moet een speler ook eens een tijd los, relaxed kunnen zijn. Voor Yves gaat het meer om wat je nu kunt en niet om wat je binnen twee jaar misschien zou moeten kunnen.

Jullie kregen te veel info?

SIMON: (schiet alweer in een aanstekelijke lach) De manier waarop we onder Hein speelden, was voor 60 procent zijn idee en voor 40 procent dat van de speler. Het eerste jaar was dat een voordeel en misschien ook nog het tweede. Met deze coach is de manier waarop je speelt 70 procent inbreng van jezelf en 30 van hem.

Als je Hein op het oefenveld bezig ziet, weet je: die man is topklasse. Hij wil van iedere speler een topspeler maken.

Bij Hein moest je alles juist doen zoals hij het wou, anders was hij niet tevreden en daar kon niet iedereen mee om. Ik was daar intussen wel aan gewend geraakt. Maar dat gold zeker niet voor iedereen. We weten allemaal dat Hein een goeie coach is die van iedereen de beste wil maken, maar té veel kan soms een probleem zijn. Ik onthoud vooral: hij zorgde ervoor dat de wereld weet wie Moses Simon is.

Wat leerde je precies van hem?

SIMON: Hij pushte mij: you have to be there! International level! Hein leerde mij vooral tactisch te spelen. Het vergde tijd om mij aan het systeem en het positiespel aan te passen, maar eens je bent aangepast, is het goed voor je.

Henry Onyekuru snapt het bij Anderlecht blijkbaar nog niet.

SIMON: Het zal nog even duren, want het is wiskunde! (lacht) Ik leerde het drie jaar lang, elke dag!

Het droeg bij tot het succes.

SIMON: Ja, maar we werden wel kampioen in 4-3-3, althans in een vergelijkbaar systeem waarin ik aan de buitenkant kon spelen en niet centraal. Daarna veranderden we veel en dat was niet altijd in ons voordeel. Ik vind dat Hein te veel en te vaak wijzigde. Er waren intussen zoveel tekens die we moesten onthouden dat we soms naar elkaar keken: huh, wat betekent dat ook weer?! Het was te veel. Bijna iedere week waren het andere tekens die we gebruikten.

Bij Yves is er één systeem en één teken. Hij zegt: ‘Jongens, we moeten gewoon voetballen. No worries.’

Tegen Standard was ik er niet bij, maar ik weet: tegen Lokeren zondag zal er niets anders zijn in vergelijking met de laatste wedstrijd dat ik meedeed. Daar moet ik mij geen zorgen over maken. Hein veranderde haast iedere wedstrijd, ik denk dat deze coach meestal met dezelfde ploeg zal spelen. We voetballen nu ook meer.

Hoe bedoel je?

SIMON: Bij Hein moesten we vooral lopen en tactisch trainen. We liepen op training meer dan we speelden. Nu spelen we meer dan we lopen. We voelen meer de bal en hij overlegt ook meer met zijn staf en zijn conditietrainer, lijkt me. Met alle meters die ik onder Hein liep, kom ik intussen van hier tot in Nigeria, denk ik. Het hele seizoen is als de voorbereiding. Zwaar. Als dat goed is, zoals hij zegt, is het goed. Maar het was te veel.

Praatten jullie daar niet met hem over?

SIMON: (lacht) Hein is in tegenstelling tot Yves niet een coach op wie je makkelijk af stapt. Misschien is dat voor de oudere spelers makkelijker en in een goeie dag kan Hein wel eens zeggen: ‘Oké.’ Maar voor de nieuwe spelers is dat niet mogelijk. Zij kunnen niet verstoppen dat ze bang van hem zijn.

In het begin had ik ook schrik van hem, ik durfde hem niet in de ogen te kijken, maar in het tweede seizoen is dat beter geworden. Nu is de sfeer meer relaxed. Iedereen is meer vrij te doen wat hij wil en dat is toch wat de meeste spelers willen.

Soms moesten we van Hein op het oefencomplex blijven slapen en vroegen we ons af: waarom is dat nodig? Als het was om het hoofd te klaren, dan denk ik dat iedereen zelf wel weet hoe hij dat het best doet. Voor mij is dat thuis bij mijn vrouw.

DADDY

Toen je in januari 2015 in Gent aankwam, was je meteen top. Blijkbaar had je geen aanpassingsperiode nodig. Hoe kwam dat?

SIMON: Mijn aanpassingsperiode maakte ik door toen ik als speler van de nationale U20-ploeg bij Ajax mocht gaan testen. Je moet weten: voor ons is Ajax wauw! Ook door alle Nigerianen die er al speelden, zoals voor mij vooral Tijjani Babangida, die zoals ik van Kaduna afkomstig is.

Tijdens mijn testperiode was ik erg onder de indruk. Ik was de enige zwarte in een ploeg vol blanken, ik zag hun techniek en hun passing en dacht: wat gebeurt er hier?! Er zijn veel Afrikaanse spelers die naar Europa komen testen en bij wijze van spreken niet kunnen geloven dat ze de kans krijgen waar ze van droomden en die dan focus en vertrouwen verliezen. Sommige clubs begrijpen dat en houden ze toch, omdat ze erop rekenen dat ze zich zullen kunnen aanpassen. Maar niet iedere Afrikaan kan dat.

‘Ik was maar een jaar of zeven toen ik al voor geld speelde.’

Ik mocht dus niet blijven en dat was een enorme teleurstelling, maar achteraf bekeken motiveerde het mij misschien wel om nog beter te doen.

Uiteindelijk ben ik via Trencin bij Gent terechtgekomen. Dat het daar meteen goed ging, was misschien ook omdat niemand mij in België kende en wist wat ik kon. Ik zei ook meteen dat we kampioen zouden worden en ik weet zeker dat de coach toen dacht: this boy is mad. Maar ik zei dat omdat ik de kwaliteit van de spelers zag en de gezonde onderlinge concurrentie in de groep.

Na je hattrick tegen Lokeren zette Gentmanager Michel Louwagie je al meteen te koop: 20 miljoen euro!

SIMON: Ach, Michel is een businessman. (lacht) En misschien zei hij het ook wel om mijn vertrouwen een boost te geven. Voor mij veranderde er niets, mijn werk bleef gewoon zo goed mogelijk voetballen. Ik redeneerde: ik hoor het wel als ik verkocht ben.

Waarna je een terugval kende.

SIMON: Ik ben drie maanden ziek geweest. Ik trainde en speelde nog wel, maar niet ten volle. Met ook nog de nationale ploeg erbij was het een beetje te veel geworden. Ik raakte vermoeid en geblesseerd aan de enkel. Maar ik leerde een moeilijke periode te aanvaarden. Ik denk niet dat er iemand in de wereld is die nooit een moeilijke periode kent. Je bent ontgoocheld uiteraard, je voelt je niet goed, maar in mijn hoofd denk ik dan: het is iets normaals, ik moet ermee omgaan.

Dat kreeg ik van mijn ouders mee. We zijn christenen en geloven dat if shit happens, its for your good. Het is het lot. In de Bijbel staat dat voor zij die in God geloven alles wat gebeurt goed voor je is, ook al ervaar je dat op dat moment helemaal anders.

Toen ik mij blesseerde in het zwembad op het oefencomplex was dat shit, want ik wou spelen tegen Standard en daardoor kon ik niet meedoen. Maar misschien had ik tegen Standard wel een zware blessure opgelopen die het einde van mijn carrière betekend had en beschermde God mij daarvoor met een lichtere blessure die mij niet toeliet om die wedstrijd te spelen.

Wat kreeg je in je opvoeding nog meer mee?

SIMON: Mijn vader was militair en hij gaf zijn kinderen een harde opvoeding. Het motto van militairen is: kinderen moeten gedisciplineerd zijn. Ik ben de negende van tien kinderen, van wie er helaas al drie zussen zijn overleden. Eén door ziekte en twee tijdens een bevalling. Bij een van hen overleed ook het kind.

‘Mijn beste opleiding kreeg ik op straat, waar alle leeftijden blootsvoets door elkaar voetbalden.’

Het was nochtans nooit de wens van mijn vader om tien kinderen op de wereld te zetten. Maar hij wou een zoon, om hem ooit op te volgen als leider van de familie, en de eerste vier waren meisjes. Toen waren er die zegden dat hij een tweede vrouw moest huwen, die hem wel een zoon zou kunnen schenken. Maar dat wou hij niet en hij deed voort omdat hij geloofde dat God ervoor zou kunnen zorgen dat ook deze vrouw hem een jongen zou kunnen geven. Uiteindelijk gebeurde dat na zes dochters. Hij wou toen nog een jongen, maar het achtste kind was weer een meisje.

Toen ben ik gekomen en na mij nog een zoon. Nu zegt mijn vader: ‘Was ik vroeger gestopt dan zou jij er niet zijn geweest, terwijl jij nu diegene bent die de familie helpt.’ Daarom noemt hij mij Daddy.

Waarom ben jij diegene die het tot profvoetballer in Europa schopte?

SIMON: Omdat ik the lucky one ben (lacht), gezegend door God om mijn familie te helpen. Het is geluk. Van klein af trainde ik wel drie keer per dag op het strand en van profspelers rond mij die mij inspireerden, wist ik dat het voetbal big business was, dat er veel geld mee te verdienen was en dat je hard moest werken om het tot prof te kunnen schoppen.

Mijn mentor was iemand die onder meer bij de Black Leopards in Zuid-Afrika speelde. Ik keek naar hem op en ik werkte met hem. De mentaliteit van mijn vader is ook belangrijk geweest: als hij iets wil, zal niets hem daarvan weerhouden. Hij is een harde doorzetter. In tegenstelling tot hem rookte en dronk ik nooit, terwijl er in de buurt waar ik opgroeide wel makkelijk van alles te krijgen was, ook drugs. Ik hou meer van mijn moeder, die een zeer lieve en zorgzame vrouw is, maar zonder de hardheid van mijn vader had ik misschien wiet gerookt.

Mijn beste opleiding kreeg ik op straat, waar alle leeftijden blootsvoets door elkaar voetbalden. Ik was maar een jaar of zeven toen ik al voor geld speelde. Daarvoor zette ik mijn eetgeld voor school in. Eén tegen één en wie won, kreeg de pot. Ik won veel. Soms moest je ook vechten om je centen te krijgen. Op den duur wou niemand nog één tegen één spelen tegen mij. Dan deden we twee tegen twee, drie tegen drie en op het einde vier tegen vier. Als ik er dan twee dribbelde, maakten we toch weer veel kans om te winnen. Zo leerde ik alles.

‘Soms moesten we van Hein op het oefencomplex blijven slapen en vroegen we ons af: waarom is dat nodig?’

Wat wil je dat je volgende stap wordt?

SIMON: Ik weet het niet, ik speel gewoon. We zien wel wat er komt.

Je hebt geen carrièreplan?

SIMON: Mijn carrièreplan is het topniveau halen. Ik weet zeker dat ik daarin zal slagen, maar ik weet alleen niet wanneer.

In de zomer was er belangstelling van Brighton & Hove Albion FC.

SIMON: Ja, maar ze kwamen niet tot een financieel akkoord met Michel Louwagie. Ik vond het anders wel een goed team voor mij. Het is geen topclub, maar dat maakt je kans op veel speeltijd groter. Door het koloniale verleden is het ook de favoriete competitie van alle Nigerianen. Bij ons kijkt iedereen naar de Engelse Premier League.

Wat verwacht je nog van AA Gent?

SIMON: We focussen nog op alles: play-off 1 en de beker. Elke seconde is belangrijk. We willen elke wedstrijd winnen, op welke manier dan ook.

Wat is dit seizoen nog jouw persoonlijk doel?

SIMON: Ik wil meer scoren. Daarom kijk ik als Realsupporter veel naar Ronaldo.

Tot slot, Simon: hoeveel kinderen zou je zelf willen?

SIMON: Vijf is genoeg voor mij, maar mijn vrouw wil er maximum vier. (in de achtergrond knikt zijn echtgenote neen en steekt slechts drie vingers in de lucht)

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier