Op zoek naar de persoon achter Yari Verschaeren (Anderlecht): ‘Ik ben niet meer verlegen’

Yari Verschaeren: 'Ik ben niet de grote babbelaar bij iedereen, maar bij de mensen die dichtbij staan en me dierbaar zijn, kan ik me goed openstellen.' © FOTO INGE KINNET
Mayke Wijnen Medewerker van Sport/Voetbalmagazine.

Yari Verschaeren kende al heel wat ups en downs in zijn carrière bij Anderlecht. Maar wie is het jonge talent, wat maakte hem tot de man die hij nu is, wat drijft hem en wat gaat er in hem om? ‘Ik zal niet veranderen omdat ik nu bij Anderlecht speel.’

Tussen de rijtjeshuizen springen de nieuwbouwwoningen en -appartementen in Lot, net buiten de Brusselse ring, in het oog. Hier wonen Yari Verschaeren en zijn vriendin Zoë Ghaïlani (beiden 20), met een prachtig uitzicht op het groen in de omgeving. ‘Dat is een van de redenen dat we hier zijn komen wonen. We houden allebei van de rust.’

Zijn vriendin schuift net aan tafel. Voor haar neus ligt een dik boek van haar studie Rechten aan de Universiteit van Brussel en een notitieblok; ze moet nog studeren deze middag. Maar wanneer Verschaeren aan het interview begint, vraagt ze of ze er niet toch bij zal komen zitten. Heel graag, zeggen we, en op de grote grijze sofa neemt ze plaats naast haar vriend.

Het is niet echt iets voor haar, zegt ze, de spotlights. ‘Ik wil niet ‘de voetbalvrouw’ zijn. Ik hou bewust die afstand ook. Niet iedereen moet weten waar ik elke dag zit, wat ik eet en wat we samen doen.’ Ze wil dan ook niet op de foto, maar samen met Yari haar verhaal doen… ja, dat wil ze voor een keer wel. ‘Om eens te vertellen hoe wij dingen beleven, hoe ik Yari beleef.’

Verlegen

De twee kennen elkaar alweer acht jaar, vertellen ze, van hun gezamenlijke tijd op het Sint-Niklaasinstituut in Anderlecht. Tot zijn negende ging Verschaeren in Kruibeke naar school, waar hij opgroeide. Al op zijn achtste wilde paars-wit hem inlijven, maar vader Verschaeren vond het nog te vroeg. ‘Ze bleven aan mijn mouw trekken en we besloten een jaar later toch die stap te zetten. In het begin was dat best moeilijk, dat geldt – denk ik – voor iedereen die naar een heel andere plaats gaat. Ik kende niemand, alles was nieuw.’

Dat is ook de reden dat hij eerst nog in Kruibeke naar school gaat, zoals de jaren ervoor. ‘Ik durfde niet direct ook die stap te zetten; dat zou een te grote verandering zijn.’ Maar wanneer hij vriendjes maakt bij zijn nieuwe club beslist hij hun weg naar het Sint-Niklaasinstituut te volgen. ‘Ik heb dan ook weinig herinneringen van mijn tijd in Kruibeke; het grootste deel van mijn leven spendeerde ik hier.’ Om zes uur ’s ochtends rijdt bij hem thuis het busje van de club voor, om na een dag trainen en studeren om half tien thuis te komen. ‘Dan at ik nog iets kleins en ging naar bed. De volgende dag zag er hetzelfde uit. Dat was zwaar.’

Zeker de laatste twee jaar op school. Hij komt in het eerste van Anderlecht terecht en dient daarnaast zijn studierichting economie-wiskunde af te ronden. ‘Ik miste heel veel lessen en studeerde in mijn vrije uren of volgde bijlessen. Zoë speelde daarin ook een grote rol. Zij maakte voor mij notities. Ik ben content voor mezelf dat ik heb doorgezet en ben geslaagd. Dat diploma pakt niemand mij meer af en daar ben ik fier op.’

Yari Verschaeren: 'Ik kan het mij niet permitteren om mij met iets anders dan Anderlecht bezig te houden.'
Yari Verschaeren: ‘Ik kan het mij niet permitteren om mij met iets anders dan Anderlecht bezig te houden.’© FOTO INGE KINNET

Sterker nog: wanneer hij naar Anderlecht komt, op zijn negende, staat dát voorop: ‘Ik wilde per se een goeie opleiding doen en dit was een van de beste scholen; een ASO. Dat was ook een vereiste van mijn ouders: ik mocht alleen naar Anderlecht als ik mijn school op hetzelfde niveau kon blijven doen. Maar voor mijzelf gold dat evenzeer: het was voor mij superbelangrijk om mijn diploma op een hoog niveau te halen. Zeker op die leeftijd, als je nog zo jong bent, is voetbal niet direct het belangrijkste.’

Nee? Hij schudt zijn hoofd. ‘Ik was negen, tien jaar… Wat is voetbal dan? Ik dacht toen nog niet aan doorbreken.’ Verschaeren realiseert zich op dat moment dat de kans groter is dat hij iets anders in het leven gaat doen. ‘Veel jongens dachten misschien alleen aan voetbal; dat is ook verleidelijk wanneer je bij Anderlecht speelt, maar dat had ik niet. Ja, het was mijn droom, maar ik was me bewust van de mogelijk- en onmogelijkheden. Ik wilde een deftig en mooi diploma te hebben.’

Hoewel hij op dezelfde school zit als Zoë ziet hij haar pas voor het eerst op zijn twaalfde. Het contact tussen hen gaat in die eerste jaren niet verder dan een vluchtige ‘hoi’ en een glimlach. ‘We waren echt nog kinderen’, zegt Verschaeren. ‘En bovendien zaten we niet in dezelfde klas.’

Zoë: ‘Ik ga eerlijk zijn: ik zag Yari al vanaf het begin zitten. ( lacht) Ik voelde me meteen aangetrokken en had toen, op mijn twaalfde, al gevoelens voor hem, maar als kind weet je nog helemaal niet wat die nu eigenlijk zijn. Dat weet ik nu pas, dat het zo was. En bovendien was hij moeilijk te bereiken.’ ( ze lachen)

Verschaeren: ‘Ik was een heel gesloten jongen. Ik was nieuw, kwam van helemaal ergens anders en klampte me vast aan de jongens die ik van het voetbal kende. De anderen daaromheen liet ik wat voor wat ze waren. Ik stelde me niet open voor vreemden.’

Zoë: ‘En ik viel juist voor die verlegenheid.’

Ik ben content voor mezelf dat ik met mijn studies heb doorgezet. Dat diploma pakt niemand mij meer af en daar ben ik fier op.’

Yari Verschaeren

Emoties

Vanaf het einde van het vijfde middelbaar wordt het serieuzer tussen hen. Verschaeren wordt wat opener, opgetild door de spontaniteit van zijn vriendin, die ze ook deze middag toont. ‘Zij hielp mij heel goed in mijn verlegenheid, om die achter me te laten. Zoë is een hele toffe en bracht de gesprekken op gang. Ik moest alleen maar volgen.’ Nu nog is hij een rustige jongen. ‘Ik ben niet de grote babbelaar bij iedereen, maar bij de mensen die dichtbij staan en me dierbaar zijn, kan ik me goed openstellen. Verlegen ben ik helemaal niet meer.’

Als voetballer werd hij zich al vroeg bewust van zijn gedrag, van die verlegenheid bijvoorbeeld. Een tikkeltje onzeker stapte hij door het leven, maar hoe meer er naar hem gekeken werd en mensen hun mening over hem gaven, hoe beter hij daarmee leerde omgaan. Bovendien zit het in zijn karakter om niet te diep ergens in te blijven hangen. ‘Ze kunnen mij niet heel gek maken. Ik blijf met mijn voeten op de grond en ben nooit echt onrustig vanbinnen.’

Zoë: ‘Jij kunt héél goed met je emoties omgaan. Daar sta ik echt van te kijken. Je prestaties en dus ook hoe mensen op je reageerden, waren een tijdje wisselvallig, maar hoe de situatie ook is, jij blijft rustig.’

Verschaeren: ‘Dat zit gewoon in mij. Daar moet ik niet veel moeite voor doen. Ik probeer niet te veel in de emoties op te gaan, dat die mij overnemen. Als ik een match verlies, zie je dat wel aan mij en ik trek mij dingen aan, zeker als het over mij persoonlijk gaat, maar ik probeer daarin mijn hoofd niet zot te maken. Natuurlijk lees ik weleens wat ze over me schrijven. Ik ga er niet naar op zoek, maar je ontkomt er gewoon niet aan. Als ik een slechte match speel, weet ik dat zelf het beste. Die mensen roepen van alles, maar uiten puur hun emoties. Je wordt dat gewoon en op den duur kun je dat naast je neerleggen. Het beste werkt voor mij om op die momenten mijn gedachten te verzetten.’

Yari Verschaeren: 'Het voetbal is een heel harde wereld en zo ben ik zelf helemaal niet. Veel draait om geld en dat voel je.'
Yari Verschaeren: ‘Het voetbal is een heel harde wereld en zo ben ik zelf helemaal niet. Veel draait om geld en dat voel je.’© FOTO INGE KINNET

Naturel

Zoë komt uit het nabijgelegen Ruisbroek, als dochter van een Marokkaans-Spaanse vader en Vlaamse moeder. Ruim drie jaar zijn ze nu officieel samen, waarvan het eerste jaar vooral een schoolliefde is. In de vakanties zien ze elkaar niet; Verschaeren traint elke dag en gaat dan weer terug naar Antwerpen en beiden zijn nog te jong om de afstand moeiteloos te overbruggen. Pas wanneer de voetballer een appartement in Anderlecht krijgt, groeit hun contact. Drie, vier dagen zijn ze samen, de rest van de tijd spenderen ze bij hun ouders. ‘Voor mij was het een hele verandering om op mijzelf te gaan wonen. Ik was pas zeventien. Dat gold ook voor Zoë.’

In de dagen waarop ze samen zijn, ontdekken ze het zelfstandig wonen. Koken, wassen, boodschappen doen. Alles doen ze met zijn tweeën. Dan al. Dat voel je ook deze middag. Naast elkaar op de bank zit een koppel dat met beide benen op de grond staat en vooral: dat twee handen op één buik is. ‘Zoë staat heel naturel in het leven. Ze blijft liever buiten de aandacht en houdt van de rust. Ik ben precies zo.’

Zoë: ‘Hoewel wij uit twee totaal verschillende milieus komen, zitten wij ontzettend op één lijn. Het enige verschil is dat ik religieuzer ben. Ik ben christen en voor mij is dat mijn grootste bron van geluk.’

Verschaeren: ‘Ik ben ook christen, maar minder praktiserend. Ik weet dat het zo is, dat er een god is en dat zit in mijn achterhoofd, maar ik ben daar verder niet heel erg mee bezig. We praten daar niet zo veel over, maar dat hoeft ook niet. Het is iets van Zoë en dat vind ik alleen maar heel mooi.’

Zoë: ‘Ik heb dat ook niet nodig. Het is voor mij een persoonlijke kwestie waar ik liever niet met anderen over spreek.’

Het liefst kruipen ze samen in de zetel voor een avondje Netflix. Verschaeren komt dan tot rust na de training of match, zijn vriendin na een dag studeren. ‘We gaan graag eens uit eten of doen een citytrip als het voetbal het toelaat, maar uitgaan, spotlights… dat is aan ons beiden niet besteed. Dat zit in mijn opvoeding, denk ik. Mijn ouders schermen zich ook af; zij zullen geen interview geven en voedden mij en mijn broer Matthias heel nuchter op. Normaal gedrag, op school goede punten halen, je best doen en natuurlijk in het leven staan: je nooit beter voelen dan de rest. Zeker in het milieu waarin ik zit, waarin je veel aandacht krijgt, ligt dat op de loer. Maar ik zal niet veranderen omdat ik nu in de eerste ploeg van Anderlecht speel. Mijn ouders, mijn broer, mijn vrienden van de lagere school: zij zien nog altijd dezelfde Yari als vroeger. Zo hoort dat ook. Andersom geldt hetzelfde; ik zou het heel erg vinden als zij ineens anders zouden beginnen doen.’

Yari Verschaeren: 'Het voetbal is een heel harde wereld en zo ben ik zelf helemaal niet. Veel draait om geld en dat voel je.'
Yari Verschaeren: ‘Het voetbal is een heel harde wereld en zo ben ik zelf helemaal niet. Veel draait om geld en dat voel je.’© FOTO INGE KINNET

Het wereldje

Hij heeft het soms moeilijk met het wereldje. ‘Het is een heel harde wereld en zo ben ik zelf helemaal niet. Veel draait om geld en dat voel je. De druk is groot; bij een topclub wordt er nu eenmaal veel verwacht. Dat is ook normaal. Maar dat heb je als kind, wanneer je begint met voetballen, nog helemaal niet. Dat is plezier. Als het nu slecht gaat, zijn wij als spelers, en zeker de jongens van de club, de eerste die het horen en voelen. Dat is het moeilijkste, om daarmee om te gaan. Maar nogmaals: dat leerde ik al heel snel. Je moet voor jezelf bepalen waarmee jij je bezig wil houden en waarmee niet. Maar los daarvan: het kan keihard zijn en omdat ik zo zelf helemaal niet ben, is dat niet altijd even gemakkelijk.’

Hoewel voetbal nu zijn job is, wist hij het plezier altijd te behouden; hij vindt het spelletje nog even leuk als in de tijd dat hij de pleintjes afschuimde met zijn jeugdvriendjes. ‘Op training denk je niet aan druk en prestaties, dat is meer bij de matchen en in de media. Als je dat op de juiste manier van je kunt afzetten, blijft voetbal altijd even leuk.’ Grote spanning ervaart Anderlechts nummer 10 dan ook nooit voor een wedstrijd. ‘Mijn spel wordt nooit beïnvloed door hoe ik mij voel. Ik ken niet veel stress voor dingen, zeker niet voor grote matchen of in grote stadions. Al vanaf dat ik klein was, speel ik tegen grote clubs, op toernooien in het buitenland. Dat vormt je, je groeit daar dan al mee op.’

Zelfs bij zijn debuut in het eerste van Anderlecht, pas zeventien jaar jong, bleef hij rustig, al maakte de entourage enorme indruk op hem. ‘Op zo’n jonge leeftijd al in het eerste staan, is niet iedereen gegund. Ik was echt superblij voor mezelf. Als je kijkt naar de spelers die dat ook meemaakten… Youri Tielemans, Dennis Praet, Leander Dendoncker. Dat is een mooi lijstje waar ik tussen sta.’

Avontuur

Zijn naam wordt al sinds hij klein is, gelinkt aan allerlei clubs. Ook dat veranderde niet; de geruchtenmolen is alweer even op gang. ‘Als je als klein spelertje een beetje kunt shotten, word je meteen gelinkt aan clubs. Ook daarin laat ik mij niet gek maken. Ik groeide met die geruchten op.’

Wanneer ik te veel in Yari’s wereld kom, beklemt me dat. Iedereen spreekt mij aan over hem en dat vind ik leuk, maar daarna wil ik wel terugkeren naar mijzelf.’

Zoë Ghaïlani

Hij omzeilt de vragen over zijn toekomst dan ook met verve. Hij is speler van Anderlecht, is daar gelukkig en kijkt pas na het seizoen verder. Een gelikt praatje, maar: hij meent het, dat zie je aan zijn ogen. ‘Ik kan het mij niet permitteren om mij met iets anders dan Anderlecht bezig te houden. Het zou te veel door elkaar kunnen gaan lopen en mijn prestaties beïnvloeden. Dat kan ik mezelf niet toestaan. Als speler van deze club ben ik het aan mijzelf verplicht om mij daar honderd procent op te focussen. Na dit seizoen ga ik mij buigen over mijn toekomst en de kans is er zeker dat ik bij Anderlecht blijf. Ik ben hier superblij.’

Bij een keuze voor een eventuele nieuwe club zal hij zijn vriendin betrekken. ‘Natuurlijk! Het moet voor beiden goed zijn.’

Zoë: ‘Je moet echt niet met mij rekening houden, al ga je naar China bij wijze van spreken. Het belangrijkste is jouw voetbalcarrière: ik volg. Ik heb nog wat jaren studie voor me liggen en ik kan daarna overal waar ik wil iets opstarten. Het lijkt mij evident dat Yari daarin zijn eigen keuze maakt.’

Yari Verschaeren, samen met Majeed Ashimeru bij Anderlecht: 'Ik ken niet veel stress voor dingen, zeker niet voor grote matchen of in grote stadions.'
Yari Verschaeren, samen met Majeed Ashimeru bij Anderlecht: ‘Ik ken niet veel stress voor dingen, zeker niet voor grote matchen of in grote stadions.’© FOTO INGE KINNET

Dat zij uiteindelijk zelf een carrière wil opbouwen, staat voor haar vast. ‘Het is mij om het even waar dat is, maar het is voor mij inderdaad belangrijk mijn eigen leven, mijn eigen wereld te hebben. Wanneer ik te veel in Yari’s wereld kom, beklemt me dat. Iedereen spreekt mij aan over hem en dat vind ik leuk, maar daarna wil ik wel terugkeren naar mijzelf, naar wie ben ik en naar de mensen die om mij geven om wie ik ben, en niet omdat ik met Yari ben. De unief, bijvoorbeeld, voelt echt als mijn wereld. Mensen weten misschien wel dat ik de vriendin van Yari ben, maar zij gaan mij daarvoor niet anders benaderen. Ze kennen mij allemaal als Zoë en we zitten in hetzelfde schuitje: we moeten stuk voor stuk heel hard werken om er te geraken.’

Verschaeren: ‘Ik vind het heel tof dat Zoë zo gepassioneerd is en ook iets wil presteren en nastreeft. Dat is ook hoe ik vind dat het zou moeten zijn.’

Hoewel hij zich er nog niet mee bezighoudt, lijkt het hem leuk om samen op avontuur te trekken. Wanneer en waar dit ook zal zijn. ‘Ik ben wel avontuurlijk ingesteld. Dat is ook waar je voor speelt, om hoger en hoger te blijven gaan en nieuwe uitdagingen aan te gaan. Ook privé, hoe red je je daar, persoonlijk maar ook in de relatie. Hoe komen we daaruit? Daar heb ik alle vertrouwen in. Zeker met zijn tweeën gaat dat een leuke nieuwe stap zijn. Wij redden het wel samen.’ ( lacht)

‘Bekerfinale is de grootste smet op mijn carrière’

Yari Verschaeren blikt terug op zijn carrière tot nu toe en knikt: hij kijkt er met heel veel trots naar. ‘Ik mag ook zeker niet klagen hoe de dingen zijn gegaan. Het liep allemaal vrij gemakkelijk, in het voetbal en ook op school. Ik heb nooit problemen gehad, maar heb voor beide wel keihard gewerkt.’

Een grote tegenslag kende hij nog niet, maar de verloren bekerfinale tegen KAA Gent vorige maand is wel een enorme smet. ‘De grootste in mijn carrière tot nu toe… Daar zat ik echt mee. Nu nog trouwens. Dat steekt nog altijd. Een bekerfinale verliezen is anders dan een gewone wedstrijd. En dus voelt het verlies ook helemaal anders. Zeker bij Anderlecht. Het was voor ons heel belangrijk nog eens een prijs te pakken en dat merk ik ook bij de anderen. Het was heel hard om die match te verliezen.’