René Weiler: ‘Ik heb de mentaliteit op Anderlecht fel veranderd’

René Weiler © Belga Image

In de herfst nog verguisd, maar nu geprezen als de architect van de 34e titel van RSC Anderlecht. René Weiler praat zelden met de pers, maar in Sport/Voetbalmagazine sprak hij in oktober vorig jaar over zijn sloop- en renovatiewerken op Anderlecht. Herlees hier het interview.

Je moet al van slechte wil zijn om niet in trance te komen bij de aanpak van René Weiler. Op speeldag 27 van het vorige seizoen kregen de spelers van Nürnberg een sterk staaltje te zien van Weilers hypnotiserende overredingskracht. Nürnberg is al zestien wedstrijden op rij ongeslagen en krijgt Leipzig, kampioen in spe, over de vloer. Tijdens de rust strompelt Niclas Füllkrug kermend van de pijn de kleedkamer binnen. Zijn dikke teen slaat helemaal blauw uit en hij staat op het punt om vervangen te worden. Weiler richt zich tot de dokter en vraagt of de teen van zijn speler gebroken is. Het antwoord is negatief en Weiler stuurt Füllkrug weer het veld op. De blonde stormram weet hoe belangrijk de match tegen Leipzig is en besluit nog even door te bijten. Op het uur doet Füllkrug teken dat hij niet meer verder kan. Nürnberg staat 0-1 in het krijt en dus pruttelt Weiler weer tegen. Een kwartier voor tijd wordt het 2-1 dankzij een doelpunt van… Füllkrug. Waanzin. In de negentigste minuut scoort FCN een derde keer. Met Füllkrug nog op het veld. Na de wedstrijd komt Weiler tot het besef dat hij bij een nederlaag de hele Duitse pers op zijn dak had gekregen. Een week later omschrijft Weiler in een interview het leven van een coach als volgt: het is een dans die bij voorkeur op een scheermes wordt beoefend.

Hoe krijgt u spelers zo ver dat ze voor u door een muur willen lopen?

RENÉ WEILER: ‘Ik gebruik geen vast stramien. Ik bekijk het case per case, ik houd rekening met de persoonlijkheid van de speler. Psychologie is daarbij belangrijk. Je moet een voetballer durven te bespelen. Maar het heeft ook met mentaliteit te maken. Je hebt spelers met een beroerde mentaliteit. Dan heb ik het over spelers die een blessure veinzen en naar hun enkel grijpen zodat iedereen gezien heeft dat ze een beetje pijn hebben. Of ze vragen een kwartier voor tijd om een wissel omdat ze verzadigd zijn na hun twee doelpunten. Je weet hoe dat gaat bij een spits: hij is een beetje moe, maakt minder meters en is al bezig met zijn applausvervanging. Weet je wat een echte winnaar doet? Die gaat voor een derde doelpunt. Eigenlijk kan je de ingesteldheid van een speler het best doorgronden wanneer het team niet draait, want op zulke momenten komen de slechte eigenschappen van iemand naar boven.’

ARBEIT

Was u bij uw aanstelling op de hoogte dat er een mentaliteitsprobleem was in de kleedkamer van Anderlecht?

WEILER: ‘Ik heb Herman bewust gevraagd om mij zo weinig mogelijk te briefen over de spelers. Ik wilde niet met vooroordelen aan mijn opdracht bij Anderlecht beginnen. Ik zal je het voorbeeld geven van mijn broer: die blijft omzeggens het hele jaar door in Zwitserland plakken, maar hij weet wel hoe Belgen in elkaar zitten. Gelezen op het internet, zegt hij dan. (grijnst) Zo zit ik niet in elkaar. Ik observeer graag om vervolgens mijn eigen mening te kunnen vormen. Met Stefano Okaka is het precies zo gegaan. Ik heb hem geanalyseerd en ik ben toen tot de conclusie gekomen dat hij moeite had om in groep te functioneren. Ik zeg niet dat het alleen de fout van Okaka was… Als je nieuw bent in een club hoor je soms: aan die speler wordt niet geraakt. Daar ga ik tegenin, hé. Het is té gemakkelijk om de zwakste van de hoop te viseren en hem kapot te maken. (maakt een vuist met zijn rechterhand en slaat tegen zijn linkerhandpalm) Wat doet de politie meestal? Ze willen een voorbeeld stellen en ze pikken er de braafste uit. Nee! Je moet net de kerel aanpakken die groot is en er vervaarlijk uitziet. Ik kijk dus niet naar namen, ik probeer op een integere manier een beslissing te nemen. Ik wil geen vrienden maken of allianties vormen met bepaalde mensen. Het interesseert mij ook niet om op een goed blaadje te staan bij journalisten.’

Heeft Herman Van Holsbeeck u gevraagd om de kleedkamer schoon te vegen?

WEILER: ‘Nee. Toch niet expliciet. Zijn boodschap was duidelijk: er moet iets veranderen. Hij had gehoord hoe ik te werk was gegaan bij mijn vorige clubs en hij was ervan overtuigd dat ik bepaalde zaken in beweging kon zetten. In Duitsland heb ik kennisgemaakt met hun opvatting over sporten op professioneel niveau. Arbeit. Arbeit. Hier kan je al eens relaxen. En dat hoeft niet altijd een nadeel te zijn. Als je zoals de Duitsers constant opgefokt bent, sluit je je automatisch af voor andere zaken.’

Ook belangrijk: Van Holsbeeck is u blijven steunen toen u de spierballen liet rollen tegenover Okaka, De Maio en Kara.

WEILER: ‘Tuurlijk. Omdat al mijn keuzes de clubbelangen dienden. Geen enkele beslissing was tegen het bestuur gericht.’

Mogen we dan concluderen dat de spelers die nu overblijven allemaal jongens zijn met de juiste mentaliteit voor Anderlecht?

René Weiler
René Weiler© KOEN BAUTERS

WEILER: ‘Ik kan bevestigen dat we erin geslaagd zijn om de mentaliteit fel te veranderen. Een voetballer heeft tien, twaalf, vijftien jaar om zijn brood te verdienen met het voetbal. Fantastisch toch? Investeer dan toch in jezelf. Als trainer probeer ik op natuurlijke wijze het voorbeeld te geven en op het einde van de dag moeten de spelers aannemen dat ik gelijk had. Maar ik ben er louter om de spelers te begeleiden, niet om hun karakter te veranderen.’

De waarden van het nieuwe Anderlecht zaten gebald in de wedstrijd tegen Standard. Ik zie Olivier Deschacht bij affluiten nog neerzijgen op het veld nadat hij zich als aanvaller kapot had gelopen. Was dat een soort referentiematch?

WEILER: ‘Ik zal je teleurstellen: voor mij is één goede match tegen Standard niet genoeg om te besluiten dat we vertrokken zijn. Daarvoor missen we nog regelmaat in onze prestaties. Niet vergeten dat we de week voor Standard thuis verloren van Westerlo. Los daarvan heeft de match in Luik vooral aangetoond dat we op korte termijn niet slecht gewerkt hebben, dat we verder moeten gaan op de ingeslagen weg. Veel mensen die het Belgische voetbal niet volgen, vragen mij waarom Zulte Waregem aan kop staat. Ik moet hen altijd hetzelfde antwoorden: de ploeg speelt al lang samen, iedereen weet wat hij moet doen en de automatismen zijn er diep ingebakken. Gun ons dus nog wat tijd om een ploeg te vormen.’

KUNSTMATIG BALBEZIT

U hebt de ploeg intussen naar uw hand kunnen zetten. Hoe zou u de speelstijl van Anderlecht kunnen definiëren?

Psychologie is belangrijk. Je moet een voetballer durven te bespelen

WEILER: ‘We zijn nog op zoek naar een herkenbare stijl. Waarom? Door het grote verloop in de kern zijn de beslissende spelers niet meer dezelfde als vorig seizoen. Dit kan ik je wel zeggen: ik wil een team dat zo veel mogelijk in scoringspositie komt en steeds op zoek gaat naar een oplossing om een goal te maken. Hoe win je een wedstrijd? Door de tegenstander onder druk te zetten, goed in positie te blijven staan en de bal niet te verliezen. Maar ik kan niet genoeg benadrukken dat je ook goed moet kunnen verdedigen. Dat is de basis van alles. Ik besef dat onze sterkte vooral op offensief vlak ligt, nu moet de verdediging ook aan stabiliteit winnen. Al zijn er tal van redenen waarom we achterin problemen kennen: veel positiewissels, blessures, een jonge onervaren doelman…’

Supporters van Anderlecht kicken op academisch voetbal. Ze hebben een romantische kijk op het voetbal.

WEILER: ‘Soms denk ik: mensen, word eens wakker. Supporters moeten die romantische gedachte stilaan uit hun hoofd zetten. Het professionele voetbal draait om hard werken, niet om romantiek. Ik weet waar het publiek om vraagt: een perfect opgezette aanval via de vleugelspeler en een spits die in een tijd fraai afwerkt. Mooi allemaal. Mij wordt gevraagd om wedstrijden te winnen en dat is al moeilijk genoeg.’

Voor u is balbezit geen doel op zich.

WEILER: ‘We worden van overal bestookt met cijfertjes. Laten we stoppen met ons blind te staren op statistieken. Wat is balbezit? Je kunt dat op een kunstmatige manier opdrijven. Wat als je verdedigers de bal honderd keer terugspelen op de doelman? Wat als je twee centrale verdedigers minutenlang elkaar de bal toespelen. Akkoord, als je de bal hebt, is de kans kleiner dat je een doelpunt incasseert. Maar soms is het opportuun om de bal aan de tegenstander te laten.’

Moet een trainer zich ook aanpassen aan het spelersmateriaal waarover hij beschikt?

WEILER: ‘Ik zal mijn standpunt met een verhaal illustreren. Ik wil graag met mijn twee beste vrienden op reis vertrekken. Jammer genoeg hebben ze allebei vliegangst. Moet ik hen dan verplichten om het vliegtuig op te stappen of zoek ik naar een compromis? Ik kijk eerst en vooral naar de kwaliteiten van mijn kern. Heb ik kopbalsterke spelers? Heb ik voldoende spelers die een goal kunnen maken? Heb ik snelle spelers om uit te breken? Het zijn de spelers die je voorhanden hebt die zullen bepalen welk systeem je kan hanteren.’

U hebt het blijkbaar moeilijk met vastgeroeste systemen.

WEILER: (neemt het notitieboekje van ondergetekende en tekent tien kruisjes op een wit blad) ‘Stel dat ik een kruisje zet tussen het middenveld en de aanvaller. Is dat een 4-4-1-1, een 4-2-3-1 of moet ik dat als een 4-5-1 interpreteren? Er is geen juist of verkeerd antwoord. Daarom vind ik het lachwekkend dat er zo veel over systemen wordt gedebatteerd. Mijn uitgangspunt is eenvoudig: ik zal de verdediging van de tegenstander aanvallen met een aantal spelers. Maar als je merkt dat een ploeg je zwakke plekken weet uit te buiten, dan probeer je toch iets anders! Ik verwacht van mijn spelers dus flexibiliteit. Ze moeten tijdens de match de switch kunnen maken als je oorspronkelijke plan niet werkt zoals verwacht.’

U wilt ook spelers die bij voorkeur grote afstanden kunnen overbruggen.

WEILER: ‘Ik wil geen spelers die lopen om te lopen. Ik heb niets aan een speler die 13 kilometer aflegt, maar zich niet nuttig maakt voor de ploeg. Opnieuw: statistieken zeggen niet alles. Ik houd rekening met andere parameters. Waar heeft een speler gelopen? Welke ruimtes heeft hij afgedekt? Welke loopacties heeft hij ondernomen voor een ploegmaat? Ik vraag één ding van mijn spelers: geef alles en hou je niet in. ‘

In uw pleidooien legt u veel de nadruk op hard labeur. Hebt u de indruk dat er op dat vlak nog een gigantische kloof gaapt tussen Duitsland en België?

WEILER: ‘Ik kan niet zeggen dat er een structureel probleem is in België. Maar neem het voorbeeld van Massimo Bruno. Ik vroeg hem op de man af: waarom heb je niet gespeeld bij Leipzig? Wat kwam je tekort? Het is mijn taak om het potentieel van een speler maximaal te benutten.’

PREMIE TERUGBETALEN

U kreeg meteen het etiket van trainer die graag met jonge voetballers werkt. Vreemd genoeg hebt u jeugdproducten als Leya Iseka, Bastien, Lukebakio, Kawaya meteen opzijgeschoven…

Op het einde van de dag moeten de spelers aannemen dat ik gelijk had

WEILER: (lacht) ‘Op mijn eerste werkdag kreeg ik een spelerslijst met 37 namen. Reken zelf uit: 11 spelers op het veld, 7 op de bank, dus blijven er 19 over aan wie je elke dag moet uitleggen waarom ze niet spelen. Ik wacht op de eerste speler die uit zichzelf zal zeggen: waarom storten jullie mij elke maand netjes op tijd mijn loon aangezien ik daar op basis van mijn prestaties geen recht op heb? In plaats daarvan moet je de makelaar van die speler afschudden. Waarom geven die makelaars hun premie niet af? Ze verdienen toch geld op de rug van een speler die geen waarde heeft. Maar wat gebeurt er? Die makelaar gaat de journalisten oppoken. Dat is het probleem! Ik houd van het trainersbestaan, maar het is complex geworden. In een club heb je niet alleen medestanders, er lopen ook mensen rond die enkel uit zijn op zelfbehoud.’

Hadden die jonge gasten de verkeerde attitude?

WEILER: ‘Zou Lukebakio in de basis staan bij Toulouse mocht hij speelgerechtigd zijn? Geloof mij: hij zou nooit spelen… De rest mogen jullie zelf invullen.’

Hebt u geprobeerd om hen te prikkelen?

WEILER: ‘Daarvoor word ik betaald. Maar op een gegeven moment moet je een oplossing zoeken. Leya Iseka vond ik bijvoorbeeld een interessante speler. Maar toen ik een objectieve balans opmaakte – het systeem, zijn positie, zijn leeftijd, de kwaliteit van zijn concurrenten – kwam ik tot de vaststelling dat hij het bij Anderlecht moeilijk zou hebben om te spelen. In juni zal hij met een zekere bagage terugkeren van Marseille en dat zal voor voor alle partijen een win-winsituatie zijn.’

De jeugd is het kapitaal van een club als Anderlecht. Was het om economische motieven niet gevaarlijk om hen weg te doen?

WEILER: ‘Een moderne trainer moet een spagaat kunnen uitvoeren. Neem ik acht jongeren op in de kern dan zal de directeur van de jeugdacademie een gat in de lucht springen. Maar dan krijg ik problemen met de scouting omdat zij vruchteloos enkele spelers hebben voorgedragen. Schuif ik een paar spelers opzij van het seizoen ervoor, dan zal ik van het bestuur wellicht de opmerking krijgen dat ik hun waarde devalueer.’

Kritiek hoort toch bij het voetbal?

WEILER: (leunt achterover, steekt een denkbeeldige sigaret in de mond en speelt een journalist na): ‘Waarom staat die speler niet op het veld? Ik ben die vraag zo beu gehoord. Een trainer zou zich niet moeten verantwoorden over zijn keuzes. Toch krijg je altijd discussies over de spelers die op de bank of in de tribune zitten. De persconferenties na een match zijn de ergste. Je krijgt dan de clichévragen: die speler was slecht, waarom heb je niet de andere opgesteld? Dan denk ik: ik moet beslissen voor de match, jullie mogen commentaar leveren na de match als het resultaat al bekend is. Soms kom ik thuis en moet ik aan mijn vrouw vertellen dat ik tien minuten heb gespendeerd om uit te leggen waarom we verloren hebben. Terwijl je veel factoren niet eens in de hand hebt: een inschattingsfout van de scheids, een bal op de paal…’

Alain Eliasy

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier