Debast, Martínez en de eeuwige zoektocht naar de ideale verdediger

© GETTY
Guillaume Gautier
Guillaume Gautier Journalist bij Sport/Voetbalmagazine en Sport/Footmagazine.

Van de 31 spelers die de bondscoach sinds 2016 liet debuteren, zijn er 9 centrale verdedigers. Een lange lijst die binnenkort door Zeno Debast kan worden aangevuld.

1652 minuten zullen genoeg blijken. Zeno Debast heeft nog geen twintig volledige wedstrijden bij de A-ploeg van Anderlecht achter de rug, maar kreeg nu al een plaats in de lijst van dertig Rode Duivels in de laatste tests voor het WK in november. Sommigen zullen zeggen dat het vooral komt door zijn paars-witte achtergrond, want Debast is ondertussen al de zevende jongere van Anderlecht die Roberto Martínez bij de selectie haalt. Een opmerking waarop de coach terugkwam bij de eerste selectie van Jérémy Doku eind 2020: ‘Ik kijk niet naar het shirt als ik een speler selecteer. Het spijt me als voetbalfans denken dat ik één club bevoordeel. Dat is niet zo, ze kunnen me vertrouwen.’

Nu is het dus de beurt aan Debast. Een nieuwe verdediger die zich in een longlist van probeersels voegt met Wout Faes, Siebe Van der Heyden en Arthur Theate vorig seizoen en Sebastiaan Bornauw, Hannes Delcroix, Elias Cobbaut en Brandon Mechele voor hen, om nog maar te zwijgen van de kortstondige kans die Christian Kabasele kreeg. Lange tijd was de centrale verdediging van België de grootste zekerheid van de nationale ploeg, zozeer zelfs dat het de grote toernooien van 2014 en 2016 inging met een achterlinie bestaande uit vier centrale verdedigers.

Maar dan kwam het afscheid van Daniel Van Buyten, Vincent Kompany en Thomas Vermaelen en hoewel Jan Vertonghen en Toby Alderweireld stilaan de tol van de leeftijd beginnen te voelen en de benen niet al te snel meer zijn, zijn zij nog niet op een natuurlijke manier naar de uitgang begeleid. Dedryck Boyata en Jason Denayer waren de sterren van de ‘tussengeneratie’, door Martínez geleidelijk nieuw leven ingeblazen nadat ze door zijn voorgangers waren gedoopt, maar ze hebben nooit echt de bovenhand kunnen nemen.

Dedryck Boyata en Jason Denayer bleken niet voldoende om de nieuwe sterkhouders van de Rode Duivels te worden. © Belga Image
Obstakels

De zoektocht naar opvolgers verloopt daarom soms langs onverwachte wegen en ging nu en dan in onverwachte richtingen, waarbij Leander Dendoncker en Timothy Castagne soms deel uitmaakten van een defensief trio, een systeem waarin Axel Witsel nu ook centraal wordt gebruikt door Diego Simeone bij Atlético.

En dan heb je de volgende generatie al met heel wat obstakels die het moest overwinnen. Na lange tijd bij de nationale beloften, een keuze die Martínez omschreef als ‘onderdeel van het proces’, wordt Zinho Vanheusden geplaagd door fysieke problemen die hem beletten het boegbeeld te zijn van de nieuwe generatie spelers die hij had moeten zijn.

Zulke tegenslagen, gecombineerd met het koortsachtige debuut van Bornauw, boden verrassende kansen aan spelers die niet meteen werden verwacht bij de Rode Duivels. Wie geloofde nog in Theate, Faes of Van der Heyden toen zij door de grootste Belgische clubs onvoldoende werden geacht? Terwijl de derde zijn moment van glorie al achter zich lijkt te hebben, bevinden die twee andere zich nu in een goede positie om te mogen dromen van een plaats op het vliegtuig naar Qatar.

Het verhaal van Zeno Debast en de lof van de coach voor Koni De Winter, die nog maar 194 minuten op profniveau in de benen heeft, bewijzen eens te meer dat de centrale verdediging van België een sector is waar heel snel van alles kan gebeuren. Behalve voor de spelers wiens plaatsje bij de 26 al gegarandeerd, ondanks hun leeftijd.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier