Steve De Ridder (STVV): ‘Trainers moeten vaak aan mij wennen’

Steve De Ridder in duel met Mohamed Badamosi van KV Kortrijk. © PHOTONEWS
Alain Eliasy Journalist bij Sport/Voetbalmagazine

Geen enkele speler op Stayen belichaamt meer het DNA van STVV dan aanvoerder Steve De Ridder. De 34-jarige middenvelder heeft nog enkele jaren te gaan, maar hij kan al terugblikken op een carrière gevuld met bijna 450 matchen, twaalf clubs en 24 verschillende trainers.

Er schuilt een soort idealist in Steve De Ridder. Of beter gezegd: hij probeert zichzelf te challengen om enkele wereldproblemen te tackelen. Op de vraag wat hij concreet zou voorstellen om de wereld te verbeteren, stelde hij ooit voor om de waarde van het geld te laten wegvallen. Die drastische oplossing zou meer gelijkheid creëren en de kloof tussen rijk en arm wegwerken. ‘Ik heb mijn idee misschien iets te romantisch weergegeven, maar je merkt wel dat waarde van het geld vanzelf aan het instorten is’, zegt De Ridder. ‘Intussen kan ik alleen maar toejuichen dat we in België werk maken van een basisinkomen voor iedereen.’

In voetbal kun je bijna alles herleiden tot geld. Is het dan niet vreemd om zo’n pleidooi te houden?

Steve De Ridder: ‘Ik zal niet ontkennen dat ik aan de onderhandelingstafel steeds het onderste uit de kan heb gehaald, maar ik heb geen decadente levensstijl. Ik ben trouwens een kleine garnaal ten opzichte van wat de echte topvoetballers verdienen en zij zijn op hun beurt kleine garnalen in vergelijking met wat oliesjeiks aan geld genereren. Ik ben gewoon dankbaar voor het leven dat ik kan leiden dankzij het voetbal. Anderzijds snap ik dat veel mensen die kans niet gekregen hebben en het moeilijk hebben om de eindjes aan elkaar te knopen.’

Op Jorge Teixeira na ben je de oudste speler in de kleedkamer. Wat doet het met jou om in de nadagen van jouw carrière tegen de degradatie moet vechten?

De Ridder: ‘Dat is nu al een paar jaar aan de gang. Eerst bij Lokeren en nu al enkele seizoenen bij Sint-Truiden. Constant onder druk voetballen is niet fijn, maar ik weet ook dat ik niet de kwaliteiten heb om voor een topclub te spelen. Ik voel mij gewaardeerd door de supporters en ik zal nooit vergeten dat Takayuki Tateishi, Andre Pinto en Marc Brys mij destijds uit een benarde situatie hebben gehaald bij Lokeren. Ik wil deze club iets teruggeven, maar een seizoen als het vorige hoeft voor mij niet meer…’

Meneer Glen De Boeck en meneer Louis De Vries vonden het nodig om mij na drie jaar trouwe dienst in de C-kern te droppen met jongens van 16 of 17 jaar.’

Steve De Ridder

Varkenshoofd

Als we de nationale en Europese bekercompetities meerekenen zit je aan bijna 450 matchen in eerste en tweede klasse in binnen- en buitenland. Is er een bepaalde wedstrijd die je opnieuw zou willen spelen?

De Ridder: ( denkt na) ‘Ik mocht met Southampton ooit invallen tegen Chelsea in de FA Cup. Ik kreeg een heel slechte voorzet toegespeeld waar twee verdedigers zich compleet op misrekenden en ik moest de bal alleen maar binnenduwen aan de tweede paal. Maar ik was zo verrast dat ik ook miste. Hoe wijs zou dat geweest zijn om te scoren in de FA Cup? In de Premier League is het niets geworden voor mij, maar aan al mijn invalbeurten heb ik wel de shirts van Steven Pienaar, Simon Mignolet en Eden Hazard overgehouden.’

Je dwong in het seizoen 2011-2012 met Southampton de promotie af naar de Premier League. Maar wist je toen al dat je amper aan spelen zou toekomen?

De Ridder: ( knikt) ‘De club kreeg een pot van 100 miljoen euro en dan weet je dat het moeilijk wordt. Ik werd na Nieuwjaar een maand aan Bolton uitgeleend en de manager Dougie Freedman verzekerde mij dat er een contract van vier jaar voor mij zou klaarliggen. Mijn vrouw en schoonmoeder zijn met een bestelwagen naar Engeland gereden om mijn appartement in Southampton leeg te maken. Een week voor het einde van de transferperiode kreeg ik telefoon van Freedman: hij vertelde mij dat de voorzitter de transfer had afgeblazen. De dag erna heb ik vier uur gereden van Noord-Engeland naar Southampton, maar ik had geen huis meer. Ik ben op een parkeerterrein gestopt en ik heb mijn ploegmaat Danny Fox gebeld met de vraag of ik bij hem mocht overnachten. Met zijn beste Liverpudlian accent antwoordde hij toen het volgende: No problem Steve, you can stay with me lad. Ik heb een maand bij hem en zijn gezin gewoond. In ruil moest ik af en toe babysitten en koken.’

Steve De Ridder in actie voor Southampton in de Premier League
Steve De Ridder in actie voor Southampton in de Premier League© GETTY

Je speelde onder anderen met Rickie Lambert, Billy Sharp, Adam Lallana, Morgan Schneiderlin, Luke Shaw, Jay Rodriguez, José Fonte en noem maar op. Was het moeilijk om in zo’n kleedkamer je plaats te vinden als onbekende Belg?

De Ridder: ‘In het begin was het best intimiderend omdat ze jou constant aan het testen zijn. Ik kwam van De Graafschap en ik werd uitgelachen wegens mijn kledingstijl. Wat wil je ook? Ik had toen niet de cash van die gasten, die een jaarloon hadden van meer dan een miljoen euro. Om die reden heeft Jason Puncheon mijn kledij opgehangen aan een dummy in het midden van het trainingsveld. Luke Shaw kreeg ooit een varkenshoofd cadeau met Secret Santa omdat we vonden dat hij toen, als tiener, een heel groot hoofd had… Ze noemen dat banter. Plagerij. Er is maar één regel: alles kan.’

Je hebt het ver geschopt gezien jouw kwaliteiten. Is dat een goede samenvatting van jouw voetballoopbaan?

De Ridder: ‘Ik heb bepaalde kwaliteiten, maar het was niet voldoende voor de Premier League. Daarom ben ik zo trots dat ik toch minuten hebt gemaakt bij Southampton. En weet je wat? Ik ben blij dat ik van alles hebben mogen proeven. De Championship, de Premier League, de voorrondes van de Champions League, de Europa League… Ik heb gescoord tegen Ajax, Club Brugge en mijn ex-ploeg Gent, maar ik weet dat ik niet goed genoeg was om dat constant te herhalen. Ik heb altijd teruggevochten. En ik heb het vooral op mijn manier gedaan. Op cadeaus moest ik niet rekenen.’

Cultuurdragers

Sinds jouw debuut op het hoogste niveau in 2006 heb je bij elf clubs gespeeld en met 24 verschillende trainers gewerkt. Wat heb je opgepikt van al die persoonlijkheden?

De Ridder: ‘Ik heb gezien hoe het moet en hoe het zeker niet moet. Ik kom tot de conclusie dat veel trainers slechte people managers zijn. Die mannen staan zo onder druk dat ze vooral bezig zijn om hun eigen positie veilig te stellen. En daardoor nemen ze overhaaste beslissingen. Een trainer die wint, heeft altijd gelijk. Maar wat met het menselijke aspect? Winnen is geen vrijgeleide om spelers slecht te behandelen.’

Met Peter Maes lag ik elke week in de clinch. Hij schold mij op training de huid vol, maar de dag erna praatten we over koetjes en kalfjes alsof er niets gebeurd was.’

Steve De Ridder

Spreek je uit ervaring?

De Ridder: ( knikt) ‘Luister. Elke voetballer vindt van zichzelf dat hij altijd in de basis moet staan. En als hij niet speelt, voelt hij zich tekort gedaan. Maar wat ik bij Lokeren heb meegemaakt, was best pijnlijk. Meneer Glen De Boeck en meneer Louis de Vries vonden het nodig om mij na drie jaar trouwe dienst zomaar in de C-kern te droppen om met jongens van 16 of 17 jaar te trainen. Dat vond ik laag bij de grond. Maar ik heb sowieso geen hoge pet op van die mannen.’

Is er een bepaalde trainer die jou is bijgebleven op sportief of menselijk vlak?

De Ridder: ‘Toen Mauricio Pochettino arriveerde bij Southampton sprak hij geen woord Engels en hij schakelde zijn assistent Jesús Pérez in als tolk. Maar Pochettino had zoveel charisma dat hij ondanks de taalbarrière zijn boodschap toch aan de groep kon overbrengen. Pochettino liet mij een keer invallen – voor de rest zag hij mij niet staan – en toch raakte ik zwaar onder de indruk van hem als trainer. Of hij nog weet wie ik ben? Dat denk ik niet…’

Bij alle clubs waar je passeerde, was je naar eigen zeggen graag gezien. Maar bewaren de trainers ook goede herinneringen aan jou?

De Ridder: ‘Ik heb met redelijk wat trainers overhoop gelegen omdat ik iemand ben die voor zijn mening uitkomt. Als ik onrecht zie, zeg ik dat, en daar kan niet iedereen mee omgaan. Met Peter Maes lag ik elke week in de clinch. Hij schold mij op training de huid vol, maar de dag erna praatten we over koetjes en kalfjes alsof er niets gebeurd was. Hetzelfde met Darije Kalezic bij De Graafschap. Hij heeft mij ooit op de bank gezet in tweede klasse en we moesten eigenlijk niet veel van elkaar weten. Plots was er die klik en werd onze band hechter. We wonnen de titel in de Eerste Divisie en in de Eredivisie kreeg ik van Kalezic ook het volste vertrouwen. Hij heeft mij daarna zelfs naar Zulte Waregem proberen te halen. Trainers hebben in het algemeen wat tijd nodig om aan mij te wennen. Maar ik heb vaak gehoord dat ze mij als een van hun vertrouwenspersonen beschouwen als ze mij eenmaal kennen.’

Steve De Ridder merkt dat de sociale druk op voetballers steeds groter wordt.
Steve De Ridder merkt dat de sociale druk op voetballers steeds groter wordt.© PHOTONEWS

‘Ik heb heimwee naar de wereld voor Instagram’

Volgens Transfermarkt ligt jouw marktwaarde vandaag rond de 200.000 euro, maar je ging ooit van De Graafschap naar Southampton (2011) en van Utrecht naar FC Kopenhagen (2014) voor bedragen van anderhalf miljoen tot twee miljoen euro. Bij de monsterbedragen van tegenwoordig laten spelers vaak uitschijnen dat ze niet bezig zijn met hun transferprijs. Hoe geloofwaardig is dat?

De Ridder: ‘Natuurlijk lopen voetballers daarover te piekeren. Spelers die het tegendeel beweren, geloof ik niet. De bedragen die tegenwoordig betaald worden brengen zoveel verwachtingen met zich mee dat spelers ten onder gaan aan de druk. Door het belang van de transfersom te minimaliseren, hou je de druk af.’

Vind je dat de transferbedragen de spuitgaten uitloopt. Of ben je op een bepaalde manier ook gefascineerd door zo’n gekke mercato zoals we die onlangs hebben meegemaakt?

De Ridder: ‘Tweehonderd miljoen voor een speler? Daar kun je je vragen bij stellen. Maar de transfermarkt volgt dezelfde wetten als de huizenmarkt: de vraag en het aanbod bepalen de prijs. Zolang er een koper is, kun je dat niet tegenhouden. En ik denk dat we het einde nog niet gezien hebben. Het zal de komende jaren nóg gekker worden.’

Jij komt uit een periode waarin de uitgaves nog meevielen. In het seizoen waarin jij in eerste klasse debuteerde gaf Real Madrid honderd miljoen euro uit voor zeven spelers.

De Ridder: ‘Nu wordt er honderd miljoen euro gespendeerd aan een speler. Soms zelfs voor een verdediger! Voetbal is entertainment en de spelers zijn de producten. Was het vroeger beter? Ik heb heimwee naar de tijd dat je als ploeg een pint kon gaan drinken en goed zot kon doen zonder dat iedereen ervan op de hoogte was. Dat was een wereld zonder Instagram. De periode voor ik prof werd, was charmanter. Authentieker ook.’